Ontwerpbesluit houdende de aanpassing van het Besluit rechtspositie korps politie BES in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.10.0297/I
- Datum advies
- 28 juli 2010
- Vindplaats
- Staatscourant 2010, nr. 15505
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende de aanpassing van het Besluit rechtspositie korps politie BES in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2010, no.10.001985, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de aanpassing van het Besluit rechtspositie korps politie BES in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
Gelet op artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, is het college van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege dient te blijven.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W04.10.0297/I met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In het ontwerpbesluit telkens aanwijzing 30, eerste lid, van de Aanwijzingen voort de regelgeving (Ar) in acht nemen.
- In Artikel I, onderdeel A, subonderdeel 6, en in de onderdelen Z, CC en VVV, "staat" telkens met kleine letter schrijven (aanwijzing 93 Ar). Voorts in onderdeel CCC "het Rijk" vervangen door: de staat, en in onderdeel TT (artikel 80, vijfde lid) "van rijkswege" vervangen door: ten laste van de staat.
- In artikel 1, onderdeel f2, en in artikel 91, eerste lid, "vrijwillige ambtenaar van politie in opleiding" wijzigen in: vrijwillige ambtenaar in opleiding.
- Artikel I, onderdeel I, aanhef, wijzigen in: Artikel 8 komt te luiden: . Voorts het eerste lid, onderdeel e, vervangen door: e. op het moment van zijn aanstelling in het bezit is van het rijbewijs B of dit binnen twee jaar na zijn aanstelling behaalt.
- In artikel 3, eerste lid, ", en de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid," schrappen, nu dit wordt geregeld in artikel 3a.
- Aan het slot van artikel 8, eerste lid, en artikel 8a, de puntkomma telkens vervangen door een punt.
- Artikel 8, eerste lid, onderdeel b, schrappen, nu dit identiek is aan onderdeel g.
- In artikel 8b, onderdeel e, "behoefte aan bestaat" wijzigen in: behoefte bestaat.
- In artikel 8d, vijfde lid, onderdeel b, "internationale overeenkomst" wijzigen in: verdrag (aanwijzing 304 Ar).
- In artikel 8f, tweede lid, "Het taalvaardigheidsonderzoek, het cognitief capaciteitenonderzoek en het psychologisch onderzoek" vervangen door: De onderzoeken, genoemd in het eerste lid, . Voorts het derde lid als volgt redigeren: Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van het onderzoek, genoemd in het eerste lid, onderdeel d.
- In artikel 8h, onderdeel d, het vereiste van bekendmaking schrappen, nu ministeriële regelingen altijd moeten worden bekendgemaakt (artikel 89, vierde lid, van de Grondwet).
- In artikel 8i, tweede lid, "met betrekking tot betrokkene in stellen" schrappen.
- In artikel 8l, derde lid, onderdeel a, "het bevoegd gezag" vervangen door: Onze Minister. Voorts het vierde lid schrappen, nu dit al wordt geregeld in artikel 8i, eerste en tweede lid.
- Artikel 8n, tweede lid, schrappen, nu dit overlapt met het eerste lid.
- In artikel 8o, eerste lid, "de bij wet aangewezen autoriteit" wijzigen in: Onze Minister (artikel 6 van de Wet veiligheidsonderzoeken).
- In artikel 8p, eerste lid, "de autoriteit, bedoeld in artikel 8o, eerste lid" wijzigen in: het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (artikel 4 van de Wet veiligheidsonderzoeken).
- In artikel 13, eerste lid, de dubbele ontkenning vermijden, temeer nu dit in combinatie met artikel 28 een drievoudige ontkenning oplevert, en de bepaling overbrengen naar hoofdstuk IV, nu zij daarop betrekking heeft. Voorts het tweede en derde lid vervangen door één artikellid, luidend: 2. De artikelen 14 tot en met 23 zijn niet van toepassing op de vrijwillige ambtenaar van politie.
- Artikel 23a als volgt redigeren: De vrijwillige ambtenaar in opleiding en de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitoefening van de politietaak die in opdracht van Onze Minister een voor zijn functie relevante cursus volgt dan wel deelneemt aan een oefening of in opdracht van Onze Minister werkelijke dienst verricht, ontvangen een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding.
- Artikel 28, tweede lid, schrappen, nu het ontwerpbesluit zich bevindt op het niveau van een algemene maatregel van bestuur.
- De afwijkende definitie van "ambtenaar van politie" in artikel 46 achterwege laten, nu die omschrijving slechts één keer (in artikel 47) voorkomt en daar niet wordt toegepast.
- In artikel 49, tweede lid, "Het bepaalde in dit artikellid" vervangen door: Het eerste lid. Voorts "het toegelaten zijn tot lid van" vervangen door: het lidmaatschap van.
- In artikel 74c, derde lid, de woorden "van het Besluit rechtspositie korps politie BES," schrappen.
- In artikel 74d, eerste lid, "ongevallen verzekering" wijzigen in: ongevallenverzekering. Voorts in het tweede lid "zijn" schrappen.
- Artikel 74e als volgt redigeren: In geval van een ongeval, ontstaan ten gevolge van de vervulling van zijn functie, ontvangt de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak een vergoeding van de kosten van geneeskundige behandeling of verzorging die te zijnen laste blijven en die naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk zijn gemaakt.
- Artikel 74i als volgt redigeren: De vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak kan, na instemming van Onze Minister en voor zover hij beschikt over de daarvoor vereiste opleiding en ervaring, zelfstandig of onder begeleiding van een ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak met eenzelfde of hogere rang, werkzaamheden uitoefenen die verband houden met de volledige politietaak.
- Artikel 74k, eerste lid, aanhef, als volgt redigeren: "Een ambtenaar beschikt in een bepaald kalenderjaar slechts over een geweldmiddel, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd:". Voorts het tweede lid als volgt redigeren: "Een ambtenaar beschikt in een bepaald kalenderhalfjaar slechts over een vuurwapen, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd." In het derde lid de zinsnede ", alvorens geoefend te zijn in het gebruik van de bij de uitoefening van die taken behorende geweldmiddelen," schrappen. In het vijfde lid de eerste volzin schrappen. Ten slotte het vierde lid invoegen na het vijfde lid en dit als volgt redigeren: "De ambtenaar van wie een geweldmiddel op grond van het vierde lid is ingenomen kan voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar of kalenderhalfjaar wederom over het geweldmiddel beschikken vanaf het moment dat hij de toetsen die hij niet of niet met voldoende resultaat had afgelegd, alsnog met voldoende resultaat aflegt."
- In de artikelen 74n en 74o, eerste en tweede lid, "artikel 74b" telkens wijzigen in: artikel 74k.
- In artikel 87, eerste lid, "uit ‘s Lands kas" vervangen door: ten laste van de staat. Voorts "in ’s Lands kas te storten" vervangen door: aan de staat af te dragen.
- In onderdeel EEE (artikel 94, vierde lid) "bepalen" wijzigen in: bepaalt.
- In artikel 102, zesde lid, "a tot en met e" wijzigen in: a tot en met f.
- In artikel 111, eerste lid, "het" schrappen. Voorts in het tweede lid (nieuw) "beschikking, dat" wijzigen in: beschikking, die.
- In artikel 114, eerste lid, "lid 6" vervangen door: zesde lid.
- In artikel 118a, tweede lid, wat betreft ontslag door de Minister, aanwijzing 31 Ar in acht nemen; wat betreft ontslag bij koninklijk besluit de medewerking van de Minister van Justitie niet uitdrukkelijk voorschrijven, nu de Minister van Justitie deel uitmaakt van de regering.
- Bepalen dat bijlage A bij het landsbesluit (oud) vervalt in verband met de wijziging van artikel 15, derde lid.
Nader rapport (reactie op het advies) van 24 september 2010
Het ontwerp geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De redactionele kanttekeningen van de Raad van State zijn verwerkt met uitzondering van de volgende artikelen.
In artikel 3, eerste lid, aanhef, is de zinsnede ", en de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid," niet geschrapt, doch gewijzigd in: , en de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, eerste volzin. Deze volzin heeft betrekking op de hoofdrang van aspirant tijdens de praktijkstage en niet op de hoofdrangen van de vrijwillige ambtenaar van politie, waarop artikel 3a betrekking heeft. Op grond van artikel 3, vierde lid, heeft de aspirant tijdens de praktijkstage de hoofdrang die is verbonden aan de functie die hij tijdens die stage uitoefent, derhalve agent of inspecteur (zie artikel 3, derde lid, onder b).
Artikel 8l, vierde lid, is niet geschrapt. Anders dan de Raad van State stelt, wordt hetgeen in dit artikellid wordt geregeld, naar onze mening niet reeds in artikel 8i, eerste en tweede lid, geregeld. Het geneeskundig onderzoek vindt ingevolge artikel 8i, eerste en tweede lid, plaats nadat alle overige beoordelingen van de geschiktheid van de betrokkene hebben plaatsgevonden en op grond daarvan het voornemen bestaat betrokkene aan te stellen. Dit onderzoek kan evenwel worden verricht voorafgaand aan het onderzoek naar de betrouwbaarheid (artikel 8l) onderscheidenlijk het veiligheidsonderzoek (artikel 8o). Zoals in de toelichting bij de artikelen 8i en 8j is aangegeven, kunnen laatst genoemde onderzoeken dermate ingrijpend zijn voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en hun naaste omgeving, dat deze het sluitstuk behoren te zijn van de selectieprocedure en alleen worden uitgevoerd bij een overigens reeds geschikt bevonden kandidaat. Dit wordt met artikel 8l, vierde lid, verduidelijkt.
Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt nog andere aanpassingen in het ontwerpbesluit aan te brengen.
In artikel 1, onder i, is in de definitie van bezoldiging ingevoegd "aspirant". Dit was kennelijk abusievelijk niet vermeld in het Besluit rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000.
Artikel 8d (nieuw) is aangepast, waarbij is aangesloten bij de formulering van artikel 3.1a van de Regeling kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten (artikel 41, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba), waarover Nederland, Curaçao en Sint Maarten op 21 juli 2010 overeenstemming hebben bereikt.
Voorts is in navolging van deze onderlinge regeling in hoofdstuk II een paragraaf 3c ingevoegd over opleidingen en opleidingseisen voor ambtenaren van politie. Omdat de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Veiligheidswet BES, waarop het onderhavige besluit berust, niet tijdig vóór 10 oktober 2010 gewijzigd kunnen worden, is de grondslag voor deze paragraaf neergelegd in een nieuw hoofdstuk XIIa van de Wet materieel ambtenarenrecht BES.
De artikelen 16 en 23 (met bijlage) zijn aangepast en artikel 23a is ingevoegd. Deze wijzigingen zijn overgenomen uit de onderdelen D, E en G van het ontwerp van het Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, tot wijziging van het Besluit rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000, zoals dat door de Raad van Minister van de Nederlandse Antillen op 31 januari 2007 is geaccordeerd. Het toekennen van deze toelagen geschiedde veelal conform dit ontwerpbesluit.
In artikel 80 zijn een zevende, achtste en negende lid en in artikel 81 een vierde lid toegevoegd. Deze artikelleden zijn overgenomen uit de Nederlands-Antilliaanse Landswoningregeling. De Landswoningregeling bevat regels over de verhuur van landswoningen, zijnde woningen waarvan de bewoning in het belang van de dienstuitoefening voor bepaalde ambtenaren in dienst van het Land verplicht is en woningen die het Land van derden huurt. Op ambtenaren van politie is dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van toepassing. Het overnemen van hetgeen in deze Landswoningregeling is geregeld, is in lijn met het uitgangspunt, dat bij aanvang van de nieuwe staatsrechtelijke positie van de drie eilanden de Nederlands-Antilliaanse regelgeving die daar tot de transitiedatum van kracht was, zal blijven gelden.
In de artikelen 81 en 82 zijn verder een vijfde lid toegevoegd. In de praktijk ontvingen ambtenaren van politie die tijdelijk bij een ander korps te werk worden gesteld, alsmede ambtenaren van politie in het Korps Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius die tijdelijk binnen dat korps op een ander eilandgebied te werk worden gesteld, een toelage. Een wettelijke grondslag daarvoor ontbrak in het Besluit rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000. Met artikel 81, vijfde lid, is een grondslag opgenomen voor het stellen van regels over een toelage bij tewerkstelling buiten het oorspronkelijke werkgebied en met artikel 82, vijfde lid, een grondslag voor het stellen van regels over een detacheringstoelage.
Artikel 123 houdt verband met punt 10 van de besluitenlijst van de politieke Stuurgroep Staatskundige Veranderingen van 7 september 2010. In de Regeling kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten is opgenomen dat de desbetreffende ministers van de landen gezamenlijk bepaalde minimumnormen, in het bijzonder bij het aanstellen van ambtenaren van politie, overeenkomen die vervolgens in nationale regelgeving worden vastgesteld. Op de transitiedatum zullen deze normen nog niet zijn overeengekomen. In voornoemde besluitenlijst staat vermeld dat, voor zover voor Curaçao en Sint Maarten dergelijke minimumeisen gelden, bekeken wordt of en zo ja, op welke wijze deze kunnen blijven gelden voor de BES-eilanden. Voor zover deze eisen er niet zijn, zijn op grond van de besluitenlijst de bepalingen die op grond van de onderlinge regeling zijn opgenomen in desbetreffende nationale regelgeving, niet van toepassing. De tekst van het Besluit rechtspositie korps politie BES is met het oog daarop aangepast.
Artikel 123a hangt samen met het ‘Plaatsingsplan personeel bij het RSC per transitiedatum’. In beginsel worden de ambtenaren van politie die op 8 december 2007 tot de transitiedatum een onafgebroken dienstverband hebben en hun standplaats hebben op één van de BES-eilanden, dan wel in dienst zijn getreden na 8 december 2007, doch voor 10 december 2009 en aantoonbaar buiten hun schuld niet geïnformeerd zijn over het uitgangspuntendocument van 8 december 2007 een dienstverband aangeboden bij het politiekorps. Daarmee zou niet stroken dat nieuwe aanstellingseisen op hen van toepassing zijn.
Ten slotte wordt in artikel 123b voorzien in een overgangsbepaling voor wat betreft de door ambtenaren van politie voor de aanvaarding van hun ambt af te leggen eed.
Wij mogen U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties