Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering in verband met aanpassing van de gvs-criteria.
- Kenmerk
- W13.04.0384/III
- Datum advies
- 23 september 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 13 december 2005, nr 242
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering in verband met aanpassing van de gvs-criteria.
Bij Kabinetsmissive van 26 juli 2004, no.04.002978, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering in verband met aanpassing van de gvs-criteria, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Hij geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
Gelet op artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, is het college van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege dient te blijven.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 oktober 2005
Het op de Ziekenfondswet gebaseerde ontwerpbesluit strekt er toe een door het College voor zorgverzekeringen voorgestelde maatregel uit te voeren. De maatregel houdt in een herberekening van de limieten van alle groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen volgens een aangepaste berekeningssystematiek ten einde een kostenreductie van € 300 miljoen op jaarbasis te realiseren.
De herberekening leek aangewezen omdat de prijzen van generieke geneesmiddelen in 2004 met 40% waren gedaald als gevolg van een convenant dat ik op 13 februari 2004 had gesloten met de Koninklijke Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, Zorgverzekeraars Nederland en de Bond van de generiek geneesmiddelenindustrie in Nederland. Dit convenant had een geldigheidsduur van één jaar.
Met het invoeren van de voorgestelde maatregel zou worden bereikt dat de kostenreductie ook na het aflopen van het convenant zou kunnen worden gerealiseerd.
Nadat het ontwerpbesluit voor advies aan de Raad van State was voorgelegd, bleek het mogelijk te zijn het convenant te verlengen. Tevens is Nefarma partij geworden bij het verlengde convenant.
Voor enkele partijen was een voorwaarde voor verlenging van het convenant dat de vergoedingslimieten niet zouden worden aangepast gedurende de looptijd van het convenant en tot zes maanden daarna. Dit is expliciet in het convenant vastgelegd.
Het kabinet heeft gekozen voor verlenging van het convenant boven het doorzetten van het ontwerpbesluit omdat daarmee een goede stap wordt gezet op weg naar de gewenste eindsituatie waarin zorgverzekeraars op eigen kracht lagere prijzen kunnen bedingen en ook andere afspraken kunnen maken met apotheekhoudenden over de farmaceutische patiëntenzorg.
Het niet doorzetten van het ontwerpbesluit is bovendien aangewezen omdat in verband met de invoering van de Zorgverzekeringswet met ingang van 1 januari 2006 de Ziekenfondswet zal worden ingetrokken. Mocht het later alsnog nodig blijken te zijn om de berekeningssystematiek voor de vergoedingslimieten aan te passen, dan gebeurt dat op grond van de Zorgverzekeringswet bij ministeriële regeling.
De onderdelen F, G en H van artikel I van het ontwerpbesluit hebben geen betrekking op geneesmiddelen. Deze wijzigingen van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering zijn inmiddels geregeld met het koninklijk besluit van 12 november 2004, houdende wijziging van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden, alsmede het Besluit werkingssfeer WTG 1992 in verband met de overheveling van de dieetadvisering naar de Ziekenfondswet en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 (Stb. 598).
Daartoe gemachtigd door de ministerraad, moge ik U verzoeken goed te vinden dat het advies van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Raad van State en het ontwerpbesluit en de daarbij behorende nota van toelichting, zoals deze aan de Raad van State zijn voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport