Ontwerpbesluit houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Wonen en Rijksdienst (Kaderbesluit BZK-subsidies), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.13.0018/I
- Datum advies
- 13 maart 2013
- Vindplaats
- -
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Wonen en Rijksdienst (Kaderbesluit BZK-subsidies), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit bevat regels die betrekking hebben op de verstrekking van subsidies op het terrein van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Doelstelling is om de voorwaarden en procedures inzake subsidieverlening op dit beleidsterrein te uniformeren en in overeenstemming te brengen met de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking. zie noot 1
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen met betrekking tot het vereiste dat een subsidie wordt verstrekt aan een in Nederland gevestigde natuurlijk persoon of rechtspersoon en de registratie ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. In Nederland gevestigd
Het ontwerpbesluit bepaalt dat een subsidie wordt verstrekt aan een in Nederland gevestigde natuurlijk persoon of rechtspersoon. zie noot 2 Volgens de toelichting is dit uitgangspunt opgenomen om te voorkomen dat het "Nederlandse belastinggeld" wordt besteed aan in het buitenland gevestigde personen en instanties, aangezien het wenselijk is dat subsidiegelden worden besteed aan doelen die bijdragen aan verwezenlijking van het Nederlandse beleid. Bij ministeriële regeling echter kunnen op dit uitgangspunt uitzonderingen worden gemaakt. zie noot 3
In het ontwerpbesluit wordt er vanuit gegaan dat een verstrekking van subsidie overeenkomstig het besluit in voorkomende gevallen kan worden gekwalificeerd als staatssteun, waardoor de EU-regels inzake staatssteun van toepassing zijn. zie noot 4
Het ontwerpbesluit heeft betrekking op subsidies voor activiteiten die passen in het beleid inzake het bevorderen van de democratische rechtsstaat, het decentraal bestuur, het management en personeelsbeleid van de openbare dienst, de Koninkrijksrelaties en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, het bouwen, het wonen en de woonomgeving, de inburgering en integratie alsmede immigratie en asiel. zie noot 5 Het is niet zonder meer duidelijk waarom ter verwezenlijking van het nationale beleid op deze beleidsterreinen als uitgangspunt alleen in Nederland gevestigde natuurlijke personen en rechtspersonen voor subsidie in aanmerking zouden komen. zie noot 6 Dit uitgangspunt kan gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie op gespannen voet komen te staan met de verdragsbepalingen inzake het vrij verkeer van goederen, diensten en personen alsmede de bepalingen inzake staatssteun. zie noot 7
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan en zo nodig het voorstel aan te passen.
2. Registratie
Het ontwerpbesluit draagt de minister op een registratie bij te houden ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie. zie noot 8 De Afdeling acht deze registratie nuttig. Zij stelt echter vast dat het hier om de registratie van persoonsgegevens gaat. Uit de toelichting blijkt niet of het College bescherming persoonsgegevens over dit onderdeel van het ontwerpbesluit is geraadpleegd.
De Afdeling adviseert het College bescherming persoonsgegevens over dit onderdeel van het ontwerpbesluit te consulteren, dan wel, zo dit reeds is gebeurd, de uitkomsten daarvan in de toelichting weer te geven.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 24 mei 2013
1. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is de bepaling dat een subsidie wordt verstrekt aan een in Nederland gevestigde persoon of rechtspersoon alsmede de bepaling dat van dat uitgangspunt bij ministeriële regeling kan worden afgeweken achterwege gelaten. De toelichting is hierop aangepast.
2. Het advies van de Afdeling met betrekking tot het raadplegen van het College bescherming persoonsgegevens over de registratie van misbruik en oneigenlijk gebruik door subsidieontvangers is niet overgenomen.
Het College bescherming persoonsgegevens wordt ingevolge artikel 51, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om advies gevraagd over ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of voor een belangrijk deel betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens. Aangezien de registratie van misbruik en oneigenlijk gebruik door subsidieontvangers slechts een zeer beperkt onderdeel van het ontwerpbesluit is, is van consultatie van het College bescherming persoonsgegevens afgezien en is de toetsing aan de Wbp door de wetgever zelf uitgevoerd. Op grond van die toetsing is er bijvoorbeeld voor gekozen slechts een zeer beperkt aantal gegevens op te nemen in het register, is gekozen voor een niet-openbaar register waartoe slechts een beperkt aantal personen toegang geeft, en worden gegevens na verloop van vijf jaar verwijderd. Deze keuzes geven er ieder individueel, en in combinatie, blijk van dat de verplichtingen voortvloeiende uit de Wbp in aanmerking zijn genomen bij de ontwikkeling van dit ontwerpbesluit.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele verbeteringen in het ontwerpbesluit aan te brengen. Het betreft een aanvulling van het ontwerpbesluit met een bepaling ter voorkoming van stapeling van subsidies (artikel 6, vierde lid), een bepaling dat in de begroting eventuele inkomsten moeten worden vermeld (artikel 11, derde lid, onder c), de bepaling dat een subsidie alleen kan worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld (een zogenoemd begrotingsvoorbehoud) (artikel 15) en een bepaling met betrekking tot het voeren van gescheiden administraties (artikel 21, onder g). Daarnaast is het ontwerpbesluit aangevuld met een bepaling die ertoe strekt het Subsidiebesluit experimenten en kennisoverdracht wonen in te trekken. Hetgeen in dat besluit geregeld is, zal na de inwerkingtreding van het onderhavige besluit op het niveau van ministeriële regeling worden geregeld.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 15 december 2009, nr. 3086451, houdende vaststelling van Aanwijzingen voor subsidieverstrekking, Stcrt. 2009, nr. 20306.
(2) Artikel 3, eerste lid.
(3) Artikel 3, tweede lid.
(4) Zie de artikelen 1, 4, 5 en 20.
(5) Artikel 2 van de Wet overige BZK-subsidies (Zie artikel 14 Kaderwet subsidies I en M).
(6) Het feit dat bij ministeriële regeling hiervan kan worden afgeweken, laat onverlet dat in dit besluit het vereiste is opgenomen dat een subsidie wordt verstrekt aan een in Nederland gevestigde natuurlijk persoon of rechtspersoon.
(7) Zie bijvoorbeeld C-103/84 (Commissie/Italië), C-350/96 (Clean Car Autoservice), C-351/98 (Commissie/Spanje), C-451/03 (Servizi Ausiliari Dottori Commercialisti Srl tegen Giuseppe Calafiori), C-386/04 (Centro di Musicologia Walter Stauffer), C-542/09 Commissie/Nederland.
(8) Artikel 24.