Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met de invoering van het geweldsmiddel pepperspray.
- Kenmerk
- W03.01.0419/I
- Datum advies
- 8 oktober 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 9 april 2002, nr 68
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met de invoering van het geweldsmiddel pepperspray.
Bij Kabinetsmissive van 3 augustus 2001, no.01.003754, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met de invoering van het geweldsmiddel pepperspray.
Het besluit voorziet in een regeling van het geweldsmiddel pepperspray voor de basispolitiezorg. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende opmerkingen.
1. In de toelichting wordt gesteld dat uit het eindrapport blijkt dat pepperspray aan de verwachtingen heeft voldaan.(zie noot 1) Uit de proef komt naar voren dat pepperspray een aantal malen politieagenten heeft gered uit een bedreigende situatie en in een aantal gevallen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid mogelijk vuurwapengebruik heeft voorkomen. De Raad acht dit gegeven een argument dat op zichzelf pleit voor invoering van het middel maar wijst erop dat men (in het kader van de beperkingen van de proef) van drie van de vier verwachtingen van het gebruik van pepperspray niet heeft kunnen nagaan of zij uitkomen (namelijk dat invoering van pepperspray daadwerkelijk leidt tot een afname van geweld tegen de politie, tot een afname van letsel bij personen waartegen de politie geweld heeft gebruikt en tot een afname van het aantal klachten tegen de politie).(zie noot 2)
Gelet hierop adviseert de Raad om nader in te gaan op het feit dat men in de proef van drie van de vier vooraf gestelde verwachtingen van het gebruik van pepperspray niet heeft kunnen nagaan of zij in de praktijk uitkomen.
2. Volgens artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, is het gebruik van pepperspray slechts geoorloofd als het gaat om een persoon van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd slag- of steekwapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken. Naar het oordeel van de Raad kan het gebruik van pepperspray echter onder omstandigheden ook gerechtvaardigd zijn als het gaat om andere wapens dan slag- of steekwapens, zoals CS-traangas. Ook is het voorstelbaar dat pepperspray wel eens zal worden gebruikt tegen iemand die een vuurwapen bij zich heeft.
Gelet hierop adviseert de Raad om artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, aan te passen in die zin dat dit onderdeel betrekking heeft op wapens in het algemeen, waaronder traan- en andere gassen.(zie noot 3)
3. De rechtmatige vrijheidsbeneming, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b, kan ook de inbewaringstelling op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen inhouden van iemand die als gevolg van een stoornis van de geestvermogens gevaar veroorzaakt. Zo iemand zal vaak zichtbaar lijden aan een ernstige gezondheidsstoornis; hetzelfde geldt voor agressieve drugsgebruikers. De uitzondering in artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, leidt ertoe dat pepperspray dan niet mag worden gebruikt. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Daarom adviseert de Raad artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, te wijzigen in die zin dat pepperspray niet mag worden gebruikt bij mensen voor wie dit als gevolg van een voor de ambtenaar kenbare ademhalings- of andere ernstige gezondheidsstoornis onevenredig schadelijk zou zijn.
4. De artikelen 12b en 12c zijn kennelijk bedoeld voor het geval dat pepperspray tegen personen wordt gebruikt. Artikel 12b gebiedt de ambtenaar voordat hij gericht pepperspray zal gebruiken, met luide stem of op niet mis te verstane wijze te waarschuwen dat pepperspray gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Artikel 12c stelt dat pepperspray per geval ten hoogste twee maal voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde wordt gebruikt en op een afstand van ten minste een meter. Voor het geval dat pepperspray tegen (agressieve) dieren wordt gebruikt (op grond van artikel 12a, eerste lid, onderdeel c) lijken deze voorschriften weinig zinvol.
Daarom adviseert de Raad in artikel 12b en 12c expliciet op nemen dat het gaat om gebruik tegen een persoon.
5. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 8 oktober 2001, no.W03.01.0419/I, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- In artikel I, artikel 12a, eerste lid, sub b "Om" wijzigen in "om".
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 maart 2002
1. In het advies van de Raad heb ik aanleiding gezien om de toelichting, onder het kopje "De bevindingen in het eindrapport", aan te vullen met een passage waarin wordt ingegaan op het feit dat niet alle in het evaluatieonderzoek gestelde vragen beantwoord konden worden.
2. Artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, alsmede de toelichting bij dit artikel, zijn in de door de Raad bedoelde zin aangepast.
3. In de toelichting bij het ontwerpbesluit was reeds tot uitdrukking gebracht dat het begrip gezondheidsstoornis in artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, begrepen dient te worden in relatie tot het gebruik van pepperspray. Een wijziging van artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, in de door de Raad voorgestelde zin brengt evenwel ook in de regeling zelf beter tot uitdrukking dat er een verband dient te zijn tussen de aanwezigheid van een gezondheidsstoornis en de risico's die het gebruik van pepperspray dientengevolge met zich brengt. Artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, is dan ook overeenkomstig het advies van de Raad gewijzigd.
Tevens heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om aan artikel 12a, tweede lid, een onderdeel toe te voegen, inhoudende dat pepperspray niet wordt gebruikt tegen groepen. Het woord "bij" in de aanhef van het tweede lid is om die reden vervangen door tegen. Dit onderdeel komt tegemoet aan de wens van de politieberaden, welke wordt onderschreven door het College van procureurs-generaal, om het verbod om pepperspray te gebruiken tegen groepen expliciet op te nemen in de tekst van het besluit. De toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
4. In de artikelen 12b en 12c is overeenkomstig het advies van de Raad opgenomen dat het gaat om gebruik tegen een persoon.
5. De redactionele kanttekening van de Raad is door mij in het ontwerpbesluit verwerkt.
Van de gelegenheid heb ik gebruik gemaakt om in artikel 7, vierde lid, de woorden "ernstig misdrijf" te vervangen door misdrijf, een punt dat over het hoofd is gezien bij het Besluit tot wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met verduidelijking van de voorschriften inzake vuurwapengebruik en melding van de aanwending van geweld.
Voorts heb ik enkele tekstuele wijzigingen aangebracht in de tekst van het ontwerpbesluit en de toelichting. Zo is overeenkomstig de wens van de politieberaden in de toelichting het begrip "fysieke controletechnieken of fysiek geweld" vervangen door het begrip aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden. Tevens zijn de beoogde data van landelijke invoering van het geweldsmiddel pepperspray geactualiseerd.
Ik moge U hierbij, mede namens mijn ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Nota van toelichting, Algemeen, Invoering van het geweldsmiddel pepperspray bij de Nederlandse politie, derde alinea.
(2) Eindrapportage onderzoek invoering pepperspray bij de Nederlandse politie, LSOP, blz. 5.
(3) Illustratief in dit verband is dat in de toelichting (artikelsgewijze toelichting, derde alinea) wordt gesteld: "Bij de aanhouding van of verdediging tegen gevaarlijke verdachten in het bezit van een of ander (slag- of steek)wapen (niet zijnde een vuurwapen) verdient waarschijnlijk een tijdig en weloverwogen gebruik van pepperspray de voorkeur boven het gebruik van andere geweldsmiddelen."
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met de invoering van het geweldsmiddel pepperspray.
Het besluit voorziet in een regeling van het geweldsmiddel pepperspray voor de basispolitiezorg. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende opmerkingen.
1. In de toelichting wordt gesteld dat uit het eindrapport blijkt dat pepperspray aan de verwachtingen heeft voldaan.(zie noot 1) Uit de proef komt naar voren dat pepperspray een aantal malen politieagenten heeft gered uit een bedreigende situatie en in een aantal gevallen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid mogelijk vuurwapengebruik heeft voorkomen. De Raad acht dit gegeven een argument dat op zichzelf pleit voor invoering van het middel maar wijst erop dat men (in het kader van de beperkingen van de proef) van drie van de vier verwachtingen van het gebruik van pepperspray niet heeft kunnen nagaan of zij uitkomen (namelijk dat invoering van pepperspray daadwerkelijk leidt tot een afname van geweld tegen de politie, tot een afname van letsel bij personen waartegen de politie geweld heeft gebruikt en tot een afname van het aantal klachten tegen de politie).(zie noot 2)
Gelet hierop adviseert de Raad om nader in te gaan op het feit dat men in de proef van drie van de vier vooraf gestelde verwachtingen van het gebruik van pepperspray niet heeft kunnen nagaan of zij in de praktijk uitkomen.
2. Volgens artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, is het gebruik van pepperspray slechts geoorloofd als het gaat om een persoon van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd slag- of steekwapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken. Naar het oordeel van de Raad kan het gebruik van pepperspray echter onder omstandigheden ook gerechtvaardigd zijn als het gaat om andere wapens dan slag- of steekwapens, zoals CS-traangas. Ook is het voorstelbaar dat pepperspray wel eens zal worden gebruikt tegen iemand die een vuurwapen bij zich heeft.
Gelet hierop adviseert de Raad om artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, aan te passen in die zin dat dit onderdeel betrekking heeft op wapens in het algemeen, waaronder traan- en andere gassen.(zie noot 3)
3. De rechtmatige vrijheidsbeneming, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b, kan ook de inbewaringstelling op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen inhouden van iemand die als gevolg van een stoornis van de geestvermogens gevaar veroorzaakt. Zo iemand zal vaak zichtbaar lijden aan een ernstige gezondheidsstoornis; hetzelfde geldt voor agressieve drugsgebruikers. De uitzondering in artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, leidt ertoe dat pepperspray dan niet mag worden gebruikt. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Daarom adviseert de Raad artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, te wijzigen in die zin dat pepperspray niet mag worden gebruikt bij mensen voor wie dit als gevolg van een voor de ambtenaar kenbare ademhalings- of andere ernstige gezondheidsstoornis onevenredig schadelijk zou zijn.
4. De artikelen 12b en 12c zijn kennelijk bedoeld voor het geval dat pepperspray tegen personen wordt gebruikt. Artikel 12b gebiedt de ambtenaar voordat hij gericht pepperspray zal gebruiken, met luide stem of op niet mis te verstane wijze te waarschuwen dat pepperspray gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Artikel 12c stelt dat pepperspray per geval ten hoogste twee maal voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde wordt gebruikt en op een afstand van ten minste een meter. Voor het geval dat pepperspray tegen (agressieve) dieren wordt gebruikt (op grond van artikel 12a, eerste lid, onderdeel c) lijken deze voorschriften weinig zinvol.
Daarom adviseert de Raad in artikel 12b en 12c expliciet op nemen dat het gaat om gebruik tegen een persoon.
5. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 8 oktober 2001, no.W03.01.0419/I, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- In artikel I, artikel 12a, eerste lid, sub b "Om" wijzigen in "om".
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 maart 2002
1. In het advies van de Raad heb ik aanleiding gezien om de toelichting, onder het kopje "De bevindingen in het eindrapport", aan te vullen met een passage waarin wordt ingegaan op het feit dat niet alle in het evaluatieonderzoek gestelde vragen beantwoord konden worden.
2. Artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, alsmede de toelichting bij dit artikel, zijn in de door de Raad bedoelde zin aangepast.
3. In de toelichting bij het ontwerpbesluit was reeds tot uitdrukking gebracht dat het begrip gezondheidsstoornis in artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, begrepen dient te worden in relatie tot het gebruik van pepperspray. Een wijziging van artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, in de door de Raad voorgestelde zin brengt evenwel ook in de regeling zelf beter tot uitdrukking dat er een verband dient te zijn tussen de aanwezigheid van een gezondheidsstoornis en de risico's die het gebruik van pepperspray dientengevolge met zich brengt. Artikel 12a, tweede lid, onderdeel c, is dan ook overeenkomstig het advies van de Raad gewijzigd.
Tevens heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om aan artikel 12a, tweede lid, een onderdeel toe te voegen, inhoudende dat pepperspray niet wordt gebruikt tegen groepen. Het woord "bij" in de aanhef van het tweede lid is om die reden vervangen door tegen. Dit onderdeel komt tegemoet aan de wens van de politieberaden, welke wordt onderschreven door het College van procureurs-generaal, om het verbod om pepperspray te gebruiken tegen groepen expliciet op te nemen in de tekst van het besluit. De toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
4. In de artikelen 12b en 12c is overeenkomstig het advies van de Raad opgenomen dat het gaat om gebruik tegen een persoon.
5. De redactionele kanttekening van de Raad is door mij in het ontwerpbesluit verwerkt.
Van de gelegenheid heb ik gebruik gemaakt om in artikel 7, vierde lid, de woorden "ernstig misdrijf" te vervangen door misdrijf, een punt dat over het hoofd is gezien bij het Besluit tot wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met verduidelijking van de voorschriften inzake vuurwapengebruik en melding van de aanwending van geweld.
Voorts heb ik enkele tekstuele wijzigingen aangebracht in de tekst van het ontwerpbesluit en de toelichting. Zo is overeenkomstig de wens van de politieberaden in de toelichting het begrip "fysieke controletechnieken of fysiek geweld" vervangen door het begrip aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden. Tevens zijn de beoogde data van landelijke invoering van het geweldsmiddel pepperspray geactualiseerd.
Ik moge U hierbij, mede namens mijn ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Nota van toelichting, Algemeen, Invoering van het geweldsmiddel pepperspray bij de Nederlandse politie, derde alinea.
(2) Eindrapportage onderzoek invoering pepperspray bij de Nederlandse politie, LSOP, blz. 5.
(3) Illustratief in dit verband is dat in de toelichting (artikelsgewijze toelichting, derde alinea) wordt gesteld: "Bij de aanhouding van of verdediging tegen gevaarlijke verdachten in het bezit van een of ander (slag- of steek)wapen (niet zijnde een vuurwapen) verdient waarschijnlijk een tijdig en weloverwogen gebruik van pepperspray de voorkeur boven het gebruik van andere geweldsmiddelen."