Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.01.0367/IV

Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Comptabiliteitswet houdende bepalingen inzake het beheer van liquide middelen van rechtspersonen die collectieve middelen beheren, inzake de financiering van die rechtspersonen en inzake de beheersing van het EMU-saldo voor zover dit saldo door het financieel beheer van deze rechtspersonen wordt beïnvloed (Eerste wijziging van de Comptabiliteitswet 2001).

Kenmerk
W06.01.0367/IV
Datum advies
29 augustus 2001
Vindplaats
Kamerstukken II 2001/02, 28 035, nr B
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Comptabiliteitswet houdende bepalingen inzake het beheer van liquide middelen van rechtspersonen die collectieve middelen beheren, inzake de financiering van die rechtspersonen en inzake de beheersing van het EMU-saldo voor zover dit saldo door het financieel beheer van deze rechtspersonen wordt beïnvloed (Eerste wijziging van de Comptabiliteitswet 2001).

Bij Kabinetsmissive van 24 juli 2001, no.01.003472, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Comptabiliteitswet houdende bepalingen inzake het beheer van liquide middelen van rechtspersonen die collectieve middelen beheren, inzake de financiering van die rechtspersonen en inzake de beheersing van het EMU-saldo voor zover dit saldo door het financieel beheer van deze rechtspersonen wordt beïnvloed (Eerste wijziging van de Comptabiliteitswet 2001).

Met de voorgestelde wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 worden nadere eisen gesteld aan het beheer van publieke middelen door rechtspersonen met een wettelijke taak (hierna: RWT's). Het betreft een verbod op oneigenlijk kasbeheer, beperking van de risico's van liquidemiddelenbeheer, het verplicht aanhouden van liquide middelen bij het Rijk en de mogelijkheid om leningen bij het Rijk af te sluiten.
Het voorstel van wet geeft de Raad van State aanleiding tot de volgende opmerkingen.

1. Uit de tekst van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting wordt onvoldoende duidelijk welke RWT's onder de reikwijdte van het voorstel vallen en met name welke RWT's in verband met een te geringe financiële omvang dan wel op andere gronden weer worden uitgezonderd.
Op basis van het voorgestelde artikel 45 worden bij regeling van de Minister van Financiën de RWT's aangewezen waarop de voorschriften omtrent het middelenbeheer van toepassing zijn. Hiertoe zullen, zo blijkt uit paragraaf 2 van de memorie van toelichting, lijsten met RWT's worden opgesteld. Naar de mening van de Raad is de in artikel 45 voorgestelde delegatie aan de minister niet juist. Gelet op het ingrijpende karakter van de regeling verdient het de voorkeur de lijsten als bijlage bij de wet zelf op te nemen dan wel te bepalen dat deze bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. De Raad beveelt aan het voorstel van wet aan te passen.

2. In paragraaf 1 van de memorie van toelichting staat dat, indien en zolang er bij een RWT geen sprake is van een adequate scheiding tussen private en publieke activiteiten en het daarmee samenhangende kasbeheer, de voorschriften van het wetsvoorstel voor alle liquide middelen van die RWT gelden. Hoewel dit probleem in de praktijk waarschijnlijk niet vaak zal voorkomen, vindt de Raad dit gevolg ingrijpend. Indien deze "sanctie" noodzakelijk is, pleit hij voor regeling in de wet met inachtneming van een overgangsperiode om alsnog de bedoelde scheiding tussen publieke en private gelden te kunnen effectueren.
Het in paragraaf 1 van de toelichting verwoorde uitgangspunt dat de regeling alleen betrekking heeft op de publieke gelden die een RWT beheert, is weliswaar terug te vinden in de considerans, maar is ten onrechte niet in de wet zelf opgenomen. De Raad adviseert het voorstel van wet in dit opzicht aan te passen.

3. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 29 augustus 2001, no.W06.01.0367/IV, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

- In artikel 45, gelet op de nummering in wetsvoorstel Comptabiliteitswet 2001 (Kamerstukken II 2000/01, 27 849, nr.2, artikel 91), telkens de verwijzing naar artikel "90" aanpassen.



Nader rapport (reactie op het advies) van 1 oktober 2001


1. Naar de mening van de Raad is de in artikel 45 voorgestelde delegatie aan de minister - het betreft het opstellen van een A- en een B-lijst waarop de RWT's worden opgenomen die hun liquide middelen rentedragend moeten aanhouden in 's Rijks schatkist (A-lijst), respectievelijk de RWT's waarvoor risicobeperkende eisen gelden ten aanzien van de uitzettingen van hun liquide middelen (B-lijst) - niet juist, omdat de regeling zodanig ingrijpend van karakter is dat het aanbeveling verdient de lijsten in de wet zelf op te nemen dan wel te bepalen dat deze bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld.

Ik deel de zienswijze van de Raad niet. Het karakter van de regeling is mijns inziens niet ingrijpend, zeker gelet op de eenvoudige wijze waarop de regeling in de praktijk kan worden uitgevoerd. De betrokken RWT's van de A-lijst kunnen hun bestaande bancaire relaties voor het betalingsverkeer behouden. In plaats van bij hun huisbankier worden creditsaldi op rekeningen-courant bij het Ministerie van Financiën aangehouden, waartegenover een vergoeding staat. Dure treasury-activiteiten om het (dagelijkse) renteresultaat te optimaliseren, kunnen achterwege blijven.
Het vaststellen van de lijsten is, aan de hand van de criteria die in het wetsvoorstel zijn uiteengezet, in het algemeen een technische uitvoeringskwestie waarbij de criteria een zekere mate van beleidsvrijheid bieden voor een (politieke) beleidskeuze. Om die keuzes transparant te maken heb ik besloten om de concept-lijsten zoals deze thans met instemming van de ministerraad zijn vastgesteld, op te nemen als bijlagen bij de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.

2. De Raad vindt het gevolg van de regeling ingrijpend, namelijk dat alle liquide middelen van een RWT (derhalve naast de publieke middelen ook eventueel aanwezige private middelen) onder regeling van het geïntegreerd middelenbeheer vallen, indien en zolang er bij een RWT geen sprake is van een adequate scheiding tussen private en publieke activiteiten en het daarmee samenhangende kasbeheer. De Raad pleit er daarom voor om de regeling van scheiding tussen publieke en private gelden, die in het wetsvoorstel in de toelichting was beschreven, in de wet zelf op te nemen. Op die wijze komt het uitgangspunt van het wetsvoorstel zoals dat uit de considerans blijkt, namelijk dat het geïntegreerd middelenbeheer alleen betrekking heeft op de publieke gelden, beter in de wettekst zelf tot uitdrukking.

Deze aanbeveling van de Raad heb ik overgenomen. De systematiek die in het wetsvoorstel vastligt, wijzigt daarmee niet. Alleen bij een adequate scheiding van de private en de publieke gelden binnen een RWT kunnen de private gelden buiten het geïntegreerd middelenbeheer blijven.
Uit de toelichting blijkt dat - naast een juridische scheiding (d.w.z. het onderbrengen van de private activiteiten en daarmee samenhangende gelden in een aparte privaatrechtelijke rechtspersoon) - ook sprake kan zijn van een adequate scheiding als separaat verantwoording over de publieke en de private middelen wordt afgelegd.
Dit impliceert dat in de jaarrekening c.q. in het jaarverslag van een RWT de publieke en de private geldstromen in een afzonderlijke cijferopstelling moeten worden weergegeven. De accountant die is belast met de controle van de jaarrekening van de RWT, zal de splitsing van de publieke en de private geldstromen in zijn controle dienen te betrekken. Aan de hand van de uitkomsten van deze controle (accountantsverklaring en de gerapporteerde bevindingen in het accountantsrapport) kan dan worden vastgesteld of de jaarrekening aan de daaraan te stellen eisen voldoet.
Als aan deze vereisten wordt voldaan, kunnen de private geldmiddelen buiten het geïntegreerd middelenbeheer worden gehouden. Als aan deze vereisten niet wordt voldaan, kan door de betrokken RWT ook niet transparant worden gemaakt welke risico's in de beleggingssfeer met de private gelden worden gelopen. In zo'n situatie blijft het gevaar aanwezig dat verliezen in de beleggingssfeer van de private middelen aangezuiverd moeten worden uit de publieke middelen.

Het wetsvoorstel is met het vorenstaande in overeenstemming gebracht. Ook is voorzien in een overgangsbepaling.

3. De redactionele kanttekening bij het advies is door mij verwerkt.

Inmiddels is het noodzakelijk gebleken om in de artikelen 48 en 49 tot uitdrukking te brengen dat ook aan de rechtspersonen, bedoeld in artikel 45, derde lid, de mogelijkheid te bieden voor investeringen leningen en voor tijdelijke liquiditeitstekorten rekening-courantkredieten bij het Ministerie van Financiën te betrekken. Deze artikelen zijn daartoe aangepast.

Voorts heb ik in het wetsvoorstel de uitdrukking Onze Minister wie het aangaat, respectievelijk Onze Ministers wie het aangaan, in lijn met de gebezigde terminologie in de Comptabiliteitswet 2001 vervangen door: Onze betrokken minister(s).

Verder is het noodzakelijk gebleken via het wetsvoorstel in de Prijzennoodwet een wijziging aan te brengen. In artikel 101 van het voorstel van wet tot vaststelling van de Comptabiliteitswet 2001 is een verwijzing naar artikel 39 van de Comptabiliteitswet 2001 opgenomen. Met artikel I, onderdeel A, van de onderhavige wijzigingswet wordt bewerkstelligd dat de tekst van artikel 39 wordt opgenomen in artikel 37. De verwijzing in de Prijzennoodwet dient daarmee in overeenstemming te worden gebracht.

Ik moge u thans verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de daarbij behorende memorie van toelichting c.a. aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Financiën

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon