Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende een wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer alsmede een regeling voor diverse politieke ambtsdragers met betrekking tot geheven Waz-premie (aanpassing onkostenvergoedingen en compensatie Waz-premie).
- Kenmerk
- W04.01.0235/I
- Datum advies
- 6 juni 2001
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2000/01, 27 827, nr B
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende een wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer alsmede een regeling voor diverse politieke ambtsdragers met betrekking tot geheven Waz-premie (aanpassing onkostenvergoedingen en compensatie Waz-premie).
Bij Kabinetsmissive van 28 mei 2001, no.01.002609, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting houdende een wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer alsmede een regeling voor diverse politieke ambtsdragers met betrekking tot geheven Waz-premie (aanpassing onkostenvergoedingen en compensatie Waz-premie).
1. Volgens artikel III van het wetsvoorstel kunnen belanghebbenden "verzoeken" om een tegemoetkoming. Er is echter niet bepaald welke autoriteit bevoegd is op deze verzoeken te beslissen. De Raad van State adviseert het wetsvoorstel aan te vullen.
2. De in artikel 9, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de in artikel 16, eerste lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer genoemde bedragen in guldens worden verhoogd. Deze verhoging werkt terug tot en met 1 januari 2001. Het wetsvoorstel beoogt tevens een voorziening te treffen voor de situatie vanaf 1 januari 2002, de datum waarop de euro wordt ingevoerd. In artikel IV van het wetsvoorstel is bepaald dat genoemde bedragen "vanaf 1 januari 2002" worden gewijzigd in de daarmee corresponderende bedragen in euro. In artikel V, tweede lid, van het wetsvoorstel is vervolgens bepaald dat artikel IV van het wetsvoorstel in werking treedt met ingang van 1 januari 2002 "nadat artikel 1 van de Aanpassingswet Euro in werking is getreden".
Deze constructie wijkt niet alleen af van de Aanwijzingen voor de regelgeving, maar roept ook vragen op. Zo lijkt het dat de wijzigingen die de Aanpassingswet Euro - waarvan de inwerkingtreding ook is voorzien op 1 januari 2002 (zie noot 1) - aanbrengt in artikel 9, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en artikel 16, eerste lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer "even" van kracht zullen zijn, maar dat deze bepalingen als het ware ogenblikkelijk daarna opnieuw worden gewijzigd door het voorliggende wetsvoorstel. De in artikel IV genoemde bedragen kloppen dan echter niet meer.
In het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen (verhoging subsidiebijdragen) is voor een vergelijkbare situatie een ander stelsel toegepast, dat de geschetste nadelen niet heeft. De Raad adviseert dat stelsel ook hier te hanteren.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 6 juni 2001, no.W04.01.0235/I, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In de considerans de zinsnede "de onkostenvergoedingen van de leden van de Tweede kamer der Staten-Generaal en van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal" wijzigen in: de onkostenvergoedingen van de leden van de Tweede Kamer en van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
- In artikel 7, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel I, onderdeel B) "waarvan" vervangen door: "van wie"; deze opmerking geldt ook voor de overige gelijkluidende artikelleden in dit wetsvoorstel.
- In artikel 7, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel I, onderdeel B) na "loonbelasting 1964" invoegen: "voor de toepassing van die wet"; deze opmerking geldt ook voor de overige gelijkluidende artikelleden in dit wetsvoorstel.
- In artikel 7, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel I, onderdeel B) na "artikel 2.10" invoegen: "van de"; deze opmerking geldt ook voor de overige gelijkluidende artikelleden in dit wetsvoorstel.
- In artikel 16, derde lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer (artikel II, onderdeel B) na "eerste" invoegen: lid. Voor "januari" invoegen: 1.
- In artikel III, eerste lid, de woorden "in die" laten vervallen.
- In artikel III, eerste lid, de zinsnede "kan voor elk van de jaren (…) verzoeken om tegemoetkoming" vervangen door: ontvangt op aanvraag voor elk van de jaren (…) een tegemoetkoming overeenkomstig de volgende leden.
- In artikel III, tweede lid, ", bedoeld in het eerste lid," laten vervallen.
- In artikel IV, tweede lid, "artikel 9 van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer" vervangen door: artikel 16 van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer.
- In artikel IV, tweede en derde lid, de punt voor de genoemde getallen vervangen door het euroteken.
- In artikel V, tweede lid, "Aanpassingswet Euro" vervangen door: Aanpassingswet euro.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 juni 2001
De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een tweetal kanttekeningen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal kan worden gezonden nadat met deze kanttekeningen rekening is gehouden. De door de Raad van State in zijn kanttekeningen voorgestelde aanpassing is in het U thans aangeboden wetsvoorstel en in de memorie van toelichting verwerkt.
Op één onderdeel is van het advies van de Raad afgeweken. Het betreft het voorstel van de Raad om in Artikel III een autoriteit aan te wijzen dat bevoegd is om op een verzoek om een Waz-tegemoetkoming te beslissen. Het ligt voor de hand dat deze autoriteit hetzelfde orgaan is dat belast is met de betaling van de bezoldiging of schadeloosstelling. Er is van afgezien om deze autoriteit als zodanig bij wet aan te wijzen, omdat dat dit ook niet is gebeurd ten aanzien van de betaling van de bezoldiging of schadeloosstelling. De artikelsgewijze toelichting is op dit punt aangevuld. Daarbij is gestipuleerd dat het terzake bevoegde orgaan het orgaan is dat is belast met de betaling van de bezoldiging of schadeloosstelling van de verzoeker.
De redactionele kanttekeningen van de Raad zijn geheel overgenomen.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Kamerstukken II 2000/01, 27 472.
1. Volgens artikel III van het wetsvoorstel kunnen belanghebbenden "verzoeken" om een tegemoetkoming. Er is echter niet bepaald welke autoriteit bevoegd is op deze verzoeken te beslissen. De Raad van State adviseert het wetsvoorstel aan te vullen.
2. De in artikel 9, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de in artikel 16, eerste lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer genoemde bedragen in guldens worden verhoogd. Deze verhoging werkt terug tot en met 1 januari 2001. Het wetsvoorstel beoogt tevens een voorziening te treffen voor de situatie vanaf 1 januari 2002, de datum waarop de euro wordt ingevoerd. In artikel IV van het wetsvoorstel is bepaald dat genoemde bedragen "vanaf 1 januari 2002" worden gewijzigd in de daarmee corresponderende bedragen in euro. In artikel V, tweede lid, van het wetsvoorstel is vervolgens bepaald dat artikel IV van het wetsvoorstel in werking treedt met ingang van 1 januari 2002 "nadat artikel 1 van de Aanpassingswet Euro in werking is getreden".
Deze constructie wijkt niet alleen af van de Aanwijzingen voor de regelgeving, maar roept ook vragen op. Zo lijkt het dat de wijzigingen die de Aanpassingswet Euro - waarvan de inwerkingtreding ook is voorzien op 1 januari 2002 (zie noot 1) - aanbrengt in artikel 9, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en artikel 16, eerste lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer "even" van kracht zullen zijn, maar dat deze bepalingen als het ware ogenblikkelijk daarna opnieuw worden gewijzigd door het voorliggende wetsvoorstel. De in artikel IV genoemde bedragen kloppen dan echter niet meer.
In het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen (verhoging subsidiebijdragen) is voor een vergelijkbare situatie een ander stelsel toegepast, dat de geschetste nadelen niet heeft. De Raad adviseert dat stelsel ook hier te hanteren.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 6 juni 2001, no.W04.01.0235/I, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In de considerans de zinsnede "de onkostenvergoedingen van de leden van de Tweede kamer der Staten-Generaal en van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal" wijzigen in: de onkostenvergoedingen van de leden van de Tweede Kamer en van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
- In artikel 7, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel I, onderdeel B) "waarvan" vervangen door: "van wie"; deze opmerking geldt ook voor de overige gelijkluidende artikelleden in dit wetsvoorstel.
- In artikel 7, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel I, onderdeel B) na "loonbelasting 1964" invoegen: "voor de toepassing van die wet"; deze opmerking geldt ook voor de overige gelijkluidende artikelleden in dit wetsvoorstel.
- In artikel 7, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel I, onderdeel B) na "artikel 2.10" invoegen: "van de"; deze opmerking geldt ook voor de overige gelijkluidende artikelleden in dit wetsvoorstel.
- In artikel 16, derde lid, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer (artikel II, onderdeel B) na "eerste" invoegen: lid. Voor "januari" invoegen: 1.
- In artikel III, eerste lid, de woorden "in die" laten vervallen.
- In artikel III, eerste lid, de zinsnede "kan voor elk van de jaren (…) verzoeken om tegemoetkoming" vervangen door: ontvangt op aanvraag voor elk van de jaren (…) een tegemoetkoming overeenkomstig de volgende leden.
- In artikel III, tweede lid, ", bedoeld in het eerste lid," laten vervallen.
- In artikel IV, tweede lid, "artikel 9 van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer" vervangen door: artikel 16 van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer.
- In artikel IV, tweede en derde lid, de punt voor de genoemde getallen vervangen door het euroteken.
- In artikel V, tweede lid, "Aanpassingswet Euro" vervangen door: Aanpassingswet euro.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 juni 2001
De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een tweetal kanttekeningen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal kan worden gezonden nadat met deze kanttekeningen rekening is gehouden. De door de Raad van State in zijn kanttekeningen voorgestelde aanpassing is in het U thans aangeboden wetsvoorstel en in de memorie van toelichting verwerkt.
Op één onderdeel is van het advies van de Raad afgeweken. Het betreft het voorstel van de Raad om in Artikel III een autoriteit aan te wijzen dat bevoegd is om op een verzoek om een Waz-tegemoetkoming te beslissen. Het ligt voor de hand dat deze autoriteit hetzelfde orgaan is dat belast is met de betaling van de bezoldiging of schadeloosstelling. Er is van afgezien om deze autoriteit als zodanig bij wet aan te wijzen, omdat dat dit ook niet is gebeurd ten aanzien van de betaling van de bezoldiging of schadeloosstelling. De artikelsgewijze toelichting is op dit punt aangevuld. Daarbij is gestipuleerd dat het terzake bevoegde orgaan het orgaan is dat is belast met de betaling van de bezoldiging of schadeloosstelling van de verzoeker.
De redactionele kanttekeningen van de Raad zijn geheel overgenomen.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Kamerstukken II 2000/01, 27 472.