Ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Zaltbommel krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan "Munnikenland").
- Kenmerk
- W14.12.0495/IV
- Datum advies
- 31 januari 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 6840
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Zaltbommel krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan "Munnikenland").
Krachtens machtiging van Uwe Majesteit heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu met een schrijven van 6 december 2012, no.RWSCD BJV 2012/2113, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Zaltbommel krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan "Munnikenland").
1.Naar aanleiding van het onderdeel van de zienswijze van reclamanten 2 die betrekking heeft op het ontbreken van minnelijk overleg met de twee vruchtgebruikers van het perceel M 54, wordt in het ontwerpbesluit het volgende overwogen. Verzoeker kon pas na het verkrijgen van een uittreksel van het Kadaster op 11 april 2012 op de hoogte zijn van de betrokken rechten van vruchtgebruik. Hij stelt zich op het standpunt dat de periode tussen 11 april 2012 en de datum van de indiening van het verzoek tot aanwijzing ter onteigening te kort moet worden geacht om nog een aanbod tot schadevergoeding te kunnen doen. Dit standpunt komt de Kroon niet onredelijk voor. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat sprake is van een overmachtssituatie, nu ook de betrokken eigenaren het vruchtgebruik niet hebben genoemd in het minnelijk overleg. De Kroon concludeert dat het achterwege blijven van een aanbod tot schadeloosstelling aan de vruchtgebruikers onder deze omstandigheden niet aan verzoeker kan worden tegengeworpen. Hierover merkt de Afdeling het volgende op.
Overmacht aan de zijde van verzoeker is in dit geval niet aannemelijk, aangezien hij het moment van indiening van het verzoek kon kiezen. De Afdeling adviseert daarom het desbetreffende tekstgedeelte in de overwegingen te schrappen.(zie noot 1) Voorts adviseert zij te onderzoeken waarom verzoeker tussen 11 april en 25 april 2012 geen aanbod tot schadeloosstelling heeft voorbereid en waarom hij ook na 25 april 2012 niet alsnog een zodanig aanbod aan de twee vruchtgebruikers heeft gedaan. Eveneens zal moeten worden onderzocht of de werken, voor de uitvoering waarvan onteigend wordt, zo urgent zijn, dat verzoeker de indiening van het verzoek niet hoefde uit te stellen. Op basis van dit onderzoek moet worden beoordeeld of is voldaan aan de voorwaarden om tot onteigening van het betrokken perceel te kunnen besluiten. Zo nodig moet de Beslissing in het ontwerpbesluit op dit punt worden aangepast.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.12.0495/IV met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.
-Op blz. 1, aan het slot van het tweede tekstblok verduidelijken dat Rijkswaterstaat namens de staatssecretaris eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van het plan en het waterschap Rivierenland het realiseert (vergelijk de opmerking daarover in de vierde en vijfde regel op blz. 10).
-Op blz. 2 van het ontwerpbesluit onder "Noodzaak en urgentie" na de woorden "een gebied met uiterwaarden" het woord "van" schrappen.
-Op blz. 4 in de laatste zin onder 2) het woord "persoonlijk" schrappen.
-Op blz. 5 in de elfde regel van het tweede tekstblok de woorden "de lagere overheid" vervangen door: de decentrale overheid. In de viertiende regel "menen" vervangen door: betogen.
-Op blz. 6 in het tweede tekstblok verduidelijken dat op 18 november 2010 een nieuw bod is besproken.
-Op blz. 6 in de twintigste tot en met drieëntwintigste regel van het tweede tekstblok de zin "Naar Ons oordeel heeft verzoeker … compensatie van gronden" vervangen door:
Naar Ons oordeel heeft verzoeker in voldoende mate geprobeerd de benodigde gronden minnelijk in eigendom te verwerven en daarbij een voor reclamanten aanvaardbare compensatie van gronden te bieden.
In de daarop volgende zin het woord "tevens" schrappen.
-Op blz. 6 vanaf de zesentwintigste regel van het tweede tekstblok de zin "Dit laat onverlet dat … te betrekken." vervangen door:
Niettemin kan het uit een oogpunt van zorgvuldigheid geboden zijn andere wijzen van schadeloosstelling dan in geld in de onderhandelingen te betrekken.
-Op blz. 7 in de achtste regel van het tweede tekstblok opnieuw de datum van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak vermelden. Vervolgens in de negende en tiende regel de zin "Dit onderdeel staat Ons dan ook niet ter beoordeling" vervangen door: Hetgeen reclamanten hebben aangevoerd, geeft Ons geen aanleiding om over de financiële uitvoerbaarheid anders te oordelen.
-Op blz. 9 onder Ad 1 aansluiten op de behandeling van een vergelijkbare zienswijze in het Koninklijk besluit van 26 oktober 2012, nr. 12.002520, houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Katwijk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Rijnoever-Noord) (Staatscourant 2012 nr. 22917, blz. 3, onder Ad1).
-Op blz. 9 de eerste twee zinnen van het laatste tekstblok vervangen door:
Voor zover reclamanten aanvoeren dat uitsluitend de gemeente Zaltbommel een onteigeningsverzoek kan doen, merken wij het volgende op. Een (decentrale) plangever draagt weliswaar verantwoordelijkheid voor de uitvoering van een bestemmings- of inpassingsplan, maar de bevoegdheid om een verzoek tot onteigening te doen komt ingevolge artikel 78 van de onteigeningswet ook aan andere bestuursorganen en rechtspersonen toe.
-Op blz. 9 in de laatste volzin van het laatste tekstblok de woorden "het rijksbelang dat is gelegen in de tijdige uitvoering" vervangen door:
het hoger algemeen belang van tijdige uitvoering.
-Op blz. 10 in de laatste zin van de eerste alinea het woord "lokale" vervangen door: decentrale.
- Op blz. 10 de laatste twee zinnen van de derde alinea vervangen door:
Aan de bedoelde tekstonderdelen komt daarom naar Ons oordeel bij de beoordeling van dit onderdeel van de zienswijze van reclamanten niet de betekenis toe die zij er aan gehecht willen zien.
-Op blz. 10 in het laatste tekstblok na de "de wet van 25 januari 1951," invoegen: houdende nadere voorzieningen in verband met de invoering van de ambten van minister zonder portefeuille en van staatssecretaris,.
-Op blz. 10 in het laatste tekstblok de woorden "aangelegenheden betreffende water" vervangen door: aangelegenheden betreffende het beleid, de uitvoering en de handhaving betreffende water.
-Op blz. 11 in de laatste zin van het derde tekstblok de woorden "als onvoldoende te bestempelen" vervangen door: onvoldoende te achten.
-Op blz. 11 in de laatste volzin, doorlopend op blz. 12, de zinsnede "niet heeft kunnen komen … van het vruchtgebruik" vervangen door: geen verantwoorde schatting van de waarde van het vruchtgebruik heeft kunnen maken.
-Op blz. 13 in de overwegingen naar aanleiding van de zienswijze van reclamante 3 alsnog ingaan op de mogelijkheid van hervestiging van haar zakelijke rechten ten behoeve van haar aardgastransportleidingen (vergelijk Koninklijk besluit van 7 mei 2012, nr. 12.001082, houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Oldambt krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Noordelijke Vaarverbinding) (Staatscourant 2012 nr. 11045, blz. 5, midden).
-Op blz. 13 de een-na-laatste volzin vervangen door: Gelet op het voorgaande, laten Wij de zienswijze van reclamant 4 buiten behandeling.
Voorts de laatste volzin schrappen, aangezien het ontwerpbesluit in de ambtshalve overwegingen niet op de bezwaren in de zienswijze van reclamant 4 ingaat.
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 februari 2013
1. De Afdeling geeft U in overweging een besluit te nemen nadat rekening is gehouden met een inhoudelijke opmerking over het aan de Afdeling voorgelegde ontwerpbesluit.
De Afdeling merkt op dat in het ontwerp besluit ten onrechte wordt geconcludeerd dat verzoeker in een overmachtsituatie verkeerde nu hij eerst kort voor de datum van zijn verzoekbesluit aan de Kroon bekend was geworden met het bestaan van het recht van vruchtgebruik op een onroerende zaak. Om die reden werd het verzoek in het ontwerp besluit toch toegewezen, ondanks dat met de vruchtgebruikers geen overleg was gevoerd en hen geen bod tot schadeloosstelling was gedaan. Naar het oordeel van de Afdeling bestond er evenwel voor verzoeker onder deze omstandigheden de mogelijkheid om ervoor te kiezen het verzoekbesluit later te nemen en ter besluitvorming voor te dragen, waarbij alsnog een bod tot schadeloosstelling van de vruchtgebruikers kon worden voorbereid en uitgebracht, dan wel de indiening van het verzoek te motiveren vanuit de urgentie van de ter plaatse uit te voeren werken. Het advies van de Afdeling kan ik bij nadere bestudering van het dossier op zich volgen. Nadere besluitvorming kan thans evenwel achterwege blijven, omdat onder meer de desbetreffende onroerende zaak minnelijk in eigendom is verworven, weshalve het verzoek in zoverre alleen al daarom wordt afgewezen.
2. Met de door de Afdeling gemaakte redactionele opmerkingen is in het ontwerpbesluit rekening gehouden.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Infrastructuur en Milieu
(1)Het betreft blz. 12, in het tweede tekstblok, het tekstgedeelte "De periode tussen … geheel of gedeeltelijk af te wijzen".
Gehele tekst ontwerpregeling (pdf, 295 kB)