Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W10.04.0350/III

Ontwerpbesluit houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de herstructurering van bedrijventerreinen van belang voor de ruimtelijk economische hoofdstructuur (Besluit subsidies Topprojecten herstructurering bedrijventerreinen), met nota van toelichting.

Kenmerk
W10.04.0350/III
Datum advies
21 september 2004
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
  • Economische Zaken en Klimaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de herstructurering van bedrijventerreinen van belang voor de ruimtelijk economische hoofdstructuur (Besluit subsidies Topprojecten herstructurering bedrijventerreinen), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 19 juli 2004, no.04.002870, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de herstructurering van bedrijventerreinen van belang voor de ruimtelijk economische hoofdstructuur (Besluit subsidies Topprojecten herstructurering bedrijventerreinen), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit voorziet in subsidie aan - voornamelijk - provincies en gemeenten ten behoeve van de modernisering van verouderde bedrijventerreinen.
De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over onder andere de voortgang bij de herstructurering van bedrijventerreinen en het afzien van een tenderprocedure. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Criteria
In het ontwerpbesluit wordt alleen in algemene termen omschreven in welk opzicht een verouderd bedrijventerrein moet worden verbeterd, wil de verbetering voor subsidie in aanmerking komen. Het project moet, zo wordt bepaald, gericht zijn op verbetering van het vestigingsklimaat op het bedrijventerrein;(zie noot 1) dat criterium is echter buitengewoon vaag. Wel wordt bepaald dat de minister de aanvragen, op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze, een aantal punten toekent op grond van de ruimtelijk-economische meerwaarde van het project voor de Nederlandse economie, de wijze van financiering, en de inhoudelijke en organisatorische vormgeving.(zie noot 2)
De Raad merkt op dat het van belang is dat de vereisten waaraan een te subsidiëren project moet voldoen zo concreet mogelijk worden omschreven; enerzijds verschaft dat aan de subsidieontvangers duidelijkheid, anderzijds kan dat bijdragen aan een doelmatige besteding van subsidiegelden.
De Raad adviseert de inhoudelijke eisen in het ontwerpbesluit zelf uit te werken.

2. Staatssteun
In de toelichting wordt gesteld dat formele notificatie bij de Europese Commissie achterwege kan blijven, omdat geen sprake is van staatssteun: de subsidie is uitsluitend gericht aan overheden; bovendien is subsidie uitgesloten voor inves-teringen in specifieke infrastructuur die vooral een bepaald bedrijf ten goede komt.(zie noot 3)
Ook bij de voorganger van de nu voorgestelde regeling, het Besluit tender investeringsprogramma's provincies 2000 (TIPP), was de vraag aan de orde of sprake kon zijn van staatssteun. Het TIPP is nooit formeel genotificeerd, maar wel informeel afgestemd met de Commissie.(zie noot 4) In zijn advies over het TIPP was de Raad het met de regering eens dat aan dat besluit geen aspecten van staatssteun leken te kleven, maar dat de regeling niet geheel zonder risico was.
De Raad adviseert, ter voorkoming van problemen, het ontwerpbesluit alsnog te notificeren. Voorts verdient het aanbeveling de weigeringsgrond voor projecten die vooral een bepaald bedrijf ten goede komen, vast te leggen in het ontwerpbesluit zelf.

3. Maximumbedrag
De subsidie kan niet meer bedragen dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag; de minister kan echter van dit maximum afwijken als de projectkosten meer dan € 10.000.000 bedragen.(zie noot 5)
De logica van deze bepaling is niet duidelijk. De Raad kan zich voorstellen dat de minister een bevoegdheid krijgt om van het maximumbedrag af te wijken, al valt het op dat daarvoor geen bijzondere rechtvaardiging wordt verlangd. Het ontgaat de Raad echter waarom de minister niet van het maximum mag afwijken als de projectkosten bijvoorbeeld € 9.000.000 bedragen, wel als zij boven € 10.000.000 uitkomen.
De Raad beveelt aan de grens van € 10.000.000 te laten vervallen. Voorts adviseert hij aanvullende criteria op te nemen die het overschrijden van het maximumbedrag kunnen rechtvaardigen.

4. Wie het eerst komt, het eerst maalt
Op aanvragen wordt beslist in volgorde van binnenkomst. Omdat er een jaarlijks subsidieplafond wordt ingesteld, betekent dat dat een aanvraag die te laat in het jaar binnenkomt niet meer kan worden gehonoreerd.(zie noot 6) Dit is een afwijking van het systeem van het TIPP. In die regeling werd gewerkt met subsidieperiodes; de in een subsidieperiode ingediende aanvragen werden onderling vergeleken aan de hand van een puntensysteem (tenderprocedure). Voor het nieuwe systeem is, zo blijkt uit de toelichting, gekozen omdat het sneller is en de aanvrager eerder zekerheid geeft.(zie noot 7)
In de toelichting op artikel 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven dat "wie het eerst komt, het eerst maalt" niet het meest aantrekkelijke systeem voor de verdeling van subsidiegelden is, aangezien het tijdstip van indiening van een aanvraag min of meer toevallig is.(zie noot 8) In sommige gevallen zal dat systeem, gelet op het grote aantal vragen en de noodzakelijkerwijs in de tijd gespreide indiening daarvan, het enige praktisch hanteerbare zijn. Daar lijkt in dit geval geen sprake van te zijn.(zie noot 9)
De Raad adviseert het nieuwe verdelingssysteem nader te bezien.

5. Intrekking TIPP
Volgens de toelichting is het ontwerpbesluit de opvolger van het TIPP, dat een looptijd had van 2000 tot en met 2003.(zie noot 10) Het TIPP is echter nog steeds van kracht, want het is geen tijdelijk besluit en het is niet ingetrokken; er wordt alleen geen geld meer voor uitgetrokken.
De Raad adviseert het TIPP in te trekken.

6. Doel en middelen
Het moderniseren van verouderde bedrijventerreinen is geen nieuwe bezigheid van het Rijk. In 2002 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken al een Actieplan Herstructurering Bedrijventerreinen opgesteld, dat onder meer voorzag in het TIPP, een subsidieregeling die vergelijkbaar is met de nu voorgestelde regeling. In de toelichting wordt geen aandacht besteed aan de doelstellingen van het in 2002 geformuleerde beleid, de resultaten die sindsdien zijn behaald en de doelen die de regering nu voor ogen staan. Het verdient aanbeveling de toelichting aan te vullen. Daarbij ware aandacht te besteden aan het gegeven dat in 1996 ruim 10.000 hectare bedrijventerrein was verouderd, terwijl volgens de jongste inventarisatie ruim 21.000 hectare verouderd is.(zie noot 11)

7. Financieel
In de toelichting ontbreekt een financiële paragraaf. Daardoor is niet duidelijk hoeveel geld er naar verwachting jaarlijks voor subsidie ter beschikking zal worden gesteld en hoe hoog ongeveer het - bij ministeriële regeling te bepalen - maximumsubsidiebedrag zal zijn.(zie noot 12)
De Raad adviseert de toelichting aan te vullen.

8. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W10.04.0350/II met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- Artikel 1, onderdeel a, schrappen (artikel 1 van de Kaderwet EZ-subsidies).
- De weigeringsgronden in artikel 2, derde en vierde lid, en die in artikel 8 in één artikel bij elkaar plaatsen.
- In artikel 2 telkens spreken over subsidieverlening, nu het ontwerpbesluit ook voorziet in subsidievaststelling (artikel 4:29 van de Algemene wet bestuursrecht).
- In artikel 2, derde lid, onderdeel c, bij "milieucategorie" een bron vermelden of de term materieel omschrijven.
- In artikel 2, derde lid, onderdeel d, na "subsidie is verstrekt op grond van" invoegen: dit besluit ,.



Nader rapport (reactie op het advies) van 23 november 2004


De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar is van mening dat met betrekking tot de hieronder vermelde onderwerpen aanpassing wenselijk is.

1. Criteria
De Raad is van mening dat de inhoudelijke eisen waaraan het project moet voldoen, onvoldoende zijn uitgewerkt. Conform het advies van de Raad heb ik, in plaats van het puntensysteem, in artikel 8 een aantal inhoudelijke criteria opgenomen, waaruit blijkt welke doelen met een project dienen te worden nagestreefd. Het puntensysteem komt te vervallen.

2. Staatssteun
De Raad constateert dat de subsidie uitsluitend gericht is aan overheden die de subsidie alleen kunnen besteden aan algemene infrastructuur. Om deze reden is er geen sprake van staatssteun. Desalniettemin wordt er, zo zegt de Raad, altijd risico gelopen dat subsidie, verstrekt op grond van een subsidiebesluit waarbij het Rijk subsidie geeft aan een gemeente, provincie of openbaar lichaam, door deze decentrale overheden toch aangewend wordt voor specifieke doeleinden. Daarmee zou er in de uitvoering door deze overheden toch sprake kunnen zijn van staatssteun.
In de regeling is al een weigeringsgrond opgenomen voor projecten, waarbij blijkt dat de verstrekking van subsidie zal leiden tot het verlenen van staatssteun. Daarnaast zal in de uitvoering nauwgezet bekeken worden, of er in een concreet geval niet toch sprake kan zijn van steun. Alvorens subsidie aan een decentrale overheid wordt verleend, vindt een toets plaats op elementen van staatssteun in het projectvoorstel. Middels een handleiding zal meer duidelijkheid worden verschaft over mogelijke steunelementen in topper- projecten. Ook bij vaststelling van de subsidie vindt een toets plaats op elementen van staatsteun. Voorts wordt de decentrale overheid verplicht het openbare karakter van gesubsidieerde infrastructuur te waarborgen. Op grond van bovenstaande blijf ik van mening dat dit besluit niet aan de Europese Commissie behoeft te worden genotificeerd. De toelichting is op dit punt nog verduidelijkt.


3. Maximumbedrag
De Raad kan zich voorstellen dat de minister de bevoegdheid krijgt van het maximum subsidiebedrag in het tweede en derde lid van artikel 3 af te wijken, maar stelt voor hiervoor geen kwantitatief maar een kwalitatief criterium doorslaggevend te laten zijn. Ik heb op advies van de Raad inderdaad het kwantitatieve criterium laten vervallen. De minister kan nu afwijken van het maximumsubsidiebedrag indien het project een cruciale meerwaarde heeft voor het bereiken van het in het masterplan geformuleerde einddoel, dat op het bedrijventerrein wordt gerealiseerd.

4. Wie het eerst komt, het eerst maalt
De Raad adviseert om de verdelingssystematiek nogmaals te bezien en af te wegen of het niet voor de hand ligt, om de subsidies te verdelen door middel van een tender, omdat in veel gevallen het tijdstip van de indiening van een aanvraag min of meer toevallig is. Bij herstructureringsprojecten komen echter alle projecten die aan de criteria voldoen voor subsidie in aanmerking. Er is geen reden om deze projecten onderling met elkaar te vergelijken. Bovendien is het van groot belang om snel subsidie toe te kennen, gezien het feit dat op mogelijkheden om projecten te realiseren moet worden ingesprongen.

5. Intrekking TIPP
Met de Raad ben ik van mening dat de TIPP, nu voorzien wordt in een nieuw besluit om de herstructurering van bedrijventerreinen te bevorderen, kan worden ingetrokken. Om die reden wordt de TIPP ingetrokken. Tevens is een overgangsbepaling toegevoegd, die regelt door welk recht de op basis van de TIPP afgegeven beschikkingen worden beheerst.

6. Doel en middelen
De toelichting is, overeenkomstig het advies van de Raad van State, aangevuld met een paragraaf over de inspanningen van het Rijk met betrekking tot het moderniseren van bedrijventerreinen en wat met die inspanningen bereikt is.

7. Financieel
De toelichting is, overeenkomstig het advies van de Raad van State, aangevuld met een financiële paragraaf. Daarin komt onder meer aan de orde welk bedrag de komende jaren beschikbaar is voor het verlenen van subsidies op basis van dit besluit en het bedrag dat per project kan worden aangevraagd.

8. Redactionele kanttekeningen
De in de bijlage bij het advies van de Raad voorgestelde kanttekeningen heb ik verwerkt in de tekst en de toelichting. Het onderscheid in weigeringsgronden, opgenomen in de artikelen 2 en 8, is gehandhaafd, aangezien de in artikel 2 opgenomen gronden niet alleen van toepassing zijn bij de subsidieverlening, maar ook bij de subsidievaststelling.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Economische Zaken



(1) Artikel 1, onderdeel b.
(2) Artikel 9.
(3) Toelichting paragraaf 1 (Algemeen), onder "Toets Europese steunkader".
(4) Stb. 2001, 46, blz. 13.
(5) Artikel 3, tweede en derde lid.
(6) Artikel 6, eerste lid, en 4
(7) Toelichting op artikel 6.
(8) Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, blz. 48.
(9) Advies van 17 oktober 1996 over het ontwerp-Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997, Bijvoegsel Stcrt. 14 januari 1997, nr. 9.
(10) Toelichting, Paragraaf 1 (Algemeen), onder "Inhoud van dit besluit".
(11) Kamerstukken II 2001/02, 28 324, nr. 1, blz. 6; toelichting, Paragraaf 1 (Algemeen), tweede alinea.
(12) Artikelen 4 en 3, tweede lid.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon