Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Huisvestingsbesluit (bescherming van woningzoekenden in opvanghuizen).
- Kenmerk
- W08.02.0398/V
- Datum advies
- 8 november 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 augustus 2003, nr 153
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Huisvestingsbesluit (bescherming van woningzoekenden in opvanghuizen).
Bij Kabinetsmissive van 13 september 2002, no.02.004220, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Huisvestingsbesluit (bescherming van woningzoekenden in opvanghuizen).
Dit ontwerpbesluit voorziet in wijziging van artikel 9 van het Huisvestingsbesluit (hierna: Hvb), dat enkele categorieën personen aanwijst ten aanzien van wie bepaalde regelingen die zijn opgenomen in een gemeentelijke huisvestingsverordening buiten toepassing moeten blijven, waardoor hun positie bij toedeling van woonruimte wordt versterkt. Aan de bestaande categorieën wordt de groep toegevoegd van woningzoekenden die verblijven in een opvangvoorziening voor tijdelijk onderdak voor en begeleiding van vrouwen die in verband met problemen van relationele aard en geweld hun woonruimte hebben verlaten.
1. Met dit besluit wil de regering in samenhang met een nog tot stand te brengen wijziging van de Huisvestingswet (Hvw) uitvoering geven aan een motie uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal (de motie-Albayrak)(zie noot 1), waarin haar werd verzocht om het mogelijk te maken dat vrouwen die in afwachting zijn van een vergunning tot voortgezet verblijf en die een relatie hebben verbroken over een zelfstandige huisvestingsvergunning kunnen beschikken.
Artikel 9, tweede lid, Hvw bepaalt wie in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning. Op grond daarvan wordt een huisvestingsvergunning uitsluitend verleend aan personen die:
a) de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of
b) vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf houden als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uit de nota van toelichting kan worden opgemaakt dat voor de in motie Albayrak bedoelde categorie vrouwen pas een structurele oplossing mogelijk is wanneer in artikel 9 Hvw voor de gevallen waarin de verblijfsvergunning is ingetrokken c.q. niet verlengd wegens verbreking van de gezinsband, een voorziening wordt getroffen hangende de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf (artikel 14 Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 3.50, 3.51, eerste lid, onder a, of 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000). Onder de geldende wetgeving is bij verbreking van de gezinsband slechts sprake van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, Hvw wanneer de verblijfsvergunning niet kan worden ingetrokken indien de vreemdeling de persoon bij wie verblijf is toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten (artikel 3.90, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000).
De Raad concludeert dat met de voorgestelde toevoeging in artikel 9 Hvb grotendeels wordt vooruitgelopen op vorenbedoelde wetswijziging en dat die toevoeging thans slechts betekenis kan hebben voor de categorie vrouwen die onder de criteria van artikel 3.90, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit vallen, dus in gevallen waarin de vrouw de man wegens gewelddaden heeft verlaten. De Raad adviseert de verhouding tot de toekomstige wijziging van de Hvw alsmede de beperkte uitvoering van de motie Albayrak en reikwijdte van het ontwerpbesluit in de nota van toelichting duidelijk uiteen te zetten.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 8 november 2002, no.W08.02.0398/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel I van het ontwerpbesluit de alinea bevattende wijziging van artikel 9 aanduiden met een hoofdletter B aanwijzing 235 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
- In de tweede alinea van pagina 1 van de nota van toelichting in de zinsnede "Wet van 26 maart 1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en andere wetten" voor "andere" invoegen: enige.
- In dezelfde alinea na "aan het rechtmatig verblijf" invoegen: van de vreemdeling.
- In de tweede alinea van pagina 1 van de nota van toelichting na "Tevens" de komma laten vervallen en invoegen: is daarbij aangegeven.
- In regel 15 op bladzijde 3 van de nota van toelichting "deze vergunning" vervangen door: de verblijfsvergunning.
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 juni 2003
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan zijn opmerkingen aandacht zal zijn geschonken.
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik het volgende op.
1. In de nota van toelichting is de verhouding van het ontwerpbesluit tot de voorgenomen wijziging van de Huisvestingswet verduidelijkt en is nader ingegaan op de beperkte uitvoering van de motie Albayrak en reikwijdte van het ontwerpbesluit zolang de wetswijziging nog niet van kracht is.
2. De redactionele kanttekeningen in de bij het advies van de Raad van State behorende bijlage zijn verwerkt in het ontwerpbesluit en in de nota van toelichting.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(1) Kamerstukken II 1999-2000, 27 111 nr.2.
Dit ontwerpbesluit voorziet in wijziging van artikel 9 van het Huisvestingsbesluit (hierna: Hvb), dat enkele categorieën personen aanwijst ten aanzien van wie bepaalde regelingen die zijn opgenomen in een gemeentelijke huisvestingsverordening buiten toepassing moeten blijven, waardoor hun positie bij toedeling van woonruimte wordt versterkt. Aan de bestaande categorieën wordt de groep toegevoegd van woningzoekenden die verblijven in een opvangvoorziening voor tijdelijk onderdak voor en begeleiding van vrouwen die in verband met problemen van relationele aard en geweld hun woonruimte hebben verlaten.
1. Met dit besluit wil de regering in samenhang met een nog tot stand te brengen wijziging van de Huisvestingswet (Hvw) uitvoering geven aan een motie uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal (de motie-Albayrak)(zie noot 1), waarin haar werd verzocht om het mogelijk te maken dat vrouwen die in afwachting zijn van een vergunning tot voortgezet verblijf en die een relatie hebben verbroken over een zelfstandige huisvestingsvergunning kunnen beschikken.
Artikel 9, tweede lid, Hvw bepaalt wie in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning. Op grond daarvan wordt een huisvestingsvergunning uitsluitend verleend aan personen die:
a) de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of
b) vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf houden als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uit de nota van toelichting kan worden opgemaakt dat voor de in motie Albayrak bedoelde categorie vrouwen pas een structurele oplossing mogelijk is wanneer in artikel 9 Hvw voor de gevallen waarin de verblijfsvergunning is ingetrokken c.q. niet verlengd wegens verbreking van de gezinsband, een voorziening wordt getroffen hangende de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf (artikel 14 Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 3.50, 3.51, eerste lid, onder a, of 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000). Onder de geldende wetgeving is bij verbreking van de gezinsband slechts sprake van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, Hvw wanneer de verblijfsvergunning niet kan worden ingetrokken indien de vreemdeling de persoon bij wie verblijf is toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten (artikel 3.90, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000).
De Raad concludeert dat met de voorgestelde toevoeging in artikel 9 Hvb grotendeels wordt vooruitgelopen op vorenbedoelde wetswijziging en dat die toevoeging thans slechts betekenis kan hebben voor de categorie vrouwen die onder de criteria van artikel 3.90, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit vallen, dus in gevallen waarin de vrouw de man wegens gewelddaden heeft verlaten. De Raad adviseert de verhouding tot de toekomstige wijziging van de Hvw alsmede de beperkte uitvoering van de motie Albayrak en reikwijdte van het ontwerpbesluit in de nota van toelichting duidelijk uiteen te zetten.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 8 november 2002, no.W08.02.0398/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel I van het ontwerpbesluit de alinea bevattende wijziging van artikel 9 aanduiden met een hoofdletter B aanwijzing 235 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
- In de tweede alinea van pagina 1 van de nota van toelichting in de zinsnede "Wet van 26 maart 1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en andere wetten" voor "andere" invoegen: enige.
- In dezelfde alinea na "aan het rechtmatig verblijf" invoegen: van de vreemdeling.
- In de tweede alinea van pagina 1 van de nota van toelichting na "Tevens" de komma laten vervallen en invoegen: is daarbij aangegeven.
- In regel 15 op bladzijde 3 van de nota van toelichting "deze vergunning" vervangen door: de verblijfsvergunning.
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 juni 2003
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan zijn opmerkingen aandacht zal zijn geschonken.
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik het volgende op.
1. In de nota van toelichting is de verhouding van het ontwerpbesluit tot de voorgenomen wijziging van de Huisvestingswet verduidelijkt en is nader ingegaan op de beperkte uitvoering van de motie Albayrak en reikwijdte van het ontwerpbesluit zolang de wetswijziging nog niet van kracht is.
2. De redactionele kanttekeningen in de bij het advies van de Raad van State behorende bijlage zijn verwerkt in het ontwerpbesluit en in de nota van toelichting.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(1) Kamerstukken II 1999-2000, 27 111 nr.2.