Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels voor bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (Warenwetbesluit suikers).
- Kenmerk
- W13.02.0577/III
- Datum advies
- 14 februari 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 13 mei 2003, nr 91
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels voor bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (Warenwetbesluit suikers).
Bij Kabinetsmissive van 3 januari 2003, no.02.005943, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels voor bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (Warenwetbesluit suikers).
Het ontwerpbesluit voorziet in de implementatie van richtlijn nr.2001/111/EG betreffende bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (hierna: de richtlijn). Deze richtlijn treedt in de plaats van de richtlijn 73/437/EEG, die geïmplementeerd is in het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977 en het Landbouwkwaliteitsbesluit netto-gewichten suiker. Beide uitvoeringsbesluiten worden ingetrokken. De intrekking van het Suiker- en stroopbesluit is geregeld in het onderhavig ontwerpbesluit (Warenwetbesluit suikers).
De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een opmerking met betrekking tot het intrekken van het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977. De Raad is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Intrekken besluiten
Volgens artikel 18 van het ontwerpbesluit wordt het Suiker- en stroopbesluit ingetrokken. In artikel 20 wordt naar aanleiding van deze intrekking het Warenwetbesluit Zoetstoffen gewijzigd. De Raad wijst op verwijzingen naar het Suiker- en stroopbesluit in andere regelingen, waaronder de Bijlage Methoden van onderzoek behorende bij het Deegwarenbesluit (Warenwet), artikel 1, onder m, van het Warenwetbesluit Cacao en chocolade (per 3 augustus 2003 in werking), artikel 1, eerste lid, onder b, van het Warenwetbesluit Frisdranken, artikel 1, eerste lid, onder k, van het Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenprodukten, artikel 3b, onder b, van het Vrijstellingsbesluit kunstmatige zoetstoffen (Warenwet) en artikel 2, derde lid, onder j, van de Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen. Deze verwijzingen kunnen in verband met het vervallen van het Suiker- en stroopbesluit niet blijven bestaan. De Raad acht aanvulling van het ontwerpbesluit noodzakelijk.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 14 februari 2003, no. W13.02.0577/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
In artikel 9, tweede lid, onder a en b, "onderscheidenlijk" vervangen door: of. (Aanwijzing 66 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.)
In artikel 10, tweede lid, de verwijzing naar artikel 9, tweede lid, vervangen door de uitgeschreven exacte aanduiding en vermelding van "gedroogde glucose-fructosestroop" en "gedroogde fructose-glucosestroop", zoals volgt uit artikel 2, vijfde lid, van richtlijn nr.2001/111/EG betreffende bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (hierna: de richtlijn) en conform de systematiek van artikel 9, tweede lid, en de bestuurlijke boeten in artikel 19, onder b, in verband met deze aanduidingen eventueel aanpassen. Gezien de andere vertalingen van de richtlijn van "gedroogde glucose-fructosestroop" en "gedroogde fructose-glucosestroop" in artikel 2, vijfde lid, tevens een rectificatie aanvragen, zodat voor deze aanduidingen de Nederlandse spelling (met spaties) in de richtlijn kan worden gevolgd.
Artikel 14, aanhef, gezien de beperkte reikwijdte van de reservering van de aanduiding wit, beginnen met: Bij onderstaande suikers.
Artikel 19, onder b, de omschrijving van overtreding D-35.3.5 in verband met de verplichte vermelding in artikel 9, tweede lid, onder b, wijzigen in: artikel 2, lid 3, jo artikel 9, lid 2, onder b.
Nota van toelichting
In de transponeringstabel de desbetreffende verwijzingen naar artikelen van het Warenwetbesluit Suikers als volgt vervangen:
2, lid 1, eerste alinea 2, lid 1 en 2
7, tweede alinea 21, lid 2 en 3
7, derde alinea 21, lid 2
Nader rapport (reactie op het advies) van 31 maart 2003
De Raad van State heeft twee opmerkingen gemaakt waarop hieronder puntsgewijs wordt ingegaan.
1. De door de Raad genoemde verwijzing naar het in te trekken besluit in andere besluiten dan het Warenwetbesluit Zoetstoffen, worden door het gewijzigde artikel 20 nu ook aangepast. De verwijzing naar het in te trekken besluit in ministeriële regelingen zullen voor zover noodzakelijk ook worden aangepast.
2. Met de redactionele kanttekeningen van de Raad is rekening gehouden.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Justitie, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Het ontwerpbesluit voorziet in de implementatie van richtlijn nr.2001/111/EG betreffende bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (hierna: de richtlijn). Deze richtlijn treedt in de plaats van de richtlijn 73/437/EEG, die geïmplementeerd is in het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977 en het Landbouwkwaliteitsbesluit netto-gewichten suiker. Beide uitvoeringsbesluiten worden ingetrokken. De intrekking van het Suiker- en stroopbesluit is geregeld in het onderhavig ontwerpbesluit (Warenwetbesluit suikers).
De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een opmerking met betrekking tot het intrekken van het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977. De Raad is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Intrekken besluiten
Volgens artikel 18 van het ontwerpbesluit wordt het Suiker- en stroopbesluit ingetrokken. In artikel 20 wordt naar aanleiding van deze intrekking het Warenwetbesluit Zoetstoffen gewijzigd. De Raad wijst op verwijzingen naar het Suiker- en stroopbesluit in andere regelingen, waaronder de Bijlage Methoden van onderzoek behorende bij het Deegwarenbesluit (Warenwet), artikel 1, onder m, van het Warenwetbesluit Cacao en chocolade (per 3 augustus 2003 in werking), artikel 1, eerste lid, onder b, van het Warenwetbesluit Frisdranken, artikel 1, eerste lid, onder k, van het Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenprodukten, artikel 3b, onder b, van het Vrijstellingsbesluit kunstmatige zoetstoffen (Warenwet) en artikel 2, derde lid, onder j, van de Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen. Deze verwijzingen kunnen in verband met het vervallen van het Suiker- en stroopbesluit niet blijven bestaan. De Raad acht aanvulling van het ontwerpbesluit noodzakelijk.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 14 februari 2003, no. W13.02.0577/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
In artikel 9, tweede lid, onder a en b, "onderscheidenlijk" vervangen door: of. (Aanwijzing 66 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.)
In artikel 10, tweede lid, de verwijzing naar artikel 9, tweede lid, vervangen door de uitgeschreven exacte aanduiding en vermelding van "gedroogde glucose-fructosestroop" en "gedroogde fructose-glucosestroop", zoals volgt uit artikel 2, vijfde lid, van richtlijn nr.2001/111/EG betreffende bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (hierna: de richtlijn) en conform de systematiek van artikel 9, tweede lid, en de bestuurlijke boeten in artikel 19, onder b, in verband met deze aanduidingen eventueel aanpassen. Gezien de andere vertalingen van de richtlijn van "gedroogde glucose-fructosestroop" en "gedroogde fructose-glucosestroop" in artikel 2, vijfde lid, tevens een rectificatie aanvragen, zodat voor deze aanduidingen de Nederlandse spelling (met spaties) in de richtlijn kan worden gevolgd.
Artikel 14, aanhef, gezien de beperkte reikwijdte van de reservering van de aanduiding wit, beginnen met: Bij onderstaande suikers.
Artikel 19, onder b, de omschrijving van overtreding D-35.3.5 in verband met de verplichte vermelding in artikel 9, tweede lid, onder b, wijzigen in: artikel 2, lid 3, jo artikel 9, lid 2, onder b.
Nota van toelichting
In de transponeringstabel de desbetreffende verwijzingen naar artikelen van het Warenwetbesluit Suikers als volgt vervangen:
2, lid 1, eerste alinea 2, lid 1 en 2
7, tweede alinea 21, lid 2 en 3
7, derde alinea 21, lid 2
Nader rapport (reactie op het advies) van 31 maart 2003
De Raad van State heeft twee opmerkingen gemaakt waarop hieronder puntsgewijs wordt ingegaan.
1. De door de Raad genoemde verwijzing naar het in te trekken besluit in andere besluiten dan het Warenwetbesluit Zoetstoffen, worden door het gewijzigde artikel 20 nu ook aangepast. De verwijzing naar het in te trekken besluit in ministeriële regelingen zullen voor zover noodzakelijk ook worden aangepast.
2. Met de redactionele kanttekeningen van de Raad is rekening gehouden.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Justitie, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport