Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.10.0285/III

Ontwerpbesluit houdende regels voor bevorderen eigen verantwoordelijkheid sociale partners voor toeleiding van werk naar werk (Tijdelijk besluit van werk naar werk), met nota van toelichting.

Kenmerk
W12.10.0285/III
Datum advies
5 augustus 2010
Vindplaats
Ter inzage gelegd bij het Ministerie van SZW
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende regels voor bevorderen eigen verantwoordelijkheid sociale partners voor toeleiding van werk naar werk (Tijdelijk besluit van werk naar werk), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2010, no.10.001976, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels voor bevorderen eigen verantwoordelijkheid sociale partners voor toeleiding van werk naar werk (Tijdelijk besluit van werk naar werk), met nota van toelichting.

Met het ontwerpbesluit wordt vorm gegeven aan een experiment, in het kader waarvan wordt onderzocht of de uitvoering van de re-integratietaak en de inzet van re-integratie-instrumenten door werkgevers en sectoren een effectieve wijze is van toeleiding naar werk bij een andere werkgever dan wel naar zelfstandig ondernemerschap. Hierbij gaat het om het toeleiden naar arbeid van met ontslag bedreigde en tijdens de duur van een project werkloos geworden werknemers. In het kader van het experiment wordt tijdelijk afgeweken van wettelijke bepalingen over de re-integratieverantwoordelijkheid, de inhoud van de re-integratie-instrumenten en de financiering daarvan.

De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot de opzet van het experiment, de voorwaarden voor deelname aan het experiment, de maximering van de financiering en de toepasselijkheid van Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Omvang van het experiment
Blijkens artikel 2, eerste lid, heeft het ontwerpbesluit tot doel te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om werkgevers en sectoren (van werkgevers) de re-integratie van met ontslag bedreigde en ontslagen werknemers ter hand te laten nemen. In de toelichting wordt aangegeven dat het bevorderen van de arbeidsmobiliteit, en het daartoe organiseren van het netwerk van werkgevers in een regio of sector, van belang is en ondersteuning verdient. Werkgevers hebben toegevoegde waarde bij het van-werk-naar-werk helpen van hun met ontslag bedreigde of ontslagen werknemers.(zie noot 1)

a. Belangstelling
In de nota van toelichting wordt gesteld dat op dit moment een beweging gaande is in regio's en sectoren waar samenwerkende partijen proberen ontslagen of met werkloosheid bedreigde werknemers van werk naar werk te helpen. Hiertoe ontwikkelen samenwerkende partijen diverse initiatieven, waarvoor financiële ondersteuning uit publieke middelen wordt gevraagd.(zie noot 2) Het valt de Raad op dat hierbij geen concrete initiatieven worden genoemd, noch anderszins de bedoelde "beweging" wordt geconcretiseerd. De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag of het, mede in aanmerking nemend de administratieve lasten, voldoende aannemelijk is dat werkgevers geïnteresseerd zullen zijn in het organiseren van projecten als bedoeld in artikel 2.

b. Opzet van het experiment
Voor het experiment is blijkens de toelichting twee miljoen euro beschikbaar.(zie noot 3) In de toelichting wordt ook aangegeven dat per project maximaal 500.000 euro beschikbaar is.(zie noot 4) Uit deze informatie over het experiment leidt de Raad af dat het genoemde onderzoek met slechts een klein aantal projecten uitgevoerd kan gaan worden. Verder mist de Raad in de toelichting informatie over het voor een juiste uitvoering van een experiment belangrijke aspect van de controlegroep(en).
Dit alles roept de vraag op of de opzet van het experiment voldoende perspectief biedt op uitkomsten die grondslag kunnen vormen voor toekomstig beleid. De Raad adviseert hierop in de toelichting in te gaan.

2. Voorwaarden voor verstrekking van middelen
In de toelichting wordt aangegeven welke voorwaarden gelden voor financiering van een project, bedoeld in artikel 2, tweede lid. Een van de in de toelichting genoemde voorwaarden wordt echter niet in het ontwerpbesluit geregeld. Het betreft de voorwaarde dat minimaal 50 met ontslag bedreigde werknemers aan het project moeten deelnemen.(zie noot 5)
Verder wordt in de toelichting aangegeven dat per project maximaal 500.000 euro en per met ontslag bedreigde werknemer 2.500 euro beschikbaar is.(zie noot 6)
De Raad merkt op dat de in de toelichting genoemde voorwaarde en maximering ten onrechte niet in het ontwerpbesluit worden geregeld en adviseert het ontwerpbesluit aan te passen.(zie noot 7)

3. Toepasselijkheid subsidietitel Awb
Het is de Raad opgevallen dat in het ontwerpbesluit de term "middelen" wordt gebruikt. Gelet op artikel 4:21 Awb moeten de in het ontwerpbesluit bedoelde middelen naar het oordeel van de Raad als subsidie worden aangemerkt. Dit heeft tot gevolg dat Titel 4.2 Awb van toepassing is op de verstrekking van middelen als bedoeld in het ontwerpbesluit. De Raad adviseert hieraan, ten behoeve van de uitvoering van het ontwerpbesluit, in de toelichting aandacht te besteden.

4. Staatssteun
Voorts is het de Raad opgevallen dat in de toelichting bij het ontwerpbesluit geen aandacht wordt besteed aan de EU-regels inzake staatssteun. De toekenning van de in het ontwerpbesluit bedoelde middelen zijn aan te merken als staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ingevolge artikel 108, derde lid, van het VWEU moet deze steun worden gemeld bij de Europese Commissie voor een beoordeling op verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt. Van deze meldingsplicht zijn uitgezonderd de zogenaamde de-minimissteun (steun waarvan het totale bedrag dat aan één onderneming wordt verleend, niet meer bedraagt dan 200 000 euro over een periode van drie belastingjaren) en de steun die onder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening valt (waaronder opleidingssteun en steun voor kwetsbare en gehandicapte werknemers).(zie noot 8) De Raad adviseert in de toelichting bij het ontwerpbesluit aan te geven, of de toekenning van de in het ontwerpbesluit bedoelde middelen onder deze verordeningen valt dan wel aanmelding van de middelen bij de Europese Commissie noodzakelijk is.

5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W12.10.0285/III met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- Indien het vereiste van rechtspersoon slechts geldt voor organisaties die werkgevers in een sector of regio vertegenwoordigen, in artikel 2, eerste lid, de komma na "vertegenwoordigen" schrappen.
- In artikel 2, eerste lid, "de mogelijkheden van uitvoering van de re-integratietaak" vervangen door: mogelijkheden ten behoeve van de uitvoering van de re-integratietaak.
- In artikel 3, tweede lid, wordt " en de bepalingen over de re-integratiemaatregelen, bedoeld in artikel 76, derde lid, artikel 76a, derde lid, onderdelen a en d, en artikel 78a van de WW" vervangen door:, de artikelen 76, derde lid, 76a, derde lid, onderdelen a en d, en 78a van de WW.
- In artikel 3, derde lid, na "financiering" invoegen: van projecten.
- Artikel 4, eerste lid, vervangen door: 1. De middelen worden ter beschikking gesteld voor de duur van maximaal een jaar.
- In artikel 5, tweede lid, tweede volzin, "In uitzondering hierop" vervangen door: In uitzondering op de eerste volzin.
- In artikel 5, derde lid, onder a, de komma schrappen.
- In artikel 6 de komma na "kan bepalen" schrappen en "nieuwe of voorzetting van projecten" vervangen door: nieuwe projecten of voor voortzetting van projecten.
- In artikel 7, tweede lid, de komma na "alle gegevens" schrappen.



Nader rapport (reactie op het advies) van 16 september 2010

De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot de opzet van het experiment, de voorwaarden voor deelname aan het experiment, de maximering van de financiering en de toepasselijkheid van Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarnaast plaatst de Raad enkele redactionele kanttekeningen.

1. Omvang van het experiment
Als eerste adviseert de Raad om in de toelichting in te gaan op de vraag of het, mede in aanmerking nemend de administratieve lasten, voldoende aannemelijk is dat werkgevers geïnteresseerd zullen zijn in het organiseren van projecten als beoogd. In de toelichting is opgenomen dat in het overleg met de Stichting van de Arbeid positief is gereageerd op het conceptbesluit. In de toelichting worden bewust geen specifieke projecten benoemd, om te voorkomen dat verwachtingen worden gewekt, terwijl er nog geen projecten zijn toegekend.
Daarnaast stelt de Raad de vraag of, gegeven de randvoorwaarden waaraan de projecten moeten voldoen, het experiment voldoende basis biedt om toekomstig beleid op te baseren. Met de beschikbare middelen kunnen 4 tot 16 projecten worden gefinancierd. Aangezien per met ontslag bedreigde werknemer maximaal € 2.500,= beschikbaar is kunnen met het totale experiment minstens 800 personen worden bereikt. Dit zal voldoende materiaal op moeten leveren om in ieder geval onderbouwde en betrouwbare kwalitatieve uitspraken over succes- en faalfactoren te kunnen doen. De toelichting is op dit punt aangevuld.

2 t/m 4. Voorwaarden voor verstrekking van middelen, subsidietitel Awb en staatssteun
In de overige opmerkingen geeft de Raad aan dat zij adviseert de voorwaarden voor financiering van een project, die nu in de toelichting staan opgenomen, in het Besluit zelf te regelen. Daarnaast stelt de Raad de vraag in hoeverre van middelen dan wel van subsidie zou moeten worden gesproken en adviseert de Raad in de toelichting in te gaan op de vraag in hoeverre al dan niet sprake is van staatssteun. Uit deze opmerkingen blijkt dat de Raad dit besluit beoordeelt vanuit de invalshoek van regels voor het verstrekken van middelen. Het gaat in dit besluit echter om bestuurlijke experimenten, waarbij onderzocht wordt of en hoe de verantwoordelijkheid voor de re-intregratie en inzet van re-integratiemaatregelen naar sociale partners kan overgaan in plaats van uitvoering door het UWV en de colleges van burgemeester en wethouders. Bij de uitvoering van die wettelijke taken hoort ook de overdracht van financiële middelen, die anders beschikbaar zijn voor de genoemde bestuursorganen. Het betreft daarmee geen aanspraak op een tegemoetkoming in kosten van activiteiten van een aanvrager, die anders niet zouden worden uitgevoerd en zouden moeten worden gestimuleerd. Het gaat om de financiering van wettelijke taken, die worden uitgevoerd door anderen dan de daartoe aangewezen bestuursorganen. Om die reden is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De keuze voor de projecten wordt in de eerste plaats bepaald door de bruikbaarheid in het kader van het bestuurlijk experiment. De voorwaarden, die in het besluit worden genoemd vloeien voort uit het karakter van de projecten en het doel van het onderzoek. De in de nota van toelichting genoemde vereisten voor selectie van de projecten, die de Raad van State noemt zijn geen voorwaarden waarin in ieder geval moet worden voldaan. Het betreft een nadere invulling van een belangrijk kenmerk van de projecten, dat er een goede verhouding dient te bestaan tussen de totale kosten van het project en het aantal werknemers dat deelneemt. Dat is in ieder geval zo als er 50 werknemers deelnemen. Voorts is het maximumbedrag gesteld om ten minste vier projecten in aanmerking te kunnen laten komen. De nota van toelichting is lay-outtechnisch aangepast om dit beter tot uitdrukking te laten komen.
Er is geen sprake van steunmaatregelen, die op grond van de EU-regels zouden moeten worden aangemeld. Het betreft geen economische voordelen, die ten goede komen aan één of meer ondernemingen en deze steunverlening dreigt niet de concurrentie op de gemeenschappelijke markt te vervalsen en de tussenstaatse handel ongunstig te beïnvloeden. De ontvangers van de middelen ontvangen deze niet - zo ze al ondernemer zijn -voor de uitoefening van ondernemingsactiviteiten die in concurrentie met andere ondernemingen worden uitgevoerd. Indien de middelen op grond van dit besluit niet worden ontvangen, worden de re-integratie taak en het inzetten van re-integratiemiddelen door bestuursorganen uitgevoerd. Er is dan ook geen noodzaak om in de nota van toelichting aan te geven of sprake is van staatssteun die onder de door Raad genoemde verordeningen zou vallen.

3. Redactionele opmerkingen
De door de Raad gemaakte redactionele opmerkingen zijn verwerkt in het ontwerpbesluit en de toelichting daarop, met uitzondering van de kanttekeningen die miskennen, dat het hier gaat om de uitvoering van de re-integratietaak waarvoor middelen beschikbaar zijn als worden ze door bestuursorganen uitgevoerd, zoals de voorstellen voor aanpassing van artikel 2, eerste lid, artikel 3, derde lid en artikel 4, eerste lid.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid



(1) Nota van toelichting, pag. 4.
(2) Nota van toelichting, pag. 4.
(3) Nota van toelichting, pag. 6.
(4) Nota van toelichting, pag. 5.
(5) Nota van toelichting, pag. 5.
(6) Nota van toelichting, pag. 5.
(7) Zie ook aanwijzing 214 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(8) Zie Verordening 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, Pb. 2006, L 379/7; Verordening 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard, Pb. 2008, L 214/3.



Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 52 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon