Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.03.0345/IV

Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende bepalingen in verband met de fusie van De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer.

Kenmerk
W06.03.0345/IV
Datum advies
20 oktober 2003
Vindplaats
Kamerstukken II 2003/04, 29 411, nr 4
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende bepalingen in verband met de fusie van De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer.

Bij Kabinetsmissive van 13 augustus 2003, no.03.003190, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting houdende bepalingen in verband met de fusie van De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer.

Het wetsvoorstel bewerkstelligt een fusie van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer. In verband hiermee worden tevens enige toezichtswetten en de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) gewijzigd.

1. In het wetsvoorstel worden de termen Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer (hierna: Stichting PVK) en Pensioen- & Verzekeringskamer (hierna: PVK) door elkaar gebruikt. De noodzaak hiertoe wordt niet toegelicht. Kennelijk is er naar gestreefd om het onderscheid tussen de rechtspersoon (Stichting PVK) en het bestuursorgaan (PVK) dat in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 wordt gemaakt, ook in het voorstel op te nemen.
Het maken van deze tweeslag in het voorstel heeft echter een keerzijde. Want daardoor moet zowel in het voorstel als in de uitvoering hiervan telkens een nauwkeurig onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de Stichting PVK met de bijbehorende rechten en verplichtingen en anderzijds het bestuursorgaan de PVK met de bijbehorende taken en bevoegdheden. De gekozen aanpak leidt tot onduidelijkheid.
De Raad van State adviseert in de toelichting uiteen te zetten, waarom de voorgestelde tweeslag niet kan worden gemist en, zo nodig, het wetsvoorstel aan te passen.

2. Ingevolge artikel 2 oefent DNB alle taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens enige wet aan de PVK zijn toegekend. Ingevolge artikel 3 gaan de publiekrechtelijke rechten en verplichtingen die de PVK uit hoofde van nader genoemde wetten heeft, over op DNB. De begrippen "taken en bevoegdheden" en "publiekrechtelijke rechten en verplichtingen" overlappen elkaar zodanig dat de vraag opkomt wat de specifieke betekenis en meerwaarde van het ene artikel is ten opzichte van het andere artikel.
De Raad adviseert in de toelichting uiteen te zetten waarom artikelen 2 en 3 beide nodig zijn en, zo nodig, beide artikelen in elkaar te schuiven.

3. Ingevolge artikel 9 en volgende wordt in verschillende wetten het begrip "voorzitter" van de PVK vervangen door "directie" van de PVK.
Nu de PVK ingevolge het wetsvoorstel geen rechtspersoon is, is onduidelijk welke directie bedoeld wordt. De Raad adviseert de toelichting aan te vullen en, zo nodig, het wetsvoorstel aan te passen.

4. Blijkens de memorie van toelichting(zie noot 1) is ervoor gekozen thans niet alle verwijzingen in de bestaande wetgeving naar de PVK te vervangen door een verwijzing naar DNB ondanks het feit dat er geen rechtspersoon meer onder de naam PVK zal bestaan. Daarmee wordt beoogd te blijven verwijzen naar de functie PVK welke functie na de fusie door DNB wordt uitgeoefend. Blijkens de toelichting is deze keuze gericht op het voorkomen van een meer omvangrijke wetgevingsoperatie. Verwezen wordt daarbij naar het voornemen dat de geldende toezichtwetgeving voor de financiële marktsector en de PSW per 1 januari 2005 wordt herzien en dat de PVK bij de fusie zal ophouden te bestaan. De Raad acht dit een onvoldoende motivering en wijst op de verwarring die zal ontstaan door de verwijzingen naar de PVK in de bestaande wettelijke regelingen niet aan te passen. Het college adviseert daarom de verwijzingen naar de PVK in de bestaande regelingen aan te passen.

5. De begroting op de toezichtterreinen van de PVK die wordt voorzien in artikel 7, is volgens de toelichting op dit artikel onder meer nodig voor de wettelijke kostenomslag op grond van de verschillende wetten. Volgens de Raad leent een begroting zich alleen voor een voorlopige kostenomslag en niet ook voor de definitieve kostendoorberekening. De kostencategorieën die in de begroting worden onderscheiden zullen ter wille van de definitieve kostendoorberekening eveneens moeten worden onderscheiden in de onderdelen van de jaarrekening waarin de toezichtkosten aan de orde komen.
De Raad adviseert de daarvoor noodzakelijke voorzieningen aan te brengen, zo nodig daarvoor in dit voorstel een grondslag te bieden, en op die voorzieningen in ieder geval in te gaan in de toelichting.

6. Ingevolge het voorgestelde artikel 25, derde lid, PSW(zie noot 2) organiseert de PVK (dat wil zeggen: DNB) een periodiek overleg met belanghebbenden aangaande pensioenen. Hieruit kan worden afgeleid dat voor zulk overleg niet langer de pensioenraad wordt ingeschakeld. Wel is de plaats en taak van de pensioenraad nog steeds in de toezichtwetgeving opgenomen.(zie noot 3) Over de toekomstige plaats en taak van de pensioenraad biedt de toelichting echter geen informatie.
Voorts valt het op dat dit artikel 25, derde lid, weinig houvast biedt voor het vormgeven van het toekomstige pensioenoverleg.
De Raad beveelt aan in de toelichting uitsluitsel te geven over de toekomstige positie van de pensioenraad en in het wetsvoorstel aan te geven op welke wijze het toekomstige pensioenoverleg vorm zal krijgen.

7. Ingevolge artikel 147k, achtste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 komt aan de president van de rechtbank binnen welker rechtsgebied de PVK is gevestigd een functie toe bij de executoirverklaring van een dwangbevel van (de voorzitter van) de PVK. De Raad neemt aan dat de vestigingsplaats van de PVK als gevolg van de fusie DNB/PVK is overgegaan naar Amsterdam en adviseert dat in de toelichting tot uitdrukking te brengen.

8. Het wetsvoorstel is een gevolg van de wenselijkheid dat in verband met de hervorming van het toezicht op de financiële marktsector DNB en de PVK fuseren tot één prudentieel toezichthouder.(zie noot 4) Bedoelde hervorming zal plaatsvinden in het kader van de aangekondigde financiële toezichtwetgeving (Wet Financieel Toezicht en daarmee verband houdende wetgeving). De Raad behoudt zich het recht voor om bij de advisering over de herziening van de financiële toezichtwetgeving de positie van de gefuseerde instelling DNB/PVK in het licht van de voorgestelde toezichtstructuur opnieuw te bezien.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Nader rapport (reactie op het advies) van 26 januari 2004

In reactie op het advies van de Raad van State merk ik het volgende op. Vanwege de samenhang worden de punten één en vier van het advies gezamenlijk besproken.

1 en 4. De Raad merkt in zijn advies terecht op, dat ernaar is gestreefd om in het wetsvoorstel een onderscheid tussen de rechtspersoon Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer (hierna: Stichting PVK) en het bestuursorgaan Pensioen- & Verzekeringskamer (hierna: PVK) op te nemen.
Tot dit onderscheid is besloten omdat het opheffen van het bestuursorgaan PVK op dit moment inefficiënt zou zijn. In voorbereiding is immers een nieuwe Wet op het financieel toezicht (beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2005) en een nieuwe Pensioen- en spaarfondsenwet (beoogde inwerkingtreding op 1 januari 2006).
Het voornemen is om in die wetsvoorstellen uit te gaan van één prudentieel toezichthouder, namelijk De Nederlandsche Bank N.V. (hierna: DNB). Het bestuursorgaan PVK vervalt bij de inwerkingtreding van de zojuist genoemde wetten. Vooruitlopend daarop is het onderhavige wetsvoorstel reeds gericht op een fusie van de rechtspersonen De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting PVK . Op deze manier kan organisatorisch worden geanticipeerd op de situatie na inwerkingtreding van bovengenoemde conceptwetsvoorstellen, waarbij sprake is van één prudentieel toezichthouder. Het opheffen van het bestuursorgaan PVK in het kader van de fusie DNB/PVK zou resulteren in een omvangrijke, langer durende, wetgevingsoperatie, waarbij, zonder strikte noodzaak, alle verwijzingen naar de PVK uit de regelgeving verwijderd dienen te worden.
Een kort fusieproces wordt daarnaast van belang geacht om zo snel mogelijk zekerheid te kunnen bieden aan het personeel; fusieplannen kunnen immers een bron van zorgen zijn, die bij voortduring mogelijk neerslag kunnen hebben op de gehele organisatie.

Naar aanleiding van de opmerking van de Raad, dat onvoldoende is gemotiveerd waarom de verwijzing naar de PVK in de wetgeving blijft bestaan en de mogelijke verwarring die daardoor kan ontstaan, merk ik het volgende op.
Hierboven is al aangegeven, dat de verwijzing naar de PVK naar verwachting met ingang van 1 juli 2005 respectievelijk 1 januari 2006 zal komen te vervallen. Gelet op het feit in artikel 2 van het wetsvoorstel uitdrukkelijk is geregeld dat DNB alle taken en bevoegdheden van de PVK gaat uitoefenen is voldoende duidelijk dat waar in regelgeving de PVK wordt genoemd DNB dient te worden gelezen, zodat verdere wetswijzigingen niet noodzakelijk worden geacht. De vrees voor verwarring wordt derhalve niet gedeeld.
In het najaar van 2001 heb ik de nota "Hervorming van het toezicht op de financiële marktsector"(zie noot 5) aan de Tweede Kamer aangeboden. Het besluit tot een fusie is helder door DNB en de PVK aan de belanghebbenden gecommuniceerd. Ook over de totstandkoming van het wetsvoorstel inzake het financieel toezicht wordt er intensief overleg gepleegd met andere departementen, de toezichthouders en de sector. Gedurende het hele proces is duidelijk aangegeven, dat er een toenadering en vervolgens een fusie zou komen tussen de rechtspersoon De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting PVK. In de sector werd de fusie verwelkomd. Het begrip sector dient overigens breed opgevat te worden; hierbij dient niet alleen gedacht te worden aan de onder toezicht staande financiële instellingen: banken, verzekeraars en effecten- en beleggingsinstellingen, maar ook aan brancheorganisaties van financiële dienstverleners en de Consumentenbond.
Ook in het kader van de herziening van de Pensioen- en Spaarfondsenwet is de fusie met alle relevante partijen besproken.
Gezien de brede aandacht die de fusie heeft gekregen, is de vrees voor eventuele verwarring niet gegrond.

2. In overeenstemming met het advies van de Raad is, gezien het feit dat de begrippen uit de artikelen 2 en 3 van het wetsvoorstel elkaar in een bepaalde mate overlappen, ervoor gekozen om artikel 3 van het oorspronkelijke wetsvoorstel te schrappen.
Tevens is er een nieuw artikel (13) ingevoegd waarin de Comptabiliteitswet 2001 (Cw 2001) wordt aangepast aan de nieuwe situatie. De Algemene Rekenkamer (AR) is immers bevoegd om bij de PVK een onderzoek ter plaatse in te stellen. Deze bevoegdheid heeft de AR niet bij DNB. De wijziging van de Cw 2001 dient om mogelijk te maken dat de AR zijn bevoegdheden op "PVK -terrein" kan blijven waarmaken. De uitzonderingspositie van DNB blijft vooralsnog ongewijzigd.

3. In de artikelen 9 en volgende van het wetsvoorstel werd de zinsnede "voorzitter van de PVK" vervangen door "directie van de PVK". Aangezien op grond van artikel 2 van het wetsvoorstel DNB de taken en bevoegdheden uitoefent die bij of krachtens enige wet aan het bestuursorgaan PVK zijn opgedragen, is het bij nader inzien juister de zinsnede "de voorzitter van de PVK" te vervangen door "de PVK".

5. Terecht merkt de Raad op dat naast de geraamde kosten ook de definitieve (werkelijk gemaakte) kosten moeten worden betrokken bij de doorberekening. Onlangs heeft de Tweede Kamer steun verleend aan het rapport met aanbevelingen voor een herziening van de financiering van het toezicht op de financiële markten(zie noot 6). Aan de hand van de aanbevelingen is in nauwe samenwerking met de toezichthoudende autoriteiten en de sector een nieuw stelsel voor de financiering van het toezicht voorbereid. Onderdeel van het nieuwe stelsel is dat de financiële toezichthoudende autoriteiten, waaronder DNB, een verantwoording opstellen waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over het financiële beheer voor zover het de toezichtstaak betreft. De verantwoording van DNB zal de instemming van de Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid behoeven. Samen met de begroting waarmee de minister heeft ingestemd, zal het uit de verantwoording voortvloeiende exploitatiesaldo de basis vormen voor doorrekening.
Teneinde uitvoering te geven aan het herziene stelsel is ervoor gekozen aangaande de verantwoording een artikel in het wetsvoorstel in te voegen (artikel 7) waarin de verplichtingen van DNB en de bevoegdheden van de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid duidelijk naar voren komen.
De terminologie van de artikelen 6 en 7 is in overeenstemming met de Aanwijzingen voor de regelgeving gebracht.

6. De pensioenraad is verankerd in de statuten van de Stichting PVK.
Op grond van de statuten van de Stichting PVK heeft de pensioenraad een taak ten aanzien van het uitvoeren van het toezicht en verzamelen van informatie ten behoeve van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het betreft het verlenen van ontheffingen, het adviseren over verplichtstellingen, wijziging van de verplichtstelling en de afgifte van de verklaring van geen bezwaar en het maken van opmerkingen indien een pensioenfonds zich wat betreft de verplichte deelneming niet aan de wet houdt. In de statuten is bovendien vastgelegd dat het bestuur van de Stichting PVK de pensioenraad raadpleegt alvorens het adviseert inzake pensioenaangelegenheden.
Deze bepalingen passen niet bij een onafhankelijke toezichthouder. Daarom is ervoor gekozen niet langer bij wet te verplichten om de pensioenraad statutair te verankeren. Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel houdt de Stichting PVK op te bestaan (zie artikel 1 van het wetsvoorstel) en vervallen de statuten, alsmede artikel 3, onderdeel c, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. Daarvoor in de plaats komt, op grond van het gewijzigde artikel 25, derde lid, van de Pensioen- en Spaarfondsenwet, de verplichting voor de toezichthouder om ten minste één keer per jaar een overleg te organiseren met belanghebbenden aangaande pensioenen. Onder belanghebbenden kunnen in dit kader worden verstaan: sociale partners, koepels van pensioenuitvoerders en ouderenorganisaties.

7. Bij de fusie houdt de Stichting PVK op te bestaan. De statuten van De Nederlandsche Bank N.V. bepalen dat zij is gevestigd te Amsterdam (artikel 1).
De bevoegde rechter terzake van de in artikel 147k, achtste lid, van de Wtv 1993, geregelde executoirverklaring zal dan ook zijn de president van de rechtbank te Amsterdam.
Indien er beroep wordt ingesteld tegen een besluit van DNB als toezichthouder, wordt voor wat betreft de relatieve competentie aangesloten bij de hoofdregel van de Awb zoals die is neergelegd in artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Het bovenstaande is in de toelichting op artikel 3 van het wetsvoorstel verwerkt.

Ik moge U, mede namens de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten- Generaal te zenden.

De Minister van Financiën



(1) Memorie van toelichting, Artikelsgewijze toelichting, Artikel 2, tweede alinea.
(2) Vermeld in artikel 10, onderdeel B.
(3) Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, artikel 3, onderdeel c: "de statuten van de rechtspersoon dienen te voorzien in (…) een pensioenraad waarin bij het pensioen- en spaarfondsenwezen betrokkenen, waaronder het bestuur van de rechtspersoon, werkgevers, werknemers, en de overheid zijn vertegenwoordigd."
(4) Considerans.
(5) Kamerstukken II 2002/03, 28122, nr. 1.
(6) Kamerstukken II 2002/03, 28122, nr. 17.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon