Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit interoperabiliteit, het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007, het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen, het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet, het Besluit voorwaardelijke toegang en het Frequentiebesluit 2012, ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen (Besluit implementatie herziene telecommunicatierichtlijnen), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.11.0472/IV
- Datum advies
- 23 maart 2012
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 6781
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit interoperabiliteit, het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007, het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen, het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet, het Besluit voorwaardelijke toegang en het Frequentiebesluit 2012, ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen (Besluit implementatie herziene telecommunicatierichtlijnen), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 9 november 2011, no.11.002684, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit interoperabiliteit, het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007, het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen, het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet, het Besluit voorwaardelijke toegang en het Frequentiebesluit 2012, ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen (Besluit implementatie herziene telecommunicatierichtlijnen), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot implementatie van twee Europese wijzigingsrichtlijnen op het gebied van de elektronische communicatie, te weten richtlijn 2009/136/EG (richtlijn burgerrechten)(zie noot 1) en richtlijn 2009/140/EG (richtlijn betere regelgeving).(zie noot 2) Met deze wijzigingsrichtlijnen wordt een actualisering van het Europese regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector gerealiseerd.
Het Europese kader op het terrein van elektronische communicatie bestaat uit vijf richtlijnen, te weten richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn), richtlijn 2002/20/EG (Machtigingsrichtlijn), richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn), richtlijn 2002/22/EG (Universeledienstrichtlijn) en richtlijn 2002/58/EG (Bijzondere privacyrichtlijn). Deze richtlijnen strekken in overwegende mate tot volledige harmonisatie. Zij zijn in het verleden in het Nederlands recht omgezet, voornamelijk in de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde regelgeving. De twee wijzigingsrichtlijnen worden grotendeels geïmplementeerd via een wijziging van de Telecommunicatiewet.(zie noot 3) Het ontwerpbesluit strekt ter uitvoering van de aldus gewijzigde Telecommunicatiewet en is het sluitstuk van de implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen.
Het ontwerpbesluit heeft in hoofdzaak betrekking op drie onderwerpen: de interoperabiliteit (de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, geregeld in het Besluit interoperabiliteit), de universele dienstverlening (gebruikersrechten, geregeld in het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen) en de toewijzing en het gebruik van frequentieruimte (geregeld in het Frequentiebesluit 2012).
De Afdeling advisering onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen over met name de toegankelijkheid tot het elektronische en telefoonverkeer en de kostenopslag. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Kostenopslag
Bij informatiediensten kan doorgaans een onderscheid worden gemaakt tussen de verkeerskosten, die de provider in rekening brengt voor de communicatiedienst (gebruik van het netwerk), en de kosten voor de informatiedienst zelf. Deze laatste kosten worden doorvergoed aan de informatieverstrekker. Om de toegankelijkheid van dergelijke en andere diensten te garanderen, bepaalt het voorgestelde artikel 5, tweede lid, van het Besluit interoperabiliteit voor een groep bijzondere nummers, dat de door eindgebruikers (consumenten) aan de provider te betalen vergoeding niet hoger mag zijn dan de normale kosten voor gebruik van het netwerk (gewoon telefoonverkeer zonder bijzondere dienst, de verkeerskosten), vermeerderd met de eventuele afdracht aan de nummerbeheerder.(zie noot 4) De provider mag de consumenten niets extra in rekening brengen over de aan de informatieleverancier door te betalen vergoeding van het informatietarief, tenzij noodzakelijk om de extra kosten te dekken. Zodoende wordt beoogd tegen te gaan dat providers het bellen naar bepaalde servicenummers door extra hoge tarieven voor deze nummers zouden ontmoedigen.
Het is de Afdeling echter niet duidelijk op welke wijze daadwerkelijk ontmoediging wordt voorkomen. Immers, het onderscheid tussen het normale verkeerstarief en de extra kosten die de provider maakt voor de informatiedienst wordt in de voorgestelde tariefstructuur niet duidelijk kenbaar gemaakt. Het is daarom denkbaar dat de voorgestelde structuur leidt tot verschuivingen binnen de aan de consumenten berekende kostenopbouw. Dit alles doet afbreuk aan de transparantie van het tariefsysteem en daarmee aan de toegankelijkheid voor de eindgebruiker.(zie noot 5)
De Afdeling adviseert om in het belang van de toegankelijkheid en de transparantie voor de eindgebruiker het onderscheid tussen beide tariefsoorten, het verbod om meer te berekenen dan de verkeerskosten vermeerderd met de afdracht aan de nummerbeheerder, alsmede de handhaafbaarheid hiervan in de toelichting nader uiteen te zetten en, waar nodig, sluitend te regelen.(zie noot 6)
2. Toegankelijkheid voor gehandicapten
Het nieuwe artikel 7 van de Universeledienstrichtlijn vereist de betaalbare toegang tot telecommunicatiediensten voor eindgebruikers met een handicap, in het bijzonder ten aanzien van het vaste telefoonverkeer en de telefoongids. In de versie van het ontwerpbesluit die ter internetconsultatie was gepubliceerd, waren daarover bepalingen opgenomen. Deze ontbreken in de aan de Afdeling voorgelegde versie. Er is hier sprake van een recht voor gehandicapten, dat omzetting behoeft. Daarom geeft de Afdeling de regering in overweging om aan te geven op welke wijze zij voornemens is om aan het aangepaste artikel 7 invulling te geven en in het bijzonder welke reikwijdte daarbij wordt toegekend aan het begrip ‘eindgebruikers met een handicap’.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.11.0472/IV met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.
- In de aanhef van het ontwerpbesluit een verwijzing naar richtlijn 2009/140/EG opnemen.
- In de aanhef de grondslag voor artikel II opnemen.
- In de aanhef een verwijzing naar artikel 3.19a van de Telecommunicatiewet opnemen in verband met artikel VI, onderdeel A (Frequentiebesluit 2012).
- In de aanhef de verwijzing naar de artikelen 7.1, eerste, tweede en vierde lid, alsmede 7.3 van de Telecommunicatiewet schrappen.
- In de aanhef de verwijzing naar het (nieuwe) artikel 9.5 van de Telecommunicatiewet schrappen, nu het geen grondslag bevat voor artikel IV, tenzij het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet aan artikel 9.5 zou worden aangepast.
- Artikel I, onderdeel B: artikel 2 van het Besluit interoperabiliteit verplicht het tot stand brengen en waarborgen van eind- tot eindverbindingen in Nederland. Het gewijzigde artikel 28 van de Universeledienstrichtlijn echter beziet de te garanderen totstandkoming van telefoonverbindingen binnen het Europese grondgebied, net als de te wijzigen artikelen 3, 4 en 5 van het Besluit interoperabiliteit. Nu de opzet en de formulering van de genoemde artikelen 2 tot en met 5 onderling verschillen, maar inhoudelijk op vergelijkbare materie betrekking hebben, bezien of deze artikelen naar inhoud en in bewoordingen kunnen worden geharmoniseerd.
- In artikel II ‘onderdeel l’ vervangen door: onderdeel k.
- In artikel III, onderdeel A, in het voorgestelde artikel 2.13, derde lid, ‘bedoeld in het tweede lid’ vervangen door: bedoeld in het eerste lid.
- In artikel III, onderdeel B, de aanhef vervangen door: Het opschrift van paragraaf 3.3. komt te luiden.
- Ten aanzien van artikel III, onderdeel F (het voorgestelde artikel 4.3) toelichten welke verwachte situaties zich zullen voordoen die delegatie van regelgevende bevoegdheid aan een minister rechtvaardigen (zie aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
- In artikel VI, onderdeel A (de voorgestelde wijzigingen in artikel 18 van het Frequentiebesluit 2012) de verwijzing naar artikel 3.20 van de Telecommunicatiewet schrappen, omdat genoemd artikel 3.20 geen basis biedt tot het stellen van nadere voorschriften bij algemene maatregel van bestuur.
- In artikel VI, onderdeel B, in het voorgestelde artikel 18c, vijfde lid, de aanhef wijzigen in: Toestemming wordt in ieder geval geweigerd, indien:.
- In de nota van toelichting ten aanzien van artikel III, onderdeel D, eerste lid, onder d, van het voorgestelde artikel 3.5, toelichten of het (bij maximale belasting te grote) aantal aansluitingen op het internet (de ‘overboekingsfactor’), een aan de consumenten te verstrekken gegeven vormt in plaats van de lastig vast te stellen snelheid van het internet.
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 mei 2012
1. De opmerking van de Afdeling dat artikel 5, tweede lid, zal leiden tot verschuivingen in de kostenopbouw of de tariefstructuur en daarmee tot intransparantie van het tariefsysteem, wordt om de volgende redenen niet onderschreven:
In de eerste plaats heeft deze opmerking van de Afdeling uitsluitend betrekking op betaalde informatienummers, dat wil zeggen de reeksen 0900, 0906, 0909 en 18. Bij de overige niet-geografische nummers genoemd in artikel 5, tweede lid, van het Besluit Interoperabiliteit is geen sprake van een informatietarief, maar uitsluitend van een verkeerstarief. Artikel 5, tweede lid, kan bij deze groep niet-geografische nummers reeds daarom niet leiden tot intransparantie van het tariefsysteem.
In de tweede plaats wordt opgemerkt dat in artikel 5, tweede lid, van het Besluit interoperabiliteit geen tariefstructuur voor betaalde informatienummers wordt voorgesteld. Artikel 5, tweede lid, regelt uitsluitend dat geen tariefdiscriminatie is toegestaan voor oproepen naar niet-geografische nummers ten opzichte van geografische nummers, zodat de toegang tot deze nummers en diensten die ermee worden aangeboden niet wordt belemmerd en het gebruik niet wordt ontmoedigd.
In de derde plaats wordt de transparantie van de verkeerstarieven en de informatietarieven voor betaalde informatienummers gewaarborgd in de Regeling Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen (Rude): enerzijds in de bepalingen die zien op transparantie van de gepubliceerde (verkeers)tarieven van telefonieaanbieders (artikel 3.2 en bijlage 1), anderzijds in de bepalingen over transparantie van tarieven van betaalde informatienummers (artikelen 3.2a-b en 3.2d-f). Artikel 5, tweede lid, laat deze waarborgen onverlet.
In de vierde plaats heeft artikel 5, tweede lid, van het Besluit interoperabiliteit als doel dat toegang tot niet-geografische nummers en de diensten `achter` die nummers niet wordt ontmoedigd door discriminerende verkeerstarieven van de telefonieaanbieders voor die nummers. Voor zover artikel 5, tweede lid, zal leiden tot verschuivingen in de kostenopbouw die aan de consument wordt berekend, kan hiervan slechts sprake zijn indien de nummergebruiker ervoor kiest om het informatietarief voor zijn dienst te verhogen wanneer de originerende telefonieaanbieder (vanwege artikel 5, tweede lid) het verkeerstarief verlaagt. Een dergelijke stijging van het informatietarief is een vrije keuze van de nummergebruiker en is geen discriminerend tarief in de zin van artikel 5, tweede lid, van het Besluit interoperabiliteit.
Tenslotte heeft artikel 5, tweede lid, geen effect op de wijze waarop de kosten van een eventueel verstrekte telefoon (de zogenoemde handset subsidie) worden meegerekend in het verkeerstarief dat voor een oproep bij de beller in rekening worden gebracht. Dat bij 0800-nummers de handset subsidie niet mag worden verwerkt in het verkeerstarief, vloeit voort uit het feit dat bij oproepen naar 0800-nummers niet de beller maar de gebelde de verkeerskosten voor de oproep betaalt. Het is niet redelijk te verlangen dat bij een oproep naar een 0800-nummer de gebelde de mobiele telefoon van de beller subsidieert.
2. Aan deze opmerking van de Afdeling advisering wordt tegemoet gekomen middels een apart ontwerp van een algemene maatregel van bestuur tot wijziging van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen dat onlangs is voorgelegd aan de Afdeling advisering. Met die algemene maatregel van bestuur wordt invulling gegeven aan het aangepaste artikel 7 van de Universele dienstrichtlijn.
3. Aan de redactionele kanttekeningen is voor het merendeel tegemoet gekomen. Aan de volgende redactionele punten behoeft geen uitvoering te worden gegeven:
De verwijzing naar artikel 9.5 van de wet is gehandhaafd omdat dit artikel de grondslag bevat voor artikel III van dit besluit.
De formulering van de artikelen 2 tot en met 5 van het Besluit interoperabiliteit is gehandhaafd, omdat deze artikelen ieder voor zich zien op verschillende onderdelen van artikel 28 van de Universeledienstrichtlijn. Artikel 2 van het Besluit interoperabiliteit waarborgt eind- tot eindverbindingen binnen Nederland. Dit artikel is destijds opgenomen om te verzekeren dat nieuwkomers op de telefoniemarkt een volwaardige telefoondienst kunnen leveren. De artikelen 3 tot en met 5 vormen de implementatie van het gewijzigde artikel 28 van de Universeledienstrichtlijn. Artikel 3 ziet op oproepen van Nederlandse eindgebruikers naar eindgebruikers binnen de Europese Unie. Artikel 4 ziet op oproepen van eindgebruikers binnen de Europese Unie naar eindgebruikers in Nederland. Artikel 5 ziet specifiek op de toegang tot niet-geografische nummers en diensten die via deze nummers worden aangeboden en adresseert de tariefdiscriminatie die zich in de praktijk voordoet en deze toegang belemmert. De wijzigingen voortvloeiend uit de gewijzigde Universeledienstrichtlijn zijn binnen de bestaande systematiek van het Besluit interoperabiliteit doorgevoerd. Daarmee blijft voor de normadressanten duidelijk aan welke verplichtingen zij concreet moeten voldoen.
4. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om een aantal wijzigingen in het ontwerpbesluit aan te brengen:
Ten eerste is de reikwijdte van artikel 5, tweede lid, van het Besluit interoperabiliteit uitgebreid naar aanbieders van openbare telefoondiensten en van openbare elektronische communicatienetwerken, omdat gebleken is dat in de praktijk deze problematiek breder is dan mobiele telecommunicatie alleen. Voorts is de aanduiding van de in artikel 5, tweede lid, genoemde nummers aangepast aan de aanduiding van deze nummerreeksen in het nummerplan. De toelichting is op deze punten aangepast.
Ten tweede zijn de artikelen omtrent gedwongen verkoop (artikel V, wijziging van het Frequentiebesluit) omgenummerd en is onderdeel a van artikel 15d, tweede lid, gewijzigd. Voorts is artikel V aangepast in verband met de inwerkingtredingsdatum van dit besluit in relatie tot het latere tijdstip van inwerkingtreding van het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de Nota frequentiebeleid 2005 (Kamerstukken II 2007/2008, 31 412, nr. 2).
Ten derde is de inwerkingtredingsbepaling gewijzigd teneinde het wetsvoorstel “Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen” (Kamerstukken II 2010/2011, 32549, nr. 2) en dit besluit spoedig in werking te laten treden, alsmede een beperkt aantal bepalingen van de Wet van 22 december 2011 tot aanpassing van een aantal wetten op het terrein van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie naar aanleiding van de departementale herindeling en het herstel van enkele wetstechnische gebreken en leemten (Staatsblad 2012, 19).
Tenslotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in het ontwerp-besluit een aantal redactionele verbeteringen door te voeren.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
(1) Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (PbEU 2009, L 337).
(2) Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (PbEU 2009, L 337).
(3) Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen (Kamerstukken 32 549).
(4) Zie de nota van toelichting op artikel I, onderdeel E.
(5) In dat verband is een complicatie dat bij het bellen naar gewone nummers de kosten van de verstrekte telefoon (de zogenoemde ‘handset subsidie’) mogen worden meegerekend in de verkeerskosten, maar niet, zo meldt de nota van toelichting, bij het bellen naar 0800 nummers (‘SIM only-tarieven’); zie de nota van toelichting op artikel I, onderdeel E.
(6) De kosten voor de informatiedienst zelf zijn niet aan een maximum gebonden.