Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W13.13.0150/III

​Ontwerpbesluit houdende vaststelling van de minimumeisen voor de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling), met nota van toelichting.

Kenmerk
W13.13.0150/III
Datum advies
20 juni 2013
Vindplaats
Staatscourant 2015, nr. 4915
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

​Ontwerpbesluit houdende vaststelling van de minimumeisen voor de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 27 mei 2013, no.13.001065, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van de minimumeisen voor de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit strekt ertoe minimumeisen vast te stellen voor de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en geeft daarmee uitvoering aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: de wet).(zie noot 1) Met dit instrument zijn organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren beter in staat op de juiste wijze te reageren in die gevallen waarbij zij huiselijk geweld of kindermishandeling vermoeden of signaleren.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de wijziging van de Reclasseringsregeling 1995. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Reclasseringsregeling 1995
Artikel 5 van het ontwerpbesluit voegt aan de Reclasseringsregeling 1995 een nieuw artikel 3 toe. Op grond van dat artikel 3 dient een reclasseringsinstelling voor personeelsleden een meldcode huiselijk geweld vast te stellen. Dit is in overeenstemming met de wet, daar tot de sectoren voor wie de verplichte meldcode gaat gelden ook de reclasseringswerkers behoren.(zie noot 2)

Voor de inhoud van de meldcode en de daaraan te stellen eisen verwijst het vijfde lid van artikel 3 naar de bij of krachtens het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgestelde elementen.
Daarmee wordt, zo begrijpt de Afdeling, bedoeld hetgeen artikel 2 van het ontwerpbesluit regelt. Zij merkt op dat er in artikel 4 van het ontwerpbesluit voor is gekozen om in het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen artikelen op te nemen die zelf de elementen van een meldcode voorschrijven. Met betrekking tot dit besluit wordt dus niet verwezen naar het ontwerpbesluit.
Bovendien suggereert artikel 3, vijfde lid, dat het ontwerpbesluit delegatie mogelijk maakt, hetgeen niet het geval is.

Ten behoeve van een zelfstandige leesbaarheid van de Reclasseringsregeling 1995 en om te voorkomen dat de in artikel 2 van het ontwerpbesluit gebruikte begrippen niet worden omschreven in de Reclasseringsregeling 1995, adviseert de Afdeling de Reclasseringsregeling 1995 op dezelfde wijze aan te passen als het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W13.13.0150/III met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.

- In de aanhef de verwijzing naar artikel 13a, derde lid, van de Wet op de jeugdzorg wijzigen in artikel 13b, derde lid, van die wet.
- In de aanhef ook verwijzen naar artikel 21f, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning (ten behoeve van artikel 3 van het ontwerpbesluit).
- In de aanhef ook verwijzen naar artikel 16 van het Wetboek van strafrecht (ten behoeve van artikel 5 van het ontwerpbesluit).
- Bij de verwijzing naar begripsomschrijvingen in andere wetten nauwkeurig het artikellid vermelden (artikel 1, onderdeel e; artikel 1, onderdelen a, f en g, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en artikel 3, tweede en derde lid, van de Reclasseringsregeling 1995).
- In artikel 1, onderdeel f aan het slot van de definitie van "kindcheck" de zinsnede "de veiligheid daarvan" wijzigen in "de veiligheid van hen".
- Artikel 2, tweede lid, aanhef, uniformeren met de overeenkomstige artikelen 2a, tweede lid, 8, tweede lid en 17a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen ("omvat" respectievelijk "bevat").
- In artikel 2, tweede lid, onderdeel d, "het wegen van de aard" wijzigen in "het wegen van het risico op en de aard". (zie toelichting, onder stap 4)
- In artikel 2, tweede lid, onderdeel e, "hulp organiseren of het doen van een melding" wijzigen in "zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een melding". (zie toelichting, onder stap 5)
- In artikel 4, onderdeel A, onder 3 en 4, (het gewijzigde Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen) rekening houden met het feit dat er geen vijf, maar vier nieuwe onderdelen worden ingevoegd. Voorts in het nieuwe onderdeel i de verwijzing naar artikel 21a van de Wmo wijzigen in artikel 21b van die wet.
In het ingevolge artikel 4, onderdeel F, ingevoegde artikel 17a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, "(groepen) personeelsleden" wijzigen in "personeelsleden". (zie artikel 2a van hetzelfde besluit).
- In het ingevolge artikel 5, ingevoegde artikel 3, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995, "voor personeelsleden" wijzigen in "voor haar personeelsleden".
- In het licht van aanwijzing 177 van de Aanwijzingen voor de regelgeving artikel 6, tweede lid, in die zin aanpassen, dat de artikelen 1 tot en met 5 van het besluit in werking treden op het tijdstip waarop de wet in werking treedt. Voorts in artikel 6, eerste lid, "houdende wijziging" wijzigen in "tot wijziging".
- De toelichting op onjuiste verwijzingen nazien (verwijzing naar 13a en 53 Wjz in plaats van artikel 13b respectievelijk 51 Wjz).
- Gelet op de brief van 18 maart 2013 de toelichting zo nodig aanvullen naar aanleiding van de eventueel ontvangen opmerkingen.(zie noot 3)


Nader rapport (reactie op het advies) van 12 juli 2013

De Afdeling advisering van de Raad van State (verder: Afdeling advisering) maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een opmerking en geeft in overweging een besluit te nemen nadat met het advies rekening is gehouden. Daarnaast heeft de Afdeling advisering een aantal redactionele kanttekeningen.

Op de opmerking van de Afdeling advisering ga ik, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, op het navolgende in.

1. De Afdeling advisering adviseert om in de Reclasseringsregeling 1995 bepalingen op te nemen die zelf de elementen van een meldcode voorschrijven, zoals dat ook in het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen is gedaan.

Anders dan de Afdeling advisering ben ik van mening dat het ontwerpbesluit geen aanpassing behoeft. Het idee achter het ontwerpbesluit is juist om de elementen die ten minste in een meldcode moeten worden opgenomen centraal voor alle sectoren voor te schrijven in één algemene maatregel van bestuur. De enige uitzondering daarop wordt gemaakt voor de sectoren kinderopvang, gastouderbureaus en peuterspeelzalen. Voor deze sectoren zijn op basis van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen reeds sinds 6 juni 2012 eisen met betrekking tot de meldcode opgenomen in het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 (zie ook de toelichting bij artikel 4 van het conceptbesluit). Om de samenhang te behouden heeft het de voorkeur om alle kwaliteitseisen die aan de genoemde sectoren gesteld worden, waaronder de eisen met betrekking tot de meldcode, in één besluit op te nemen. Vandaar dat in het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen wel artikelen zijn opgenomen die zelf de elementen van de meldcode voorschrijven.

Ik merk hierbij op dat over de in artikel 2 van het ontwerpbesluit gebruikte begrippen geen misverstand kan ontstaan, aangezien deze in de Reclasseringsregeling 1995 zelf niet gehanteerd worden.

2. Aan de redactionele opmerkingen van de Afdeling advisering is zorgvuldig aandacht besteed.

Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in de nota van toelichting enkele andere redactionele verbeteringen en tekstuele toevoegingen van ondergeschikte aard aan te brengen.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport


(1) Wet van 14 maart tot wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de verplichting voor bepaalde instanties waar professionals werken en voor bepaalde zelfstandige professionals om te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en de kennis en het gebruik daarvan te bevorderen, onderscheidenlijk die meldcode te hanteren (verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; Stb 2013, 142).
(2) Kamerstukken II 2011/12, 33 062, nr. 3, blz. 9.
(3) Kamerstukken II 2012/13, 33 062, nr. 23.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 316 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon