Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende hernieuwde instelling van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek 2003).
- Kenmerk
- W13.03.0193/III
- Datum advies
- 7 juli 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 november 2003, nr 218
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende hernieuwde instelling van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek 2003).
Bij Kabinetsmissive van 2 juni 2003, no.03.002289, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende hernieuwde instelling van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek 2003).
Het ontwerpbesluit betreft de hernieuwde instelling van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO). De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen met betrekking tot de duur van de gelding van de regeling en de bepaling inzake de vergoedingen aan de leden van de RGO. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling geschiedt de instelling van een sectorraad voor een tijdvak van zes jaar, dat bij koninklijk besluit telkens met eenzelfde tijdvak kan worden verlengd. In het verlengde van deze bepaling is in artikel 11 van het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek bepaald dat het besluit zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding vervalt, behoudens verlenging. Nu het besluit tot verlenging niet tijdig is genomen, is het met ingang van 20 november 2002 vervallen. Omdat het blijkens de nota van toelichting wel wenselijk is de RGO te continueren, wordt de RGO ingevolge het ontwerpbesluit opnieuw voor een periode van zes jaar ingesteld. Nu het een inhoudelijke voortzetting betreft van het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek wordt in artikel 11 aan het besluit terugwerkende kracht verleend tot en met 20 november 2002. De Raad stelt vast dat het nieuwe besluit aldus een langere werkingsduur zal hebben dan de in de wet genoemde termijn van zes jaar. Geadviseerd wordt in artikel 11 te bepalen dat het ontwerpbesluit vervalt op 20 november 2008, behoudens verlenging.
2. Bij Besluit van 23 april 2001(zie noot 1) is aan het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek een artikel 8a toegevoegd, op grond waarvan het Vergoedingenbesluit adviescolleges van overeenkomstige toepassing is ten aanzien van de leden van de RGO. De reden hiervoor was dat de vergoeding die de leden in het verleden ontvingen, gebaseerd was op het Vacatiegeldenbesluit 1988 en daarmee aanmerkelijk lager was dan de op het Vergoedingenbesluit adviescolleges gebaseerde vergoeding die leden van de Gezondheidsraad ontvangen. Dit werd ongewenst geacht, omdat beide raden voor hun werkzaamheden op dezelfde kring van deskundigen zijn aangewezen. Ingevolge artikel 8 van het ontwerpbesluit zullen de leden van de RGO echter toch weer een vergoeding op grond van het Vacatiegeldenbesluit 1988 ontvangen. De Raad ziet niet in wat hiervan de reden is en adviseert te bepalen dat het Vergoedingenbesluit adviescolleges van overeenkomstige toepassing is.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 augustus 2003
1. De Raad adviseert in artikel 11 te bepalen dat het ontwerpbesluit vervalt op 20 november 2008, behoudens verlenging. Aan het advies van de Raad is gevolg gegeven.
2. De Raad adviseert te bepalen dat het Vergoedingenbesluit adviescolleges van overeenkomstige toepassing is. Aan het advies van de Raad is gevolg gegeven.
Ik moge U hierbij, mede namens de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Besluit van 23 april 2001 tot wijziging van het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek (Stb.249).
Het ontwerpbesluit betreft de hernieuwde instelling van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO). De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen met betrekking tot de duur van de gelding van de regeling en de bepaling inzake de vergoedingen aan de leden van de RGO. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling geschiedt de instelling van een sectorraad voor een tijdvak van zes jaar, dat bij koninklijk besluit telkens met eenzelfde tijdvak kan worden verlengd. In het verlengde van deze bepaling is in artikel 11 van het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek bepaald dat het besluit zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding vervalt, behoudens verlenging. Nu het besluit tot verlenging niet tijdig is genomen, is het met ingang van 20 november 2002 vervallen. Omdat het blijkens de nota van toelichting wel wenselijk is de RGO te continueren, wordt de RGO ingevolge het ontwerpbesluit opnieuw voor een periode van zes jaar ingesteld. Nu het een inhoudelijke voortzetting betreft van het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek wordt in artikel 11 aan het besluit terugwerkende kracht verleend tot en met 20 november 2002. De Raad stelt vast dat het nieuwe besluit aldus een langere werkingsduur zal hebben dan de in de wet genoemde termijn van zes jaar. Geadviseerd wordt in artikel 11 te bepalen dat het ontwerpbesluit vervalt op 20 november 2008, behoudens verlenging.
2. Bij Besluit van 23 april 2001(zie noot 1) is aan het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek een artikel 8a toegevoegd, op grond waarvan het Vergoedingenbesluit adviescolleges van overeenkomstige toepassing is ten aanzien van de leden van de RGO. De reden hiervoor was dat de vergoeding die de leden in het verleden ontvingen, gebaseerd was op het Vacatiegeldenbesluit 1988 en daarmee aanmerkelijk lager was dan de op het Vergoedingenbesluit adviescolleges gebaseerde vergoeding die leden van de Gezondheidsraad ontvangen. Dit werd ongewenst geacht, omdat beide raden voor hun werkzaamheden op dezelfde kring van deskundigen zijn aangewezen. Ingevolge artikel 8 van het ontwerpbesluit zullen de leden van de RGO echter toch weer een vergoeding op grond van het Vacatiegeldenbesluit 1988 ontvangen. De Raad ziet niet in wat hiervan de reden is en adviseert te bepalen dat het Vergoedingenbesluit adviescolleges van overeenkomstige toepassing is.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 augustus 2003
1. De Raad adviseert in artikel 11 te bepalen dat het ontwerpbesluit vervalt op 20 november 2008, behoudens verlenging. Aan het advies van de Raad is gevolg gegeven.
2. De Raad adviseert te bepalen dat het Vergoedingenbesluit adviescolleges van overeenkomstige toepassing is. Aan het advies van de Raad is gevolg gegeven.
Ik moge U hierbij, mede namens de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Besluit van 23 april 2001 tot wijziging van het Besluit Raad voor Gezondheidsonderzoek (Stb.249).