Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement tot uitvoering van richtlijn nr.2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W09.04.0472/V
- Datum advies
- 22 november 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 8 maart 2005, nr. 47
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement tot uitvoering van richtlijn nr.2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 1 oktober 2004, no.04.003779, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement tot uitvoering van richtlijn nr.2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit betreft de invoering van een typegoedkeuring voor vier categorieën landbouw- of bosbouwtrekkers. Voor de categorieën T1, T2 en T3 is dit een EG-typegoedkeuring op grond van richtlijn nr. 2003/37/EG, voor categorie T5 - vooruitlopend op de uitbreiding van het toepassingsgebied van die richtlijn - een nationale.(zie noot 1)
De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de nationale typegoedkeuring voor de categorie T5. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Nationale typegoedkeuring categorie T5
Op grond van artikel 23 van richtlijn nr. 2003/37/EG passen de lidstaten deze richtlijn met betrekking tot voertuigen van de categorieën T1, T2 en T3 (landbouw- of bosbouwtrekkers die niet harder kunnen dan 40 kilometer per uur) vanaf 1 juli 2005 toe op nieuwe voertuigtypen en vanaf 1 juli 2009 op alle in gebruik genomen nieuwe voertuigen. Voor andere categorieën voertuigen, zoals T5 (trekkers die harder kunnen dan 40 kilometer per uur), geldt dat zij de richtlijn respectievelijk drie en zes jaar nadat de bijzondere richtlijnen voor die categorie zijn vastgesteld, toepassen. Blijkens de toelichting wordt, vooruitlopend hierop, met het ontwerpbesluit een nationale typegoedkeuring voor de categorie T5 ingevoerd om te voorkomen dat fabrikanten van de categorieën T1, T2 of T3 hun trekkers zo aanpassen dat ze niet langer in een van deze categorieën vallen, maar in T5. In reactie op de notificatie van de invoering van deze nationale typegoedkeuring merkt de Europese Commissie op dat de maatregel voor de categorie T5 momenteel in voorbereiding is en dat het besluit hieraan zal moeten worden aangepast.(zie noot 2) Verder heeft Duitsland een uitvoerig gemotiveerde mening ingediend.
De Raad acht een nationale typegoedkeuring voor de categorie T5 niet in strijd met richtlijn nr. 2003/37/EG, maar mist, mede gezien de opmerking van de Europese Commissie, in de toelichting een antwoord op de vraag wat de concrete gevolgen zullen zijn indien fabrikanten vorengenoemd gedrag vertonen. Verder constateert de Raad dat ook in dit geval de principes van het vrije verkeer van goederen van toepassing zijn. Deze brengen met betrekking tot nationale typegoedkeuringen onder andere mee dat lidstaten deze wederzijds dienen te erkennen. In het ontwerpbesluit ontbreekt daartoe echter een bepaling.
De Raad adviseert in het ontwerpbesluit een bepaling op te nemen over de wederzijdse erkenning van nationale typegoedkeuringen voor landbouw- of bosbouwtrekkers van de categorie T5 en in de toelichting nader in te gaan op de noodzaak van deze nationale typegoedkeuring.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W09.04.0472/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Artikel I, onderdeel B, aanhef: "Artikel 1.1a" vervangen door: Artikel 1.1a, eerste lid.
- Artikel I, onderdeel B, onder 1 tot en met 11: In de voorgestelde onderdelen, met uitzondering van de onderdelen ak3, an2, an3 en an4, ontbreekt voor "betreffende": inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten.
- Artikel I, onderdeel B, onder 8: In het voorgestelde onderdeel ak1 "1 oktober 1978" vervangen door "17 oktober 1978" en in het voorgestelde onderdeel ak4 voor "(PbEG L 179)" invoegen: (statische proeven).
- Artikel I, onderdeel B, onder 9: In het voorgestelde onderdeel an5 voor "(PbEG L 67)" invoegen: van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen.
- Artikel I, onderdeel B, onder 10: In de aanhef "onderdeel bo" vervangen door: onderdeel bp.
- Artikel I, onderdeel B, algemeen: Een onderdeel ao1 over richtlijn 91/226/EEG invoegen of toelichten waarom deze als enige uit de lijst van bijzondere richtlijnen van bijlage II, hoofdstuk B, deel I, van richtlijn 2003/37/EG ontbreekt.
- Artikel I, onderdeel C: In het voorgestelde artikel 1a.11, eerste lid, voor "certificaat van overeenstemming" invoegen: geldig.
- Artikel I, onderdeel D: Het voorgestelde artikel 2.2 voorzien van het opschrift "Artikel 2.2" en de tweede volzin van het eerste lid in een apart lid opnemen (aanwijzingen 99 en 100 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
- Artikel I, onderdeel E, algemeen: In de voorgestelde afdeling 10 van hoofdstuk 3 de paragrafen en artikelen vernummeren zodat deze op elkaar aansluiten of toelichten waarom een aantal paragrafen en artikelen ontbreekt.
- Artikel I, onderdeel E, artikelen: In het voorgestelde artikel 3.10.18 ook categorie T5 opnemen of toelichten waarom dit niet gebeurt. In de artikelen 3.10.26 en 3.10.29 voor T5 verwijzen naar onderscheidenlijk richtlijn 71/320/EEG en richtlijn 92/22/EEG of toelichten waarom dit niet gebeurt. Voor T5 ook artikelen opnemen over de onderwerpen, bedoeld onder de nummers 27.1 tot en met 30.1 en 32.1 van bijlage II, hoofdstuk B, deel I, van richtlijn 2003/37/EG of toelichten waarom dit niet gebeurt. Tevens telkens "het bepaalde in" laten vervallen (aanwijzing 52 Ar).
- Artikel I, onderdelen E en F: deze onderdelen omwisselen.
- Artikel I, onderdelen G, H en I: Ook op andere plaatsen in het Voertuigreglement dan hoofdstuk 5, afdeling 8, "landbouwtrekker(s)" vervangen en er bij alle vervangingen rekening mee houden dat dit woord op een aantal plaatsen met een hoofdletter wordt geschreven.
- Transponeringstabel: Een transponeringstabel opnemen voor hoofdstuk 3, afdeling 10, en bijlage II, hoofdstuk B, deel I, van richtlijn 2003/37/EG.
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 januari 2005
1. Het ontwerpbesluit is overeenkomstig het advies van de Raad van State gewijzigd.
2. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele andere wijzigingen aan te brengen.
De eerste wijziging betreft het invoegen van de definitie "lege massa in rijklare toestand". Richtlijn nr. 2003/37/EG bevat met betrekking tot landbouw- of bosbouwtrekkers een andere definitie van de lege massa van een rijklaar voertuig dan de definitie die wordt gehanteerd voor andere voertuigtypen. Derhalve wordt deze definitie ingevoegd in het Voertuigreglement (artikel 1.1, onderdeel ad1).
Ten tweede wordt richtlijn nr. 2000/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 mei 2000 inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigde gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- en bosbouwtrekkers en houdende wijziging van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad (PbEG L 173) niet opgenomen in de lijst van richtlijnen in artikel 1.1a van het Voertuigreglement. Dit is niet noodzakelijk omdat in het Voertuigreglement niet verwezen wordt naar deze richtlijn, maar naar het besluit waarin deze richtlijn is geïmplementeerd.
Ten derde is de inwerkingtredingsbepaling gewijzigd. Ten gevolge van een, door de Bondsrepubliek Duitsland ingediende, uitvoerig gemotiveerde mening is de standstilltermijn met drie maanden verlengd. Dit heeft ertoe geleid dat de voorheen in de inwerkingtredingsbepaling genoemde datum niet haalbaar is gebleken.
Verder wordt het besluit aangevuld met een bepaling betreffende de implementatie van Richtlijn nr. 2002/85/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 (PbEG L 327) tot wijziging van richtlijn nr. 92/6/EEG van de Raad betreffende de installatie en het gebruik in de Gemeenschap van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen. Deze richtlijn is reeds geïmplementeerd in een besluit houdende wijziging van het Voertuigreglement. Dit besluit is met ingang van 1 januari 2005 in werking getreden (Stb. 659). Door middel van artikel II, onderdeel G, van het onderhavige besluit wordt het Voertuigreglement aangevuld met een voor de handhaving noodzakelijke aanvulling, namelijk dat de ingestelde snelheid van de snelheidsbegrenzer onuitwisbaar moet zijn vermeld op een installatieplaatje dat op een duidelijk zichtbare plaats in de stuurcabine van het voertuig is aangebracht.
Ten slotte zijn enkele verletteringen, vernummeringen en redactionele verbeteringen aangebracht.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1) Richtlijn nr. 2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, verwisselbare getrokken machines, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan en tot intrekking van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad (PbEU L 171).
(2) Notificatienummer: 2004/283/NL
Het ontwerpbesluit betreft de invoering van een typegoedkeuring voor vier categorieën landbouw- of bosbouwtrekkers. Voor de categorieën T1, T2 en T3 is dit een EG-typegoedkeuring op grond van richtlijn nr. 2003/37/EG, voor categorie T5 - vooruitlopend op de uitbreiding van het toepassingsgebied van die richtlijn - een nationale.(zie noot 1)
De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de nationale typegoedkeuring voor de categorie T5. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Nationale typegoedkeuring categorie T5
Op grond van artikel 23 van richtlijn nr. 2003/37/EG passen de lidstaten deze richtlijn met betrekking tot voertuigen van de categorieën T1, T2 en T3 (landbouw- of bosbouwtrekkers die niet harder kunnen dan 40 kilometer per uur) vanaf 1 juli 2005 toe op nieuwe voertuigtypen en vanaf 1 juli 2009 op alle in gebruik genomen nieuwe voertuigen. Voor andere categorieën voertuigen, zoals T5 (trekkers die harder kunnen dan 40 kilometer per uur), geldt dat zij de richtlijn respectievelijk drie en zes jaar nadat de bijzondere richtlijnen voor die categorie zijn vastgesteld, toepassen. Blijkens de toelichting wordt, vooruitlopend hierop, met het ontwerpbesluit een nationale typegoedkeuring voor de categorie T5 ingevoerd om te voorkomen dat fabrikanten van de categorieën T1, T2 of T3 hun trekkers zo aanpassen dat ze niet langer in een van deze categorieën vallen, maar in T5. In reactie op de notificatie van de invoering van deze nationale typegoedkeuring merkt de Europese Commissie op dat de maatregel voor de categorie T5 momenteel in voorbereiding is en dat het besluit hieraan zal moeten worden aangepast.(zie noot 2) Verder heeft Duitsland een uitvoerig gemotiveerde mening ingediend.
De Raad acht een nationale typegoedkeuring voor de categorie T5 niet in strijd met richtlijn nr. 2003/37/EG, maar mist, mede gezien de opmerking van de Europese Commissie, in de toelichting een antwoord op de vraag wat de concrete gevolgen zullen zijn indien fabrikanten vorengenoemd gedrag vertonen. Verder constateert de Raad dat ook in dit geval de principes van het vrije verkeer van goederen van toepassing zijn. Deze brengen met betrekking tot nationale typegoedkeuringen onder andere mee dat lidstaten deze wederzijds dienen te erkennen. In het ontwerpbesluit ontbreekt daartoe echter een bepaling.
De Raad adviseert in het ontwerpbesluit een bepaling op te nemen over de wederzijdse erkenning van nationale typegoedkeuringen voor landbouw- of bosbouwtrekkers van de categorie T5 en in de toelichting nader in te gaan op de noodzaak van deze nationale typegoedkeuring.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W09.04.0472/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Artikel I, onderdeel B, aanhef: "Artikel 1.1a" vervangen door: Artikel 1.1a, eerste lid.
- Artikel I, onderdeel B, onder 1 tot en met 11: In de voorgestelde onderdelen, met uitzondering van de onderdelen ak3, an2, an3 en an4, ontbreekt voor "betreffende": inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten.
- Artikel I, onderdeel B, onder 8: In het voorgestelde onderdeel ak1 "1 oktober 1978" vervangen door "17 oktober 1978" en in het voorgestelde onderdeel ak4 voor "(PbEG L 179)" invoegen: (statische proeven).
- Artikel I, onderdeel B, onder 9: In het voorgestelde onderdeel an5 voor "(PbEG L 67)" invoegen: van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen.
- Artikel I, onderdeel B, onder 10: In de aanhef "onderdeel bo" vervangen door: onderdeel bp.
- Artikel I, onderdeel B, algemeen: Een onderdeel ao1 over richtlijn 91/226/EEG invoegen of toelichten waarom deze als enige uit de lijst van bijzondere richtlijnen van bijlage II, hoofdstuk B, deel I, van richtlijn 2003/37/EG ontbreekt.
- Artikel I, onderdeel C: In het voorgestelde artikel 1a.11, eerste lid, voor "certificaat van overeenstemming" invoegen: geldig.
- Artikel I, onderdeel D: Het voorgestelde artikel 2.2 voorzien van het opschrift "Artikel 2.2" en de tweede volzin van het eerste lid in een apart lid opnemen (aanwijzingen 99 en 100 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
- Artikel I, onderdeel E, algemeen: In de voorgestelde afdeling 10 van hoofdstuk 3 de paragrafen en artikelen vernummeren zodat deze op elkaar aansluiten of toelichten waarom een aantal paragrafen en artikelen ontbreekt.
- Artikel I, onderdeel E, artikelen: In het voorgestelde artikel 3.10.18 ook categorie T5 opnemen of toelichten waarom dit niet gebeurt. In de artikelen 3.10.26 en 3.10.29 voor T5 verwijzen naar onderscheidenlijk richtlijn 71/320/EEG en richtlijn 92/22/EEG of toelichten waarom dit niet gebeurt. Voor T5 ook artikelen opnemen over de onderwerpen, bedoeld onder de nummers 27.1 tot en met 30.1 en 32.1 van bijlage II, hoofdstuk B, deel I, van richtlijn 2003/37/EG of toelichten waarom dit niet gebeurt. Tevens telkens "het bepaalde in" laten vervallen (aanwijzing 52 Ar).
- Artikel I, onderdelen E en F: deze onderdelen omwisselen.
- Artikel I, onderdelen G, H en I: Ook op andere plaatsen in het Voertuigreglement dan hoofdstuk 5, afdeling 8, "landbouwtrekker(s)" vervangen en er bij alle vervangingen rekening mee houden dat dit woord op een aantal plaatsen met een hoofdletter wordt geschreven.
- Transponeringstabel: Een transponeringstabel opnemen voor hoofdstuk 3, afdeling 10, en bijlage II, hoofdstuk B, deel I, van richtlijn 2003/37/EG.
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 januari 2005
1. Het ontwerpbesluit is overeenkomstig het advies van de Raad van State gewijzigd.
2. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele andere wijzigingen aan te brengen.
De eerste wijziging betreft het invoegen van de definitie "lege massa in rijklare toestand". Richtlijn nr. 2003/37/EG bevat met betrekking tot landbouw- of bosbouwtrekkers een andere definitie van de lege massa van een rijklaar voertuig dan de definitie die wordt gehanteerd voor andere voertuigtypen. Derhalve wordt deze definitie ingevoegd in het Voertuigreglement (artikel 1.1, onderdeel ad1).
Ten tweede wordt richtlijn nr. 2000/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 mei 2000 inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigde gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- en bosbouwtrekkers en houdende wijziging van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad (PbEG L 173) niet opgenomen in de lijst van richtlijnen in artikel 1.1a van het Voertuigreglement. Dit is niet noodzakelijk omdat in het Voertuigreglement niet verwezen wordt naar deze richtlijn, maar naar het besluit waarin deze richtlijn is geïmplementeerd.
Ten derde is de inwerkingtredingsbepaling gewijzigd. Ten gevolge van een, door de Bondsrepubliek Duitsland ingediende, uitvoerig gemotiveerde mening is de standstilltermijn met drie maanden verlengd. Dit heeft ertoe geleid dat de voorheen in de inwerkingtredingsbepaling genoemde datum niet haalbaar is gebleken.
Verder wordt het besluit aangevuld met een bepaling betreffende de implementatie van Richtlijn nr. 2002/85/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 (PbEG L 327) tot wijziging van richtlijn nr. 92/6/EEG van de Raad betreffende de installatie en het gebruik in de Gemeenschap van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen. Deze richtlijn is reeds geïmplementeerd in een besluit houdende wijziging van het Voertuigreglement. Dit besluit is met ingang van 1 januari 2005 in werking getreden (Stb. 659). Door middel van artikel II, onderdeel G, van het onderhavige besluit wordt het Voertuigreglement aangevuld met een voor de handhaving noodzakelijke aanvulling, namelijk dat de ingestelde snelheid van de snelheidsbegrenzer onuitwisbaar moet zijn vermeld op een installatieplaatje dat op een duidelijk zichtbare plaats in de stuurcabine van het voertuig is aangebracht.
Ten slotte zijn enkele verletteringen, vernummeringen en redactionele verbeteringen aangebracht.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1) Richtlijn nr. 2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, verwisselbare getrokken machines, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan en tot intrekking van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad (PbEU L 171).
(2) Notificatienummer: 2004/283/NL