Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van richtlijn nr.2001/43/EG betreffende geluidseisen voor banden van motorvoertuigen en aanhangwagens.
- Kenmerk
- W09.02.0437/V
- Datum advies
- 12 december 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 10 juni 2003, nr 108
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van richtlijn nr.2001/43/EG betreffende geluidseisen voor banden van motorvoertuigen en aanhangwagens.
Bij Kabinetsmissive van 9 oktober 2002, no.02.004604, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van richtlijn nr.2001/43/EG betreffende geluidseisen voor banden van motorvoertuigen en aanhangwagens.
Richtlijn 2001/43/EG bevat een wijziging van Richtlijn 92/23/EEG van de Raad betreffende banden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan alsmede de montage ervan. Deze laatste is een bijzondere richtlijn, gebaseerd op richtlijn nr.70/156/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L 42) (hierna: richtlijn 70/156/EEG). Richtlijn 70/156/EEG en de daarop gebaseerde bijzondere richtlijnen bepalen onder welke voorwaarden de keuringsinstanties van de lidstaten voor een voertuig of voertuigonderdeel een typegoedkeuring mogen afgeven. In richtlijn 92/23/EEG zijn de goedkeuringseisen opgenomen die betrekking hebben op banden. Die eisen hadden evenwel tot voor kort geen betrekking op de hoeveelheid geluid die banden mogen produceren (de "rolgeluidemissie"), omdat er nog geen realistische en reproduceerbare methode was ontwikkeld om dat geluid te meten. Inmiddels is die methode er wel, en richtlijn 2001/43/EG vult richtlijn 92/23/EEG op dit punt aan.
In Nederland zijn de eisen waaraan een voertuig of onderdeel daarvan moet voldoen wil het worden goedgekeurd voor het merendeel opgenomen in het Voertuigreglement. Goedkeuring is een voorwaarde voor toelating tot het verkeer op de weg. De keuringen worden in Nederland verricht door de Dienst Wegverkeer.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Typegoedkeuring in de zin van richtlijn 92/23/EEG en richtlijn 70/156/EEG kan betrekking hebben op voertuigen als zodanig, maar ook op losse onderdelen en uitrustingsstukken. Eisen die voor typegoedkeuring worden gesteld aan banden en hun rolgeluidemissie kunnen dus betrekking hebben op de goedkeuring van het voertuig waaronder die banden zijn gemonteerd, maar ook op goedkeuring van het betreffende type band (dus op de band als los onderdeel). In de systematiek van het Voertuigreglement is dat te zien aan de indeling van hoofdstuk 3. In afdeling 1 tot en met 7 en in afdeling 9 staan de eisen vermeld waaraan de verschillende categorieën voertuigen (personenauto’s, bedrijfsauto’s, motorfietsen etc.) moeten voldoen. Afdeling 8 (getiteld "Voertuigonderdelen, technische eenheden, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers") bevat de eisen die voor typegoedkeuring worden gesteld aan losse onderdelen.
In de nota van toelichting(zie noot 1) staat dat de eisen voor typegoedkeuring van banden zowel voor banden als los onderdeel als voor banden die zijn gemonteerd onder een voertuig zijn neergelegd in afdeling 8 van hoofdstuk 3 van het Voertuigreglement. Dat is dus niet correct. De Raad beveelt aan de nota van toelichting op dit punt aan te passen.
2. Volgens de toelichting strekt het voorgestelde artikel 3.8.7 van het Voertuigreglement tot implementatie van artikel 10bis, dat door richtlijn 2001/43/EG in richtlijn 92/23/EEG wordt ingevoegd.(zie noot 2) Artikel 10bis verbiedt de lidstaten om na 4 augustus 2003 de EG-typegoedkeuring of de nationale typegoedkeuring te verlenen voor banden die vallen onder het toepassingsbereik van de richtlijn, maar die niet beantwoorden aan de voorschriften die erin worden gesteld.
Daarnaast is echter op 16 mei 2002 een wijziging aangebracht in de Regeling keuringsvoorschriften en EEG-documenten geluidproduktie motorvoertuigen (hierna: de Regeling). Deze wijziging is, blijkens de bijbehorende toelichting, eveneens bedoeld ter implementatie van het nieuwe artikel 10bis.(zie noot 3) De nota van toelichting bij het onderhavige besluit vermeldt dat de Regeling de eisen voor typegoedkeuring bevat die betrekking hebben op rolgeluidemissie. Volgens de nota van toelichting(zie noot 4) betekent dit dat - voor wat de geluidemissie betreft - zowel typegoedkeuring van voertuigen met betrekking tot de banden als typegoedkeuring van banden als los voertuigonderdeel op basis van de Regeling kan worden verleend.
Dit laatste klopt voorzover het de keuring van voertuigen als zodanig betreft, met inbegrip van de daaronder gemonteerde banden. Voor de keuring van banden als los voertuigonderdeel is wat de nota van toelichting opmerkt echter niet juist: de Regeling kan niet worden gebruikt om losse voertuigonderdelen te keuren. In de Regeling (artikel 2, tweede lid) is weliswaar sprake van de keuring "van banden of de montage daarvan", maar dit artikel verwijst naar artikel 2, onder a, van het Besluit geluidproduktie motorvoertuigen. Dit laatste artikel ziet, blijkens de tekst, alleen op de goedkeuring van typen voertuigen, en niet op de keuring van losse onderdelen (zoals banden).(zie noot 5) De verwijzing in artikel 2, tweede lid, van de Regeling naar "banden of de montage daarvan" kan derhalve geen betrekking hebben op losse, niet onder een voertuig gemonteerde banden.
De Raad adviseert daarom de nota van toelichting van het onderhavige besluit op dit punt aan te passen.
Overigens zou, ingeval het wel mogelijk zou zijn om typegoedkeuringen af te geven voor losse banden op basis van de Regeling, er wat het geluidsaspect betreft samenloop optreden met artikel 3.8.7 van het Voertuigreglement. Dit artikel maakt immers geen onderscheid tussen eisen met betrekking tot rolgeluidemissie en andere eisen, maar bepaalt eenvoudigweg dat losse banden moeten voldoen aan de (dus: alle) eisen van richtlijn 92/23/EEG.
3. De implementatietermijn van richtlijn 2001/43/EG is, zoals de nota van toelichting al aangeeft, verstreken op 4 augustus 2002. De Raad adviseert in de nota van toelichting aandacht te besteden aan de gevolgen van de overschrijding van de implementatietermijn.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 12 december 2002, no.W09.02.0437/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Bij de nummering van artikel 3.8.7 rekening houden met artikel I van het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met het toestaan van retroreflecterende belijning op zware bedrijfsauto’s en aanhangwagens (voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 oktober 2002, nr.HDJZ/AWW/20022614, Hoofddirectie Juridische Zaken), dat in onderdeel E eveneens voorziet in invoeging van een artikel 3.8.7 in het Voertuigreglement.
- Op bladzijde 2 van de nota van toelichting het zinsdeel "De eisen waarop de typegoedkeuring voor banden als los voertuigonderdeel of als geheel voertuig, zijn gebaseerd, zijn grotendeels neergelegd …" vervangen door: De eisen voor typegoedkeuring van voertuigen met betrekking tot de banden en de eisen voor typegoedkeuring van banden als los voertuigonderdeel zijn grotendeels neergelegd.
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 april 2003
1. De Raad van State wijst er op dat eisen voor banden als los onderdeel inderdaad in hoofdstuk 3, afdeling 8 van het Voertuigreglement zijn neergelegd, maar dat eisen voor banden gemonteerd op voertuigen in andere afdelingen van hetzelfde hoofdstuk zijn neergelegd. De nota van toelichting is op dit punt aangepast.
2. De suggestie in de nota van toelichting dat op grond van de Regeling keuringsvoorschriften en EEG-documenten geluidproduktie motorvoertuigen en typegoedkeuring voor banden als losse onderdelen kan worden verleend is door tekstwijziging in de nota van toelichting naar aanleiding van de opmerking van de Raad weggenomen.
3. In de artikelgewijze toelichting is onder artikel II, op aandringen van de Raad, aangegeven dat de overschrijding van de implementatietermijn in de praktijk niet tot vragen of problemen heeft geleid.
4. De twee redactionele kanttekeningen, welke zowel op het ontwerp-besluit als op de nota van toelichting betrekking hebben, zijn overgenomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van verkeer en waterstaat
(1) Nota van toelichting, bladzijde 2.
(2) Nota van toelichting, implementatieschema op bladzijde 3.
(3) Stcrt. 23 mei 2002, nr.95, bladzijde 22.
(4) Nota van toelichting, bladzijde 2.
(5) Artikel 2 van het Besluit geluidproduktie motorvoertuigen luidt: "Het is verboden motorvoertuigen op ten minste vier wielen te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren, die niet behoren tot een type: a. waarvoor een goedkeuring geldt ingevolge een keuring, door de Dienst Wegverkeer of een andere door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen instantie verricht aan de hand van de krachtens artikel 7 geldende voorschriften (…)".
Richtlijn 2001/43/EG bevat een wijziging van Richtlijn 92/23/EEG van de Raad betreffende banden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan alsmede de montage ervan. Deze laatste is een bijzondere richtlijn, gebaseerd op richtlijn nr.70/156/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L 42) (hierna: richtlijn 70/156/EEG). Richtlijn 70/156/EEG en de daarop gebaseerde bijzondere richtlijnen bepalen onder welke voorwaarden de keuringsinstanties van de lidstaten voor een voertuig of voertuigonderdeel een typegoedkeuring mogen afgeven. In richtlijn 92/23/EEG zijn de goedkeuringseisen opgenomen die betrekking hebben op banden. Die eisen hadden evenwel tot voor kort geen betrekking op de hoeveelheid geluid die banden mogen produceren (de "rolgeluidemissie"), omdat er nog geen realistische en reproduceerbare methode was ontwikkeld om dat geluid te meten. Inmiddels is die methode er wel, en richtlijn 2001/43/EG vult richtlijn 92/23/EEG op dit punt aan.
In Nederland zijn de eisen waaraan een voertuig of onderdeel daarvan moet voldoen wil het worden goedgekeurd voor het merendeel opgenomen in het Voertuigreglement. Goedkeuring is een voorwaarde voor toelating tot het verkeer op de weg. De keuringen worden in Nederland verricht door de Dienst Wegverkeer.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Typegoedkeuring in de zin van richtlijn 92/23/EEG en richtlijn 70/156/EEG kan betrekking hebben op voertuigen als zodanig, maar ook op losse onderdelen en uitrustingsstukken. Eisen die voor typegoedkeuring worden gesteld aan banden en hun rolgeluidemissie kunnen dus betrekking hebben op de goedkeuring van het voertuig waaronder die banden zijn gemonteerd, maar ook op goedkeuring van het betreffende type band (dus op de band als los onderdeel). In de systematiek van het Voertuigreglement is dat te zien aan de indeling van hoofdstuk 3. In afdeling 1 tot en met 7 en in afdeling 9 staan de eisen vermeld waaraan de verschillende categorieën voertuigen (personenauto’s, bedrijfsauto’s, motorfietsen etc.) moeten voldoen. Afdeling 8 (getiteld "Voertuigonderdelen, technische eenheden, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers") bevat de eisen die voor typegoedkeuring worden gesteld aan losse onderdelen.
In de nota van toelichting(zie noot 1) staat dat de eisen voor typegoedkeuring van banden zowel voor banden als los onderdeel als voor banden die zijn gemonteerd onder een voertuig zijn neergelegd in afdeling 8 van hoofdstuk 3 van het Voertuigreglement. Dat is dus niet correct. De Raad beveelt aan de nota van toelichting op dit punt aan te passen.
2. Volgens de toelichting strekt het voorgestelde artikel 3.8.7 van het Voertuigreglement tot implementatie van artikel 10bis, dat door richtlijn 2001/43/EG in richtlijn 92/23/EEG wordt ingevoegd.(zie noot 2) Artikel 10bis verbiedt de lidstaten om na 4 augustus 2003 de EG-typegoedkeuring of de nationale typegoedkeuring te verlenen voor banden die vallen onder het toepassingsbereik van de richtlijn, maar die niet beantwoorden aan de voorschriften die erin worden gesteld.
Daarnaast is echter op 16 mei 2002 een wijziging aangebracht in de Regeling keuringsvoorschriften en EEG-documenten geluidproduktie motorvoertuigen (hierna: de Regeling). Deze wijziging is, blijkens de bijbehorende toelichting, eveneens bedoeld ter implementatie van het nieuwe artikel 10bis.(zie noot 3) De nota van toelichting bij het onderhavige besluit vermeldt dat de Regeling de eisen voor typegoedkeuring bevat die betrekking hebben op rolgeluidemissie. Volgens de nota van toelichting(zie noot 4) betekent dit dat - voor wat de geluidemissie betreft - zowel typegoedkeuring van voertuigen met betrekking tot de banden als typegoedkeuring van banden als los voertuigonderdeel op basis van de Regeling kan worden verleend.
Dit laatste klopt voorzover het de keuring van voertuigen als zodanig betreft, met inbegrip van de daaronder gemonteerde banden. Voor de keuring van banden als los voertuigonderdeel is wat de nota van toelichting opmerkt echter niet juist: de Regeling kan niet worden gebruikt om losse voertuigonderdelen te keuren. In de Regeling (artikel 2, tweede lid) is weliswaar sprake van de keuring "van banden of de montage daarvan", maar dit artikel verwijst naar artikel 2, onder a, van het Besluit geluidproduktie motorvoertuigen. Dit laatste artikel ziet, blijkens de tekst, alleen op de goedkeuring van typen voertuigen, en niet op de keuring van losse onderdelen (zoals banden).(zie noot 5) De verwijzing in artikel 2, tweede lid, van de Regeling naar "banden of de montage daarvan" kan derhalve geen betrekking hebben op losse, niet onder een voertuig gemonteerde banden.
De Raad adviseert daarom de nota van toelichting van het onderhavige besluit op dit punt aan te passen.
Overigens zou, ingeval het wel mogelijk zou zijn om typegoedkeuringen af te geven voor losse banden op basis van de Regeling, er wat het geluidsaspect betreft samenloop optreden met artikel 3.8.7 van het Voertuigreglement. Dit artikel maakt immers geen onderscheid tussen eisen met betrekking tot rolgeluidemissie en andere eisen, maar bepaalt eenvoudigweg dat losse banden moeten voldoen aan de (dus: alle) eisen van richtlijn 92/23/EEG.
3. De implementatietermijn van richtlijn 2001/43/EG is, zoals de nota van toelichting al aangeeft, verstreken op 4 augustus 2002. De Raad adviseert in de nota van toelichting aandacht te besteden aan de gevolgen van de overschrijding van de implementatietermijn.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 12 december 2002, no.W09.02.0437/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Bij de nummering van artikel 3.8.7 rekening houden met artikel I van het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met het toestaan van retroreflecterende belijning op zware bedrijfsauto’s en aanhangwagens (voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 oktober 2002, nr.HDJZ/AWW/20022614, Hoofddirectie Juridische Zaken), dat in onderdeel E eveneens voorziet in invoeging van een artikel 3.8.7 in het Voertuigreglement.
- Op bladzijde 2 van de nota van toelichting het zinsdeel "De eisen waarop de typegoedkeuring voor banden als los voertuigonderdeel of als geheel voertuig, zijn gebaseerd, zijn grotendeels neergelegd …" vervangen door: De eisen voor typegoedkeuring van voertuigen met betrekking tot de banden en de eisen voor typegoedkeuring van banden als los voertuigonderdeel zijn grotendeels neergelegd.
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 april 2003
1. De Raad van State wijst er op dat eisen voor banden als los onderdeel inderdaad in hoofdstuk 3, afdeling 8 van het Voertuigreglement zijn neergelegd, maar dat eisen voor banden gemonteerd op voertuigen in andere afdelingen van hetzelfde hoofdstuk zijn neergelegd. De nota van toelichting is op dit punt aangepast.
2. De suggestie in de nota van toelichting dat op grond van de Regeling keuringsvoorschriften en EEG-documenten geluidproduktie motorvoertuigen en typegoedkeuring voor banden als losse onderdelen kan worden verleend is door tekstwijziging in de nota van toelichting naar aanleiding van de opmerking van de Raad weggenomen.
3. In de artikelgewijze toelichting is onder artikel II, op aandringen van de Raad, aangegeven dat de overschrijding van de implementatietermijn in de praktijk niet tot vragen of problemen heeft geleid.
4. De twee redactionele kanttekeningen, welke zowel op het ontwerp-besluit als op de nota van toelichting betrekking hebben, zijn overgenomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van verkeer en waterstaat
(1) Nota van toelichting, bladzijde 2.
(2) Nota van toelichting, implementatieschema op bladzijde 3.
(3) Stcrt. 23 mei 2002, nr.95, bladzijde 22.
(4) Nota van toelichting, bladzijde 2.
(5) Artikel 2 van het Besluit geluidproduktie motorvoertuigen luidt: "Het is verboden motorvoertuigen op ten minste vier wielen te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren, die niet behoren tot een type: a. waarvoor een goedkeuring geldt ingevolge een keuring, door de Dienst Wegverkeer of een andere door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen instantie verricht aan de hand van de krachtens artikel 7 geldende voorschriften (…)".