Ontwerpbesluit houdende regels ten aanzien van het landelijk parket en het functioneel parket, alsmede ten aanzien van het mandateren van bevoegdheden van de officier van justitie, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.13.0070/II
- Datum advies
- 12 april 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 14918
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels ten aanzien van het landelijk parket en het functioneel parket, alsmede ten aanzien van het mandateren van bevoegdheden van de officier van justitie, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over het mandateren van de bevoegdheden van de officier van justitie op grond van de Gratiewet. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
De toelichting vermeldt dat bij de mandateringsregeling in artikel 3 van het ontwerpbesluit is aangesloten bij artikel 2 van het Besluit reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket. zie noot 1 In laatstgenoemd besluit werd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder m, het doen van verslag en het geven van een oordeel inzake een verzoek om gratie op grond van artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet zie noot 2 uitgezonderd van de mogelijkheid tot mandatering door de officier van justitie aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar. Het ontwerpbesluit voorziet niet meer in een mandateringsbeperking ten aanzien van de bevoegdheden uit de Gratiewet. In de toelichting staat vermeld dat met de Wet stroomlijning procedure gratieverzoeken de adviestaak van het openbaar ministerie sterk is beperkt, zodat van de situatie die oorspronkelijk aanleiding gaf om in het ingetrokken besluit te verwijzen naar artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet geen sprake meer is. zie noot 3
De Afdeling merkt op dat de Gratiewet nog steeds een adviestaak voor het openbaar ministerie bevat. Dit betreft op grond van artikel 5, vierde lid, de gevallen waarin het vonnis of arrest is gewezen door de meervoudige kamer en wanneer het openbaar ministerie de aantekening heeft geplaatst dat het wil adviseren. Daarnaast kan de Minister van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 6, tweede lid, naar aanleiding van het uitgebrachte advies om een nader advies vragen. zie noot 4 De Afdeling mist een toelichting van de regering waarom deze bevoegdheden niet van mandatering zijn uitgesloten in artikel 3 van het ontwerpbesluit. Weliswaar is met de invoering van de Wet stroomlijning procedure gratieverzoeken de adviesfunctie van het openbaar ministerie in de Gratiewet beperkt, maar juist de bevoegdheid tot het uitbrengen van advies in zwaardere zaken is gehandhaafd. zie noot 5 De Afdeling ziet thans geen goede reden waarom de beperking van de mandatering van de bevoegdheden op grond van de Gratiewet niet in artikel 3 van het ontwerpbesluit zou moeten worden opgenomen.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het vorenstaande in te gaan en het besluit zo nodig aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 2 mei 2013
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is artikel 3, eerste lid, van het besluit aangepast. Uit het nieuw toegevoegde onderdeel m volgt dat bepaalde adviestaken van het openbaar ministerie in geval van gratieverzoeken eveneens van mandatering zijn uitgesloten. Het gaat hierbij doorgaans om adviezen in zwaardere zaken, in welk geval advisering door de officier van justitie gepast is. De nota van toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om enkele actualiseringen door de voeren.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) Nota van toelichting, Artikelsgewijs, artikel 3.
(2) Artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet, zoals deze tot 1 juni 2003 luidde, bepaalde dat het openbaar ministerie over het verzoekschrift verslag deed aan het gerecht en een oordeel gaf over de beslissing die daarop ware te nemen.
(3) Nota van toelichting, Artikelsgewijs, artikel 3.
(4) Artikel 5, vierde lid, van de Gratiewet bepaalt dat in de gevallen waarin het verzoekschrift betrekking heeft op een vonnis of arrest dat is gewezen door de meervoudige kamer of waarbij het openbaar ministerie de aantekening heeft geplaatst dat het wil adviseren over te nemen besluiten inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden aan de gedetineerde, Onze Minister het verzoekschrift en zijn verslag van bevindingen naar het openbaar ministerie zendt voor advies.
Artikel 6, tweede lid, bepaalt dat indien het uitgebrachte advies daartoe aanleiding geeft, Onze Minister aan het openbaar ministerie en het gerecht nader advies kan vragen.
(5) Memorie van toelichting op de Wet stroomlijning procedure gratieverzoeken, TK 2000-2001, 27 798, nr. 3, blz. 7.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 43 kB)