Ontwerpbesluit houdende regels over op afstand uitleesbare meetinrichtingen (Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.11.0277/IV
- Datum advies
- 7 september 2011
- Vindplaats
- Staatscourant 2011, nr. 19934
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels over op afstand uitleesbare meetinrichtingen (Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2011, no.11.001740, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels over op afstand uitleesbare meetinrichtingen (Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit bevat eisen waaraan op afstand uitleesbare meters voor gas en elektriciteit (slimme meters) moeten voldoen alsmede aanvullende regels over de gevallen waarin de netbeheerder dergelijke meters ter beschikking moet stellen.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Uitbreiding tot recent gerenoveerde gebouwen
In artikel 26ad, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en in artikel 13d, eerste lid van de Gaswet, zijn de gevallen geregeld, waarin de netbeheerder tot taak heeft ervoor te zorgen dat aan een afnemer een op afstand uitleesbare meter ter beschikking wordt gesteld. Ingevolge het tweede lid van artikel 26ad, en het tweede lid van artikel 13d, van deze wetten, kunnen bij algemene maatregel van bestuur nog andere situaties worden bepaald waarin de netbeheerder tot taak heeft ervoor te zorgen dat aan kleinverbruikers een slimme meter ter beschikking wordt gesteld. Ingevolge artikel 2, eerste en tweede lid, van het ontwerpbesluit worden als andere situaties aangemerkt, een verbetering van de energieklasse van een gebouw naar energieklasse B, dan wel een verbetering met minimaal twee energieklassen. Ingevolge artikel 10, eerste en tweede lid, van dit besluit geldt deze verplichting niet alleen voor gebouwen waarvan de energieprestatie na inwerkingtreding van dit besluit verbetert, maar ook voor gebouwen waarvan de energieprestatie tussen 23 januari 2008 en de datum van inwerkingtreding verbeterd is. Volgens de toelichting bij artikel 2 en 10 is dit de datum waarop het convenant Energiebesparing bestaande gebouwen (Meer met Minder) is ondertekend.
De Afdeling wijst erop dat de uitbreiding van de verplichting tot in de afgelopen drie jaar gerenoveerde gebouwen ertoe leidt dat energiebedrijven die bij deze renovaties geen slimme meter ter beschikking hebben gesteld, deze alsnog aan de gebruikers ter beschikking moeten stellen. Naar het oordeel van de Afdeling is dit een voor de bedrijven belastende maatregel die in de toelichting dragend gemotiveerd moet worden. De toelichting bevat geen motivering en evenmin enige indicatie over het aantal gevallen waarin recent geïnstalleerde conventionele meters moeten worden vervangen door slimme meters en wat de kosten zijn voor netbeheerders.
De Afdeling adviseert de uitbreiding van de verplichting tot in de afgelopen drie jaar gerenoveerde gebouwen nader te motiveren.
2. Afbakening bevoegdheden toezichthouders
Volgens paragraaf 4 van de toelichting is de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) belast met het toezicht op de naleving van dit besluit. Op de automatische verwerking van gegevens over energieverbruik is de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing en is het College bescherming persoonsgegevens (CBP) de aangewezen toezichthouder. De NMa heeft bij de voorbereiding van dit besluit verzocht om verduidelijking van de verdeling van toezichtstaken tussen de NMa en het CBP. In de toelichting wordt hierop geantwoord dat bij samenloop beide toezichthouders bevoegd zijn, en dat hiervan niet kan worden afgeweken in het besluit. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zal met de NMa in gesprek blijven over de wijze waarop deze invulling kan geven aan diens rol als toezichthouder, aldus de toelichting.
De Afdeling is van oordeel dat uit deze toelichting onvoldoende duidelijk wordt waarom een nadere afbakening van de bevoegdheden tussen NMa en CBP niet nodig is.(zie noot 1) Zij acht het noodzakelijk dat in de toelichting nader wordt ingegaan op de taakverdeling van beide toezichthouders en de manier waarop deze concreet worden ingevuld. In dit verband wijst de Afdeling op de antwoorden van de minister op vragen van de vaste commissie Economische Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, waarin concrete voorbeelden worden gegeven.(zie noot 2)
De Afdeling adviseert in de toelichting nader op deze taakafbakening in te gaan.
3. Op afstand onderbreken en hervatten van gaslevering
Ingevolge artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van het ontwerpbesluit is een meetinrichting voor gas geschikt om op afstand de levering van gas te onderbreken en te hervatten. Volgens de toelichting bij artikel 4, eerste lid, onderdeel f, gaat het - net als bij de levering van elektriciteit - om de mogelijkheid om op afstand de levering stop te zetten en weer te hervatten bij leegstand, verhuizing en langdurige betalingsachterstand. Ingevolge het vierde lid van artikel 5 is de eis dat een meter geschikt is om de levering van gas op afstand te onderbreken en te hervatten niet van toepassing op aansluitingen met een capaciteit van meer dan 10 m3 (n) per uur. Volgens de toelichting en het verslag van de internetconsultatie(zie noot 3) kan het bij deze aansluitingen in de praktijk in verband met de veiligheid onwenselijk zijn om op afstand de levering van gas te onderbreken en hervatten. De toelichting besteedt geen aandacht aan de veiligheidsaspecten van het op afstand onderbreken en hervatten van de levering van gas bij kleinere aansluitingen. Ook bij die aansluitingen kunnen veiligheidsrisico's verbonden zijn aan het op afstand hervatten van het transport. Dit geldt in het bijzonder voor situaties waarin de levering geruime tijd onderbroken is geweest.(zie noot 4)
De Afdeling adviseert in de toelichting op deze veiligheidsaspecten in te gaan.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 20 oktober 2011
1. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is besloten van de uitbreiding af te zien, door artikel 10 van het ontwerpbesluit te schrappen. Oorspronkelijk was een eerdere inwerkingtreding van dit besluit voorzien, waardoor de uitbreiding betrekking had op minder gevallen.
2. In reactie op het advies van de Afdeling om in de toelichting nader in te gaan op de taakverdeling van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en het College bescherming persoonsgegevens en de manier waarop deze concreet worden ingevuld, is paragraaf 4 van de nota van toelichting uitgebreid.
3. De toelichting op artikel 5 is aangevuld in reactie op het advies van de Afdeling om in de toelichting in te gaan op de veiligheidsaspecten van het op afstand hervatten van de transport van gas aan kleinverbruikers, in het bijzonder voor situaties waarin de levering geruime tijd onderbroken is geweest.
4. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele wijzigingen in het Besluit kostenoverzicht energie op te nemen in het ontwerpbesluit. De wijziging in artikel 2 van het Besluit kostenoverzicht energie zorgt ervoor dat op kostenoverzichten voor grootverbruikers geen vergelijking met een gemiddelde genormaliseerde of benchmark-energieafnemer van dezelfde verbruikerscategorie hoeft te worden vermeld. Dit omdat bij deze verbruikerscategorie meestal geen bruikbare benchmark is op te stellen.
De toevoeging van artikel 5a ziet op de nieuwe grondslag voor het Besluit kostenoverzicht energie ten aanzien van kleinverbruikers, die voortvloeit uit de inwerkingtreding van de Wet houdende wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt. Gelijktijdig met deze inwerkingtreding wordt de reikwijdte van de artikelen 4 tot en met 6 van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie, waarop het Besluit kostenoverzicht energie momenteel is gebaseerd, beperkt tot grootverbruikers.
Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in het ontwerpbesluit en de toelichting enkele redactionele verbeteringen aan te brengen en de datum voor de eerste fase van inwerkingtreding van het besluit te bepalen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
(1) Zie bijvoorbeeld de samenloopregeling in de artikelen 18, eerste lid, en 70, tweede lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) voor de samenloop van bevoegdheden tussen de NMa en de Nederlandse Zorgautoriteit.
(2) Kamerstukken II 2010/11, 32 373, nr. 12, blz. 2.
(3) Consultatieverslag ontwerpbesluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen, 7 juli 2011, paragraaf 3. Zie http://www.internetconsultatie.nl/besluitmetereisen/document/383
(4) De Afdeling denkt daarbij aan tijdens de afsluiting ontstane lekkages in de gasleidingen.