Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.02.0522/I

Voorstel van wet van het lid Eerdmans tot wijziging van de Wet wapens en munitie inhoudende verhoging van de maximumstraf voor verboden wapenbezit en enige andere misdrijven, met memorie van toelichting.

Kenmerk
W03.02.0522/I
Datum advies
24 januari 2003
Vindplaats
Kamerstukken II 2004/05, 28 677, nr 4
  • Justitie en Veiligheid
  • Initiatiefwet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet van het lid Eerdmans tot wijziging van de Wet wapens en munitie inhoudende verhoging van de maximumstraf voor verboden wapenbezit en enige andere misdrijven, met memorie van toelichting.

Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 21 november 2002, hebben de Staten-Generaal bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Eerdmans tot wijziging van de Wet wapens en munitie inhoudende verhoging van de maximumstraf voor verboden wapenbezit en enige andere misdrijven, met memorie van toelichting.

Het initiatiefwetsvoorstel wil het strafmaximum dat is gesteld op de in artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (WWM) genoemde handelingen, nader te noemen: bezit van wapens uit categorie I van de WWM, verhogen van drie maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie naar negen maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (artikel 13, eerste lid, WWM). Met de wijziging van artikel 55, eerste lid, WWM wordt tevens voorgesteld om de maximale straf voor enige andere delicten uit de WWM te verhogen van drie naar negen maanden of een geldboete van de vierde categorie.
De Raad van State maakt opmerkingen over het doel en de gekozen middelen, het huidige instrumentarium en alternatieven, de noodzaak van de in het voorstel opgenomen strafverhoging voor de "andere" delicten en de hoogte van het voorgestelde strafmaximum.

1. Doel en middel
Doel van het voorstel is in het bijzonder het terugdringen van het bezit van wapens uit categorie I van de WWM. Kort gezegd betreffen dit allerlei steek-, slag- en stootwapens (artikel 2 WWM). De indiener verwacht dat van de verhoging van het strafmaximum een flink preventief signaal uitgaat, in het bijzonder naar jeugdigen en jongeren. Als dit preventieve effect het uitsluitende doel is dat met de strafverhoging wordt beoogd, is de Raad niet overtuigd van de zin van de verhoging van de maximale gevangenisstraf. In dit verband wijst de Raad op het onderzoek naar het patroon van strafmaxima in het commune en het bijzondere strafrecht(zie noot 1) waarin wordt gesteld: "Men probeert door de strafverhoging mogelijkheden te creëren om de wapenhandel en het illegale bezit van wapens op efficiënte wijze tegen te gaan. Tegelijkertijd is men zich er echter van bewust dat, in het bijzonder, de gevangenisstraf niet een duidelijk preventief effect heeft. Met dat oogmerk wordt de verhoging van strafmaxima in het kader van deze regelgeving dan ook niet toegepast."(zie noot 2)
Op 15 november 2002 is de Wet tot wijziging van de Gemeentewet en de Wet wapens en munitie in verband met de bestrijding van wapengeweld in werking getreden.(zie noot 3) De wet beoogt het dragen van wapens en het geweld met wapens terug te dringen door uitbreiding van de bevoegdheden van de politie om preventief tegen wapenbezit te kunnen optreden.(zie noot 4) Naar het oordeel van de Raad wordt deze wet ten onrechte niet besproken in de toelichting van het huidige wetsvoorstel. Evenmin komen mogelijke alternatieven voor het verhogen van het strafmaximum aan de orde.
De Raad adviseert het beoogde preventieve effect in verband met het vorenstaande nader onder ogen te zien.

2. Noodzaak van de "andere" verhogingen
Volgens de toelichting is het de indiener van het voorstel vooral te doen om de verhoging van het strafmaximum voor het bezit van wapens uit categorie I (artikel 13, eerste lid, WWM). Het voorstel omvat echter tevens eenzelfde verhoging van het strafmaximum voor vier andere misdrijven (artikelen 9, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, 31, eerste lid, WWM). Drie van de vier van deze misdrijven hebben geen betrekking op wapens uit categorie I. De stelling in de memorie van toelichting dat het invoeren, vervoeren, voorhanden hebben en overdragen van deze wapens een niet te tolereren misdrijf is waar een gepaste maximumstraf bij hoort, is een onvoldoende argument. Weliswaar worden deze misdrijven in artikel 55, eerste lid, met dezelfde straf bedreigd als handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, maar dit wetssystematisch argument vormt geen rechtvaardiging voor die strafverhogingen. De Raad is van oordeel dat de noodzaak voor de verhoging van het strafmaximum dat is gesteld op deze misdrijven nader zou moeten worden gemotiveerd.

3. De hoogte van het strafmaximum
Anders dan in de toelichting bij de Wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie met betrekking tot de strafmaat voor verboden wapenbezit en verboden wapenhandel wordt in de toelichting bij het onderhavige wetsvoorstel niet uiteengezet waarom het voorgestelde strafmaximum van negen maanden een passend strafmaximum is ten opzichte van vergelijkbare delicten.

Mede gelet op het belang van consistentie in de strafmaxima in de WWM en het Wetboek van Strafrecht beveelt de Raad aan de keuze voor de hoogte van het maximum in dit licht te bezien.

4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 24 januari 2003, no. W03.02.0522/I, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

Wetsvoorstel
Het eerste en het tweede lid van artikel 55 van de Wet wapens en munitie samenvoegen nu de strafbedreiging in beide leden volgens het voorstel identiek wordt.

Memorie van toelichting
Eerste alinea, "Bij wapens uit categorie I gaat het onder meer om bepaalde stiletto's, valmessen, vlindermessen en andere opbouwbare messen" wijzigen in: Bij wapens uit categorie I gaat het onder meer om bepaalde stiletto's, valmessen, vlindermessen en andere opvouwbare messen.
Eerste alinea, "Op 9 juli 1999 heeft de ministerraad ingestemd met een wetsvoorstel dat strekt tot verhoging van de maximumstraf voor verboden wapenbezit van negen maanden tot vier jaar" verwijzen naar de wet van 12 oktober 2000, Stb.433.
Tweede alinea, "Uit een in 1992 verricht onderzoek naar wapenbezit onder jongeren blijkt dat in dat jaar 29 procent van de scholieren een wapen bezit" verwijzen naar de vindplaats.
Laatste alinea, "Hiermee wordt benadrukt dat het in vervoeren," wijzigen in: Hiermee wordt benadrukt dat het invoeren, vervoeren,.



Reactie van de indiener van 23 maart 2005

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Hierbij deel ik u mede mijn voorstel van wet tot wijziging van de Wet Wapens en Munitie inhoudende een verhoging van de maximumstraf voor verboden wapenbezit en enige andere misdrijven (Kamerstukken II 2002/03, 28 677, nrs. 1 tot en met 3) in te willen trekken.
Door aanneming van mijn amendement tot verhoging van de strafmaat voor het bezit van wapens van de 1e categorie (Kamerstukken II 2003/04, 28 484, nr. 35) op 29 juni 2004, is dit wetsvoorstel overbodig geworden. Het advies van de Raad van State wordt openbaar gemaakt door ter inzage legging bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

De indiener



(1) J. de Hullu, I.M. Koopmans, Th. de Roos, Het wettelijk strafmaximum, Een onderzoek naar het patroon van strafmaxima in het commune en het bijzondere strafrecht, Gouda Quint, Arnhem 1999.
(2) De Hullu, Koopmans en De Roos, a.w., blz.104.
(3) Wet van 13 juli 2002 tot wijziging van de Gemeentewet en de Wet wapens en munitie in verband met de bestrijding van wapengeweld (Stb.2002, 420).
(4) Besluit van 30 augustus 2002 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Gemeentewet en de Wet wapens en munitie in verband met de bestrijding van wapengeweld (Stb.2002, 459).

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon