Ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met actualisering van de bevoegdhedentoedeling, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W07.05.0020/II
- Datum advies
- 14 februari 2005
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 10 mei 2005, nr 88
- Defensie
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met actualisering van de bevoegdhedentoedeling, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 28 januari 2005,no.05.000298, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met actualisering van de bevoegdhedentoedeling, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit attribueert enkele uitvoerende personele bevoegdheden aan functionarissen, die deze bevoegdheden tot nu krachtens mandaat uitoefenden. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar plaatst een kanttekening bij de attributie ten aanzien van besluiten die in hun werking de plaatsingsduur bij het desbetreffende defensieonderdeel kunnen overschrijden.
1. Over een besluit ten aanzien van een bij de Bestuursstaf, het Commando Diensten Centra, of de Defensie Materieel Organisatie geplaatste militair dat in zijn werking de plaatsingsduur overschrijdt, dient volgens de slotzin van de nota van toelichting vooroverleg plaats te hebben met het krijgsmachtdeel waartoe de militair behoort. Dit vooroverleg wordt niet door een algemeen verbindend voorschrift voorgeschreven. De toelichting dient niet te worden gebruikt voor het stellen van nadere regels.(zie noot 1) De Raad beveelt aan deze passage uit de toelichting ook in de tekst van het achtste lid van artikel 1 tot uitdrukking te brengen dan wel anderszins te regelen.
2. Voor een redactionele aantekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W07.05.0020/II met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- Omdat er geen bevoegdheden van de bevelhebber worden genoemd in de hoofdstukken 1 en 12, in het voorgestelde achtste lid van artikel 1 de passage "hoofdstukken 1, 3 en 7 tot en met 12" wijzigen in: hoofdstukken 3 en 7 tot en met 11.
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 maart 2005
Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot het maken van de volgende inhoudelijke opmerking.
In de nota van toelichting wordt vermeld, dat bij een besluit dat wordt genomen ten aanzien van een militair die is geplaatst bij de Bestuursstaf, het Commando Diensten Centra, of de Defensie Materieel Organisatie en dat in zijn werking deze plaatsingsduur overschrijdt, vooroverleg dient plaats te hebben met het defensieonderdeel waartoe deze militair behoort. De Raad van State is van mening dat een dergelijk voorschrift niet thuis hoort in de nota van toelichting, maar elders geregeld dient te worden.
Deze opmerking wordt door mij gedeeld. Tevens heeft de opmerking van de Raad van State mij er toe gebracht de afbakening van de verantwoordelijkheden tussen de Defensie Materieel Organisatie en de Bestuursstaf nauwkeuriger in beeld te brengen.
Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is aandacht besteed.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Defensie
(1) Aanwijzing 214 van de aanwijzingen voor de regelgeving.
Het ontwerpbesluit attribueert enkele uitvoerende personele bevoegdheden aan functionarissen, die deze bevoegdheden tot nu krachtens mandaat uitoefenden. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar plaatst een kanttekening bij de attributie ten aanzien van besluiten die in hun werking de plaatsingsduur bij het desbetreffende defensieonderdeel kunnen overschrijden.
1. Over een besluit ten aanzien van een bij de Bestuursstaf, het Commando Diensten Centra, of de Defensie Materieel Organisatie geplaatste militair dat in zijn werking de plaatsingsduur overschrijdt, dient volgens de slotzin van de nota van toelichting vooroverleg plaats te hebben met het krijgsmachtdeel waartoe de militair behoort. Dit vooroverleg wordt niet door een algemeen verbindend voorschrift voorgeschreven. De toelichting dient niet te worden gebruikt voor het stellen van nadere regels.(zie noot 1) De Raad beveelt aan deze passage uit de toelichting ook in de tekst van het achtste lid van artikel 1 tot uitdrukking te brengen dan wel anderszins te regelen.
2. Voor een redactionele aantekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W07.05.0020/II met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- Omdat er geen bevoegdheden van de bevelhebber worden genoemd in de hoofdstukken 1 en 12, in het voorgestelde achtste lid van artikel 1 de passage "hoofdstukken 1, 3 en 7 tot en met 12" wijzigen in: hoofdstukken 3 en 7 tot en met 11.
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 maart 2005
Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot het maken van de volgende inhoudelijke opmerking.
In de nota van toelichting wordt vermeld, dat bij een besluit dat wordt genomen ten aanzien van een militair die is geplaatst bij de Bestuursstaf, het Commando Diensten Centra, of de Defensie Materieel Organisatie en dat in zijn werking deze plaatsingsduur overschrijdt, vooroverleg dient plaats te hebben met het defensieonderdeel waartoe deze militair behoort. De Raad van State is van mening dat een dergelijk voorschrift niet thuis hoort in de nota van toelichting, maar elders geregeld dient te worden.
Deze opmerking wordt door mij gedeeld. Tevens heeft de opmerking van de Raad van State mij er toe gebracht de afbakening van de verantwoordelijkheden tussen de Defensie Materieel Organisatie en de Bestuursstaf nauwkeuriger in beeld te brengen.
Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is aandacht besteed.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Defensie
(1) Aanwijzing 214 van de aanwijzingen voor de regelgeving.