Ontwerpbesluit tot vaststelling van regels omtrent de verstrekking, berekening en verantwoording van de brede doeluitkering verkeer en vervoer (Besluit BDU verkeer en vervoer), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W09.04.0619/V
- Datum advies
- 8 februari 2005
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 10 mei 2005, nr 88
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit tot vaststelling van regels omtrent de verstrekking, berekening en verantwoording van de brede doeluitkering verkeer en vervoer (Besluit BDU verkeer en vervoer), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 30 december 2004, no.04.004858, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot vaststelling van regels omtrent de verstrekking, berekening en verantwoording van de brede doeluitkering verkeer en vervoer (Besluit BDU verkeer en vervoer), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit bevat nadere regels over de verstrekking, berekening, verantwoording en controle van de brede doeluitkering verkeer en vervoer op grond van de Wet BDU verkeer en vervoer. Daarnaast worden regelingen die opgaan in de brede doeluitkering verkeer en vervoer opgeheven of gewijzigd en regelt het ontwerpbesluit het overgangsrecht.
De Raad van State maakt opmerkingen over het overgangsrecht en de reserves en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Er is geen overgangsrecht geregeld voor uitkeringen op grond van artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering en op grond van de meerjarenafspraken op grond van de Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 die zijn verstrekt voor de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit. Dit in tegenstelling tot de overige gewijzigde en ingetrokken regelingen en besluiten.
De Raad adviseert hierin alsnog te voorzien of in de toelichting uiteen te zetten waarom dat niet nodig is.
2. De toelichting gaat niet in op de gevolgen voor aanvragen op grond van de te vervallen of te wijzigen regelingen waarop nog niet is beslist en voor aanvragen die nog niet zijn afgedaan, maar die voor de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit zijn ingediend. De Raad is van mening dat indien van dergelijke aanvragen sprake is, het besluit dient te voorzien in overgangsrecht voor deze aanvragen. Hij adviseert hierop in de toelichting in te gaan en ingeval dergelijke aanhangige aanvragen bestaan, de overgangsbepalingen aan te vullen.
3. De reserves die zijn opgebouwd op grond van ingetrokken of vervallen regelingen, zullen ingevolge het overgangsrecht gelden als reserves in de zin van de Wet BDU verkeer en vervoer (artikel 21 ontwerpbesluit). De Regeling overdracht personele middelen VERDI 2003 valt onder dit overgangsrecht (onder e). Deze regeling wordt echter niet ingetrokken, maar valt volgens de toelichting op het wetsvoorstel wel onder de brede doeluitkering(zie noot 1), zulks in tegenstelling tot de Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004, die wel wordt ingetrokken (zie artikel 12).
De Raad adviseert op dit onderscheid in de toelichting in te gaan en in het bijzonder op de onderlinge verhouding tussen het convenant en de Regeling Verdi 2003.
4. Volgens de toelichting zal de verantwoording vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet BDU plaatsvinden in het kader van de verantwoording van de BDU. Dit geldt ook voor de uitkeringen op grond van de ingetrokken besluiten en regelingen die in het eerste jaar waarin de BDU verkeer en vervoer geldt, worden verstrekt.(zie noot 2) De overgangsregels bepalen echter dat voor deze uitkeringen de regels blijven gelden zoals die golden voor de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit (artikelen 16 tot en met 20). Hierdoor moet ook de verantwoording over die uitkeringen plaatsvinden op grond van de ingetrokken besluiten en regelingen.
De Raad adviseert de toelichting aan te passen.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W09.04.0619/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In de aanhef "artikel 20" vervangen door: artikel 25.
- In het opschrift van artikel 2 "en betaling" laten vervallen.
- In artikel 6, eerste lid, ", 63" vervangen door: en 63.
- In artikel 6, derde lid, "de artikelen 73" vervangen door: 73.
- In de artikelen 12 en 21, onder e, "Verdi" vervangen door: VERDI.
- In artikel 13 na "Regeling" invoegen: experiment.
- In de artikelen 14, 15, 19, tweede en derde lid, "artikel 18" telkens vervangen door: artikel 22.
- In artikel 20 "deze regeling" vervangen door: die regeling.
- In artikel 21 "artikelen 13 tot en met 17" vervangen door: artikelen 14 tot en met 19.
- In artikel 21, onder a, na "artikel 36" invoegen: , zesde lid,.
- In artikel 21, onder b, na "artikel 6" invoegen: , derde lid,.
- In artikel 21, onder d, na "artikel 65" invoegen: , eerste lid, onder c,.
Nota van toelichting
- In het algemeen deel, eerste tekstblok, na "evenwicht" laten vervallen: midden.
- In het algemeen deel, tweede tekstblok, bij de "Nota Mobiliteit" de vindplaats vermelden.
- In het algemeen deel, vierde tekstblok, na "Wet BDU" invoegen: verkeer en vervoer.
- In het algemeen deel, vijfde tekstblok, "BDU verkeer" vervangen door: BDU verkeer en vervoer.
- In het algemeen deel, vijfde tekstblok, na "BDU" en "Wet BDU" telkens invoegen: verkeer en vervoer.
- In de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 6 tot en met 11 de laatste zin wijzigen in: Om die reden worden de besluiten en regelingen ingetrokken of gewijzigd.
- Een artikelsgewijze toelichting op de artikelen 11 tot en met 13 opnemen, dan wel in het algemeen deel van de toelichting naar deze artikelen verwijzen.
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel 13 "artikel 18" vervangen door: "artikel 22". Tevens het opschrift wijzigen in: Artikel 14
- Aangezien de toelichting op artikel 14 behoort bij artikel 15, het opschrift wijzigen.
- In de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 15 tot en met 20 "artikelen 15" vervangen door "artikel 16". Tevens "artikel 18" vervangen door "artikel 19". Ten slotte het opschrift wijzigen in: Artikelen 16 tot en met 20.
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 maart 2005
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.
1. Er zijn geen uitkeringen op grond van artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering en op grond van de meerjarenafspraken op grond van de Regeling experiment meerjaren voor de inwerkingtreding van het Besluit BDU verkeer en vervoer verstrekt.
Het is echter wel noodzakelijk dat in overgangsrecht wordt voorzien voor de uitkeringen op grond van artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering. De uitkering op grond van het bovengenoemde artikel voor het jaar 2004 die in 2005 zal worden verstrekt maakt geen onderdeel uit van de brede doeluitkering verkeer en vervoer. Er is in het eerste lid van het gewijzigde artikel 20 neergelegd dat artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering van toepassing blijft op het jaar 2004. De bepalingen met betrekking tot de omzetbelasting zijn in het tweede en derde lid van het gewijzigde artikel 20 meer in overeenstemming gebracht met artikel 5, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit Infrastructuurfonds.
De meerjarenafspraken op grond van de Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 voorzien niet in afzonderlijke uitkeringen. De meerjarenafspraken bevatten een alternatieve berekeningswijze voor de rijksbijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer ten faveure van de desbetreffende ontvanger. Aangezien op basis van artikel 22, derde lid, en van artikel 23 van de Wet BDU verkeer en vervoer, de regels zoals die golden voor de rijksbijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer van toepassing blijven op de bijdragen die voor de inwerkingtreding van het onderhavige besluit zijn verstrekt, is aanvullend overgangsrecht voor de meerjarenafspraken niet noodzakelijk.
2. De artikelsgewijze toelichting is naar aanleiding van de opmerkingen van de Raad van State aangevuld. Er is daarin opgenomen dat er geen aanvragen op grond van de te vervallen of te wijzigen regelingen zijn waarop nog niet is beslist of die nog niet zijn afgedaan.
3. De Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 is naar aanleiding van het advies van de Raad van State niet ingetrokken aangezien het slechts in de verstrekking van financiële middelen over het jaar 2004 voorziet. De uitkeringen op grond van de bovenbedoelde regelingen worden niet aan de brede doeluitkering verkeer en vervoer toegevoegd. Het overgangsrecht met betrekking tot de uitkeringen op grond van de bovengenoemde regeling is vervallen aangezien die regeling niet wordt ingetrokken. De artikelsgewijze toelichting is naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State aangevuld. Van de VERDI-middelen is slechts dat deel in brede doeluitkering opgegaan dat per 1 januari nog niet is toegevoegd aan het provinciefonds of het gemeentefonds. Dit betreft het deel van de gelden dat samenhangt met taken die op het terrein van de provincie liggen en rechtstreeks vanuit het Rijk aan de samenwerkingsgebieden zijn overgedragen.
4. Het algemeen deel van de toelichting is naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State aangepast. De verantwoording van de op grond van de ingetrokken besluiten en regelingen verstrekte uitkeringen vindt slechts plaats in het kader van de Wet BDU verkeer en vervoer voorzover die betrekking hebben op het eerste uitkeringsjaar. Het gaat hierbij om de rijksbijdragen op grond van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 en van Regeling experimenten regionale treindiensten voor de exploitatie van het openbaar vervoer onderscheidenlijk voor de exploitatie van regionale treindiensten.
5. De redactionele opmerkingen van de Raad van State zijn overgenomen.
Er is ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om de bepaling met betrekking tot de verantwoording aan te passen. De jaarlijkse verantwoording moet in lijn met artikel 10, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer in ieder geval naast de besteding ook de reserveringen ten laste van de brede doeluitkering te bevatten.
Er is verder van de gelegenheid gebruik gemaakt om artikel 9, vierde lid, van het Besluit Infrastructuurfonds aan te passen aan de integratie van de doeluitkering ingevolge het Infrastructuurfonds in de brede doeluitkering.
Er is tevens van de gelegenheid gebruik gemaakt om de reikwijdte van paragraaf 4 van het Besluit Infrastructuurfonds uit te breiden. De subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur worden ook verleend voor de bediening van die infrastructuur. Artikel 18 van de Wet BDU verkeer en vervoer maakt deze uitbreiding mogelijk.
Er is voorts van de gelegenheid gebruik gemaakt om de vaststelling en de betaling van de rijksbijdragen voor de exploitatie van openbaar vervoer en voor de exploitatie van regionale treindiensten voor het eerste uitkeringsjaar in het kader van de BDU verkeer en vervoer te doen plaatsvinden.
Er is tenslotte van de gelegenheid gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling van het onderhavige besluit in overeenstemming te brengen met artikel 15, eerste lid, van de Wet Infrastructuurfonds.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1)Kamerstukken II, 2003-04, 29 469, nr. 3, p. 5.
(2)Nota van toelichting, algemeen deel, vijfde tekstblok.
Het ontwerpbesluit bevat nadere regels over de verstrekking, berekening, verantwoording en controle van de brede doeluitkering verkeer en vervoer op grond van de Wet BDU verkeer en vervoer. Daarnaast worden regelingen die opgaan in de brede doeluitkering verkeer en vervoer opgeheven of gewijzigd en regelt het ontwerpbesluit het overgangsrecht.
De Raad van State maakt opmerkingen over het overgangsrecht en de reserves en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Er is geen overgangsrecht geregeld voor uitkeringen op grond van artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering en op grond van de meerjarenafspraken op grond van de Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 die zijn verstrekt voor de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit. Dit in tegenstelling tot de overige gewijzigde en ingetrokken regelingen en besluiten.
De Raad adviseert hierin alsnog te voorzien of in de toelichting uiteen te zetten waarom dat niet nodig is.
2. De toelichting gaat niet in op de gevolgen voor aanvragen op grond van de te vervallen of te wijzigen regelingen waarop nog niet is beslist en voor aanvragen die nog niet zijn afgedaan, maar die voor de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit zijn ingediend. De Raad is van mening dat indien van dergelijke aanvragen sprake is, het besluit dient te voorzien in overgangsrecht voor deze aanvragen. Hij adviseert hierop in de toelichting in te gaan en ingeval dergelijke aanhangige aanvragen bestaan, de overgangsbepalingen aan te vullen.
3. De reserves die zijn opgebouwd op grond van ingetrokken of vervallen regelingen, zullen ingevolge het overgangsrecht gelden als reserves in de zin van de Wet BDU verkeer en vervoer (artikel 21 ontwerpbesluit). De Regeling overdracht personele middelen VERDI 2003 valt onder dit overgangsrecht (onder e). Deze regeling wordt echter niet ingetrokken, maar valt volgens de toelichting op het wetsvoorstel wel onder de brede doeluitkering(zie noot 1), zulks in tegenstelling tot de Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004, die wel wordt ingetrokken (zie artikel 12).
De Raad adviseert op dit onderscheid in de toelichting in te gaan en in het bijzonder op de onderlinge verhouding tussen het convenant en de Regeling Verdi 2003.
4. Volgens de toelichting zal de verantwoording vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet BDU plaatsvinden in het kader van de verantwoording van de BDU. Dit geldt ook voor de uitkeringen op grond van de ingetrokken besluiten en regelingen die in het eerste jaar waarin de BDU verkeer en vervoer geldt, worden verstrekt.(zie noot 2) De overgangsregels bepalen echter dat voor deze uitkeringen de regels blijven gelden zoals die golden voor de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit (artikelen 16 tot en met 20). Hierdoor moet ook de verantwoording over die uitkeringen plaatsvinden op grond van de ingetrokken besluiten en regelingen.
De Raad adviseert de toelichting aan te passen.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W09.04.0619/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In de aanhef "artikel 20" vervangen door: artikel 25.
- In het opschrift van artikel 2 "en betaling" laten vervallen.
- In artikel 6, eerste lid, ", 63" vervangen door: en 63.
- In artikel 6, derde lid, "de artikelen 73" vervangen door: 73.
- In de artikelen 12 en 21, onder e, "Verdi" vervangen door: VERDI.
- In artikel 13 na "Regeling" invoegen: experiment.
- In de artikelen 14, 15, 19, tweede en derde lid, "artikel 18" telkens vervangen door: artikel 22.
- In artikel 20 "deze regeling" vervangen door: die regeling.
- In artikel 21 "artikelen 13 tot en met 17" vervangen door: artikelen 14 tot en met 19.
- In artikel 21, onder a, na "artikel 36" invoegen: , zesde lid,.
- In artikel 21, onder b, na "artikel 6" invoegen: , derde lid,.
- In artikel 21, onder d, na "artikel 65" invoegen: , eerste lid, onder c,.
Nota van toelichting
- In het algemeen deel, eerste tekstblok, na "evenwicht" laten vervallen: midden.
- In het algemeen deel, tweede tekstblok, bij de "Nota Mobiliteit" de vindplaats vermelden.
- In het algemeen deel, vierde tekstblok, na "Wet BDU" invoegen: verkeer en vervoer.
- In het algemeen deel, vijfde tekstblok, "BDU verkeer" vervangen door: BDU verkeer en vervoer.
- In het algemeen deel, vijfde tekstblok, na "BDU" en "Wet BDU" telkens invoegen: verkeer en vervoer.
- In de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 6 tot en met 11 de laatste zin wijzigen in: Om die reden worden de besluiten en regelingen ingetrokken of gewijzigd.
- Een artikelsgewijze toelichting op de artikelen 11 tot en met 13 opnemen, dan wel in het algemeen deel van de toelichting naar deze artikelen verwijzen.
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel 13 "artikel 18" vervangen door: "artikel 22". Tevens het opschrift wijzigen in: Artikel 14
- Aangezien de toelichting op artikel 14 behoort bij artikel 15, het opschrift wijzigen.
- In de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 15 tot en met 20 "artikelen 15" vervangen door "artikel 16". Tevens "artikel 18" vervangen door "artikel 19". Ten slotte het opschrift wijzigen in: Artikelen 16 tot en met 20.
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 maart 2005
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.
1. Er zijn geen uitkeringen op grond van artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering en op grond van de meerjarenafspraken op grond van de Regeling experiment meerjaren voor de inwerkingtreding van het Besluit BDU verkeer en vervoer verstrekt.
Het is echter wel noodzakelijk dat in overgangsrecht wordt voorzien voor de uitkeringen op grond van artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering. De uitkering op grond van het bovengenoemde artikel voor het jaar 2004 die in 2005 zal worden verstrekt maakt geen onderdeel uit van de brede doeluitkering verkeer en vervoer. Er is in het eerste lid van het gewijzigde artikel 20 neergelegd dat artikel V van het Wijzigingsbesluit Gebundelde doeluitkering van toepassing blijft op het jaar 2004. De bepalingen met betrekking tot de omzetbelasting zijn in het tweede en derde lid van het gewijzigde artikel 20 meer in overeenstemming gebracht met artikel 5, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit Infrastructuurfonds.
De meerjarenafspraken op grond van de Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 voorzien niet in afzonderlijke uitkeringen. De meerjarenafspraken bevatten een alternatieve berekeningswijze voor de rijksbijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer ten faveure van de desbetreffende ontvanger. Aangezien op basis van artikel 22, derde lid, en van artikel 23 van de Wet BDU verkeer en vervoer, de regels zoals die golden voor de rijksbijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer van toepassing blijven op de bijdragen die voor de inwerkingtreding van het onderhavige besluit zijn verstrekt, is aanvullend overgangsrecht voor de meerjarenafspraken niet noodzakelijk.
2. De artikelsgewijze toelichting is naar aanleiding van de opmerkingen van de Raad van State aangevuld. Er is daarin opgenomen dat er geen aanvragen op grond van de te vervallen of te wijzigen regelingen zijn waarop nog niet is beslist of die nog niet zijn afgedaan.
3. De Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 is naar aanleiding van het advies van de Raad van State niet ingetrokken aangezien het slechts in de verstrekking van financiële middelen over het jaar 2004 voorziet. De uitkeringen op grond van de bovenbedoelde regelingen worden niet aan de brede doeluitkering verkeer en vervoer toegevoegd. Het overgangsrecht met betrekking tot de uitkeringen op grond van de bovengenoemde regeling is vervallen aangezien die regeling niet wordt ingetrokken. De artikelsgewijze toelichting is naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State aangevuld. Van de VERDI-middelen is slechts dat deel in brede doeluitkering opgegaan dat per 1 januari nog niet is toegevoegd aan het provinciefonds of het gemeentefonds. Dit betreft het deel van de gelden dat samenhangt met taken die op het terrein van de provincie liggen en rechtstreeks vanuit het Rijk aan de samenwerkingsgebieden zijn overgedragen.
4. Het algemeen deel van de toelichting is naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State aangepast. De verantwoording van de op grond van de ingetrokken besluiten en regelingen verstrekte uitkeringen vindt slechts plaats in het kader van de Wet BDU verkeer en vervoer voorzover die betrekking hebben op het eerste uitkeringsjaar. Het gaat hierbij om de rijksbijdragen op grond van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 en van Regeling experimenten regionale treindiensten voor de exploitatie van het openbaar vervoer onderscheidenlijk voor de exploitatie van regionale treindiensten.
5. De redactionele opmerkingen van de Raad van State zijn overgenomen.
Er is ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om de bepaling met betrekking tot de verantwoording aan te passen. De jaarlijkse verantwoording moet in lijn met artikel 10, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer in ieder geval naast de besteding ook de reserveringen ten laste van de brede doeluitkering te bevatten.
Er is verder van de gelegenheid gebruik gemaakt om artikel 9, vierde lid, van het Besluit Infrastructuurfonds aan te passen aan de integratie van de doeluitkering ingevolge het Infrastructuurfonds in de brede doeluitkering.
Er is tevens van de gelegenheid gebruik gemaakt om de reikwijdte van paragraaf 4 van het Besluit Infrastructuurfonds uit te breiden. De subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur worden ook verleend voor de bediening van die infrastructuur. Artikel 18 van de Wet BDU verkeer en vervoer maakt deze uitbreiding mogelijk.
Er is voorts van de gelegenheid gebruik gemaakt om de vaststelling en de betaling van de rijksbijdragen voor de exploitatie van openbaar vervoer en voor de exploitatie van regionale treindiensten voor het eerste uitkeringsjaar in het kader van de BDU verkeer en vervoer te doen plaatsvinden.
Er is tenslotte van de gelegenheid gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling van het onderhavige besluit in overeenstemming te brengen met artikel 15, eerste lid, van de Wet Infrastructuurfonds.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1)Kamerstukken II, 2003-04, 29 469, nr. 3, p. 5.
(2)Nota van toelichting, algemeen deel, vijfde tekstblok.