Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.03.0385/IV

Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende wijziging van de wijze van aanpassing van de kinderbijslag, de Wet van 22 december 1994 tot nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb.957) en de Algemene Kinderbijslagwet in verband met andere wijze van aanpassing kinderbijslagbedragen.

Kenmerk
W12.03.0385/IV
Datum advies
10 oktober 2003
Vindplaats
Kamerstukken II 2003/04, 29 258, nr 4
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende wijziging van de wijze van aanpassing van de kinderbijslag, de Wet van 22 december 1994 tot nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb.957) en de Algemene Kinderbijslagwet in verband met andere wijze van aanpassing kinderbijslagbedragen.

Bij Kabinetsmissive van 17 september 2003, no.03.003845, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting houdende wijziging van de wijze van aanpassing van de kinderbijslag, de Wet van 22 december 1994 tot nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb.957) en de Algemene Kinderbijslagwet in verband met andere wijze van aanpassing kinderbijslagbedragen.

Ingevolge het wetsvoorstel wordt in verband met de noodzakelijk geachte beperking van de collectieve uitgaven in 2004 en 2005 afgezien van aanpassing van de kinderbijslagbedragen aan de hand van de consumentenprijsindex. In plaats daarvan voorziet het wetsvoorstel in aanpassing overeenkomstig de wijze waarop in die jaren het minimumloon met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt herzien. Voorts wordt voorgesteld de in de wet van 22 december 1994 (Stb.957) geregelde bijzondere verhoging van de kinderbijslag voor het eerste kind te laten vervallen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een opmerking met betrekking tot de inwerkingtredingsbepaling in relatie tot het zo nodig voorzien in terugwerkende kracht en is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.

1. In artikel IV is (onder meer) bepaald dat deze wet in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en dat in dat besluit zo nodig wordt voorzien in terugwerkende kracht. In de memorie van toelichting wordt hieromtrent meegedeeld dat de beoogde datum van inwerkingtreding om budgettaire redenen 1 januari 2004 is.(zie noot 1)
De Raad is van oordeel dat het zo nodig voorzien in terugwerkende kracht niet in een inwerkingtredingsbesluit geregeld dient te worden maar in het wetsvoorstel zelf. Hij is van oordeel dat in deze zin het wetsvoorstel aanpassing behoeft.

2. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 10 oktober 2003, no. W12.03.0385/IV, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

- In artikel I, eerste lid, de beoogde aansluiting op zowel procedurele als inhoudelijke wijzigingen voldoende waarborgen door "herzien overeenkomstig de wijze waarop in het kalenderjaar 2004 onderscheidenlijk het kalenderjaar 2005 het minimumloon met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt herzien" wijzigen in: herzien conform de herziening van het minimumloon in het kalenderjaar 2004 onderscheidenlijk het kalenderjaar 2005 met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
- In artikel I, eerste lid: ter waarborging van de beoogde aansluiting op zowel procedurele als inhoudelijke wijzigingen, de woorden "herzien overeenkomstig de wijze waarop in het kalenderjaar 2005 het minimumloon met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantie bijslag wordt herzien" veranderen in "wijzigen conform de herziening van het minimumloon in het kalenderjaar 2004 onderscheidenlijk het kalenderjaar 2005 met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag".



Nader rapport (reactie op het advies) van 16 oktober 2003

De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een opmerking met betrekking tot de inwerkingtredingsbepaling in relatie tot het zo nodig voorzien in terugwerkende kracht en is van oordeel dat in dat verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.

1. De opmerking van de Raad betreft het feit dat in artikel IV van het wetsvoorstel (onder meer) is bepaald dat deze wet in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en dat in dat besluit zo nodig wordt voorzien in terugwerkende kracht. De Raad is van oordeel dat het zo nodig voorzien in terugwerkende kracht niet in een inwerkintredingsbesluit geregeld dient te worden maar in het wetsvoorstel zelf. Het advies van de Raad is overgenomen en artikel IV is dienovereenkomstig aangepast.

2. De redactionele kanttekening van de Raad is verwerkt.

3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de memorie van toelichting van het wetsvoorstel aan te passen naar aanleiding van de op 23 september 2003 door de SVB uitgebrachte uitvoeringstoets.

Ik moge u verzoeken het hierbij gevoegde (gewijzigde) voorstel van wet en de (gewijzigde) memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid



(1) Memorie van toelichting, paragraaf 6

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon