Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.04.0423/I

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met de invoering van een systeem van minimum- en maximumvergoedingen voor de werkzaamheden van tolken en vertalers in strafzaken, met nota van toelichting.

Kenmerk
W03.04.0423/I
Datum advies
8 oktober 2004
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 8 februari 2005, nr 27
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met de invoering van een systeem van minimum- en maximumvergoedingen voor de werkzaamheden van tolken en vertalers in strafzaken, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 27 augustus 2004, no.04.003246, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met de invoering van een systeem van minimum- en maximumvergoedingen voor de werkzaamheden van tolken en vertalers in strafzaken, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit strekt tot wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (het Besluit). Er wordt een systeem van minimum- en maximumvergoedingen geïntroduceerd voor werkzaamheden van tolken en vertalers in strafzaken, met als belangrijkste achterliggende gedachte marktwerking te introduceren en daarmee de kosten van deze dienstverlening te verlagen.
De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit enkele opmerkingen, in verband waarmee naar zijn oordeel aanpassing van het voorstel wenselijk is.

1. Wijze van regeling
Het ontwerpbesluit regelt zowel de proefperiode (artikel I) als de periode daarna (artikel II); de wijze van inwerkingtreding (artikel III) moet zorgen voor de juiste aansluiting.
Dat acht de Raad een riskante aanpak. De toelichting geeft als motivering "dat na afloop van de pilots de invoering van het systeem in het hele land geen nadere wijziging van het Besluit behoeft."(zie noot 1) De toelichting geeft echter tevens toe dat de evaluatie van de proeven aanleiding kan geven om niet op de voorziene wijze voort te gaan; dan zou het Besluit toch weer moeten worden aangepast. Naar het oordeel van de Raad verdient het de voorkeur om louter te beginnen met een experimenteerbepaling, en na de proeven de balans op te maken. Dat vergroot de kans dat met de uitkomsten serieus rekening zal worden gehouden. Ook moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de proef niet alleen gegevens oplevert over de thans in artikel II voorziene onderwerpen maar dat blijkt dat tevens enkele andere onderwerpen regeling behoeven, bijvoorbeeld de contracteerbevoegdheid (voorzover dat bij algemene maatregel kan geschieden), de aanbestedingsplicht of de contractsperioden.
Willen die proeven voldoende gegevens opleveren,(zie noot 2) dan zal tevoren moeten vaststaan waarop zal worden gelet en naar welke maatstaven zal worden bepaald of de proeven (of onderdelen daarvan) geslaagd mogen worden genoemd. Tevens zullen de proeven ten minste twee jaren moeten duren, willen ze enige informatie kunnen verschaffen over de overgang van de ene contractsperiode naar de volgende. De thans in de toelichting voorziene (door het besluit zelf niet gefixeerde) periode van één jaar acht de Raad te kort.
De Raad beveelt aan te kiezen voor een experimenteerbepaling en bij het opzetten van het experiment met het vorenstaande rekening te houden. Hij adviseert tevens in de nota van toelichting de nodige informatie te verschaffen over de experimenten.

2. Marktwerking
De nota van toelichting zet uiteen in het algemeen deel op welke wijze beoogd wordt een stelsel van marktwerking te beproeven bij aanbieders van tolk- en vertaaldiensten. Het is de bedoeling om in drie arrondissementen een proef te nemen ("pilots te starten") waarbij voor tolken en vertalers maximum- en minimumtarieven zullen gelden per uur of per regel. Voor een periode van een jaar zullen contracten worden afgesloten tussen afnemers aan justitiezijde (die dan wel zullen contracteren namens de Staat, daartoe gemachtigd door de minister) en aanbieders van de betrokken diensten. Daarin zullen onder meer tarieven worden overeengekomen, die tussen de in het Besluit voorziene maxima en minima zullen moeten liggen.
De Raad merkt het volgende op.

a. Het ontwerpbesluit maakt van de huidige tarieven maxima. Dat is alleen verantwoord indien voldoende zeker is dat de desbetreffende bedragen niet alleen toereikend zijn om dienstverleners aan te trekken die voldoen aan de kwaliteitseisen, maar ook een marge hebben om deze dienstverleners verantwoord tegen een lager tarief aan te kunnen trekken.
Het ontwerpbesluit hanteert ook minima voor de tarieven. Gesteld wordt dat daardoor een bandbreedte ontstaat waarbinnen gewenste flexibiliteit mogelijk wordt. Ook wordt de overzichtelijkheid als motief genoemd. De Raad ziet niet waarom het streven naar marktwerking zou vergen dat minima worden gesteld. De opmerking over de bandbreedte is van feitelijke aard, en geenszins redengevend. De gestelde minima lijken bovendien zo laag dat spanning dreigt met de kwaliteitseisen.
De Raad adviseert op deze punten opheldering te verschaffen.

b. Het algemene deel van de nota van toelichting bevat enkele opmerkingen die vragen oproepen.
In de vijfde alinea wordt opgemerkt dat er in de arrondissementen waarin de pilots worden gehouden prikkels ingebouwd moeten worden waardoor het maken van efficiencywinst wordt beloond. Om welke prikkels het zou kunnen gaan en wat hier efficiencywinst zou kunnen zijn, wordt echter niet uitgelegd.
De Raad adviseert de toelichting aan te vullen.

3. Artikel 5a
Het bestaande artikel 5a van het Besluit heeft betrekking op de dienstverlening door vertalers, waarbij de vertalers betaald worden per vertaalde regel; de vergoedingen fluctueren van € 0,79 tot € 1,69 per regel. In het nieuwe, naar artikel 5 verwijzende artikel 5a (artikel I van het ontwerpbesluit) is een minimumtarief van € 10,- opgenomen. De bepaling is kennelijk ontleend aan het eveneens nieuwe artikel 4a, dat echter over uurtarieven gaat; het sluit niet aan op de regeltarieven van artikel 5.
De Raad adviseert artikel 5a opnieuw te bezien.

4. Inwerkingtreding
De Raad adviseert het besluit niet eerder in werking te laten treden dan de Wet gerechtstolken en beëdigde vertalers, waarin de bewaking van de kwaliteit van tolken en beëdigde vertalers via inschrijving in een register zal worden geregeld.(zie noot 3)

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Nader rapport (reactie op het advies) van 9 december 2004

De Raad maakt in zijn advies enkele opmerkingen naar aanleiding van het ontwerpbesluit. Deze opmerkingen zullen hieronder worden besproken. Het advies van de Raad heeft mij aanleiding gegeven een aantal verbeteringen aan te brengen in de tekst van het besluit en in de nota van toelichting. Hieronder zal ik telkens aangeven om welke verbeteringen het gaat en tot welke aanpassingen dit heeft geleid.

1. De Raad geeft aan een voorkeur te hebben voor een experimenteerbepaling boven de in het concept-besluit opgenomen gefaseerde inwerkingtreding. Aan de opmerking van de Raad is gevolg gegeven. Voorzien is in een experimenteerbasis op grond waarvan de uitvoering van de experimenten bij ministeriële regeling wordt bepaald ten aanzien van de arrondissementen waarin ze plaats zullen hebben, het moment van aanvang, de duur, de verdere invulling en de evaluatiecriteria.
De reden voor deze wijziging is dat inmiddels is gebleken dat de opzet van de pilots nog nadere praktische uitwerking vergt. Deze uitwerking is complexer dan aanvankelijk was voorzien. Een andere reden is de terechte constatering van de Raad dat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat uit de pilots zou blijken dat ook andere onderwerpen, zoals het sluiten van contracten, regeling behoeven. Ik merk op dat deze wijziging overigens niet is ingegeven door de wens om de kans te vergroten dat met de uitkomst van de pilots serieus rekening zal worden gehouden, zoals de Raad het formuleert. Naar mijn oordeel zou daarmee evenzeer rekening kunnen worden gehouden bij het systeem dat in het concept-besluit was gekozen.
Met de Raad ben ik van oordeel dat voor de proeven een periode moet worden genomen van ten minste twee jaar ten einde voldoende informatie te verkrijgen over bijvoorbeeld de overgang van de ene contractsperiode naar de andere. Om die reden heb ik gekozen voor een vervaltermijn van drie jaar vanaf het moment van aanvang van de experimenten. Zo is gewaarborgd dat voldoende marge is ingebouwd.
De Raad vraagt de nota van toelichting aan te vullen met extra informatie over de pilots. Ik merk op dat in de nota van toelichting reeds alle gegevens zijn opgenomen die op dit moment beschikbaar zijn. De verdere praktische uitwerking zal worden neergelegd in een ministeriële regeling waarvoor dit besluit de basis legt.

2. De Raad vraagt of de vaste tarieven die in dit besluit worden omgezet in maximumtarieven, toereikend zijn om dienstverleners aan te trekken die voldoen aan de kwaliteitseisen. Deze vraag beantwoord ik bevestigend. Mij hebben geen signalen bereikt dat de tarieven die nu vaste bedragen vormen in bepaalde gevallen ontoereikend zijn. Daarbij teken ik aan dat kwalitatief goede dienstverlening niet alleen van uurtarieven of tarieven per regel afhankelijk zijn, maar ook van een factor als het werkaanbod dat aan dienstverleners kan worden gegarandeerd. Ik merk daarbij op, dat het mede een doelstelling van dit besluit is, om kostenreductie te bewerkstelligen. Verhoging van de tarieven om voldoende marge te scheppen voor het verantwoord tegen een lager tarief aantrekken van dienstverleners is ook om die reden onwenselijk.
De Raad stelt naar mijn oordeel terecht dat het streven naar marktwerking als zodanig niet vergt dat minimumvergoedingen worden gesteld. Om die reden heb ik deze uit het besluit weggehaald en volstaan met het leggen van een basis om bij wege van experiment de bestaande, vaste vergoedingen in maximumvergoedingen te veranderen. Dit heeft geleid tot wijzigingen in zowel het opschrift als de tekst van het besluit, alsmede in de nota van toelichting. Het schrappen van (een basis voor) de minimumvergoedingen heeft het voordeel dat het besluit nu in geen enkel opzicht meer de suggestie zou kunnen wekken dat naar vergoeding van het minimumtarief zou moeten worden gestreefd, waarvan spanning met de kwaliteitseisen het gevolg zou kunnen zijn.
Wat betreft de prikkels die worden ingebouwd om in de arrondissementen waarin de pilots worden gehouden efficiencywinst te belonen, adviseert de Raad in de nota van toelichting aan te geven, om welke prikkels het zou kunnen gaan en wat de efficiencywinst zou kunnen zijn. Aan dit advies is gevolg gegeven. In de nota van toelichting is aangegeven dat de efficiencywinst zou kunnen ontstaan door te werken met een bemiddelingsbureau dat goedkoper is dan het huidige bemiddelingsbureau of de centrale planning binnen het arrondissement. Eveneens heb ik in de nota van toelichting aangegeven dat de gerechten zouden kunnen worden beloond doordat wordt toegestaan dat een deel van het bespaarde budget aan gerechtskosten, overigens op niet-structurele basis, wordt ingezet voor andere kosten binnen het arrondissement.

3. De Raad constateert met recht dat in artikel 5a ten onrechte een minimumtarief van € 10 is opgenomen. Doordat het besluit nu in een experimenteerbasis voorziet waarin alleen maximumtarieven zijn opgenomen, is deze oneffenheid weggenomen.

4. De Raad adviseert het besluit niet eerder in werking te laten treden dan de Wet gerechtstolken en beëdigde vertalers, waarin de bewaking van de kwaliteit van tolken en beëdigde vertalers via inschrijving in een register zal worden geregeld. Naar mijn oordeel is het uitstellen van inwerkingtreding niet noodzakelijk en evenmin wenselijk. De kwaliteitsverhoging die dit besluit nastreeft heeft vooral betrekking op de inkoop van diensten van tolken en vertalers. Het wetsvoorstel gerechtstolken en beëdigde vertalers heeft daarop geen betrekking. Dit besluit en het genoemde wetsvoorstel vloeien beide voort uit het kabinetsbeleid ten aanzien van dienstverlening door tolken en vertalers, doch dat betekent naar mijn oordeel niet dat beide van elkaar afhankelijk zijn.

5. Tenslotte heb ik de gelegenheid aangegrepen - zie artikel I, onderdeel C -om een oneffenheid van technische aard in artikel 12 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 te herstellen. Deze oneffenheid is na de toezending van het eerdere concept-besluit aan de Raad aan het licht gekomen.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Justitie



(1) Artikelsgewijs, onder het opschrift "Artikel III".
(2) Zie ook het advies van de Raad van State inzake het Eindrapport van de interdepartementale werkgroep experimenteerbepalingen "Het proberen waard", W03.00.0056/I.
(3) Over het desbetreffende voorstel van Wet gerechtstolken en beëdigde vertalers brengt de Raad heden eveneens advies uit (W03.04.0397/I).

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon