Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel).
- Kenmerk
- W12.03.0120/IV
- Datum advies
- 24 april 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 9 november 2004, nr 216
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel).
Bij Kabinetsmissive van 7 april 2003, no.03.001489, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel).
In dit ontwerpbesluit wordt het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD), ingesteld bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 16 april 1993 (hierna: Verordening SER), opnieuw ingesteld. Dit is nodig op grond van artikel XIV, tweede lid, van de wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten (Wet van 3 april 1999). Dit artikel bepaalt dat uiterlijk binnen vier jaar na inwerkingtreding van die wet (dat was op 1 juli 1999) bedrijfslichamen moeten zijn ingesteld op de in artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wet BO) voorziene wijze, te weten bij algemene maatregel van bestuur. Dit ontwerpbesluit strekt daartoe.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen over de inhoud van het ontwerpbesluit en over de toelichting. In verband hiermee is hij van oordeel dat het ontwerpbesluit enige aanpassing behoeft.
1. In het voorgestelde artikel 5 worden vijf commissies, bedoeld in artikel 88a Wet BO ingesteld. De toelichting op dit artikel stelt dat "evenals voorheen wordt geadviseerd bij het HBD vijf commissies ex artikel 88a van de Wet BO in te stellen".(zie noot 1) De Raad merkt op dat er in het HBD, zoals ingesteld bij de Verordening SER slechts sprake was van drie organen als bedoeld in artikel 88a van de Wet BO. De toelichting geeft aan dat de commissie voor de markt-, straat- en rivierhandel niet opnieuw is ingesteld, en dat er een nieuwe commissie voor de modedetailhandel komt. De instelling van de commissies voor de detailhandel in wonen, en voor de gespecialiseerde detailhandel in aardappelen, groenten en fruit is nieuw ten opzichte van de Verordening SER, maar is niet gemotiveerd.
De Raad adviseert de toelichting aan te passen en daarin tevens een motivering voor de instelling van deze commissies te geven.
2. In paragraaf 3 van het ontwerpbesluit is geen bepaling opgenomen over de mogelijkheid tot derdenbinding van verordeningen op grond van artikel 93, tweede lid, Wet BO.
De Raad adviseert het ontbreken van zo'n bepaling te motiveren, dan wel deze alsnog in het ontwerpbesluit op te nemen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 27 augustus 2004
De Raad van State onderschrijft de strekking van bet ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen over de inhoud van bet ontwerpbesluit en over de toelichting.
De Raad adviseert de nota van toelichting op de instelling van vijf commissies ex artikel 88a van de Wbo aan te passen en daarin tevens een motivering voor de instelling van deze commissies te geven. De nota van toelichting is op dit punt aangepast
De Raad merkt op dat geen bepaling is opgenomen over de mogelijkheid tot derdenbinding van verordeningen op grand van artikel 93, tweede lid, Wbo en adviseert het ontbreken van zo'n bepaling te motiveren, dan wel deze alsnog in het ontwerpbesluit op te nemen.
De mogelijkheid van derdenbinding gold op grand van de Verordening SER waarbij het HBD is ingesteld, slechts voor twee onderdelen, te weten geschenken en kortingen. Deze onderdelen komen in bet onderhavige ontwerpbesluit niet terug, zodat het niet nodig is hierover in het ontwerpbesluit een bepaling op te nemen noch hierover in de toelichting een motivering te geven.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 12 te bepalen dat de heffing als bedoeld in het eerste lid zodanig wordt vastgesteld dat bet hoogste bedrag, dat krachtens de heffing door een ondernemer is verschuldigd, met meer bedraagt dan honderd maal het laagste. Op verzoek van de betrokken organisaties is de verordende bevoegdheid ten aanzien van lonen en arbeidsvoorwaarden niet meer opgenomen.
Ik doe U hierbij, mede namens mijn ambtgenoot van Economische Zaken, het ontwerpbesluit en de nota van toelichting toekomen en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Nota van toelichting, punt 4.