Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening (mogelijkheid vaststellen subsidieplafond).
- Kenmerk
- W14.11.0459/IV
- Datum advies
- 6 januari 2012
- Vindplaats
- Staatscourant 2012, nr. 2940
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening (mogelijkheid vaststellen subsidieplafond).
Bij Kabinetsmissive van 9 november 2011, no.11.002658, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening (mogelijkheid vaststellen subsidieplafond), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in een grondslag voor vaststelling van een subsidieplafond bij ministeriële regeling.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
Het Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening bevat de voorwaarden waaraan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: StAB) dient te voldoen om in aanmerking te komen voor de door de Minister van Infrastructuur en Milieu te verstrekken subsidie. Met het ontwerpbesluit wordt aan deze voorwaarden de mogelijkheid toegevoegd om bij ministeriële regeling een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht vast te stellen.(zie noot 1)
In de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit wordt vermeld dat de subsidieregeling voor de StAB geen open einde financiering betreft en dat met de StAB is afgesproken dat financiering afhankelijk wordt gesteld van een jaarlijks vast te stellen subsidieplafond. De Afdeling onderkent dat een subsidieplafond een geschikt instrument is om de kosten van een subsidieregeling te beheersen als op voorhand niet duidelijk is hoeveel aanvragen voor subsidie zullen worden gedaan en het budget beperkt is.(zie noot 2) In dit geval kan echter alleen de StAB aanspraak maken op de subsidie. Niet zonder meer is duidelijk waarom in die situatie wordt gekozen voor de constructie van een bij ministeriële regeling vast te stellen subsidieplafond.
Bovendien is opname van een dergelijk plafond bij ministeriële regeling ook niet nodig voor het beheersen van de kosten. In artikel 8.8 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 20.17 van de Wet milieubeheer is bepaald dat de Minister aan de StAB subsidie verstrekt voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede taakuitoefening. In deze bepalingen ligt de norm besloten die in acht genomen moet worden bij de bepaling van de hoogte van de subsidie, die plaatsvindt in de besluiten tot verlening en vaststelling van subsidie.
Het voorgaande in aanmerking nemend adviseert de Afdeling in de toelichting aan te geven waarom voor deze subsidieregeling voor de vaststelling van een subsidieplafond bij ministeriële regeling is gekozen om de kosten te beheersen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 19 januari 2012
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State merk ik het volgende op.
In de artikelen 8.8 van de Wet ruimtelijke ordening en 20.17 van de Wet milieubeheer is bepaald dat de Minister van Infrastructuur en Milieu de stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening subsidie verleent voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede taakuitoefening van de stichting. Die bepaling is, blijkens de wetsgeschiedenis, opgenomen teneinde te voorkomen dat er sprake zou zijn van een zogenoemde open einde-financiering. Omdat de tekst op dat punt voor meerdere interpretaties vatbaar blijkt, is het wenselijk expliciet te maken dat er een maximumbedrag geldt voor deze subsidie. Daarvoor is een grondslag voor het vaststellen van een subsidieplafond nodig.
De Minister van Infrastructuur en Milieu
(1) Ingevolge artikel 4:22 wordt onder subsidieplafond verstaan: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.
(2) Zie Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, blz. 45-46.