Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W07.01.0331/II

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van enige besluiten in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode van 1 augustus 2000 tot en met 30 september 2001.

Kenmerk
W07.01.0331/II
Datum advies
1 oktober 2001
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 11 december 2001, nr 240
  • Defensie
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van enige besluiten in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode van 1 augustus 2000 tot en met 30 september 2001.

Bij Kabinetsmissive van 19 juli 2001, no.01.003511, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van enige besluiten in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode van 1 augustus 2000 tot en met 30 september 2001.

Het ontwerpbesluit geeft uitvoering aan het akkoord met betrekking tot het arbeidsvoorwaardenbeleid in de periode 1 augustus 2000 tot en met 30 september 2001 dat - na langdurig onderhandelen - op 13 februari 2001 tot stand is gekomen tussen de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie Defensie en de Staatssecretaris van Defensie. Ten gevolge van de langdurige onderhandelingen en de daarna volgende uitwerking is de periode waarop het akkoord betrekking heeft inmiddels bijna verstreken en zijn uitgebreide overgangsrechtelijke voorzieningen (artikel XIII) noodzakelijk. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit. Hij is van oordeel dat in verband met zijn opmerkingen aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1a. Met artikel VI, onderdeel G (artikel 62 van het Burgerlijk ambtenaren-reglement defensie (BARD)) wordt volgens de nota van toelichting uitvoering gegeven aan het Brown-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.(zie noot 1) Kern van het Brown-arrest is dat elke periode van arbeids-ongeschiktheid wegens ziekte tijdens het zwangerschaps/bevallingsverlof - ongeacht of de ziekte verband houdt met de zwangerschap of bevalling - buiten beschouwing blijft bij de berekening van de termijn van twee jaar waarna (in dit geval "de ambtenaar") kan worden ontslagen omdat zij ongeschikt is tot het verrichten van arbeid.
Artikel 62, vijfde lid, BARD ziet echter slechts op de positie van de gewezen ambtenaar en niet op de vrouwelijke ambtenaar die gedurende de periode waarin zij werkzaam is afwezig is wegens ziekte- en/of zwangerschaps/bevallingsverlof.

Artikel 66 BARD (zoals gewijzigd in artikel VI, onderdeel H, van dit besluit) daarentegen heeft wèl betrekking op een vrouwelijke ambtenaar die in dergelijke omstandigheden verkeert, maar regelt alleen het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de aanspraak op bezoldiging, respectievelijk de verrekening van de bezoldiging met een eventuele uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg. De mogelijkheid tot ontslag van de ambtenaar die wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar ongeschikt is tot het verrichten van arbeid - de essentie van overweging 27 van het Brown-arrest - is geregeld in artikel 121, derde lid, onder a, BARD. Die bepaling wordt thans echter niet gewijzigd.
De Raad komt naar aanleiding van het voorgaande tot de conclusie dat de voorgestelde marginale aanpassing erop neerkomt dat met dit besluit op onvolledige wijze uitvoering wordt gegeven aan het Brown-arrest. Bovendien wijkt de voorgestelde aanpak af van de wijze waarop de strekking van dat arrest onlangs in andere regelgeving(zie noot 2) is verwerkt. De Raad adviseert voor de sector Defensie bij die regelgeving aan te sluiten en er daarbij in het bijzonder op toe te zien dat artikel 121 BARD aldus wordt gewijzigd dat het, voorzover het de berekening van de ontslagtermijn van twee jaar en de daarbij al dan niet mee te tellen perioden van ongeschiktheid betreft, aansluit op de hiervoor bedoelde regelgeving.

b. De expliciete relatie die door middel van verwijzing in de artikelen 66, vijfde lid, BARD (artikel VI, onderdeel H) en 17b van het Inkomstenbesluit militairen (artikel VII, onderdeel N) wordt gelegd met de Wet arbeid en zorg en de in de nota van toelichting toegezegde(zie noot 3) - doch technisch niet gerealiseerde(zie noot 4) - koppeling van de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit aan de inwerkingtreding van die wet acht de Raad niet opportuun. Hij adviseert de relatie met die wet niet te leggen daar immers niet valt te verwachten dat gedurende de looptijd van de voorliggende arbeidsvoorwaardenovereenkomst (1 augustus 2000 tot en met 30 september 2001) de Wet arbeid en zorg in werking zal treden.

2. Volgens de nota van toelichting(zie noot 5) zijn in het ontwerpbesluit die onderwerpen uit het pakket maatregelen betreffende het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de sector Defensie opgenomen die leiden tot wijziging van regelingen op het niveau van algemene maatregelen van bestuur. Deze mededeling gaat echter voorbij aan de inhoud en de strekking van artikel XII, waarin de toekenning van een eenmalige uitkering over 2000 aan het defensiepersoneel is geregeld. Dit is een zelfstandig onderwerp dat niet geregeld wordt door middel van wijziging van een algemene maatregel van bestuur. De Raad adviseert in het opschrift (beknopt)(zie noot 6) tot uitdrukking te brengen dat het ontwerpbesluit tevens strekt tot toekenning van een eenmalige uitkering in het kader van het arbeidsvoorwaardenbeleid en de aangehaalde opmerking uit de nota van toelichting aan te passen.

3. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 1 oktober 2001, no.W07.01.0331/II, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

- In artikel I, onderdeel W, onder 1, de woorden "vierde lid" vervangen door: derde lid.



Nader rapport (reactie op het advies) van 16 oktober 2001


1a. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad inzake het uitvoering geven aan het Brown-arrest bericht ik U, dat een wijziging van artikel 121 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD), zoals bedoeld in het advies van de Raad, reeds is voorzien en opgenomen in de wijzigingen in dat reglement in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode van 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2003, zodat alsdan te rekenen van 1 oktober 2001 aan de suggestie van de Raad gevolg zal zijn gegeven.

b. Naar aanleiding van het advies van de Raad op dit punt zijn de door de Raad bedoelde wijzigingen uit het ontwerpbesluit verwijderd, aangezien zij niet in werking zullen treden gedurende de looptijd van de overeenkomst. Deze wijzigingen zullen, met andere wijzigingen die samenhangen met de Wet arbeid en zorg, worden opgenomen in het ontwerpbesluit inzake de wijzigingen als gevolg van bovengenoemde arbeidsvoorwaardenovereenkomst.

2. Overeenkomstig het advies van de Raad is in het opschrift tot uitdrukking gebracht, dat het ontwerp besluit naast wijziging van enige besluiten behelst het vaststellen van een eenmalige uitkering, als zelfstandig onderwerp.

Ofschoon het advies van de Raad hierover geen opmerking bevat, is artikel IV van het oorspronkelijke ontwerpbesluit, houdende een wijziging van het Besluit uitvoering algemene militaire pensioenwet komen te vervallen, aangezien dat besluit als gevolg van de intrekking van de Algemene militaire pensioenwet per 1 juni 2001 (Besluit intrekking van een aantal wetten op het gebied van militair pensioen, Stb. 260) is komen te vervallen. Het opschrift en de nummering van het besluit zijn dienovereenkomstig aangepast. Het met de wijziging beoogde resultaat zal worden bereikt door een wijziging van het Inkomstenbesluit militairen, waarbij de tot de pensioengrondslag behorende elementen van de militaire inkomsten zullen worden vastgelegd.

Aan de redactionele kanttekening van de Raad is gevolg gegeven.

De Raad kan zich voor het overige met het ontwerp verenigen.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Defensie



(1) Arrest van 30 juni 1998 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen inzake M. Brown vs. Rentokil Ltd. (C-394/96). Van belang is overweging 27 uit het arrest: "Uit bovenstaande overweging volgt tevens dat (…) wanneer een vrouwelijke werknemer afwezig is wegens een ziekte die haar oorsprong vindt in de zwangerschap of bevalling, in geval deze ziekte is opgetreden tijdens de zwangerschap en gedurende en na het zwangerschapsverlof heeft voortgeduurd, de afwezigheid niet alleen tijdens het zwangerschapsverlof, maar ook gedurende de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot het begin van het zwangerschapsverlof, niet in aanmerking kan worden genomen voor de berekening van de periode die haar ontslag naar nationaal recht rechtvaardigt."
(2) In het bijzonder kunnen worden genoemd artikel 670, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (Kamerstukken II 2000/01, 27 826) (advies 3 januari 2001; no.W03.00.0483/I) en artikel 11a, tweede en derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (Kamerstukken II 2000/01, 27 699) (advies van 3 januari 2001; no.W03.00.0472/I).
(3) Slot toelichting artikel VI, onderdeel H.
(4) Artikel XIV, onderdelen d en i.
(5) Nota van toelichting, onderdeel Algemeen.
(6) Zie ook aanwijzing 107 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon