Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de pluimveehouderij, konijnenhouderij en edelpelsdierenhouderij, de be- en verwerking van en de handel in pluimvee, pluimveevlees, pluimveevleesproducten, eieren, eiproducten, wild en tamme konijnen, alsmede bont (Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren).
- Kenmerk
- W12.03.0489/IV
- Datum advies
- 11 december 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 mei 2004, nr 89
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de pluimveehouderij, konijnenhouderij en edelpelsdierenhouderij, de be- en verwerking van en de handel in pluimvee, pluimveevlees, pluimveevleesproducten, eieren, eiproducten, wild en tamme konijnen, alsmede bont (Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren).
Bij Kabinetsmissive van 26 november 2003, no.03.004868 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de pluimveehouderij, konijnenhouderij en edelpelsdierenhouderij, de be- en verwerking van en de handel in pluimvee, pluimveevlees, pluimveevleesproducten, eieren, eiproducten, wild en tamme konijnen, alsmede bont (Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren).
In dit ontwerpbesluit wordt het Productschap Pluimvee en Eieren, ingesteld bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998 (hierna: verordening SER), opnieuw ingesteld. Dit is nodig op grond van artikel XIV, tweede lid, van de wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten (Wet van 3 april 1999). Dit artikel bepaalt dat uiterlijk binnen vier jaar na inwerkingtreding van die wet (dat was op 1 juli 1999) bedrijfslichamen moeten zijn ingesteld op de in artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) voorziene wijze, te weten bij algemene maatregel van bestuur. Dit ontwerpbesluit strekt daartoe.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen over de definities, en de samenstelling en zittingsperiode van het bestuur. Hij is van oordeel dat in verband daarmee het ontwerpbesluit enige aanpassing behoeft.
1. Definities
In artikel 3 wordt gedefinieerd wat in dit ontwerpbesluit wordt verstaan onder de term "pluimveehouderij". Anders dan in de verordening SER wordt niet expliciet aangegeven dat deze term ook de pluimveefokbedrijven, de pluimveevermeerderingsbedrijven en de pluimveeopfokbedrijven omvat.
De Raad adviseert dit verschil toe te lichten, dan wel de definitie aan te passen.
2. Samenstelling bestuur
In artikel 5 wordt bepaald dat in het bestuur van het productschap 26 leden worden benoemd, waarvan 16 leden door organisaties van ondernemers en 10 leden door organisaties van werknemers. Artikel 73, eerste lid, Wbo schrijft echter voor dat van het bestuur door organisaties van ondernemers evenveel leden worden benoemd als door organisaties van werknemers, tenzij bij het instellingsbesluit vanwege bijzondere omstandigheden anders is bepaald.
In de toelichting is niet vermeld of, en zo ja welke, bijzondere omstandigheden hebben geleid tot afwijking van de hoofdregel van paritaire samenstelling van het bestuur.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen, dan wel voorstel aan te passen.
3. Zittingsperiode bestuur
In artikel 10 is bepaald dat de zittingsperiode van het bestuur eindigt op 1 januari 2004. Hiermee wordt een zekere mate van synchronisatie van de zittingsduur van de bestuursleden nagestreefd. Gezien de te verwachten datum van inwerkingtreding van het onderhavige instellingsbesluit moet deze datum wellicht worden aangepast.
De Raad adviseert de datum van 1 januari 2004, indien dit vanwege de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit noodzakelijk is, aan te passen.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 11 december 2003, no. W12.03.0489/IV met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel 12 "Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren" vervangen door: Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren (aanwijzing 185 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
Nota van toelichting
- In onderdeel 2 de vindplaats van het kabinetsstandpunt van 28 oktober 1996 (Kamerstukken II 1996/97, 25 091, nr.1) en van 4 april 1997 (Kamerstukken II 1996/97, 25 091, nr. 2) vermelden (aanwijzing 219 Ar).
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 maart 2004
De Raad merkt op dat in het ontwerpbesluit niet expliciet is aangegeven dat de term "pluimveehouderij" ook de pluimvee-fokbedrijven, de pluimveevermeerderingsbedrijven en de pluimveeopfokbedrijven omvat. De definitie in artikel 3 is aangepast.
De Raad constateert dat in het bestuur van het productschap 26 leden worden benoemd waarvan 16 leden door organisaties van ondernemers en 10 leden door organisaties van werknemers. De Raad merkt daarbij op dat in de toelichting niet is vermeld of, en zo ja welke, bijzondere omstandigheden hebben geleid tot afwijking van de hoofdregel van paritaire samenstelling van het bestuur. Dit is nader toegelicht in de toelichting bij artikel 5. Conform het advies van de Raad is de datum van 1 januari 2004 in artikel 16 aangepast.
Behoudens enkele redactionele kanttekeningen, die in het besluit zijn verwerkt, kan de Raad van State zich overigens met het ontwerp verenigen.
Ik doe U hierbij, mede namens mijn ambtgenoten van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ontwerpbesluit en de nota van toelichting toekomen en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
In dit ontwerpbesluit wordt het Productschap Pluimvee en Eieren, ingesteld bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998 (hierna: verordening SER), opnieuw ingesteld. Dit is nodig op grond van artikel XIV, tweede lid, van de wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten (Wet van 3 april 1999). Dit artikel bepaalt dat uiterlijk binnen vier jaar na inwerkingtreding van die wet (dat was op 1 juli 1999) bedrijfslichamen moeten zijn ingesteld op de in artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) voorziene wijze, te weten bij algemene maatregel van bestuur. Dit ontwerpbesluit strekt daartoe.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen over de definities, en de samenstelling en zittingsperiode van het bestuur. Hij is van oordeel dat in verband daarmee het ontwerpbesluit enige aanpassing behoeft.
1. Definities
In artikel 3 wordt gedefinieerd wat in dit ontwerpbesluit wordt verstaan onder de term "pluimveehouderij". Anders dan in de verordening SER wordt niet expliciet aangegeven dat deze term ook de pluimveefokbedrijven, de pluimveevermeerderingsbedrijven en de pluimveeopfokbedrijven omvat.
De Raad adviseert dit verschil toe te lichten, dan wel de definitie aan te passen.
2. Samenstelling bestuur
In artikel 5 wordt bepaald dat in het bestuur van het productschap 26 leden worden benoemd, waarvan 16 leden door organisaties van ondernemers en 10 leden door organisaties van werknemers. Artikel 73, eerste lid, Wbo schrijft echter voor dat van het bestuur door organisaties van ondernemers evenveel leden worden benoemd als door organisaties van werknemers, tenzij bij het instellingsbesluit vanwege bijzondere omstandigheden anders is bepaald.
In de toelichting is niet vermeld of, en zo ja welke, bijzondere omstandigheden hebben geleid tot afwijking van de hoofdregel van paritaire samenstelling van het bestuur.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen, dan wel voorstel aan te passen.
3. Zittingsperiode bestuur
In artikel 10 is bepaald dat de zittingsperiode van het bestuur eindigt op 1 januari 2004. Hiermee wordt een zekere mate van synchronisatie van de zittingsduur van de bestuursleden nagestreefd. Gezien de te verwachten datum van inwerkingtreding van het onderhavige instellingsbesluit moet deze datum wellicht worden aangepast.
De Raad adviseert de datum van 1 januari 2004, indien dit vanwege de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit noodzakelijk is, aan te passen.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 11 december 2003, no. W12.03.0489/IV met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel 12 "Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren" vervangen door: Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren (aanwijzing 185 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
Nota van toelichting
- In onderdeel 2 de vindplaats van het kabinetsstandpunt van 28 oktober 1996 (Kamerstukken II 1996/97, 25 091, nr.1) en van 4 april 1997 (Kamerstukken II 1996/97, 25 091, nr. 2) vermelden (aanwijzing 219 Ar).
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 maart 2004
De Raad merkt op dat in het ontwerpbesluit niet expliciet is aangegeven dat de term "pluimveehouderij" ook de pluimvee-fokbedrijven, de pluimveevermeerderingsbedrijven en de pluimveeopfokbedrijven omvat. De definitie in artikel 3 is aangepast.
De Raad constateert dat in het bestuur van het productschap 26 leden worden benoemd waarvan 16 leden door organisaties van ondernemers en 10 leden door organisaties van werknemers. De Raad merkt daarbij op dat in de toelichting niet is vermeld of, en zo ja welke, bijzondere omstandigheden hebben geleid tot afwijking van de hoofdregel van paritaire samenstelling van het bestuur. Dit is nader toegelicht in de toelichting bij artikel 5. Conform het advies van de Raad is de datum van 1 januari 2004 in artikel 16 aangepast.
Behoudens enkele redactionele kanttekeningen, die in het besluit zijn verwerkt, kan de Raad van State zich overigens met het ontwerp verenigen.
Ik doe U hierbij, mede namens mijn ambtgenoten van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ontwerpbesluit en de nota van toelichting toekomen en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid