Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht).
- Kenmerk
- W09.01.0264/V
- Datum advies
- 16 juli 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 14 mei 2002, nr 89
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht).
Bij Kabinetsmissive van 13 juni 2001, no.01.002873, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens de Minister van Defensie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht).
Het ontwerpbesluit bevat de (hernieuwde) implementatie van internationale regelgeving. Het betreft technische voorschriften krachtens het Verdrag van Chicago (Trb.1973, 109).
Tevens bevat dit besluit de verankering van een vijftal soorten verplichte erkenningen voor natuurlijke en rechtspersonen die zich bezighouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht. Dit stelsel van erkenningen was voorheen vastgelegd op het niveau van een ministeriële regeling.
Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State aanleiding tot de volgende opmerking.
Op grond van artikel 6.50 van de Wet luchtvaart is Titel 6.5, Vervoer van gevaarlijke stoffen, van deze wet niet van toepassing op radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Kernenergiewet.
Artikel 2 van het ontwerpbesluit wijst als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 6.51, eerste lid, van de Wet luchtvaart onder andere radioactieve stoffen aan.
De Raad beveelt aan de verhouding tussen beide artikelen toe te lichten, dan wel in geval van strijdigheid deze op te heffen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 maart 2002
Ingevolge het advies van Uw Raad bevat de nota van toelichting een passage over de verhouding tussen enerzijds artikel 6.50 van de Wet luchtvaart en artikel 2 van het ontwerpbesluit en anderzijds de Kernenergiewet.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
Het ontwerpbesluit bevat de (hernieuwde) implementatie van internationale regelgeving. Het betreft technische voorschriften krachtens het Verdrag van Chicago (Trb.1973, 109).
Tevens bevat dit besluit de verankering van een vijftal soorten verplichte erkenningen voor natuurlijke en rechtspersonen die zich bezighouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht. Dit stelsel van erkenningen was voorheen vastgelegd op het niveau van een ministeriële regeling.
Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State aanleiding tot de volgende opmerking.
Op grond van artikel 6.50 van de Wet luchtvaart is Titel 6.5, Vervoer van gevaarlijke stoffen, van deze wet niet van toepassing op radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Kernenergiewet.
Artikel 2 van het ontwerpbesluit wijst als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 6.51, eerste lid, van de Wet luchtvaart onder andere radioactieve stoffen aan.
De Raad beveelt aan de verhouding tussen beide artikelen toe te lichten, dan wel in geval van strijdigheid deze op te heffen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 maart 2002
Ingevolge het advies van Uw Raad bevat de nota van toelichting een passage over de verhouding tussen enerzijds artikel 6.50 van de Wet luchtvaart en artikel 2 van het ontwerpbesluit en anderzijds de Kernenergiewet.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat