Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W13.03.0211/III

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in verband met afstel van het tijdstip van aanvang van fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen voor bepaalde groepen (gewezen) overheidswerknemers.

Kenmerk
W13.03.0211/III
Datum advies
15 augustus 2003
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 9 december 2003, nr 238
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in verband met afstel van het tijdstip van aanvang van fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen voor bepaalde groepen (gewezen) overheidswerknemers.

Bij Kabinetsmissive van 13 juni 2003, no.03.002484, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport na overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in verband met afstel van het tijdstip van aanvang van fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen voor bepaalde groepen (gewezen) overheidswerknemers.

Het ontwerpbesluit strekt ertoe het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in overeenstemming te brengen met de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Wet OOW). In deze wet is namelijk een wijziging aangebracht om de zogenaamde "bestaande wachtgelders" niet onder de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW) te brengen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen met betrekking tot de wijze waarop deze wijziging is aangebracht en met betrekking tot de terugwerkende kracht. Hij is van oordeel dat in ieder geval de toelichting op deze punten moet worden aangevuld.

1. Blijkens de toelichting (algemeen deel) heeft de ministerraad in 2002 besloten tot afstel van fase 3 van de Wet OOW voor deze zogenaamde "bestaande wachtgelders". Deze wachtgelders worden niet onder de WW en de ZW gebracht, maar voor hen blijft de wachtgeldregeling integraal van kracht. Dit is geregeld bij koninklijk besluit van 13 juni 2002, Stb.343 ter uitvoering van artikel 94, eerste en tweede lid, Wet OOW.
De vraag doet zich voor of het afstel van fase 3 voor deze groep wachtgelders gerealiseerd had kunnen worden door middel van een klein koninklijk besluit. Weliswaar laat artikel 94, tweede en derde lid, Wet OOW gefaseerde inwerkingtreding, ook voor groepen overheidswerknemers, toe, maar het in geheel niet in werking laten treden (ook niet op termijn) voor bepaalde groepen, is op grond van artikel 94 niet mogelijk.(zie noot 1) Daarmee zou afbreuk worden gedaan aan de artikelen 2 en 31 Wet OOW, die op dit punt geen uitzonderingen maken.
Weliswaar biedt de Wet OOW op een aantal onderwerpen de mogelijkheid om bij ministeriële regeling (artikelen 10, derde lid, 14, vierde lid, 29, tweede lid, 39 en 41, eerste lid, slot) dan wel meer in het algemeen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 46) van de wet af te wijken, maar het betreft hier regels van tijdelijke aard, waarop zo spoedig mogelijk een wetswijziging moet volgen.(zie noot 2)
Ook uit de toelichting bij de Wet OOW blijkt dat het, behoudens in bijzondere gevallen, in beginsel niet de bedoeling is uitzonderingen te maken op de bij die wet gemaakte keuze om het overheidspersoneel zoveel mogelijk gelijk te behandelen aan de werknemers in de marktsector (de zogeheten normalisering).(zie noot 3) Nu hieraan wel behoefte bestaat, had hierin naar het oordeel van de Raad voorzien moeten worden door wijziging van de Wet OOW zelf en kon niet volstaan worden met een klein koninklijk besluit gebaseerd op het inwerkingtredingsartikel van de wet.
Aangezien de Raad eerst nu de gelegenheid heeft zich hierover uit te spreken en het nu voorliggende besluit een technische aanpassing betreft die daaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit, geeft hij in overweging alsnog te gelegener tijd tot wijziging van de Wet OOW over te gaan en in de toelichting bij dit ontwerpbesluit hier reeds thans aandacht aan te besteden.

2. Aan het ontwerpbesluit is terugwerkende kracht verleend om in een juiste aansluiting te voorzien op de inwerkingtreding van fase 3 van de Wet OOW per 1 januari 2003.(zie noot 4) Blijkens de toelichting brengt het ontwerpbesluit materieel geen wijzigingen in de verzekeringspositie van de hier bedoelde categorie wachtgelders, omdat voor hen de wachtgeldregeling van kracht blijft.
De Raad adviseert in de toelichting uiteen te zetten waarom de terugwerkende kracht geen nadelige gevolgen met zich brengt in zoverre het betreft de premieheffing, neergelegd in artikel 4a. In dat verband dient ook ingegaan te worden op de vraag om welke reden eerst nu met een wijzigingsbesluit wordt gekomen. Reeds bij besluit van 13 juni 2002 (Stb.343) is immers uitvoering gegeven aan de beslissing van het kabinet tot afstel van fase 3.

3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 15 augustus 2003, no. W13.03.0211/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- De aanhef van de wijziging in artikel 1, onderdeel d, gelet op het vervallen zijn van onderdeel c, als volgt formuleren: Een nieuw onderdeel d wordt ingevoegd, luidende.
- In artikel 4a, vierde lid, aanwijzing 30 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) in acht nemen.
- Gelet op de vele wijzigingen verdient het aanbeveling met inachtneming van aanwijzing 246 Ar de tekst van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw integraal te publiceren. De wijziging zoals voorgesteld in artikel 284 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC (Stb.2003, 231) kan niet worden doorgevoerd.



Nader rapport (reactie op het advies) van 8 oktober 2003

1. De Raad werpt naar aanleiding van het onderhavige ontwerpbesluit de vraag op of het afstel van fase 3 van de Wet OOW voor de zogenoemde "bestaande wachtgelders" wel gerealiseerd had kunnen worden door middel van een klein koninklijk besluit (te weten het koninklijk besluit (k.b.) van 13 juni 2002, Stb. 343). Volgens de Raad zou artikel 94 van de Wet OOW het niet mogelijk maken om de toepassing van die wet voor bepaalde groepen bij klein k.b. achterwege te laten. Naar de mening van de Raad is het nodig te gelegener tijd tot wijziging van de Wet OOW over te gaan en in de toelichting bij het onderhavige ontwerpbesluit hier reeds thans aandacht aan te besteden. Het kabinet is van mening dat artikel 94 van de Wet OOW correct is toegepast. Artikel 94 van de Wet OOW gaf de mogelijkheid tot gefaseerde inwerkingtreding van deze wet. Van die mogelijkheid is gebruik gemaakt bij het k.b. van 17 juli 1999 (Stb.354), waarbij als invoeringsdatum voor fase 3 van de Wet OOW 1 januari 2003 is vastgelegd. Destijds was gekozen voor het formeel vastleggen van die datum om daarmee (overigens op haar eigen verzoek) een richtinggevend signaal te geven aan de uitvoeringsorganisatie USZO. Bij het k.b. van 13 juni 2002 (Stb.343) is de in 1999 vastgelegde invoeringsdatum van fase 3 van de Wet OOW - na een wijziging bij k.b. van 6 juni 2000 (Stb. 255) - ruim vóór het bereiken ervan, ingetrokken. De mogelijkheid om bij klein k.b. de inwerkingtredingsdatum van (delen van) een wet te regelen houdt volgens het kabinet tevens de mogelijkheid in om die inwerkingtreding bij klein k.b. alsnog af te stellen. Daarmee is ten aanzien van de Wet OOW bereikt dat de op de fase 3 betrekking hebbende artikelen van die wet alsnog niet in werking zijn getreden. De Raad constateert terecht dat de betreffende wetsartikelen daarmee nog niet geschrapt zijn. Aangezien het hierbij hoofdzakelijk om technische reparaties gaat, is geen grote prioriteit aan de betreffende herstelwet gegeven. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal in overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (gelet op diens medeverantwoordelijkheid voor de Wet OOW) op zo kort mogelijke termijn een wetsvoorstel voorbereiden en aan het kabinet voorleggen om de betreffende wetsartikelen van OOW te laten vervallen.

2. Aan het ontwerpbesluit is terugwerkende kracht verleend om in een juiste aansluiting te voorzien op de inwerkingtreding van fase 3 van de Wet OOW per 1 januari 2003. Aan het advies van de Raad van State in de nota van toelichting uiteen te zetten waarom de terugwerkende kracht geen nadelige gevolgen met zich brengt in zoverre het betreft de premieheffing, neergelegd in artikel 4a, is gevolg gegeven. Verder is uitleg gegeven over de reden waarom eerst nu met een wijzigingsbesluit is gekomen.

3. Van de redactionele kanttekeningen is aan de eerste twee opmerkingen gevolg gegeven. Aan de redactionele kanttekening bij het derde gedachtestreepje betreffende het in het ontwerpbesluit voorzien in een integrale tekstpublicatie van het aanwijzingenbesluit verzekerden Zfw na inwerkingtreding van de laatste wijziging, is geen gevolg gegeven. Het publiceren van integrale teksten is overbodig omdat deze teksten tegenwoordig voor iedereen via de overheidswettenbank (http://overheid.nl) snel en gratis beschikbaar zijn.

Ik moge U hierbij, na overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport



(1) Kamerstukken II 1996/97, 25 282, nr.3, blz.31 en 94.
(2) Kamerstukken II 1996/97, 25 282, A, blz.5: "Gelet op de gevarieerdheid van de gevallen die bij de feitelijke uitvoering van deze wet naar voren kunnen komen en die op voorhand niet zijn voorzien, is het gewenst om bij de overgang naar werknemersverzekeringen en de aanverwante regelingen de mogelijkheid te hebben waar noodzakelijk bij algemene maatregel van bestuur nadere en tijdelijk afwijkende regels te stellen. Indien het noodzakelijk is om tijdelijk van de wet afwijkende regels te stellen, dient zo spoedig mogelijk daarna wetswijziging te worden geïnitieerd." Zie voorts: Kamerstukken II 1996/97, 25 282, nr.3, blz.6, 57/58, 66, 71.
(3) Memorie van toelichting bij Wet OOW (Kamerstukken II 1996/97, 25 282, nr.3, blz.2 en 8/9).
(4) Zie Stb.2001, 108: wijziging van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Zfw in verband met nadere fasering, zoals vastgesteld bij besluit van 6 juni 2000, Stb.255.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon