Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.01.0605/IV

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten.

Kenmerk
W06.01.0605/IV
Datum advies
30 november 2001
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 8 januari 2002, nr 5
  • Financiën
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten.

Bij Kabinetsmissive van 21 november 2001, no.01.005533, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten.

Het ontwerpbesluit heeft betrekking op de aanpassing van enkele uitvoeringsbesluiten als gevolg van in het bijzonder het Belastingplan 2002. De Raad van State plaatst enkele kanttekeningen bij dit ontwerpbesluit en adviseert op die punten het ontwerpbesluit te verduidelijken.

1. Kostenvergoedingsbeschikking
Artikel 35, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) maakt het mogelijk, dat een gezelschapkostenvergoedingsbeschikking wordt afgegeven. Een gezelschap behoeft geen zelfstandige rechtspersoon of juridische entiteit te zijn. In de toelichting op artikel II, onderdeel A, van het ontwerpbesluit wordt opgemerkt dat het gezelschap doorgaans zal worden vertegenwoordigd door een leider of iemand anders die voor de leden van het gezelschap de uit de fiscale wet- en regelgeving voortvloeiende rechten en plichten uitoefent en nakomt. De Raad merkt op, dat bij een verzoek om een gezelschapkostenvergoedingsbeschikking niet als voorwaarde wordt gesteld, dat de indiener van het verzoek uitdrukkelijk door de leden van het gezelschap wordt gemachtigd om het verzoek in te dienen, te wijzigen en in te trekken. De binding aan de beschikking voor de leden van het gezelschap zou door zo’n machtiging vaststaan. Daardoor kunnen problemen worden vermeden indien na de afgifte van de beschikking blijkt dat één of meer leden het oneens zijn met het in artikel 12a, achtste lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 bedoelde lagere bedrag of andere bij het verzoek overgelegde gegevens, of met een verzoek tot intrekking of vervanging van de beschikking.
De Raad adviseert artikel 12a van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 in deze zin aan te vullen.

30%-regeling

2. Voorgesteld wordt de zogenoemde 30%-regeling te verruimen tot het gehele loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. De Raad merkt op, dat dit ontwerpbesluit de balans ten opzichte van de huidige regeling, waarbij alleen het regelmatig genoten loon als grondslag in aanmerking wordt genomen, volledig naar de andere zijde doet doorslaan. Ook incidentele, zeer hoge beloningen, zoals bij optieregelingen het geval kan zijn, worden nu in de grondslag betrokken. Naar het oordeel van de Raad past een zekere beperking van de variabele loonbestanddelen voor de grondslag van de 30%-regeling, ook al wordt de hoogte van de door de werknemer te maken extra kosten mede deels beïnvloed door verwachtingen omtrent de hoogte van die loonbestanddelen.
De Raad adviseert het ontwerpbesluit meer evenwichtig te maken.

3. De verruiming van de 30%-regeling vloeit niet direct voort uit het Belastingplan 2002. In de nota van toelichting wordt geen aandacht aan de budgettaire gevolgen van het ontwerpbesluit gegeven. De Raad adviseert dit alsnog te doen.

4. Fictieve kostenaftrek
Artikel 7aa van het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 bepaalt, dat opgave wordt gedaan van bepaalde gegevens van vrijwilligers. Onduidelijk is of deze gegevens alleen in het kader van de vennootschapsbelastingheffing moeten worden verstrekt, of dat de opgave samenvalt met de gegevensverstrekking ten behoeve van de inkomstenbelastingheffing van de vrijwilligers.
De Raad adviseert een en ander te verduidelijken.

5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 30 november 2001, no.W06.01.0605/IV, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

Ontwerpbesluit
- In het opschrift, met inachtneming van aanwijzing 107 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, een materiële aanduiding van het onderwerp van de regeling opnemen.
- In de omschrijving van het begrip "gezelschap" (artikel 1, tweede lid, onderdeel h, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965) kunnen de woorden "in Nederland" vervallen gelet op artikel 5a van de Wet op de loonbelasting 1964.
- Het begrip "reeks" (artikel 12a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965) is niet omschreven. Het begrip laten samenvallen met het in artikel 12a, negende lid, onder e, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 aangeduide aantal optredens en de periode waarin de optredens plaatsvinden.
- De bevoegde inspecteur aangeven, indien op grond van artikel 12a, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 een andere persoon dan de verzoeker intrekking of vervanging van de beschikking verzoekt.
- Indien dit besluit eerder dan het ontwerpbesluit tot wijziging van enkele fiscale algemene maatregelen van bestuur in verband met de vervanging van de gulden door de euro (no.W06.01.0581/IV) in het Staatsblad wordt geplaatst, een samenloopbepaling maken.



Nader rapport (reactie op het advies) van 14 december 2001


1. De Raad merkt op dat degene die de inspecteur verzoekt om afgifte, wijziging of intrekking van een gezelschapskostenvergoedingsbeschikking daartoe door de leden van het gezelschap uitdrukkelijk gemachtigd moet worden om problemen te voorkomen indien een of meer leden het oneens zijn met het bedrag van de beschikking. Het idee van de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking is mede na overleg met vertegenwoordigers en organisaties van artiesten, alsmede met een aantal vertegenwoordigers en organisaties van (grote) poppodia en podiumkunsten ontstaan met als doel de uitvoering van de artiestenregeling te vergemakkelijken en de administratieve lasten voor zowel artiesten als inhoudingsplichtigen te verminderen. Gelet op het laatste lijkt het niet gewenst om aan het instrument van de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking de verplichting te verbinden dat alle leden van het gezelschap hun instemming met het verzoek tot afgifte, wijziging of intrekking betuigen door het afgeven van een (schriftelijke) machtiging. Er wordt van uitgegaan dat in het algemeen de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap een dergelijk verzoek opstelt en indient na overleg met de leden van het gezelschap. Het zou niet praktisch zijn vervolgens het verzoek of een machtiging daartoe door alle leden van het gezelschap te laten mede-ondertekenen ter bevestiging van hun uitdrukkelijke machtiging van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap. Vaak is daar veel tijd mee gemoeid en het zal, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van optredens van grotegezelschappen, voor de leider of vertegenwoordiger niet eenvoudig zijn in die fase de handtekening van elk lid te bemachtigen. Het wordt nog lastiger indien een inhoudingsplichtige om afgifte van een gezelschapskostenvergoedingsbeschikking verzoekt voor een buitenlands gezelschap. Het verzoek zou ten behoeve van de machtiging heen en weer gezonden moeten worden.
Gelet op het bovenstaande is er voor gekozen de te verstrekken informatie en de praktische handelingen bij het verzoek tot afgifte, wijziging of intrekking van de beschikking tot het noodzakelijke te beperken. Om te voorkomen dat er problemen ontstaan doordat een andere persoon of een ander lichaam de inspecteur verzoekt de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking in te trekken of te wijzigen dan degene die om afgifte van de beschikking heeft verzocht, is artikel 12a, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 naar aanleiding van het advies van de Raad aangepast zodat slechts degene die om afgifte heeft verzocht, kan verzoeken om wijziging of intrekking van de desbetreffende beschikking. In dat geval is steeds dezelfde inspecteur bij de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking betrokken. Mocht in de praktijk blijken dat het ontbreken van de machtiging van de leden van het gezelschap tot problemen leidt, zal worden bezien of de regeling voor de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking op dit punt aanpassing behoeft.

2. De Raad merkt op dat de in het ontwerp-besluit opgenomen verruiming van de 30%-regeling tot het gehele loon uit dienstbetrekking, de balans ten opzichte van de huidige regeling volledig naar de andere zijde doet doorslaan, nu onder de huidige regeling alleen het regelmatig genoten loon in aanmerking wordt genoten. De Raad wijst erop, dat ook incidentele, zeer hoge beloningen zoals bij optieregelingen het geval kan zijn, als gevolg van deze wijziging in de grondslag worden betrokken.
De bovengenoemde wijziging van de 30%-regeling komt er feitelijk op neer, dat bij de bepaling van de grondslag voor de 30%-regeling weer wordt aangesloten bij de grondslag voor de tot 2001 geldende 35%-regeling. Bij de omzetting van de 35%-regeling in de 30%-regeling is op dit punt ook geen inhoudelijke wijziging beoogd. De in eerste instantie per 1 januari 2001 in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 aangebrachte koppeling met het regelmatig genoten loon was uitsluitend gebaseerd op de gedachte dat dit noodzakelijk was binnen een als onbelaste kostenvergoeding vormgegeven regeling. Bij nader inzien ligt het echter meer voor de hand, dat de hoogte van de door de werknemer te maken extra kosten ook deels wordt beïnvloed door zijn verwachtingen omtrent de hoogte van de variabele loonbestanddelen. In het advies van de Raad wordt het laatstgenoemde uitgangspunt ook onderschreven. Een onderscheid tussen de verschillende vormen van variabele loonbestanddelen is evenwel in meer of mindere mate arbitrair, Ten slotte kan een uitsluiting van variabele loonbestanddelen ook een obstakel vormen voor de flexibilisering van beloningen.

3. De Raad adviseert aandacht te geven aan de budgettaire gevolgen van het ontwerp-besluit. Gelet op hetgeen onder punt 2 is opgemerkt, zijn er echter geen budgettaire consequenties verbonden aan deze met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 in werking tredende wijziging. Hierbij is van belang, dat voor de wijziging van de grondslag bij de omzetting van de 35%-regeling in de 30%-regeling ook geen budgettaire opbrengst is ingeboekt.

4. Aan het advies van de Raad om te verduidelijken of bepaalde gegevens van vrijwilligers alleen in het kader van de vennootschapsbelasting moeten worden verstrekt, of dat de opgave samenvalt met de gegevensverstrekking ten behoeve van de inkomstenbelasting heffing van vrijwilligers, heb ik gevolg gegeven. In de tekst van het voorgestelde artikel 7aa van het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 en in de daarbij behorende toelichting is duidelijker tot uitdrukking gebracht dat voor de heffing van de vennootschapsbelasting kan worden volstaan met het bewaren van deze gegevens in de administratie en dat dit onverlet laat de bestaande verplichting tot gegevensverstrekking ten behoeve van de inkomstenbelastingheffing van vrijwilligers.

5. De redactionele kanttekeningen van de Raad zijn overgenomen met uitzondering van het advies dat in de omschrijving van het begrip "gezelschap" in artikel 1, tweede lid, onderdeel h, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 de woorden 'in Nederland" kunnen vervallen. Terecht kan worden gesteld dat reeds uit de Wet op de loonbelasting 1964 kan worden afgeleid dat de heffing van loonbelasting ziet op situaties waarin het optreden of de sportbeoefening plaatsvindt in Nederland. Toch is besloten de woorden "in Nederland" in het bovengenoemde onderdeel h te handhaven om elke onduidelijkheid te voorkomen.

Los van het advies van de Raad zijn nog enige additionele redactionele en inhoudelijke aanpassingen aangebracht. De inhoudelijke aanpassingen hebben betrekking op de volgende onderwerpen. Aan artikel 20 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 is een nieuw lid toegevoegd met de definitie van het begrip zorgafhankelijk. Dit was noodzakelijk nadat bij amendement Van der Vlies C.S. (Kamerstukken II 2001/02, 28 013, nr. 32) in artikel 6.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een bepaling is opgenomen op grond waarvan uitgaven wegens ziekte en invaliditeit van inwonende zorgafhankelijke ouders, broers of zusters als buitengewone uitgaven in aanmerking kunnen komen. Voorts is een inhoudelijke aanpassing aangebracht met betrekking tot de administratieve verplichtingen aangaande de kostenvergoedingsbeschikking en de gageverdelingsverklaring. In artikel 12a, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 vervalt de tweede volzin waarin is geregeld dat per lid van het gezelschap aangegeven moet worden welk deel van de kostenvergoeding betrekking heeft op dat lid. Dit hoeft alleen in de gageverdelingsverklaring te worden aangegeven. Daarnaast is artikel 12a, negende lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gesplitst. In onderdeel a is aangegeven welke gegevens een artiest, beroepssporter of leider dan wel vertegenwoordiger van een gezelschap in het verzoek om een kostenvergoedingsbeschikking moet opnemen. In artikel 12a, negende lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is dat geregeld indien de inhoudingsplichtige een dergelijk verzoek indient. Daarmee is verduidelijkt dat de inhoudingsplichtige, evenals zijn eigen gegevens en het loonbelastingnummer, ook de gegevens en - indien deze in Nederland woont - het sociaal-fiscaalnummer van de artiest, beroepssporter of leider dan wel vertegenwoordiger van het gezelschap in het verzoek moet opnemen. Verder is, met het oog op het verlichten van de administratieve lasten, in artikel 12a, negende lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 de bepaling inzake de op te geven namen van de leden van het gezelschap vervangen door het aantal leden van het gezelschap. Ten slotte is aan artikel 12b, tweede lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 toegevoegd dat de in Nederland wonende leden die deel uitmaken van een buitenlands gezelschap wel hun sociaal-fiscaalnummer moeten vermelden op de gageverdelingsverklaring. Daarmee worden deze leden en de leden van een binnenlands gezelschap fiscaal gelijk behandeld.

De inwerkingtreding van de wijziging van artikel 16 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 is aangepast aan de inwerkingtreding van het nog bij de Eerste Kamer aanhangige voorstel van wet tot wijziging van belastingwetten in verband met dividendstripping en het verlenen van optierechten aan werknemers (Kamerstukken II 2001/02, 27 896, nrs. 1-2).

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Financiën


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon