Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.02.0405/I/K

Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot aanpassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap (Stb.618), mede in verband met de totstandkoming van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap.

Kenmerk
W03.02.0405/I/K
Datum advies
12 november 2002
Vindplaats
Kamerstukken II 2002/03, 28 836 (R 1735), A
  • Justitie en Veiligheid
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot aanpassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap (Stb.618), mede in verband met de totstandkoming van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap.

Bij Kabinetsmissive van 18 september 2002, no.02.004308, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot aanpassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap (Stb.618), mede in verband met de totstandkoming van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap.

Het voorstel bevat een aantal wijzigingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). In de eerste plaats wordt de definitie van "Onze Minister" aangepast aan de taakverdeling binnen het huidige kabinet en aan de definitie die in het kader van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (hierna: Statuut) de voorkeur verdient. In de tweede plaats wordt een wijziging in de RWN aangebracht in verband met de totstandkoming van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap. Ten slotte bevat het wetsvoorstel twee wijzigingen in het overgangsrecht van de Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap (Stb.618), mede in verband met de totstandkoming van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap (hierna: Wijzigingswet RWN).
De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van de Wijzigingswet. Het college maakt een opmerking over de voorgestelde omschrijving van "Onze Minister" en over de in de toelichting genoemde uitvoeringsproblemen met betrekking tot het overgangsrecht van de Wijzigingswet RWN.

1a. In de aanbiedingsbrief van 18 september 2002 is de Raad verzocht bijzondere aandacht te besteden aan de omschrijving van "Onze Minister" in rijkswetten. In het huidige artikel 1, eerste lid, onder a, de Wijzigingswet RWN wordt "Onze Minister" gedefinieerd als "Onze Minister van Justitie van het Koninkrijk". Voorgesteld wordt om "Onze Minister" te definiëren als "Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk". Volgens de toelichting is de huidige omschrijving op zich niet juist omdat er geen ministers in de raad van ministers van het Koninkrijk zijn die als lid van die raad als minister van het Koninkrijk zijn benoemd (toelichting bij artikel I, onderdeel 2, derde alinea). De Raad onderschrijft dit standpunt, maar meent dat de hierbij gegeven toelichting verduidelijkt kan worden. De toelichting memoreert terecht dat de ministers in de raad van ministers van het Koninkrijk niet in die hoedanigheid worden benoemd. Volgens artikel 43 van de Grondwet benoemt de Koning de ministers van het land Nederland. Ingevolge artikel 7 van het Statuut worden deze ministers door hun benoeming tevens lid van de raad van ministers van het Koninkrijk. Daaruit volgt dat het begrip "Onze Minister" in rijkswetten, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, altijd onze minister in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk is. Strikt genomen is die toevoeging in rijkswetten dan ook niet nodig. Als bij de gelijktijdige uitvoering van verschillende wetten de minister in verschillende hoedanigheden zou optreden, dan zou, behalve door de verwijzing naar de rijkswet, respectievelijk de Nederlandse wet, de toevoeging "in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk" verwarring kunnen voorkomen.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te passen.

1b. Artikel 1 RWN geeft een aantal definities die gelden "voor de toepassing van deze Rijkswet". Dit leidt tot de noodzaak, in uitvoeringsregelingen de definities zonodig te herhalen. Om dit te voorkomen adviseert de Raad, de aanhef van artikel 1 te vervangen door: In deze Rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:.

2. In de toelichting bij artikel II, onderdeel 1, van de Wijzigingswet RWN wordt als één van de redenen voor wijziging van artikel IV, eerste lid, Wijzigingswet RWN genoemd het voorkómen van uitvoeringsproblemen. De belangrijkste reden voor de hierbij voorgestelde wijziging is te voorkomen dat de in artikel 15, aanhef en onder c, RWN bedoelde buiten Nederland wonende Nederlanders aan wie kort vóór de inwerkingtreding van artikel 15, eerste lid, onder c, en vierde lid, een Nederlands reisdocument is verstrekt, waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken, wederom een reisdocument moeten aanvragen teneinde te voorkomen dat zij hun Nederlanderschap verliezen. Het is duidelijk dat dit voor de betrokkenen een ongewenste en moeilijk uit te leggen situatie oplevert. Niet duidelijk is echter op welke uitvoeringsproblemen de toelichting doelt.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.

3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,



Bijlage bij het advies van de Raad van State van het Koninkrijk van 12 november 2002, no.W03.02.0405/I/K, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

Memorie van toelichting
- In de toelichting bij artikel I, onderdeel 1, tweede alinea, laatste zin, tussen de zinsneden "raad van" en "het Koninkrijk" het woord "ministers" invoegen, teneinde aan te sluiten bij de begrippen die het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden gebruikt.
- In de toelichting bij artikel II, onderdeel 1, eerste alinea, tussen de woorden "indien" en "hij" de woorden "na zijn meerderjarigheid" invoegen, teneinde nauwkeuriger aan te sluiten bij de tekst van zowel het huidige als het toekomstige artikel 15 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
- In de toelichting bij artikel II, onderdeel 1, eerste alinea, het woord "tevens" vervangen door "eveneens", teneinde nauwkeuriger aan te sluiten bij de tekst van zowel het huidige als het toekomstige artikel 15 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
- In de toelichting bij artikel II, onderdeel 1, tweede alinea, eerste zin, vóór de zinsnede "onafgebroken hoofdverblijf" de woorden "na zijn meerderjarigheid" invoegen, teneinde nauwkeuriger aan te sluiten bij de tekst van zowel het huidige als het toekomstige artikel 15 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.



Nader rapport (reactie op het advies) van 13 maart 2003


1a/b. Het advies van de Raad om de toelichting bij het voorstel tot wijziging van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap te verduidelijken, is uitgevoerd met gebruikmaking van de door de Raad daarbij gemaakte opmerkingen. Eveneens is op advies van de Raad de aanhef van het eerste lid van artikel 1 zodanig geformuleerd, dat de in dit lid gegeven definities tevens van toepassing zijn op op deze rijkswet gebaseerde regelgeving.

2. Op advies van de Raad is de memorie van toelichting bij artikel II, onderdeel 1, van het wetsvoorstel zodanig aangevuld dat thans ook wordt aangegeven welke uitvoeringsproblemen het wijzigingsvoorstel wil voorkomen.

3. Met de redactionele kanttekeningen is rekening gehouden.

4. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 27, tweed lid, een technische wijziging voor te stellen.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba te zenden.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon