Ontwerpbesluit houdende de vaststelling van regels ter uitwerking van de Pensioenwet BES (Besluit Pensioenwet BES), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.10.0262/III
- Datum advies
- 15 juli 2010
- Vindplaats
- Ter inzage gelegd bij het Ministerie van SZW
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende de vaststelling van regels ter uitwerking van de Pensioenwet BES (Besluit Pensioenwet BES), met nota van toelichting.
Bij kabinetsmissive van 14 juli 2010, no.10.002012, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de vaststelling van regels ter uitwerking van de Pensioenwet BES (Besluit Pensioenwet BES), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft uitvoering aan de Pensioenwet BES. In de Pensioenwet BES is in belangrijke mate aangesloten bij de (Nederlandse) Pensioenwet. Dat geldt ook voor de daarop gebaseerde lagere regelgeving, zoals in het ontwerpbesluit is weergegeven.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de voorgestelde parameters. Hij is van oordeel dat in verband daarmee paragraaf 4 van het ontwerpbesluit nader dient te worden overwogen.
De systematiek die geldt voor de vaststelling van de parameters in artikel 13 van het ontwerpbesluit, sluit aan bij de huidige bepalingen in het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (Besluit ftk).(zie noot 1) Deze zijn van toepassing op de premieberekeningen voor de jaren 2011 en 2012. De in de artikelen 13a, 13b en 13c van het ontwerpbesluit voorgestelde bepalingen zijn van toepassing op de premieberekening vanaf 1 januari 2012, met het oog op de premiestelling voor 2013.
De Raad stelt vast dat paragraaf 4, Parameters, van het ontwerpbesluit zeer nauw aansluit bij het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit ftk in verband met vaststelling van de parameters voor fondsen, waarover de Raad onlangs heeft geadviseerd.(zie noot 2) In het advies over dat ontwerpbesluit kwam de Raad - kort gezegd - tot de conclusie dat de parameters die voor de premiestelling voor 2011 en 2012 van toepassing zijn, niet zijn gebaseerd op realistische inzichten ten aanzien van financieel-economische verwachtingen voor de toekomst.(zie noot 3) Met betrekking tot de andere parameters, die gelden vanaf 1 januari 2012 voor de premieberekening van 2013, kwam de Raad tot hetzelfde oordeel.
Omdat de parameters in paragraaf 4 van het ontwerpbesluit nagenoeg gelijkluidend zijn, kan de Raad tot geen ander oordeel komen dan dat hier evenmin sprake is van parameters waarbij rekening is gehouden met zowel ontwikkelingen in het verleden als realistische inzichten ten aanzien van toekomstige financieel-economische verwachtingen
Hetgeen de Raad in dat advies voor het overige heeft opgemerkt, zoals met betrekking tot twee parameters tegelijkertijd, geldt mutatis mutandis voor de in het ontwerpbesluit opgenomen parameters.
De Raad stelt voorts vast dat het ontwerpbesluit aan De Nederlandsche Bank (DNB) is voorgelegd ten behoeve van een uitvoeringstoets. Uit de toelichting blijkt niet of DNB is geconsulteerd over de thans in het ontwerpbesluit voorgestelde parameters. Wat de Raad in het in noot 2 genoemde advies heeft opgemerkt over de positie van DNB, geldt hier onverkort.
De in het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit ftk voorgestelde parameters waren in belangrijke mate ingegeven door het op 4 juni 2010 tussen sociale partners in de Stichting voor de Arbeid tot stand gekomen Pensioenakkoord.(zie noot 4) De Raad merkt op dat dit Pensioenakkoord geen betrekking heeft op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarom kan het Pensioenakkoord niet als motivering worden gezien voor de in het voorliggende ontwerpbesluit gemaakte keuzes.
De Raad adviseert paragraaf 4 van het onderhavige ontwerpbesluit in het licht van het voorgaande te heroverwegen en aan te passen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen niet te besluiten dan nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 augustus 2010
De Raad van State geeft aan de strekking van het ontwerpbesluit te onderschrijven, maar maakt een opmerking met betrekking tot de voorgestelde parameters. De Raad stelt vast dat paragraaf 4, Parameters, van het ontwerpbesluit zeer nauw aansluit bij het Besluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met de vaststelling van de parameters voor fondsen, waarover de Raad onlangs heeft geadviseerd en dat inmiddels is gepubliceerd (Stb. 2010, 315). Hetgeen de Raad in dat advies heeft opgemerkt, geldt mutatis mutandis voor de in het onderhavige ontwerpbesluit opgenomen parameters.
De Raad merkt terecht op dat het op 4 juni 2010 tussen sociale partners tot stand gekomen Pensioenakkoord geen betrekking heeft op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit Pensioenakkoord vormt dan ook niet de motivering voor de in het voorliggende ontwerpbesluit gemaakte keuzes.
Achtergrond van de keuzes met betrekking tot paragraaf 4, Parameters, van dit ontwerpbesluit is het volgende: Bij het formuleren van de tekst van het wetsvoorstel Pensioenwet BES is er voor gekozen een aantal financiële zekerheidswaarborgen op te nemen. Deze financiële zekerheidswaarborgen zijn ontleend aan het financiële toetsingskader (FTK) zoals nu opgenomen in de Nederlandse Pensioenwet, maar zij gaan op onderdelen minder ver. Hiermee wordt pensioenfondsen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) tijdens de overgangsfase van 3 tot 5 jaar de ruimte voor een ingroeimodel geboden. Het kabinet acht het echter wenselijk om voor de op de BES te hanteren parameters nu al grotendeels aan te sluiten bij de parameters zoals die in Nederland gelden en gaan gelden, omdat deze essentieel zijn voor de toepassing van het FTK. Op een enkel onderdeel zijn deze parameters aangepast aan de lokale omstandigheden. Zo is de minimale verwachtingswaarde van het loonindexcijfer in artikel 13 van het ontwerpbesluit op 2% gesteld in plaats van op 3% zoals in Nederland het geval is. Het op de BES te hanteren percentage wijkt af van dat in Nederland, omdat het aangepast is aan de loonontwikkeling ter plaatse.
Met DNB heeft overleg plaatsgevonden over de te hanteren parameters op de BES. DNB heeft daarbij aangegeven het van belang te achten om in het ontwerpbesluit Pensioenwet BES aan te sluiten bij het Besluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met de vaststelling van de parameters voor fondsen. In paragraaf 4 van de nota van toelichting is dit nu ook vermeld.
Voor een reactie op de opmerkingen van de Raad over het niet gebaseerd zijn van de parameters op realistische inzichten ten aanzien van toekomstige financieel-economische verwachtingen, het tegelijkertijd hanteren van twee verschillende parameters en de positie van De Nederlandsche Bank (DNB) verwijst het kabinet naar het nader rapport inzake het Besluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met de vaststelling van parameters voor fondsen.
Tot slot dient te worden vermeld dat - in verband met een recente uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over de toetsing van betrouwbaarheid van personen (LJN BL9360)- een inhoudelijke aanpassing is doorgevoerd van artikel 6 en de toelichting daarop in het onderhavige ontwerpbesluit. Tevens is gezorgd voor een doorlopende nummering van de artikelen en is artikel 50 inzake de inwerkingtreding nader uitgewerkt en toegelicht.
Ik moge U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Gebaseerd op artikel 144 Pensioenwet.
(2) Advies van de Raad van State van 25 juni 2010 betreffende het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met vaststelling van de parameters voor fondsen (W12.10.0196/III).
(3) Zie hierover nader het in noot 2 genoemde advies van de Raad.
(4) Kamerstukken II 2009/10, 30 413, nr. 145.