Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.04.0560/I/K

Goedkeuring van het op 23 november 2001 te Boedapest totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18), met memorie van toelichting.

Kenmerk
W03.04.0560/I/K
Datum advies
6 januari 2005
Vindplaats
Kamerstukken II 2004/05, 30 036 (R 1784), nr 5
  • Justitie en Veiligheid
  • Verdrag

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 23 november 2001 te Boedapest totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18), met memorie van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 23 november 2004, no.04.004408, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 23 november 2001 te Boedapest totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18), met memorie van toelichting.

De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel van rijkswet, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.

Volgens artikel 22, eerste lid, aanhef, en onder d, van het Verdrag neemt iedere Partij de wetgevende maatregelen die nodig zijn om rechtsmacht te vestigen met betrekking tot elk van de overeenkomstig het Verdrag strafbaar gestelde feiten, wanneer het strafbare feit is begaan buiten de territoriale rechtsmacht van enige Staat. Volgens de memorie van toelichting dient met de invoering van bepalingen als deze binnen de Nederlandse verhoudingen en de verhoudingen met andere Staten terughoudend te worden omgegaan.(zie noot 1) Daarom is voor dit onderdeel een voorbehoud gemaakt (artikel 2, zoals voorgesteld). Voorts merkt de toelichting op dat, wat computerdelicten betreft, met uitzondering van het delict van artikel 240b Wetboek van Strafrecht (WSr.)(zie noot 2), deze onder omstandigheden weliswaar ernstige gevolgen kunnen hebben die zich al dan niet rechtstreeks binnen de Nederlandse rechtsorde doen voelen, maar dat dit niet een ongeclausuleerde opname van deze delicten in de opsomming van artikel 5 WSr. rechtvaardigt.
De Raad wijst erop dat juist de delicten waarop het Verdrag ziet, de computergerelateerde strafbare feiten, zich gemakkelijk kunnen voordoen op de vrije zee en in de open ruimte. Verder wordt juist door dit Verdrag de strafwaardigheid van deze delicten algemeen erkend. Ten slotte beperkt het voorbehoud zich tot de vrije zee en de open ruimte, en zal overigens wel het actieve personaliteitsbeginsel ten aanzien van deze delicten gelden.
Gelet hierop adviseert de Raad het voorbehoud te heroverwegen.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk



Nader rapport (reactie op het advies) van 10 maart 2005

De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel van rijkswet, maar maakt daarbij een kanttekening ten aanzien van het in het voorstel opgenomen voorbehoud inzake de rechtsmacht. De Raad adviseert het voorbehoud te heroverwegen.

Heroverweging heeft mij geleid tot het oordeel dat het wenselijk is, het oorspronkelijk voorgestelde voorbehoud niet in het wetsvoorstel op te nemen. Gelet op de doelstelling van het goed te keuren verdrag (hierna ook: Cybercrime Verdrag) is het wenselijk zoveel mogelijk aan te sluiten bij het in artikel 22 van het Verdrag gekozen stelsel van toedeling van nationale rechtsmacht. Voor verreweg de meeste in artikel 22 van het Cybercrime Verdrag geregelde situaties voorziet ons Wetboek van Strafrecht reeds in rechtsmacht. De enige situatie waarin overeenkomstig het Cybercrime Verdrag rechtsmacht moet worden gevestigd maar waarin onze strafwet nog niet voorziet, is het geval waarin (door een Nederlander) een door het Verdrag aangewezen strafbaar feit wordt begaan buiten de territoriale rechtsmacht van enige Staat. Praktisch gesproken gaat het daarbij om gevallen waarin Nederlanders buiten de territoriale rechtsmacht van enig land computerdelicten begaan aan boord van een niet onder enige vlag geregistreerd vaar- of luchtvaartuig. Er kan dan ook worden volstaan met een beperkte wijziging van artikel 5 van het Wetboek van Strafrecht om algehele aansluiting met het Cybercrime Verdrag te bereiken.

In overeenstemming met het voorgaande is het wetsvoorstel gewijzigd, evenals paragraaf 4 van de memorie van toelichting, in het bijzonder de daarin opgenomen toelichting op artikel 22 van het Verdrag. De noodzakelijke wijziging van artikel 5 van het Wetboek van Strafrecht wordt door middel van de tweede nota van wijziging opgenomen in het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met nieuwe ontwikkelingen in de informatietechnologie (Computercriminaliteit-II) (26671).

Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba te zenden.

De Minister van Justitie



(1) Memorie van toelichting, toelichting op artikel 22.
(2) Voor dit delict is universele rechtsmacht gevestigd (artikel 5, ten derde en 5a WSr.).

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon