Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart, alsmede van het Besluit zeevisvaartbemanning (herziening stelsel van geneeskundige verklaringen voor zeevarenden en enige andere wijzigingen), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W09.04.0430/V
- Datum advies
- 1 november 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart, alsmede van het Besluit zeevisvaartbemanning (herziening stelsel van geneeskundige verklaringen voor zeevarenden en enige andere wijzigingen), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2004, no.04.003367, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart, alsmede van het Besluit zeevisvaartbemanning (herziening stelsel van geneeskundige verklaringen voor zeevarenden en enige andere wijzigingen), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart (hierna: Bzhz), alsmede het Besluit zeevisvaartbemanning (hierna: Bz) in verband met een herziening van het stelsel van geneeskundige verklaringen, harmonisatie met België van de eisen voor bemanningsleden op aannemersmaterieel en wijzigingen in procedures rond de monsterrol. Tevens vinden enkele redactionele verbeteringen plaats.
De Raad van State maakt een aantal kanttekeningen en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Medische geschiktheid van zeevarenden
a. Het voorgestelde artikel 108 Bzhz bevat, evenals het huidig artikel 109 van dat besluit, bepalingen omtrent het ongeschikt verklaren door de keuringsarts voor de zeevaart (artikel I, onderdeel Y). Artikel 109, tweede lid, Bzhz bepaalt dat indien op medische gronden wordt verwacht dat de gekeurde langer dan drie jaar voor de zeevaart ongeschikt zal zijn, hij blijvend ongeschikt wordt verklaard. De grens tussen tijdelijk en blijvend ongeschikt verklaren ligt nu bij drie jaar. In het nieuwe artikel 108, tweede lid, is die grens verlaagd naar twee jaar zonder dat hiervoor een rechtvaardiging wordt gegeven. Daarbij rijst de vraag hoe deze grens voor het blijvend ongeschikt verklaren zich verhoudt tot die voor vergelijkbare beroepen, zoals binnenvaartbemanning en piloten.
Hetzelfde geldt voor het voorgestelde artikel 64, tweede lid, Bz in artikel II, onderdeel L, dat eveneens afwijkt van de huidige grens van drie jaar (artikel 65, tweede lid, Bz).
De Raad adviseert de verlaging van de grens van drie naar twee jaar te laten vervallen, indien daarvoor geen toereikende rechtvaardiging kan worden gegeven.
b. Op grond van het voorgestelde artikel 111, onder d, Bzhz trekt de minister, op advies van de Medisch Adviseur Scheepvaart, de aanwijzing tot keuringsarts of scheidsrechter in indien de betrokkene niet meer in het register is vermeld als arts of als medisch specialist (artikel I, onderdeel Y). In het voorgestelde artikel 110, eerste lid, Bzhz wordt wel een geldig bewijs van registratie als arts genoemd, maar niet als medisch specialist. Thans is dit wel het geval in artikel 112, tweede lid, onder e, Bzhz.
Hetzelfde geldt voor het voorgestelde artikel 66, eerste lid, Bz (artikel II, onderdeel L), dat afwijkt van artikel 68, tweede lid, onder e, Bz.
De Raad adviseert de voorgestelde artikelen 110 Bzhz en 66 Bz aan te passen.
c. Ingevolge artikel VI berust het Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002 mede op de voorgestelde artikelen 104 Bzhz en 60 Bz inzake de geneeskundige verklaring zeevaart. In die voorgestelde artikelen ontbreekt echter de mogelijkheid voor de minister om nadere regels te stellen.
De Raad adviseert de voorgestelde artikelen 104 Bzhz en 60 Bz aan te passen.
2. Monsterrol
De artikelen I, onderdeel X, en II, onderdeel K, regelen het nieuwe regime ten aanzien van de monsterrol. In tegenstelling tot de huidige artikelen 95 Bzhz en 51 Bz is in het nieuwe regime niet bepaald hoe lang de scheepsbeheerder de monsterrollen moet bewaren en ter beschikking moet houden ten behoeve van toezicht door de Scheepvaartinspectie. Hierop wordt niet in de toelichting ingegaan. Zonder nadere toelichting kan de Raad deze wijziging niet volgen.
Bovendien ontbreekt in de voorgestelde artikelen 95 Bzhz en 51 Bz de mogelijkheid voor de minister om nadere regels te stellen, hoewel dat volgens artikel IV wel is beoogd.
De Raad adviseert de artikelen I, onderdeel X, en II, onderdeel K, en, indien geen delegatiebepaling in de voorgestelde artikelen 95 Bzhz en 51 Bz wordt opgenomen, tevens artikel IV aan te passen.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W09.04.0430/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel I, onderdeel A, onder b en c, aangeven dat het wijzigingen in artikel 1 Bzhz betreft.
- In artikel I, onderdeel L, onder d, aan het slot de puntkomma vervangen door een punt.
- In artikel I, onderdeel O, voor "wachtwerktuigkundige" invoegen: als.
- In artikel I, onderdeel P, onderdeel b, "wet" vervangen door: Wet.
- Onderdeel b van artikel I, onderdeel P, verplaatsen naar onderdeel Q, aangezien niet artikel 54, maar artikel 55 Bzhz uit onderdelen bestaat. Als gevolg hiervan in artikel IX, tweede lid, "onderdeel P" vervangen door: onderdeel Q.
- In artikel I, onderdeel Y, artikel 105, tweede lid, na "medische eisen" invoegen: , bedoeld in artikel 106, eerste lid,. Hetzelfde geldt voor artikel 61, tweede lid, in artikel II, onderdeel L.
- In artikel I, onderdeel Y, artikel 107, eerste lid, na "zeevaart" invoegen: als genoemd in artikel 104. Hetzelfde geldt voor artikel 63, eerste lid, in artikel II, onderdeel L.
- In artikel II, onderdelen H en N, voor "vervangen" telkens invoegen: telkens.
- In artikel II, onderdeel J, regelen dat tevens het opschrift vervalt.
- In artikel II, onderdeel O, na "eerste" invoegen: en tweede.
Nota van toelichting
- In de toelichting rekening houden met de Aanwijzingen 86, 87 en 88 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
- In de toelichting waar "besluit" staat telkens aangeven om welk besluit het gaat, aangezien er twee besluiten worden gewijzigd.
- Gelet op de laatste zin van de derde alinea in het eerste tekstblok van de paragraaf "bemanningseisen voor aannemersmaterieel" aan het eerste bolletje na "vervoer van goederen" toevoegen: over lange afstand.
- In de paragraaf "medische keuringen" euro zonder hoofdletter schrijven.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdeel A, "letters v en w" vervangen door: letter v en lid 2.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdelen D, E en F, "11," laten vervallen.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdelen I, onder b, en J, na "30, derde lid" een komma invoegen.
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdelen P en Q, "artikel VII" vervangen door: artikel IX.
- Toelichting opnemen op het nieuwe artikel 86, tweede lid, Bzhz (artikel I, onderdeel V, onder b).
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel V, en onderdelen Y en Z, artikel 110 en 111, "Minister" telkens vervangen door: minister.
- Een toelichting opnemen voor de nieuwe toetsingscriteria - professionele kundigheden en praktijkervaring - voor de keuringsarts in artikel 112, vijfde lid, Bhbz en artikel 66, derde lid, Bz (artikel I, onderdeel Y, respectievelijk artikel II, onderdeel L).
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel V, "tweede lid" vervangen door: derde lid.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdelen Y en Z, "112" vervangen door: 113.
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdelen Y en Z, artikel 112, na "oude artikel" invoegen: 115.
In de artikelsgewijze toelichting op artikel II, onderdeel K, "onderdeel W" vervangen door: onderdeel X.
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 december 2004
De Raad van State heeft een aantal kanttekeningen bij het ontwerpbesluit geplaatst en is van oordeel dat in verband hiermee enige aanpassing van het ontwerp wenselijk is. De opmerkingen van de Raad zou ik als volgt willen beantwoorden.
1. Medische geschiktheid van zeevarenden
a. De Raad adviseert de voorgestelde verlaging van de huidige grens van drie jaar tussen het tijdelijk en blijvend ongeschikt verklaren voor de dienst ter zee naar twee jaar te laten vervallen (het nieuwe artikel 108 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart), indien hiervoor geen toereikende rechtvaardiging kan worden gegeven. Bij nadere overweging ben ik tot de slotsom gekomen dat er geen klemmende redenen zijn om de
bewuste verlaging door te voeren. Het ontwerpbesluit is dienovereenkomstig aangepast.
b. Naar aanleiding van ’s Raads opmerking over de vermelding van "medisch specialist" in het voorgestelde artikel 111, onder d, van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart is deze term uit genoemd artikelonderdeel geschrapt. Het register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kent namelijk alleen de term "arts" voor alle categorieën medici (medicae). Een overeenkomstige wijziging is aangebracht in het voorgestelde artikel 67 van het Besluit zeevisvaartbemanning.
c. De Raad heeft opgemerkt dat de voorgestelde artikelen 104 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart en 60 van het Besluit zeevisvaartbemanning de Minister niet de mogelijkheid bieden nadere regels te stellen. Er bestaat echter wel de behoefte aan een opdracht van de besluitgever aan de Minister om het formulier voor de geneeskundige verklaring(en) voor de zeevaart vast te stellen. De beide artikelen zijn daartoe aangepast.
2. Monsterrol
In zijn advies stelt de Raad de vraag naar de redenen om, anders dan in de huidige bemanningsbesluiten, niet meer voor te schrijven dat de scheepsbeheerder de monsterrollen gedurende een bepaald aantal jaren moet bewaren en ter beschikking moet houden ten behoeve van het toezicht door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Bij nadere overweging ben ik van oordeel dat het huidige voorschrift dient te worden gecontinueerd.
Aangezien het niet de bedoeling is dat de voorgestelde artikelen 95 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart en 51 van het Besluit zeevisvaartbemanning de mogelijkheid bieden aan de Minister om nadere regels te stellen - aan deze mogelijkheid bestaat geen behoefte -, is artikel IV van het ontwerpbesluit dienovereenkomstig aangepast door de vermelding van de genoemde artikelen te laten vervallen.
3. De redactionele kanttekeningen zijn overgenomen, met uitzondering van die achter het derde gedachtestreepje bij het ontwerpbesluit, onderscheidenlijk bij de nota van toelichting. De eerstgenoemde kanttekening bleek een repetitio op te leveren, terwijl de tweede, bezien vanuit een goed begrip van de materie, naar mijn mening niet zinvol is.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om artikel 19 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart te wijzigen overeenkomstig de in het voorgelegde ontwerpbesluit reeds opgenomen wijziging van artikel 16 (artikel I, onderdeel D, respectievelijk E). Voorts is in de artikelen 104 en 106 van genoemd Besluit bij nadere overweging expliciet tot uitdrukking gebracht dat zeevarenden die aan boord met wachtfuncties worden belast, aan zwaardere eisen wat betreft het gezichtsvermogen en het gehoor moeten voldoen. Ook is de wijziging van de beide bemanningsbesluiten aangegrepen om daar waar in de voorgestelde artikelen nog sprake was van "het hoofd van de Scheepvaartinspectie", deze benaming te vervangen door: inspecteur-generaal. De vigerende Besluiten waren immers al aangepast aan de nieuwe benaming.
Tenslotte is een aanpassing van technisch-juridische aard opgenomen van artikel 11 van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart. In dit artikel ontbrak tot dusverre een verwijzing naar de examens, bedoeld in de artikelen 19 en 68 van de Zeevaartbemanningswet (nieuw artikel III van het ontwerpbesluit).
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart (hierna: Bzhz), alsmede het Besluit zeevisvaartbemanning (hierna: Bz) in verband met een herziening van het stelsel van geneeskundige verklaringen, harmonisatie met België van de eisen voor bemanningsleden op aannemersmaterieel en wijzigingen in procedures rond de monsterrol. Tevens vinden enkele redactionele verbeteringen plaats.
De Raad van State maakt een aantal kanttekeningen en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Medische geschiktheid van zeevarenden
a. Het voorgestelde artikel 108 Bzhz bevat, evenals het huidig artikel 109 van dat besluit, bepalingen omtrent het ongeschikt verklaren door de keuringsarts voor de zeevaart (artikel I, onderdeel Y). Artikel 109, tweede lid, Bzhz bepaalt dat indien op medische gronden wordt verwacht dat de gekeurde langer dan drie jaar voor de zeevaart ongeschikt zal zijn, hij blijvend ongeschikt wordt verklaard. De grens tussen tijdelijk en blijvend ongeschikt verklaren ligt nu bij drie jaar. In het nieuwe artikel 108, tweede lid, is die grens verlaagd naar twee jaar zonder dat hiervoor een rechtvaardiging wordt gegeven. Daarbij rijst de vraag hoe deze grens voor het blijvend ongeschikt verklaren zich verhoudt tot die voor vergelijkbare beroepen, zoals binnenvaartbemanning en piloten.
Hetzelfde geldt voor het voorgestelde artikel 64, tweede lid, Bz in artikel II, onderdeel L, dat eveneens afwijkt van de huidige grens van drie jaar (artikel 65, tweede lid, Bz).
De Raad adviseert de verlaging van de grens van drie naar twee jaar te laten vervallen, indien daarvoor geen toereikende rechtvaardiging kan worden gegeven.
b. Op grond van het voorgestelde artikel 111, onder d, Bzhz trekt de minister, op advies van de Medisch Adviseur Scheepvaart, de aanwijzing tot keuringsarts of scheidsrechter in indien de betrokkene niet meer in het register is vermeld als arts of als medisch specialist (artikel I, onderdeel Y). In het voorgestelde artikel 110, eerste lid, Bzhz wordt wel een geldig bewijs van registratie als arts genoemd, maar niet als medisch specialist. Thans is dit wel het geval in artikel 112, tweede lid, onder e, Bzhz.
Hetzelfde geldt voor het voorgestelde artikel 66, eerste lid, Bz (artikel II, onderdeel L), dat afwijkt van artikel 68, tweede lid, onder e, Bz.
De Raad adviseert de voorgestelde artikelen 110 Bzhz en 66 Bz aan te passen.
c. Ingevolge artikel VI berust het Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002 mede op de voorgestelde artikelen 104 Bzhz en 60 Bz inzake de geneeskundige verklaring zeevaart. In die voorgestelde artikelen ontbreekt echter de mogelijkheid voor de minister om nadere regels te stellen.
De Raad adviseert de voorgestelde artikelen 104 Bzhz en 60 Bz aan te passen.
2. Monsterrol
De artikelen I, onderdeel X, en II, onderdeel K, regelen het nieuwe regime ten aanzien van de monsterrol. In tegenstelling tot de huidige artikelen 95 Bzhz en 51 Bz is in het nieuwe regime niet bepaald hoe lang de scheepsbeheerder de monsterrollen moet bewaren en ter beschikking moet houden ten behoeve van toezicht door de Scheepvaartinspectie. Hierop wordt niet in de toelichting ingegaan. Zonder nadere toelichting kan de Raad deze wijziging niet volgen.
Bovendien ontbreekt in de voorgestelde artikelen 95 Bzhz en 51 Bz de mogelijkheid voor de minister om nadere regels te stellen, hoewel dat volgens artikel IV wel is beoogd.
De Raad adviseert de artikelen I, onderdeel X, en II, onderdeel K, en, indien geen delegatiebepaling in de voorgestelde artikelen 95 Bzhz en 51 Bz wordt opgenomen, tevens artikel IV aan te passen.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W09.04.0430/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel I, onderdeel A, onder b en c, aangeven dat het wijzigingen in artikel 1 Bzhz betreft.
- In artikel I, onderdeel L, onder d, aan het slot de puntkomma vervangen door een punt.
- In artikel I, onderdeel O, voor "wachtwerktuigkundige" invoegen: als.
- In artikel I, onderdeel P, onderdeel b, "wet" vervangen door: Wet.
- Onderdeel b van artikel I, onderdeel P, verplaatsen naar onderdeel Q, aangezien niet artikel 54, maar artikel 55 Bzhz uit onderdelen bestaat. Als gevolg hiervan in artikel IX, tweede lid, "onderdeel P" vervangen door: onderdeel Q.
- In artikel I, onderdeel Y, artikel 105, tweede lid, na "medische eisen" invoegen: , bedoeld in artikel 106, eerste lid,. Hetzelfde geldt voor artikel 61, tweede lid, in artikel II, onderdeel L.
- In artikel I, onderdeel Y, artikel 107, eerste lid, na "zeevaart" invoegen: als genoemd in artikel 104. Hetzelfde geldt voor artikel 63, eerste lid, in artikel II, onderdeel L.
- In artikel II, onderdelen H en N, voor "vervangen" telkens invoegen: telkens.
- In artikel II, onderdeel J, regelen dat tevens het opschrift vervalt.
- In artikel II, onderdeel O, na "eerste" invoegen: en tweede.
Nota van toelichting
- In de toelichting rekening houden met de Aanwijzingen 86, 87 en 88 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
- In de toelichting waar "besluit" staat telkens aangeven om welk besluit het gaat, aangezien er twee besluiten worden gewijzigd.
- Gelet op de laatste zin van de derde alinea in het eerste tekstblok van de paragraaf "bemanningseisen voor aannemersmaterieel" aan het eerste bolletje na "vervoer van goederen" toevoegen: over lange afstand.
- In de paragraaf "medische keuringen" euro zonder hoofdletter schrijven.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdeel A, "letters v en w" vervangen door: letter v en lid 2.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdelen D, E en F, "11," laten vervallen.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdelen I, onder b, en J, na "30, derde lid" een komma invoegen.
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdelen P en Q, "artikel VII" vervangen door: artikel IX.
- Toelichting opnemen op het nieuwe artikel 86, tweede lid, Bzhz (artikel I, onderdeel V, onder b).
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel V, en onderdelen Y en Z, artikel 110 en 111, "Minister" telkens vervangen door: minister.
- Een toelichting opnemen voor de nieuwe toetsingscriteria - professionele kundigheden en praktijkervaring - voor de keuringsarts in artikel 112, vijfde lid, Bhbz en artikel 66, derde lid, Bz (artikel I, onderdeel Y, respectievelijk artikel II, onderdeel L).
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel V, "tweede lid" vervangen door: derde lid.
- In de artikelsgewijze toelichting, in het opschrift bij artikel I, onderdelen Y en Z, "112" vervangen door: 113.
- In de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdelen Y en Z, artikel 112, na "oude artikel" invoegen: 115.
In de artikelsgewijze toelichting op artikel II, onderdeel K, "onderdeel W" vervangen door: onderdeel X.
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 december 2004
De Raad van State heeft een aantal kanttekeningen bij het ontwerpbesluit geplaatst en is van oordeel dat in verband hiermee enige aanpassing van het ontwerp wenselijk is. De opmerkingen van de Raad zou ik als volgt willen beantwoorden.
1. Medische geschiktheid van zeevarenden
a. De Raad adviseert de voorgestelde verlaging van de huidige grens van drie jaar tussen het tijdelijk en blijvend ongeschikt verklaren voor de dienst ter zee naar twee jaar te laten vervallen (het nieuwe artikel 108 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart), indien hiervoor geen toereikende rechtvaardiging kan worden gegeven. Bij nadere overweging ben ik tot de slotsom gekomen dat er geen klemmende redenen zijn om de
bewuste verlaging door te voeren. Het ontwerpbesluit is dienovereenkomstig aangepast.
b. Naar aanleiding van ’s Raads opmerking over de vermelding van "medisch specialist" in het voorgestelde artikel 111, onder d, van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart is deze term uit genoemd artikelonderdeel geschrapt. Het register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kent namelijk alleen de term "arts" voor alle categorieën medici (medicae). Een overeenkomstige wijziging is aangebracht in het voorgestelde artikel 67 van het Besluit zeevisvaartbemanning.
c. De Raad heeft opgemerkt dat de voorgestelde artikelen 104 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart en 60 van het Besluit zeevisvaartbemanning de Minister niet de mogelijkheid bieden nadere regels te stellen. Er bestaat echter wel de behoefte aan een opdracht van de besluitgever aan de Minister om het formulier voor de geneeskundige verklaring(en) voor de zeevaart vast te stellen. De beide artikelen zijn daartoe aangepast.
2. Monsterrol
In zijn advies stelt de Raad de vraag naar de redenen om, anders dan in de huidige bemanningsbesluiten, niet meer voor te schrijven dat de scheepsbeheerder de monsterrollen gedurende een bepaald aantal jaren moet bewaren en ter beschikking moet houden ten behoeve van het toezicht door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Bij nadere overweging ben ik van oordeel dat het huidige voorschrift dient te worden gecontinueerd.
Aangezien het niet de bedoeling is dat de voorgestelde artikelen 95 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart en 51 van het Besluit zeevisvaartbemanning de mogelijkheid bieden aan de Minister om nadere regels te stellen - aan deze mogelijkheid bestaat geen behoefte -, is artikel IV van het ontwerpbesluit dienovereenkomstig aangepast door de vermelding van de genoemde artikelen te laten vervallen.
3. De redactionele kanttekeningen zijn overgenomen, met uitzondering van die achter het derde gedachtestreepje bij het ontwerpbesluit, onderscheidenlijk bij de nota van toelichting. De eerstgenoemde kanttekening bleek een repetitio op te leveren, terwijl de tweede, bezien vanuit een goed begrip van de materie, naar mijn mening niet zinvol is.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om artikel 19 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart te wijzigen overeenkomstig de in het voorgelegde ontwerpbesluit reeds opgenomen wijziging van artikel 16 (artikel I, onderdeel D, respectievelijk E). Voorts is in de artikelen 104 en 106 van genoemd Besluit bij nadere overweging expliciet tot uitdrukking gebracht dat zeevarenden die aan boord met wachtfuncties worden belast, aan zwaardere eisen wat betreft het gezichtsvermogen en het gehoor moeten voldoen. Ook is de wijziging van de beide bemanningsbesluiten aangegrepen om daar waar in de voorgestelde artikelen nog sprake was van "het hoofd van de Scheepvaartinspectie", deze benaming te vervangen door: inspecteur-generaal. De vigerende Besluiten waren immers al aangepast aan de nieuwe benaming.
Tenslotte is een aanpassing van technisch-juridische aard opgenomen van artikel 11 van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart. In dit artikel ontbrak tot dusverre een verwijzing naar de examens, bedoeld in de artikelen 19 en 68 van de Zeevaartbemanningswet (nieuw artikel III van het ontwerpbesluit).
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat