Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang in verband met aanpassingen van de maximum uurprijs, de bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen en de percentagetabellen voor kinderopvangtoeslag, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W05.10.0361/I
- Datum advies
- 5 augustus 2010
- Vindplaats
- Staatscourant 2010, nr. 15762
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang in verband met aanpassingen van de maximum uurprijs, de bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen en de percentagetabellen voor kinderopvangtoeslag, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 23 juli 2010, no.10.002107, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang in verband met aanpassingen van de maximum uurprijs, de bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen en de percentagetabellen voor kinderopvangtoeslag, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit verhoogt de in het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang (Besluit kinderopvangtoeslag) geregelde maximumuurprijzen van de verschillende opvangsoorten in verband met de jaarlijkse indexering. Verder worden de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen in de toeslagtabel kinderopvang geïndexeerd en de percentages voor de toeslag neerwaarts aangepast, zodat ouders meer gaan betalen aan kinderopvang.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij kanttekeningen met betrekking tot de motivering van het ontwerpbesluit, de kinderopvangtoeslag voor tweede en latere kinderen van personen met hogere inkomens en de gevolgde voorhangprocedure.
1. Motivering van het ontwerpbesluit
Blijkens de toelichting is de aanleiding voor dit ontwerpbesluit de structurele overschrijding op de kinderopvangtoeslag. In de toelichting wordt voor de aard en omvang van de overschrijding, de wijze van aanpassing van de percentagetabellen en de effecten van die aanpassing verwezen naar een met het ontwerpbesluit meegezonden brief.
De Raad heeft een dergelijke brief niet ontvangen. Hij vermoedt dat wordt gedoeld op de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister van OCW) aan de Voorzitter van de Tweede kamer van 11 juni 2010.(zie noot 1) De Raad merkt op dat de toelichting bij het ontwerpbesluit zelf de motivering, namelijk de aard en omvang van de overschrijding van de kinderopvangtoeslag, dient te bevatten. Hij adviseert de inhoud van bedoelde brief in de toelichting op te nemen en de verwijzing naar de brief in de toelichting te schrappen.
2. Kinderopvangtoeslag hogere inkomens tweede en latere kinderen
Gelet op het genoemde argument van kostenbeheersing van de kinderopvang, trok het de aandacht van de Raad dat personen met een gezamenlijk toetsingsinkomen van €100.280 of meer weliswaar geen recht op toeslag hebben voor het eerste kind, maar voor het tweede en latere kind nog steeds wel in aanmerking komen voor een toeslag, en bovendien voor een substantieel percentage. In de in punt 1. genoemde brief van de Minister van OCW wordt aangegeven dat de minder sterke afname van de toeslag voor tweede en volgende kinderen tot doel heeft de arbeidsparticipatie van gezinnen met meer kinderen niet te ontmoedigen. De Raad heeft begrip voor dit doel, maar acht het niet toereikend als rechtvaardiging voor het in stand houden van toeslagen voor dergelijke substantiële percentages aan personen in de hoogste inkomenscategorieën uit de tabel.
De Raad adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan.
3. Voorhangprocedure
Op grond van artikel 114 van de Wet kinderopvang wordt de voordracht van een krachtens artikel 7, tweede, vijfde en zesde lid, van die wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Die voorhangprocedure is gevolgd blijkens de in punt 1. genoemde brief van de Minister van OCW. Over het voorgehangen concept-besluit is in de Tweede Kamer gesproken tijdens een algemeen overleg op 23 juni 2010 en een voortgezet algemeen overleg op 29 juni 2010. Tijdens dit laatste overleg zijn door diverse kamerleden moties ingediend.
In de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt niet ingegaan op de gevolgde voorhangprocedure. Gelet op aanwijzing 213, eerste lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, adviseert de Raad daaraan in de toelichting alsnog aandacht te besteden.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 september 2010
Het ontwerp geeft de Raad van State aanleiding tot het maken van enkele inhoudelijke opmerkingen. Deze zijn overgenomen en verwerkt in de nota van toelichting behorende bij bovengenoemd besluit.
Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om de aanhef en de nota van toelichting in technisch opzicht aan te passen aan de inwerkingtreding van de wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid (Stb. 2010, 296). Het gaat hierbij om aanpassing aan de gewijzigde artikelnummering en citeertitel.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(1) Kamerstukken II 2009/10, 31 322, nr. 87.