Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.02.0490/IV

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit in- en doorstroombanen en het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden met het oog op de invoering van een vrij besteedbaar reïntegratiebudget.

Kenmerk
W12.02.0490/IV
Datum advies
29 november 2002
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 14 januari 2003, nr 9
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit in- en doorstroombanen en het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden met het oog op de invoering van een vrij besteedbaar reïntegratiebudget.

Bij Kabinetsmissive van 11 november 2002, no.02.005113, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit in- en doorstroombanen en het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden met het oog op de invoering van een vrij besteedbaar reïntegratiebudget.

Met het ontwerpbesluit wordt beoogd gemeentebesturen de verantwoordelijkheid, de ruimte en de middelen te geven voor het voeren van een activerend reïntegratiebeleid. Hiertoe wordt ter vervanging van het huidige declaratiesysteem een budgetsysteem ingevoerd en worden die bepalingen afgeschaft die thans een belemmering vormen voor gemeenten om de budgettaire middelen voor in- en doorstroombanen (hierna: ID-banen) op andere wijze ten behoeve van reïntegratie in te zetten. Daarnaast wordt ook de procedure inzake de subsidieverlening vereenvoudigd.

1. De Raad van State onderschrijft de gedachte dat gemeentebesturen met het in het ontwerpbesluit ingevoerde budgetsysteem en de afschaffing van belemmerende bepalingen in beginsel beter in staat zullen zijn werkzoekenden op persoonsgerichte wijze te begeleiden en een efficiënter reïntegratiebeleid kunnen voeren. De vraag is wel of gemeentebesturen voldoende zijn toegerust om onmiddellijk met ingang van 1 januari 2003 deze nieuwe beleidsruimte ten volle te benutten. Hiervoor is immers nodig een intensivering van de begeleiding van de werkzoekenden en een intensiever contact met het bedrijfsleven en scholingsinstellingen. Zo kunnen gemeentebesturen aan werkgevers een lagere vergoeding geven dan 100% van het niveau van het wettelijk minimumloon. Dat vraagt uiteraard wel een beoordeling van de vraag wanneer een concrete bemiddeling zich daarvoor leent en wanneer niet. De Raad adviseert in de nota van toelichting op deze vraag in te gaan.

2. Het ontwerpbesluit hangt nauw samen met de beoogde bezuiniging op de middelen voor ID-banen in 2003. In de nota van toelichting wordt gesuggereerd dat gemeenten deze bezuiniging met de voorgestelde grotere beleidsruimte zoveel als mogelijk binnen de beschikbare middelen zullen kunnen opvangen.(zie noot 1) Overigens vervalt het Besluit in- en doorstroombanen op 1 januari 2004.(zie noot 2) Aangenomen moet worden dat de thans voorgestelde wijziging van het systeem dan ook tevens moet worden bezien in het perspectief van de door het kabinet beoogde invoering van het Fonds Werk en Inkomen per die datum.
De budgettaire reductie van het totale bedrag dat tot nu toe jaarlijks voor ID-banen beschikbaar was bedraagt 249,6 miljoen euro. Dit is 25% van het huidige budget voor ID-banen (1.018 miljoen euro in 2002). Op het geheel van de huidige reïntegratie budgetten (2.825 miljoen euro in 2002) is blijkens de Sociale Nota 2003 een besparing voorzien van 358 miljoen euro in 2003 (13% ten aanzien van 2002) oplopend tot 640 miljoen euro vanaf 2006.(zie noot 3) Het lijkt niet aannemelijk dat de nieuwe budgetsystematiek deze omvangrijke bezuiniging geheel zal kunnen compenseren, ook wanneer efficiencyverbeteringen van de nieuwe systematiek verwacht worden. De toelichting bij het ontwerpbesluit gaat niet in op dit mogelijke volume-effect van het nieuwe reïntegratie-instrumentarium ten opzichte van de oude situatie. Hierbij moet ook bedacht worden, dat de zittende werknemers in ID-banen niet allemaal per 1 januari 2003 een andere positie zullen hebben en dus een groot beslag zullen blijven leggen op het dan aanzienlijk beperkte budget. Dit beperkt naar de Raad aanneemt de operationele flexibiliteit om gelden anders in te zetten. In dit verband dringt de vraag zich op welke gevolgen de bezuiniging kan hebben voor (de werknemers in) de ID-banen enerzijds en voor de gemeenten anderzijds, wanneer de effecten van het ontwerpbesluit in de praktijk minder gunstig zullen blijken te zijn dan in de toelichting op het ontwerpbesluit wordt gesuggereerd. Zo lijkt het op voorhand niet uitgesloten dat er sprake zal zijn van gedwongen ontslagen, hetgeen dan ook weer van invloed zal zijn op het aantal bijstandsuitkeringen.
Voorts is onduidelijk of de nieuwe systematiek in evenredige mate uitwerkt naar de gemeenten of dat er grote verschillen per gemeente verwacht moeten worden als gevolg van verschillen in beleid of van verschillende omstandigheden in de gemeenten.
De Raad adviseert dat in de nota van toelichting op deze aspecten wordt ingegaan.

3. Een aantal mogelijk belemmerende bepalingen wordt afgeschaft teneinde de gemeentebesturen in de gelegenheid te stellen meer maatwerk toe te passen. Dit kan onder meer van belang zijn in die gevallen waarin een armoede-effect gecompenseerd moet worden bij uitstroom uit de bijstand naar een betaalde baan. Niet duidelijk is evenwel waarom in dit verband de hoogte van het aanvangssalaris van de desbetreffende werknemer binnen de maximumbeloningsgrens dient te blijven van een ID-baan. Op de redengeving hiervan dient naar de mening van de Raad in de nota van toelichting nader te worden ingegaan.

4. De Raad neemt aan dat over de inhoud van het ontwerpbesluit overleg is gevoerd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, overeenkomstig artikel 115, eerste lid, van de Gemeentewet. Het college beveelt aan in de nota van toelichting de resultaten van dat overleg te vermelden, overeenkomstig het tweede lid van genoemd artikel.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State



Nader rapport (reactie op het advies) van 17 december 2002


De Raad geeft U in overweging een besluit te nemen, nadat aan gemaakte opmerkingen aandacht zal zijn geschonken. Puntsgewijze wordt hieronder op de opmerkingen van de Raad ingegaan.

1. Het kabinet neemt kennis van de onderschrijving door de Raad, dat gemeentebesturen met het in het ontwerpbesluit ingevoerde budgetsysteem en de afschaffing van belemmerende bepalingen in beginsel beter in staat zullen zijn werkzoekenden op persoonsgerichte wijze te begeleiden en een efficiënter reïntegratiebeleid kunnen voeren.
De Raad vraagt wel naar voldoende toerusting van gemeentebesturen om deze nieuwe beleidsruimte volledig te benutten. Het kabinet zal implementatie bij gemeenten in deze faciliteren. De Raad verzoekt het kabinet in het bijzonder in de nota van toelichting bij het besluit in te gaan op de vraag wanneer bij concrete plaatsingen op een ID-baan een lagere vergoeding dan 100% van het niveau van het wettelijk minimumloon aan de werkgever aan de orde is. Het kabinet heeft in de toelichting thans aangegeven dat de hoogte van de vergoeding aan de werkgever het resultaat zal zijn van onderhandeling tussen gemeente en werkgever. Daarbij zullen factoren als de financiële draagkracht van de werkgever, het belang van de betreffende arbeidsplaats, de productie-capaciteit van de betreffende werknemer en de mate waarin de werkgever garanties biedt voor doorstroom naar een ongesubsidieerde functie, een rol spelen.

2. De Raad zet vraagtekens bij de aanname van het kabinet in de nota van toelichting bij het besluit dat gemeenten met de grotere beleidsruimte de bezuiniging in 2003 zoveel als mogelijk binnen de beschikbare middelen op kunnen vangen. De Raad wijst op mogelijke consequenties voor de positie van zittende ID-werknemers. Het kabinet ziet de grotere beleidsruimte in de ID-regelgeving als één van de maatregelen voor gemeenten om de gevolgen van de bezuiniging zoveel als mogelijk op te vangen.
Daarnaast is al bij circulaire van 4 september jl. aan gemeenten geadviseerd om niet gerealiseerde banen niet in te vullen en leeg te komen banen als gevolg van natuurlijk verloop niet opnieuw te bezetten met het oog op het in 2003 beschikbare budget. Het budget voor 2003 is gebaseerd op het terugbrengen van het volume met 8.000 ID-banen. De afspraak van het kabinet met sociale partners in het Najaarsakkoord van 28 november jl. om met een nieuwe stimuleringsregeling in 2003 werkgevers te stimuleren 10.000 ID-banen regulier te maken en te financieren zal gemeenten verder helpen bij het brengen van dynamiek in het zittende bestand van ID-werknemers en gedwongen ontslag te voorkomen.

De Raad acht het voorts onduidelijk of de nieuwe systematiek in evenredige mate uitwerkt naar de gemeenten en of er grote verschillen per gemeente verwacht moeten worden als gevolg van de verschillen in beleid of van verschillende omstandigheden in de gemeente. De Raad adviseert dat in de nota van toelichting op deze aspecten wordt ingegaan.
Het kabinet heeft in de nota van toelichting verduidelijkt, dat in de verdeelsystematiek van het budget rekening gehouden wordt met verschillen tussen gemeenten naar realisatie van aantal ID-banen. Verschillen tussen gemeenten in beleid en in omstandigheden zijn bewust beoogd met de voorgenomen grotere beleidsruimte. Deze maakt het immers mogelijk dat gemeenten in hun beleid verschillende keuzes kunnen maken, afhankelijk van de lokale omstandigheden.

3. De Raad acht het in verband met het voorkomen van armoedeval bij uitstroom uit de bijstand naar een ID-baan, onduidelijk, waarom de hoogte van het aanvangsalaris binnen de maximumbeloningsgrens dient te blijven. Het kabinet hecht eraan te benadrukken, dat de bepaling van de maximumbeloningsgrens van 130% van het niveau van het wettelijk minimumloon bij een Instroombaan niet is losgelaten. Binnen deze beloningsgrens hoeft geen sprake te zijn van een armoedeval bij uitstroom uit de bijstand naar een Instroombaan.

4. De Raad neemt aan dat over de inhoud van het ontwerpbesluit overleg is gevoerd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, overeenkomstig artikel 115, eerste lid, van de Gemeentewet. De Raad beveelt aan in de nota van toelichting de resultaten van dat overleg te vermelden, overeenkomstig het tweede lid van genoemd artikel.
Het kabinet kan bevestigen, en heeft daarvan nu melding gemaakt in de nota van toelichting, dat over de inhoud van het ontwerpbesluit overeenstemming is bereikt in het Bestuurlijk Overleg met de VNG op 13 november 2002.

5. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enige wijzigingen in het besluit aan te brengen. Voor een deel vloeien deze voort uit bestuurlijke afspraken met de VNG en uit afspraken die in het kader van het Najaarsoverleg tussen het kabinet en de Stichting van de Arbeid zijn gemaakt ten aanzien van de gesubsidieerde arbeid.
Artikel I, onderdeel I (artikel 13, tweede en vierde lid) is aangepast om de gemeenten tegemoet te komen in hun verzoek om al in 2003 een grotere bestedingsvrijheid te creëren. Daartoe wordt een deel (10 procent) van het scholings- en activeringsbudget van de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) overgeheveld naar het budget dat de gemeenten ontvangen op grond van het Besluit in- en doorstroombanen. Gemeenten kunnen dit budget, in tegenstelling tot het scholings- en activeringsbudget van de WIW, flexibel aanwenden voor reïntegratieactiviteiten. De overheveling is een verdere stap in het beleid gericht op deregulering. Om herverdeeleffecten te voorkomen, wordt deze toevoeging van 45 mln. euro aan het op grond van het Besluit in- en doorstroombanen verstrekte budget op dezelfde wijze verdeeld als het scholings- en activeringsbudget van de WIW. De betaalbaarstelling zal op dezelfde wijze als in de WIW plaatsvinden. De overgangsbepaling die in eerste instantie in artikel III van het besluit was opgenomen, is verplaatst naar artikel 19b van het Besluit in- en doorstroombanen (artikel I, onderdeel L). De wijziging van het Besluit gelijkstelling vreemdelingen Abw, Ioaw, Ioaz en WVG (artikel III) betreft het herstellen van een technische omissie. Het is nooit de bedoeling geweest om de categorie vreemdelingen waarop het Besluit gelijkstelling vreemdelingen van toepassing is, uit te sluiten van het recht op uitkering op grond van de WIK.

In verband met de hierboven beschreven wijzigingen is het besluit in technische zin op enkele punten aangepast. De nota van toelichting is met het oog op de vermelde wijzigingen eveneens op een aantal punten aangepast en redactioneel verbeterd. Voorts is deze aangevuld met de uit het overleg met de VNG voortgekomen afspraak, die inhoudt dat er ten aanzien van uitstroom uit gesubsidieerde arbeid ook een duidelijke inspanningsverplichting bij de individuele werkgever en werknemer komt te liggen. Ten slotte is de toelichting op artikel 3 van het Besluit in- en doorstroombanen aangevuld met een alinea inzake de uit- en aanbestedingsregels voor reïntegratieactiviteiten.

Ik moge u hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid



(1) Nota van toelichting, Algemeen, eerste alinea.
(2) Artikel 21 van het Besluit in- en doorstroombanen.
(3) Sociale Nota, Kamerstukken II 2002/03, 28 601, nr.2. blz.44.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon