Ontwerpbesluit houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij, de be- en verwerking van en de handel in vee en vlees, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee (Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.03.0491/IV
- Datum advies
- 11 december 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 mei 2004, nr 89
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij, de be- en verwerking van en de handel in vee en vlees, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee (Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 26 november 2003, no.03.004867, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Economische Zaken bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij, de be- en verwerking van en de handel in vee en vlees, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee (Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees), met nota van toelichting.
In dit ontwerpbesluit wordt het Bedrijfschap voor de Handel in Vee opgeheven en het Productschap Vee en Vlees, ingesteld bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 januari 1999 (hierna: verordening SER), opnieuw ingesteld. Dit laatste is nodig op grond van artikel XIV, tweede lid, van de wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten. Dit artikel bepaalt dat uiterlijk binnen vier jaar na inwerkingtreding van die wet (dat was op 1 juli 1999) bedrijfslichamen moeten zijn ingesteld op de in artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) voorziene wijze, te weten bij algemene maatregel van bestuur. Dit ontwerpbesluit strekt daartoe.
De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen over de toelichting op de opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee, de instelling van nieuwe commissies en de zittingsduur van het bestuur. Hij is van oordeel dat in verband daarmee het ontwerpbesluit enige aanpassing behoeft.
1. Opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee
In hoofdstuk II wordt de opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee geregeld. De toelichting gaat niet in op de redenen die aan deze opheffing ten grondslag liggen, noch op de vraag of ten aanzien van de opheffing van dit Bedrijfschap is voldaan aan de vereisten van artikel 70, eerste lid, juncto artikel 68 Wbo. De Raad adviseert de toelichting aan te vullen.
2. Commissies
In artikel 5 wordt bepaald dat het productschap commissies heeft. Daarvan worden de Commissie Veehandel en de Commissie Vleeswarenindustrie nieuw ingesteld. De toelichting gaat niet in op de redenen die aan de instelling van deze nieuwe commissies ten grondslag liggen.
De Raad adviseert in de toelichting hierin alsnog te voorzien.
3. Zittingsperiode bestuur
In artikel 26 is bepaald dat de zittingsperiode van het bestuur eindigt op 1 januari 2004. Hiermee wordt een zekere mate van synchronisatie van de zittingsduur van de bestuursleden nagestreefd. Gezien de te verwachten datum van inwerkingtreding van het onderhavige instellingsbesluit moet deze datum wellicht worden aangepast.
De Raad adviseert de datum van 1 januari 2004, indien dit vanwege de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit noodzakelijk is, aan te passen.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 11 december 2003, no. W12.03.0491/IV met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
— In de aanhef, na "Gelet op artikel 67, 70, 70A, 73, 76, eerste lid," toevoegen: 88a, .
— Artikel 13 wijzigen in: Artikel 13. In dit hoofdstuk wordt onder bedrijfschap verstaan: het Bedrijfschap voor de Handel in Vee.
— Onder vernummering van de artikelen 14 tot en met 28 tot 15 tot en met 29 een nieuw artikel 14 invoegen, luidend:
Artikel 14.
1. Het bedrijfschap is opgeheven.
2. Onverminderd het feit dat het bedrijfschap vanaf de inwerkingtreding van dit besluit is opgeheven, blijft de Verordening registratie en verstrekking van gegevens (PVV) 2003 van kracht tot de datum waarop de door het productschap vastgestelde verordening terzake in werking zal treden.
— In artikel 28 "Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees" vervangen door: Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees (aanwijzing 185 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 maart 2004
De Raad adviseert om in de toelichting in te gaan op de redenen die aan de opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee ten grondslag liggen en in te gaan op de vraag of ten aanzien van de opheffing van dit Bedrijfschap is voldaan aan de vereisten van artikel 70, eerste lid, juncto artikel 68 Wbo. In de toelichting wordt hier alsnog in voorzien. De Raad adviseert tevens om in de toelichting in te gaan op de redenen die aan de instelling van de Commissie Veehandel en de Commissie Vleeswarenindustrie ten grondslag liggen. De toelichting is op deze punten aangevuld. Conform het advies van de Raad is de datum van 1 januari 2004 in artikel 16 aangepast.
Behoudens enkele redactionele kanttekeningen, die in het ontwerp zijn verwerkt, kan de Raad van State zich overigens met het ontwerp verenigen.
Ik doe U hierbij, mede namens mijn ambtgenoten van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ontwerpbesluit en de nota van toelichting toekomen en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
In dit ontwerpbesluit wordt het Bedrijfschap voor de Handel in Vee opgeheven en het Productschap Vee en Vlees, ingesteld bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 januari 1999 (hierna: verordening SER), opnieuw ingesteld. Dit laatste is nodig op grond van artikel XIV, tweede lid, van de wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten. Dit artikel bepaalt dat uiterlijk binnen vier jaar na inwerkingtreding van die wet (dat was op 1 juli 1999) bedrijfslichamen moeten zijn ingesteld op de in artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) voorziene wijze, te weten bij algemene maatregel van bestuur. Dit ontwerpbesluit strekt daartoe.
De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen over de toelichting op de opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee, de instelling van nieuwe commissies en de zittingsduur van het bestuur. Hij is van oordeel dat in verband daarmee het ontwerpbesluit enige aanpassing behoeft.
1. Opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee
In hoofdstuk II wordt de opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee geregeld. De toelichting gaat niet in op de redenen die aan deze opheffing ten grondslag liggen, noch op de vraag of ten aanzien van de opheffing van dit Bedrijfschap is voldaan aan de vereisten van artikel 70, eerste lid, juncto artikel 68 Wbo. De Raad adviseert de toelichting aan te vullen.
2. Commissies
In artikel 5 wordt bepaald dat het productschap commissies heeft. Daarvan worden de Commissie Veehandel en de Commissie Vleeswarenindustrie nieuw ingesteld. De toelichting gaat niet in op de redenen die aan de instelling van deze nieuwe commissies ten grondslag liggen.
De Raad adviseert in de toelichting hierin alsnog te voorzien.
3. Zittingsperiode bestuur
In artikel 26 is bepaald dat de zittingsperiode van het bestuur eindigt op 1 januari 2004. Hiermee wordt een zekere mate van synchronisatie van de zittingsduur van de bestuursleden nagestreefd. Gezien de te verwachten datum van inwerkingtreding van het onderhavige instellingsbesluit moet deze datum wellicht worden aangepast.
De Raad adviseert de datum van 1 januari 2004, indien dit vanwege de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit noodzakelijk is, aan te passen.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 11 december 2003, no. W12.03.0491/IV met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
— In de aanhef, na "Gelet op artikel 67, 70, 70A, 73, 76, eerste lid," toevoegen: 88a, .
— Artikel 13 wijzigen in: Artikel 13. In dit hoofdstuk wordt onder bedrijfschap verstaan: het Bedrijfschap voor de Handel in Vee.
— Onder vernummering van de artikelen 14 tot en met 28 tot 15 tot en met 29 een nieuw artikel 14 invoegen, luidend:
Artikel 14.
1. Het bedrijfschap is opgeheven.
2. Onverminderd het feit dat het bedrijfschap vanaf de inwerkingtreding van dit besluit is opgeheven, blijft de Verordening registratie en verstrekking van gegevens (PVV) 2003 van kracht tot de datum waarop de door het productschap vastgestelde verordening terzake in werking zal treden.
— In artikel 28 "Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees" vervangen door: Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees (aanwijzing 185 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 maart 2004
De Raad adviseert om in de toelichting in te gaan op de redenen die aan de opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee ten grondslag liggen en in te gaan op de vraag of ten aanzien van de opheffing van dit Bedrijfschap is voldaan aan de vereisten van artikel 70, eerste lid, juncto artikel 68 Wbo. In de toelichting wordt hier alsnog in voorzien. De Raad adviseert tevens om in de toelichting in te gaan op de redenen die aan de instelling van de Commissie Veehandel en de Commissie Vleeswarenindustrie ten grondslag liggen. De toelichting is op deze punten aangevuld. Conform het advies van de Raad is de datum van 1 januari 2004 in artikel 16 aangepast.
Behoudens enkele redactionele kanttekeningen, die in het ontwerp zijn verwerkt, kan de Raad van State zich overigens met het ontwerp verenigen.
Ik doe U hierbij, mede namens mijn ambtgenoten van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ontwerpbesluit en de nota van toelichting toekomen en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid