Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.12.0487/III

Voorstel van wet tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2013), met memorie van toelichting.

Kenmerk
W12.12.0487/III
Datum advies
25 januari 2013
Vindplaats
Kamerstukken II 2012/2013, 33 556, nr. 4
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2013), met memorie van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 5 december 2012, no.12.002903, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2013), met memorie van toelichting.

Met het voorstel wordt een aantal wetten op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewijzigd. De wijzigingen betreffen met name het gebied van de socialezekerheidswetgeving. Het wetsvoorstel behelst onder andere wijzigingen die voortvloeien uit door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en Sociale Verzekeringsbank aangedragen knelpunten in de uitvoering. Hiernaast dienen enkele voorstellen ter verduidelijking en nadere invulling van eerder gemaakte beleidskeuzes en het herstellen van omissies.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een opmerking met betrekking tot de door verzekeringsartsen bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling te hanteren verzekeringsgeneeskundige protocollen. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het voorstel wenselijk is.

1. Verzekeringsgeneeskundige protocollen
In de verschillende arbeidsongeschiktheidswetten wordt voorgeschreven dat een verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik maakt van de bij ministeriële regeling vastgelegde wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen.(zie noot 1) Thans zijn op grond van dat voorschrift verzekeringsgeneeskundige protocollen vastgelegd in de Regeling verzekeringsgeneeskundige protocollen. Dit betreft protocollen die zijn opgesteld door de Gezondheidsraad en de beroepsvereniging van verzekeringsartsen, de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde.(zie noot 2) Door het vastleggen bij ministeriële regeling is voor verzekeringsartsen duidelijk welke wetenschappelijke inzichten zij dienen te hanteren bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.

Met het voorstel wordt de eis dat die wetenschappelijke inzichten bij ministeriële regeling zijn vastgelegd geschrapt.(zie noot 3) Blijkens de toelichting past het vastleggen van een protocol in een ministeriële regeling naar de huidige inzichten niet bij een geneeskundige richtlijn, onder andere omdat verzekeringsartsen vanuit de medische optiek geredeneerd protocollen moeten gebruiken.(zie noot 4)
Begrijpt de Afdeling de toelichting goed, dan zijn verzekeringsartsen thans al uit andere hoofde dan de in voetnoot 1 genoemde artikelen verplicht om bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling protocollen te gebruiken. Dan rijst de vraag waarom het voorschrift dat de verzekeringsarts bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling zo veel mogelijk gebruik maakt van wetenschappelijke inzichten nog een plaats in de wet moet houden. De toelichting gaat daar niet op in.

De Afdeling adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan en zo nodig het voorstel aan te passen.

2. Invoering op de BES
De toelichting gaat niet in op de vraag of de bestuurscolleges van de verschillende BES-eilanden naar aanleiding van de in artikel XVIII voorgestelde wijziging van de Wet ongevallenwet BES, waarmee de maximering van het dagloon in die wet wordt geïntroduceerd, een verzoek hebben gedaan tot overleg.(zie noot 5) De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.

3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.12.0487/III met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.

- In artikel I, onderdeel A, ook voorzien in wijziging van artikelen 14a, derde lid, 15a, eerste en tweede lid, 24, tweede lid, en 24c, derde lid, onder b, van de Algemene Kinderbijslagwet, de toelichting hiermee in overeenstemming brengen, en daarbij tevens rekening houden met het vervallen van artikel 17f van de Algemene Kinderbijslagwet met ingang van 1 januari 2013.
- In het in artikel VIII, onderdeel B, voorgestelde artikel 3:12, derde lid, van de Wet arbeid en zorg de zinsnede "ten gunste van de werknemer of gelijkgestelde" wijzigen in "ten gunste van de gelijkgestelde". (Het artikel heeft alleen betrekking op de vrouwelijke gelijkgestelde die geen werkgever heeft.)
- In de in artikel XXII, onderdeel G, voorgestelde wijziging van artikel 53a, derde lid, van de Wet werk en bijstand, rekening houden met Artikel XXXIV (samenloopbepaling wetsvoorstel huisbezoeken) van de Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op de bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 2011, 650, blz. 34).
- In het in artikel XXIII, onderdeel C, voorgestelde artikel 13a, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen "gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid" vervangen door: gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid.
- Bij de redactie van artikel XXIII, onderdeel L, rekening houden met het feit dat artikel 61 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen geen negende lid kent.
- In de toelichting op artikel XXI, onderdeel A, onder 1, en onderdeel C, onder 1, ingaan op de verhouding van deze wijziging tot de Wet van 27 september 2012 tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid teneinde deze in overeenstemming te brengen met de motie van het voormalige Eerstekamerlid Jurgens c.s. (Stb. 2012, 657).
- In de toelichting op artikel XXVIII nader motiveren waarom het wenselijk is dat de uitvoeringskosten van het UWV geheel worden gefinancierd via de publieke premie.
- In de toelichting op artikel XXX de daarin aangekondigde terugwerkende kracht van bepaalde artikelen motiveren.


Nader rapport (reactie op het advies) van 15 februari 2013

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert rekening te houden met de onderstaande opmerking alvorens het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

1. Verzekeringsgeneeskundige protocollen
Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling advisering dat niet duidelijk wordt waarom het voorschrift dat de verzekeringsarts bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling zo veel mogelijk gebruik maakt van wetenschappelijke inzichten nog een plaats in de wet moet houden, is de memorie van toelichting aangevuld met een motivering van het in de wet handhaven genoemd voorschrift.

2. Invoering op de BES
Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling advisering dat de toelichting niet ingaat op de vraag of de bestuurscolleges van Caribisch Nederland naar aanleiding van de in artikel XVIII voorgestelde wijziging van de Wet ongevallenverzekering BES een verzoek hebben gedaan tot overleg, is de memorie van toelichting aangevuld met een passage waarin wordt ingegaan op de wijze waarop de bestuurscolleges zullen worden geïnformeerd over deze aanpassing.

3. Redactionele kanttekeningen
De redactionele kanttekeningen van de Afdeling advisering met betrekking tot het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn overgenomen.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting nog enkele technische wijzigingen en aanvullingen door te voeren.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de daarbij behorende gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid


(1) Artikelen 18, tiende lid, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 2, tiende lid, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 2:5, zevende lid, en 3:1, tiende lid, Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, 6, zesde lid, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en 19ab, zesde lid, Ziektewet.
(2) Zie onder andere de nota van toelichting bij de Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 maart 2011, nr. IVV/LZW/10/23474,tot wijziging van de Regeling verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de toevoeging van vier nieuwe protocollen (Stcrt. 2011, 5263).
(3) Artikelen IX, onderdeel A, X, onderdeel A, XXI, onderdeel A, onder 2 en onderdeel C, onder 2, XXIII, onderdeel A, en XXV, onderdeel B van het voorstel.
(4) Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting op artikel IX, onderdeel A.
(5) Artikelen 207 en 208 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bieden een basis voor overleg over onderwerpen die voor het openbaar lichaam van belang zijn. Deze bepalingen impliceren tenminste dat de bestuurscolleges van voornemens op de hoogte worden gesteld (zie ook advies W05.11.0488/I, Kamerstukken II 2011/12, 33 187, nr. 4).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 174 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon