Luchtvervoerverdrag tussen de lidstaten en de geassocieerde leden van de Associatie van Caraïbische Staten; Panama, 14 februari 2004, met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W02.04.0498/II/K
- Datum advies
- 22 november 2004
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2005/06, 30 378 (R1804), nr 2
- Buitenlandse zaken
- Verdrag
Toon inhoud
Volledige tekst
Luchtvervoerverdrag tussen de lidstaten en de geassocieerde leden van de Associatie van Caraïbische Staten; Panama, 14 februari 2004, met toelichtende nota.
Bij Kabinetsmissive van 23 oktober 2004, no.04.004027, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Luchtvervoerverdrag tussen de lidstaten en de geassocieerde leden van de Associatie van Caraïbische Staten; Panama, 14 februari 2004, met toelichtende nota.
Het verdrag heeft tot doel de samenwerking op het gebied van de luchtvaart in het Caraïbisch gebied te bevorderen. Het verdrag zal worden bekrachtigd voor Aruba en eventueel voor de Nederlandse Antillen, maar niet voor Nederland.
Elke partij bij het verdrag dient te bepalen of de zogeheten vijfde-vrijheidsrechten zullen worden toegekend aan alle partijen (multilateraal), of alleen op basis van wederkerigheid aan partijen die hetzelfde recht toekennen (bilateraal); de keuze zal worden opgenomen in een verklaring, die zal worden gevoegd bij de akte van aanvaarding van het verdrag.(zie noot 1)
De Raad van State van het Koninkrijk merkt op dat zo’n verklaring medebepalend is voor de vraag wat de werkingssfeer van het verdrag zal zijn; zo’n verklaring behoeft dus goedkeuring van de Staten-Generaal.(zie noot 2)
1. Uit de toelichting(zie noot 3) volgt dat Aruba partij wenst te worden bij het verdrag en dat het de vijfde-vrijheidsrechten op multilaterale basis zal uitoefenen. De Raad adviseert de verklaring van Aruba samen met het verdrag ter goedkeuring over te leggen aan de Staten-Generaal en de Staten van Aruba.
2. De Nederlands-Antilliaanse regering beraadt zich nog over de wenselijkheid van gelding van het verdrag voor de Nederlands Antillen. De goedkeuring van het verdrag wordt nu gevraagd voor Aruba èn voor de Nederlands Antillen, zodat de gelding voor de Nederlandse Antillen desgewenst direct tot stand kan worden gebracht.(zie noot 4)
De Raad wijst erop dat, bij het tot stand brengen van medegelding van het verdrag voor de Nederlandse Antillen, een verklaring zal moeten worden afgelegd hoe de Nederlandse Antillen de vijfde-vrijheidsrechten zal uitoefenen. Omdat deze verklaring medebepalend zal zijn voor de vraag wat de werkingssfeer van het verdrag zal zijn, acht de Raad het van belang dat de Staten-Generaal deze verklaring goedkeuren. Als nu al bekend is hoe de verklaring zal luiden, adviseert de Raad ook deze verklaring ter goedkeuring over te leggen.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld verdrag wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 30 augustus 2005
1. Op grond van het advies van de Raad van State van het Koninkrijk is in de toelichtende nota, onder Koninkrijkpositie, de passage met betrekking tot de verklaring uitgebreid.
2. Op 23 februari 2005 hebben de Nederlandse Antillen het onderhavige luchtvaartverdrag ondertekend. De toelichtende nota is terzake geactualiseerd, waarbij tevens wordt ingegaan op de verklaring die voor dat land afgelegd zal worden.
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en derde lid, van het verdrag.
(2) Vergelijk aanwijzing 312 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(3) Toelichting, onder "Koninkrijkspositie", derde tekstblok.
(4) Toelichting, onder "Koninkrijkspositie", vierde tekstblok.
Het verdrag heeft tot doel de samenwerking op het gebied van de luchtvaart in het Caraïbisch gebied te bevorderen. Het verdrag zal worden bekrachtigd voor Aruba en eventueel voor de Nederlandse Antillen, maar niet voor Nederland.
Elke partij bij het verdrag dient te bepalen of de zogeheten vijfde-vrijheidsrechten zullen worden toegekend aan alle partijen (multilateraal), of alleen op basis van wederkerigheid aan partijen die hetzelfde recht toekennen (bilateraal); de keuze zal worden opgenomen in een verklaring, die zal worden gevoegd bij de akte van aanvaarding van het verdrag.(zie noot 1)
De Raad van State van het Koninkrijk merkt op dat zo’n verklaring medebepalend is voor de vraag wat de werkingssfeer van het verdrag zal zijn; zo’n verklaring behoeft dus goedkeuring van de Staten-Generaal.(zie noot 2)
1. Uit de toelichting(zie noot 3) volgt dat Aruba partij wenst te worden bij het verdrag en dat het de vijfde-vrijheidsrechten op multilaterale basis zal uitoefenen. De Raad adviseert de verklaring van Aruba samen met het verdrag ter goedkeuring over te leggen aan de Staten-Generaal en de Staten van Aruba.
2. De Nederlands-Antilliaanse regering beraadt zich nog over de wenselijkheid van gelding van het verdrag voor de Nederlands Antillen. De goedkeuring van het verdrag wordt nu gevraagd voor Aruba èn voor de Nederlands Antillen, zodat de gelding voor de Nederlandse Antillen desgewenst direct tot stand kan worden gebracht.(zie noot 4)
De Raad wijst erop dat, bij het tot stand brengen van medegelding van het verdrag voor de Nederlandse Antillen, een verklaring zal moeten worden afgelegd hoe de Nederlandse Antillen de vijfde-vrijheidsrechten zal uitoefenen. Omdat deze verklaring medebepalend zal zijn voor de vraag wat de werkingssfeer van het verdrag zal zijn, acht de Raad het van belang dat de Staten-Generaal deze verklaring goedkeuren. Als nu al bekend is hoe de verklaring zal luiden, adviseert de Raad ook deze verklaring ter goedkeuring over te leggen.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld verdrag wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 30 augustus 2005
1. Op grond van het advies van de Raad van State van het Koninkrijk is in de toelichtende nota, onder Koninkrijkpositie, de passage met betrekking tot de verklaring uitgebreid.
2. Op 23 februari 2005 hebben de Nederlandse Antillen het onderhavige luchtvaartverdrag ondertekend. De toelichtende nota is terzake geactualiseerd, waarbij tevens wordt ingegaan op de verklaring die voor dat land afgelegd zal worden.
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en derde lid, van het verdrag.
(2) Vergelijk aanwijzing 312 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(3) Toelichting, onder "Koninkrijkspositie", derde tekstblok.
(4) Toelichting, onder "Koninkrijkspositie", vierde tekstblok.