Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.04.0137/I/K

Aanvullend Protocol bij het op 27 januari 1999 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie; Straatsburg, 15 mei 2003, met toelichtende nota.

Kenmerk
W03.04.0137/I/K
Datum advies
17 mei 2004
Vindplaats
Kamerstukken II 2004/05, 30 156 (R1791), nr 2
  • Justitie en Veiligheid
  • Verdrag

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Aanvullend Protocol bij het op 27 januari 1999 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie; Straatsburg, 15 mei 2003, met toelichtende nota.

Bij Kabinetsmissive van 3 april 2004, no.04.001353, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het aanvullend Protocol bij het op 27 januari 1999 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie; Straatsburg, 15 mei 2003, met toelichtende nota.

De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het Protocol maar maakt een opmerking met betrekking tot de onduidelijkheid omtrent het tijdspad waarbinnen de Nederlandse Antillen en Aruba aan de uit het Protocol voortvloeiende verplichtingen zullen voldoen en wanneer het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie gelding zal hebben voor de Nederlandse Antillen en Aruba.

1. Nu in de toelichtende nota naar voren komt, dat Nederland reeds naar aanleiding van de goedkeuring van het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie de wetgeving zodanig heeft aangepast, dat de onduidelijkheid in enkele verdragsbepalingen, die de aanleiding tot het Aanvullend Protocol vormde, zich ten aanzien van Nederland niet voordoen,(zie noot 1) rijst de vraag wat voor Nederland het belang van goedkeuring van het Protocol is. Naar het oordeel van de Raad zou dat belang reeds daarin kunnen zijn gelegen, dat Nederland is toegetreden tot de zogenoemde Groep van Staten tegen corruptie (GRECO), die tot taak heeft de implementatie van het Actieprogramma tegen corruptie van de Raad van Europa en van de tot stand gekomen verdragen te stimuleren en te evalueren; dit veronderstelt immers dat Nederland ook zelf bij die verdragen partij is.
Het komt de Raad gewenst voor dat in de toelichtende nota het belang voor Nederland van goedkeuring van het Protocol wordt uiteengezet.

2. Mede in het licht van het onder punt 1 genoemde lidmaatschap van de GRECO, dat, zoals daar is aangegeven, veronderstelt dat Nederland zelf partij is bij de verdragen op de implementatie waarvan het moet toezien, komt het de Raad ongewenst voor dat Nederland het op 4 november 1999 tot stand gekomen Verdrag inzake de civielrechtelijke bestrijding van corruptie nog niet heeft goedgekeurd.(zie noot 2) Bij de desbetreffende passage in de toelichtende nota dienen naar het oordeel van de Raad de redenen daarvan te worden vermeld en dient te worden aangegeven op welke termijn goedkeuring en uitvoering te verwachten zijn.

3. In de toelichtende nota wordt vermeld dat de regering van de Nederlandse Antillen zich nog beraadt over de wenselijkheid van medegelding van het Protocol en dat de regering van Aruba medegelding van het Protocol wenselijk acht.(zie noot 3) De verwachting is dat ook de regering van de Nederlandse Antillen medegelding wenselijk zal achten gezien het feit dat men ook medegelding van het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, waar het protocol een aanvulling op is, wenselijk achtte. Teneinde mogelijk te maken dat wanneer de Nederlandse Antillen medegelding wenselijk acht, die medegelding direct tot stand wordt gebracht, wordt goedkeuring voor het gehele Koninkrijk gevraagd.
De Raad acht, gelet op het grote belang van de bestrijding van corruptie, medegelding voor de Nederlandse Antillen en Aruba wenselijk. Daarom acht de Raad nadere informatie gewenst over het tijdstip waarop naar verwachting het Verdrag voor Aruba onderscheidenlijk de Nederlandse Antillen zal gaan gelden, welke uitvoeringswetgeving daarvoor noodzakelijk is en hoe de stand van zaken met betrekking tot het tot stand brengen van bedoelde uitvoeringswetgeving is.
De Raad adviseert de toelichtende nota op grond van het voorgaande aan te vullen.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Protocol wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk



Nader rapport (reactie op het advies) van 27 april 2005

1. Overeenkomstig het advies van de Raad is in de toelichtende nota nader verduidelijkt wat voor Nederland het belang is van goedkeuring van het onderhavige Protocol.

2. Conform het advies van de Raad is de toelichting aangevuld met een passage waarin is aangegeven waarom Nederland het op 4 november 1999 tot stand gekomen Verdrag inzake de civielrechtelijke bestrijding van corruptie nog niet heeft goedgekeurd. Voorts wordt daarbij voor zover mogelijk vermeld op welke termijn goedkeuring en uitvoering te verwachten zijn.

3. De desbetreffende paragraaf is terzake geactualiseerd.

Ik moge U, mede namens de Minister van Justitie, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba.

De Minister van Buitenlandse Zaken



(1) Toelichtende Nota, paragraaf 1. Algemeen, eerste alinea, en paragraaf 2. Het Aanvullend Protocol en het Wetboek van Strafrecht.
(2) Toelichtende Nota, paragraaf 1. Algemeen, derde alinea.
(3) Toelichtende nota, paragraaf 4 Koninkrijkspositie.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon