Ontwerpbesluit houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de klinisch fysicus (Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch fysicus), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W13.04.0640/III
- Datum advies
- 20 januari 2005
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 14 juni 2005, nr 112
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de klinisch fysicus (Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch fysicus), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 31 december 2004, no.04.004888, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de klinisch fysicus (Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch fysicus), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van artikel 34 van de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg (de Wet BIG). In dat ontwerpbesluit wordt de bescherming van de titel van klinisch fysicus geregeld en worden voornamelijk eisen gesteld waaraan de opleiding en de examens voor dat beroep moeten voldoen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening over de motivering van het ontwerpbesluit.
1. De Raad van State constateert dat het ontwerpbesluit blijkens de considerans strekt tot uitvoering van artikel 34 Wet BIG; tevens wordt daarin verwezen naar het advies van de Raad voor de beroepen in de individuele gezondheidszorg van 12 september 1996.
Beide overwegingen worden in de nota van toelichting nader besproken. Daaraan wordt echter een belangrijk element toegevoegd, namelijk dat het ontwerpbesluit verband houdt met richtlijn 97/43/Euratom van de Raad van 30 juni 1997 betreffende de bescherming van personen tegen gevaren van ioniserende straling in verband met medische blootstelling. Deze richtlijn is geïmplementeerd in het Besluit stralingsbescherming, aldus de toelichting, maar dit besluit omvat niet de omschrijving van het deskundigheidsgebied en de opleiding tot klinisch fysicus; deze is, zo stelt de toelichting, in het ontwerpbesluit neergelegd, dat strekt tot uitvoering van artikel 34 Wet BIG. Vervolgens wordt gesteld dat in het bijzonder Europese regelgeving een wettelijke regeling noodzakelijk maakt.
Een nadere toelichting op dit hoofdmotief voor de voorgestelde regeling ontbreekt. Naar de Raad aanneemt wordt hierbij gedoeld op artikel 7 van vorenbedoelde richtlijn 97/43. Indien dit artikel noopt tot aanvullende implementatie van de richtlijn ware zulks in de considerans en in de toelichting tot uitdrukking te brengen. Tevens verdient het dan aanbeveling aan te geven, waarom de richtlijn op dit punt pas nu wordt geïmplementeerd; de implementatietermijn is immers op 13 juni 2000 verlopen. De Raad adviseert ook in te gaan op de vraag waarom in de artikelen 2 en 17 respectievelijk de titelbescherming en het domein van de werkzaamheden is geregeld; regeling vloeit immers niet voort uit de artikelen 6 en 7 van genoemde richtlijn. Door de artikelen 2 en 17 op te nemen zouden bovendien nieuwe ontwikkelingen, zoals start van opleiding tot klinisch technoloog kunnen worden belemmerd.
In de toelichting ware voorts in te gaan op de vraag, of de gekozen vorm van implementatie de enig aanvaardbare is. Indien dat niet het geval is, adviseert de Raad de mogelijkheid te overwegen aan te sluiten bij de Richtlijnen voor de erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (Stcrt.1984, nr. 227) dan wel door middel van erkenning aan te sluiten bij de thans geldende privaatrechtelijke regeling van de beroepsgroep. In ieder geval ware in de toelichting in te gaan op de vraag, waarom anders dan bij overeenkomstige beroepsgroepen waarvoor postdoctorale opleidingsvereisten zijn geregeld, niet is gekozen voor regeling in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
2. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W13.04.0640/III met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
Nota van toelichting
- In de toelichting op artikel 17, derde tekstblok voor het einde, "Euratom richtlijn 97/42" vervangen door: Euratom richtlijn 97/43.
Nader rapport (reactie op het advies) van 20 april 2005
1. De Raad van State constateert terecht dat het ontwerp niet alleen strekt tot uitvoering van artikel 34 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), doch tevens tot aanvullende implementatie van Richtlijn 97/43/Euratom van de Raad van 30 juni 1997 betreffende de bescherming van personen tegen gevaren van ioniserende straling in verband met medische blootstelling, en met name van artikel 7 van deze richtlijn; hij adviseert dit dan ook tot uitdrukking te brengen in zowel de considerans als de nota van toelichting, hetgeen is geschied.
Ingevolge de aanbeveling van de Raad is de toelichting nog aangevuld ten aanzien van mogelijke alternatieven voor regeling van het beroep op basis van artikel 34. In dit verband zij het volgende opgemerkt.
De implementatie van bovengenoemde richtlijn verliep vrijwel geheel via het Besluit stralingsbescherming van 16 juli 2001. De toelichting bij artikel 54 van genoemd besluit kondigt de regeling van het beroep van klinisch fysicus op basis van artikel 34 van de Wet BIG aan. Nog afgezien van het feit dat het principebesluit daartoe al genomen was (in het ministeriële standpunt op het advies van de Raad BIG), werd, wat betreft implementatie van artikel 7 van de bovengenoemde richtlijn -voor zover betrekking hebbende op de klinisch fysicus- de context van de Wet BIG passender geacht dan die van het Besluit stralingsbescherming. Artikel 7 van de Euratom richtlijn vraagt immers om een duiding van de bekwaamheid van de klinisch fysicus en artikel 34 van de Wet BIG biedt hiervoor een geschikt kader aangezien het een omschrijving van het gebied van deskundigheid van de beroepsbeoefenaar vereist.
Echter, naar aanleiding van de recente ontwikkelingen, zoals taakherschikking in de gezondheidszorg, de start van de nieuwe opleiding tot klinisch technoloog en consequenties van de evaluatie van de Wet BIG, is na afloop van de voorhangprocedure toch onderzocht of voor de in het kader van Richtlijn 97/43/Euratom vereiste regeling wellicht aangesloten zou kunnen worden bij andere regelgeving, o.a. van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op korte termijn bleek dit niet mogelijk, aangezien men daar werkt aan een herziening van regelgeving inzake deskundigheid op het gebied van ioniserende straling. Voor de toekomst wordt onderbrenging aldaar niet uitgesloten geacht (er wordt over deze materie advies aan de Gezondheidsraad gevraagd).
Regeling in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) vormde evenmin een optie, daar het bij de -post-doctorale- opleiding tot klinisch fysicus om een zogenaamde branche-opleiding gaat; branche-opleidingen worden niet geregeld in de WHW. Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij soortgelijke beroepsgroepen in de gezondheidszorg, zoals de arts en de tandarts: ook hier vallen de post-doctorale-opleidingen tot de onderscheiden specialismen, zijnde branche-opleidingen, niet onder de WHW, doch bestaan daarvoor privaatrechtelijke regelingen.
Erkenning van de geldende privaatrechtelijke regeling van de beroepsgroep ten slotte zou toch een wettelijke basis vergen. Artikel 34 van de Wet BIG bood hiervoor het geschikte kader en bleek, alles afwegende, uiteindelijk het beste alternatief waar het gaat om de vereiste wettelijke regeling. In zekere zin is overigens in het onderhavige ontwerp sprake van aansluiting bij de bestaande praktijk, aangezien de door de beroepsgroep reeds gehanteerde opleidingseisen zijn overgenomen in de opleidingsparagraaf. Gelet bovendien op het feit dat een eventuele herschikking van het beroepenveld tijd zal kosten, is uiteindelijk toch besloten door te gaan op de ingeslagen weg.
De Raad vraagt zich voorts af waarom de richtlijn in kwestie op dit punt pas nu wordt geïmplementeerd. Dit heeft te maken met het feit dat met het onderzoeken van mogelijke alternatieven voor regeling de nodige tijd gemoeid is geweest.
Regeling van het beroep op basis van artikel 34 van de Wet BIG impliceert overigens wel onvermijdelijk titelbescherming voor de klinisch fysicus (verwoord in artikel 2 van het ontwerp) en -zoals hierboven opgemerkt- een omschrijving van het deskundigheidsgebied (neergelegd in artikel 17 van het ontwerp). Dit houdt namelijk verband met de formulering van meergenoemd artikel 34 dat in het eerste en tweede lid bepaalt dat indien wordt overgegaan tot het regelen of aanwijzen van een opleiding tot een bij de algemene maatregel van bestuur aangewezen beroep, tevens bij de maatregel het gebied van deskundigheid wordt omschreven van personen die de geregelde of aangewezen opleiding hebben voltooid. Het derde lid van artikel 34 voorziet in bescherming van de bij de maatregel aangegeven titel voor degenen die de geregelde of aangewezen opleiding tot het beroep in kwestie hebben voltooid.
2. De redactionele kanttekening van de Raad is verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport