Ontwerpbesluit houdende nadere regels over de werkwijze van de kamer, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet College voor de rechten van de mens (Besluit werkwijze onderzoek gelijke behandeling), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.11.0178/II
- Datum advies
- 16 juni 2011
- Vindplaats
- Staatscourant 2012, nr. 18434
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende nadere regels over de werkwijze van de kamer, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet College voor de rechten van de mens (Besluit werkwijze onderzoek gelijke behandeling), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 25 mei 2011, no.11.001259, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels over de werkwijze van de kamer, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet College voor de rechten van de mens (Besluit werkwijze onderzoek gelijke behandeling), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit regelt de wijze waarop het toekomstige College voor de rechten van de mens verzoeken om een oordeel over het maken van onderscheid zal behandelen en uit eigen beweging onderzoek zal doen naar verboden onderscheid. Het besluit vervangt het Besluit werkwijze Commissie gelijke behandeling, waarvan de meeste bepalingen zijn overgenomen. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen met betrekking tot de regeling van meervoudige en enkelvoudige kamers. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Meervoudige en enkelvoudige kamers
In artikel 2 wordt het besluit zowel van toepassing verklaard op de behandeling van een zaak door een enkelvoudige als door een meervoudige kamer. Daarmee is evenwel nog niet geregeld dat het College uit haar midden kamers kan vormen. Evenmin is in het besluit geregeld dat degene die zitting heeft in een enkelvoudige kamer de bevoegdheden heeft van de voorzitter van de meervoudige kamer, zoals dit wel is geregeld in het Besluit werkwijze Commissie gelijke behandeling. Uit de toelichting blijkt niet waarom deze bepaling hier achterwege is gelaten.
Voorts meldt de toelichting wel dat tijdens het onderzoek verwijzing van een enkelvoudige naar een meervoudige kamer of andersom mogelijk is, doch dit wordt in het besluit evenmin geregeld.
De Afdeling adviseert het besluit op bovengenoemde punten aan te vullen.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.11.0178/II met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.
- Artikel 21, tweede lid, overeenkomstig aanwijzing 53 Ar, als volgt formuleren:
2. Deze redenen worden in het verslag van de zitting opgenomen.
- Tekst en toelichting van artikel 29, vierde lid, op elkaar afstemmen met betrekking tot de termijn dat stukken minimaal ter inzage moeten worden gelegd binnen de spoedprocedure.
Nader rapport (reactie op het advies) van 24 augustus 2012
1. Het advies is gevolgd. Artikel 2 en de toelichting daarbij zijn aangevuld.
2. De kanttekeningen zijn overgenomen.
3. Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om de wijze van aanhalen van richtlijnen van de Europese Unie (in de aanhef van het ontwerp-besluit en in de nota van toelichting) aan te passen aan de huidige tekst van aanwijzing 89 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar). Verder is de vermelding van vindplaatsen in het Staatsblad (in artikel 1, onder c, onderdelen 7° en 8°) aangepast aan de huidige tekst van Ar 90. Ten slotte is de nota van toelichting aangevuld met passages over de ontvankelijkheid van belangenorganisaties en het anonimiseren van oordelen (in de paragraaf over de internetconsultatie en in de toelichting bij de artikelen 6 en 7) en over het indienen van een verzoek om een oordeel door meerdere partijen gezamenlijk (toelichting bij de artikelen 6 en 7).
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie