Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de verdubbeling van het provinciaal deel van de Noordelijke Randweg (N440 Landscheidingsweg), vanaf km 0,8 ter hoogte van de Oude Waalsdorperweg in de gemeente Den Haag tot km 2,7 ter hoogte van de Wittenburgerweg in de gemeente Wassenaar, met bijkomende werken, gelegen in de gemeenten Den Haag en Wassenaar.
- Kenmerk
- W09.04.0410/V
- Datum advies
- 22 oktober 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de verdubbeling van het provinciaal deel van de Noordelijke Randweg (N440 Landscheidingsweg), vanaf km 0,8 ter hoogte van de Oude Waalsdorperweg in de gemeente Den Haag tot km 2,7 ter hoogte van de Wittenburgerweg in de gemeente Wassenaar, met bijkomende werken, gelegen in de gemeenten Den Haag en Wassenaar.
Krachtens machtiging van Uwe Majesteit heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat, met een schrijven van 16 augustus 2004, no.HKW/R 2004/6988, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit, houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de verdubbeling van het provinciaal deel van de Noordelijke Randweg (N440 Landscheidingsweg), vanaf km 0,8 ter hoogte van de Oude Waalsdorperweg in de gemeente Den Haag tot km 2,7 ter hoogte van de Wittenburgerweg in de gemeente Wassenaar, met bijkomende werken, gelegen in de gemeenten Den Haag en Wassenaar.
In de "overige overwegingen" wordt medegedeeld dat de planologische grondslag voor het te maken werk in de gemeente Wassenaar wordt gevormd door het bestemmingsplan "Noordelijke Randweg Haagse Regio, gedeelte Wassenaar". Vervolgens wordt erop gewezen dat dit plan met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 maart 2001 onherroepelijk is geworden behoudens enkele plandelen, waarin enkele ter onteigening aangewezen gronden zijn gelegen. Voor de realisering van het werk op deze gronden is, zoals eerder aangekondigd in de zakelijke beschrijving, alsnog voorzien door een vrijstelling van het vigerende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Die vrijstelling is door de gemeente Wassenaar verleend op 7 juni 2004. In het ontwerpbesluit wordt niet vermeld of deze vrijstelling inmiddels onherroepelijk is of dat daartegen nog beroep aanhangig is. Voorts wijst de Raad erop dat, gelet op artikel 30 WRO, de als gevolg van de voormelde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak noodzakelijke aanpassingen van het bestemmingsplan alsnog hun beslag zullen moeten krijgen in een nieuw bestemmingsplan. Het college adviseert in het ontwerpbesluit nader op deze beide punten in te gaan.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 november 2004
De Raad maakt in genoemd advies een opmerking over de in het ontwerpbesluit onder ‘Overige Overwegingen’ vermelde planologische grondslag voor het te maken werk in de gemeente Wassenaar. Deze wordt gevormd door het bestem-mingsplan "Noordelijke Randweg Haagse Regio, gedeelte Wassenaar". In het ontwerpbesluit wordt hieromtrent overwogen dat dit plan met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 maart 2001 onher-roepelijk is geworden behoudens enkele plandelen, waarin enkele ter onteigening aan te wijzen gronden zijn gelegen. Voor de realisering van het werk op deze gronden is, zoals eerder aangekondigd in de zakelijke beschrijving, alsnog voorzien door een vrijstelling van het vigerende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Deze vrijstelling is door de gemeente Wassenaar verleend op 7 juni 2004.
De Raad merkt op, dat in het ontwerpbesluit niet wordt vermeld of deze vrijstelling inmiddels onherroepelijk is of dat daartegen nog beroep aanhangig is. Voorts wijst de Raad erop dat, gelet op artikel 30 WRO, de als gevolg van de voormelde uit-spraak van de Afdeling bestuursrechtspraak noodzakelijke aanpassingen van het bestemmingsplan alsnog hun beslag zullen moeten krijgen in een nieuw bestem-mingsplan. Het college adviseert in het ontwerpbesluit nader op deze beide punten in te gaan.
Naar aanleiding van bovengenoemde opmerking van de Raad merk ik vooreerst op dat de gemeente Wassenaar de bezwaren tegen de verleende vrijstelling bij besluit van 26 oktober 2004 ongegrond heeft verklaard.
Voorts merk ik met betrekking tot het bepaalde in artikel 30 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening op, dat de gemeente Wassenaar heeft aangegeven dat zij een nieuw bestemmingsplan in procedure heeft gebracht. In dat kader ligt het ontwerp-bestemmingsplan "Landelijk Gebied" vanaf 15 oktober 2004 ter inzage.
Het ontwerpbesluit is aangevuld met voornoemde overwegingen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
In de "overige overwegingen" wordt medegedeeld dat de planologische grondslag voor het te maken werk in de gemeente Wassenaar wordt gevormd door het bestemmingsplan "Noordelijke Randweg Haagse Regio, gedeelte Wassenaar". Vervolgens wordt erop gewezen dat dit plan met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 maart 2001 onherroepelijk is geworden behoudens enkele plandelen, waarin enkele ter onteigening aangewezen gronden zijn gelegen. Voor de realisering van het werk op deze gronden is, zoals eerder aangekondigd in de zakelijke beschrijving, alsnog voorzien door een vrijstelling van het vigerende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Die vrijstelling is door de gemeente Wassenaar verleend op 7 juni 2004. In het ontwerpbesluit wordt niet vermeld of deze vrijstelling inmiddels onherroepelijk is of dat daartegen nog beroep aanhangig is. Voorts wijst de Raad erop dat, gelet op artikel 30 WRO, de als gevolg van de voormelde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak noodzakelijke aanpassingen van het bestemmingsplan alsnog hun beslag zullen moeten krijgen in een nieuw bestemmingsplan. Het college adviseert in het ontwerpbesluit nader op deze beide punten in te gaan.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 november 2004
De Raad maakt in genoemd advies een opmerking over de in het ontwerpbesluit onder ‘Overige Overwegingen’ vermelde planologische grondslag voor het te maken werk in de gemeente Wassenaar. Deze wordt gevormd door het bestem-mingsplan "Noordelijke Randweg Haagse Regio, gedeelte Wassenaar". In het ontwerpbesluit wordt hieromtrent overwogen dat dit plan met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 maart 2001 onher-roepelijk is geworden behoudens enkele plandelen, waarin enkele ter onteigening aan te wijzen gronden zijn gelegen. Voor de realisering van het werk op deze gronden is, zoals eerder aangekondigd in de zakelijke beschrijving, alsnog voorzien door een vrijstelling van het vigerende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Deze vrijstelling is door de gemeente Wassenaar verleend op 7 juni 2004.
De Raad merkt op, dat in het ontwerpbesluit niet wordt vermeld of deze vrijstelling inmiddels onherroepelijk is of dat daartegen nog beroep aanhangig is. Voorts wijst de Raad erop dat, gelet op artikel 30 WRO, de als gevolg van de voormelde uit-spraak van de Afdeling bestuursrechtspraak noodzakelijke aanpassingen van het bestemmingsplan alsnog hun beslag zullen moeten krijgen in een nieuw bestem-mingsplan. Het college adviseert in het ontwerpbesluit nader op deze beide punten in te gaan.
Naar aanleiding van bovengenoemde opmerking van de Raad merk ik vooreerst op dat de gemeente Wassenaar de bezwaren tegen de verleende vrijstelling bij besluit van 26 oktober 2004 ongegrond heeft verklaard.
Voorts merk ik met betrekking tot het bepaalde in artikel 30 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening op, dat de gemeente Wassenaar heeft aangegeven dat zij een nieuw bestemmingsplan in procedure heeft gebracht. In dat kader ligt het ontwerp-bestemmingsplan "Landelijk Gebied" vanaf 15 oktober 2004 ter inzage.
Het ontwerpbesluit is aangevuld met voornoemde overwegingen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat