Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer).
- Kenmerk
- W09.01.0492/V
- Datum advies
- 9 november 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 februari 2003, nr 29
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer).
Bij Kabinetsmissive van 26 september 2001, no.01.004530, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer).
Het ontwerpbesluit vervangt het besluit van 15 april 1992, houdende regelen met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Stb.234). Regels over de wijze van examinering zullen voortaan in een ministeriële regeling worden neergelegd. Het ontwerpbesluit biedt voorts een basis voor het vaststellen van een landelijk uniforme regeling voor het verlenen van vrijstellingen. Met betrekking tot het ontwerpbesluit merkt de Raad van State het volgende op.
1. In artikel 8 van het ontwerpbesluit is bepaald dat de Minister van Verkeer en Waterstaat voor de toepassing van de artikelen 5 tot en met 7 een ander bewijs van bekwaamheid met het vaarbekwaamheidsbewijs politie kan gelijkstellen. De grondslag voor deze subdelegatie is te vinden in artikel 9, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet. Daarin wordt echter de eis gesteld dat dit geschiedt in overeenstemming met de Minister van Justitie. De Raad adviseert om, in navolging van artikel 5d van het geldende besluit, dit vereiste over te nemen.
2. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 9 november 2001, no.W09.01.0492/V, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- In de artikelen 3 en 20 van het ontwerpbesluit de tweede zin in een apart lid onderbrengen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 27 november 2002
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
1. Ondergetekende heeft besloten om de tekst van artikel 8 van het ontwerpbesluit overeenkomstig het advies van de Raad aan te passen.
2. De redactionele kanttekening van de Raad is overgenomen.
3. Voorts is ambtshalve nog een wijziging aangebracht in het ontwerpbesluit.
Artikel 32 is geschrapt, daar het ontwerpbesluit na vaststelling op 1 januari 2003 in werking zal treden. Op die datum zal ook het nieuwe benoemingsjaar van de landelijke examencommissie alsmede dat van de regionale examencommissies ingaan, zodat er voor de benoemingsbesluiten van deze commissies geen omhangbepaling meer noodzakelijk is.
Tenslotte hebben in het ontwerpbesluit alsmede in de nota van toelichting enkele kleine aanpassingen van redactionele aard plaatsgevonden.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
Het ontwerpbesluit vervangt het besluit van 15 april 1992, houdende regelen met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Stb.234). Regels over de wijze van examinering zullen voortaan in een ministeriële regeling worden neergelegd. Het ontwerpbesluit biedt voorts een basis voor het vaststellen van een landelijk uniforme regeling voor het verlenen van vrijstellingen. Met betrekking tot het ontwerpbesluit merkt de Raad van State het volgende op.
1. In artikel 8 van het ontwerpbesluit is bepaald dat de Minister van Verkeer en Waterstaat voor de toepassing van de artikelen 5 tot en met 7 een ander bewijs van bekwaamheid met het vaarbekwaamheidsbewijs politie kan gelijkstellen. De grondslag voor deze subdelegatie is te vinden in artikel 9, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet. Daarin wordt echter de eis gesteld dat dit geschiedt in overeenstemming met de Minister van Justitie. De Raad adviseert om, in navolging van artikel 5d van het geldende besluit, dit vereiste over te nemen.
2. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 9 november 2001, no.W09.01.0492/V, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- In de artikelen 3 en 20 van het ontwerpbesluit de tweede zin in een apart lid onderbrengen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 27 november 2002
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
1. Ondergetekende heeft besloten om de tekst van artikel 8 van het ontwerpbesluit overeenkomstig het advies van de Raad aan te passen.
2. De redactionele kanttekening van de Raad is overgenomen.
3. Voorts is ambtshalve nog een wijziging aangebracht in het ontwerpbesluit.
Artikel 32 is geschrapt, daar het ontwerpbesluit na vaststelling op 1 januari 2003 in werking zal treden. Op die datum zal ook het nieuwe benoemingsjaar van de landelijke examencommissie alsmede dat van de regionale examencommissies ingaan, zodat er voor de benoemingsbesluiten van deze commissies geen omhangbepaling meer noodzakelijk is.
Tenslotte hebben in het ontwerpbesluit alsmede in de nota van toelichting enkele kleine aanpassingen van redactionele aard plaatsgevonden.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat