Ontwerpbesluit tot wijziging van het Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden en het Reglement voor de ondernemingskamer in verband met de wijziging van de vergoedingen voor niet tot de rechterlijke macht behorende leden van die kamers, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.13.0106/II
- Datum advies
- 8 mei 2013
- Vindplaats
- -
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden en het Reglement voor de ondernemingskamer in verband met de wijziging van de vergoedingen voor niet tot de rechterlijke macht behorende leden van die kamers, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 23 april 2013, no.13.000858, heeft Hare Majesteit Koningin Beatrix, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden en het Reglement voor de ondernemingskamer in verband met de wijziging van de vergoedingen voor niet tot de rechterlijke macht behorende leden van die kamers, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt ertoe de vergoeding voor de niet tot de rechterlijke macht behorende (plaatsvervangende) deskundige leden van de bijzondere kamers bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het gerechtshof Amsterdam, vast te stellen op € 1000 per zittingsdag.(zie noot 1) De vergoeding voor raadsheren-plaatsvervangers, waaraan de vergoeding voor de deskundige leden is gekoppeld(zie noot 2), blijft ongewijzigd en bedraagt € 367 per zittingsdag.(zie noot 3)
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
1. De Afdeling merkt op dat het verschil erg groot wordt tussen enerzijds de vergoeding die een raadsheer in buitengewone dienst of een advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad(zie noot 4) en een raadsheer-plaatsvervanger bij een gerechtshof ontvangt en anderzijds de voorgestelde vergoeding van de (plaatsvervangende) deskundige leden van de bijzondere kamers bij het gerechtshof Amsterdam onderscheidenlijk Arnhem-Leeuwarden. Nu van de eerstgenoemde plaatsvervangende raadsheren onderscheidenlijk advocaten-generaal evenzeer een bijzondere deskundigheid wordt verlangd, dient het grote verschil in vergoeding nader te worden gemotiveerd.(zie noot 5) Achtergrond van de niet bij de vereiste deskundigheid en tijdsbesteding aansluitende vergoedingen voor plaatsvervangers bij de rechterlijke macht is steeds geweest dat het tot op zekere hoogte tot eer strekt om als plaatsvervangend lid van de zittende magistratuur op te treden. Daarvan wordt voor de thans voorziene situaties afgestapt. Dat zou ertoe kunnen leiden dat ook andere plaatsvervangers niet langer bereid zijn hun deskundigheid en tijd ter beschikking te stellen ten behoeve van de rechterlijke macht tegen een beperkte vergoeding. Ook om deze reden dient de omvang van het verschil in vergoedingen dat thans ontstaat dragend te worden gemotiveerd. De Afdeling adviseert daartoe.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.13.0106/II met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.
- In artikel I, in artikel 13, tweede lid, "deskundige leden" telkens vervangen door: raden (Toelichting: Artikel 1 van het Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalt dat de niet tot de rechterlijke macht behorende personen die als deskundige leden deel uitmaken van de bijzondere kamer als (plaatsvervangende) raden worden aangeduid).
- In artikel I, respectievelijk II, in artikel 13, derde lid, na "vergoeding" opnemen: jaarlijks met ingang van 1 januari.
Nader rapport (reactie op het advies) van 10 juni 2013
1. Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State aanleiding tot het maken van één inhoudelijke opmerking. Naar aanleiding van deze opmerking is de motivering van de hoogte van de vergoeding voor de raden en plaatsvervangende raden van de penitentiaire kamer aangevuld.
2. De redactionele opmerkingen zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) De raden in de penitentiaire kamer ontvangen sedert 1 juli 2012 € 1000,- per zittingsdag. De deskundige leden van de ondernemingskamer ontvangen al geruime tijd € 367,- per zitting, met dien verstande dat voor de vergoeding maximaal 3 zittingen per zittingsdag bij elkaar worden opgeteld.
(2) Artikel 13 van het Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden en het Reglement voor de ondernemingskamer.
(3) Artikel 6a Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
(4) De vergoeding voor een raadsheer in buitengewone dienst of een advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad bedraagt op grond van artikel 6a Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren € 480 per zittingsdag.
(5) Daarbij komt dat de voorgestelde hogere vergoedingen wel worden geïndexeerd, maar die van andere plaatsvervangers niet.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting