Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels voor de huisvesting en verzorging van legkippen (Legkippenbesluit 2003).
- Kenmerk
- W11.03.0114/V
- Datum advies
- 9 mei 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 9 maart 2004, nr 47
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels voor de huisvesting en verzorging van legkippen (Legkippenbesluit 2003).
Bij Kabinetsmissive van 2 april 2003, no.03.001437, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels voor de huisvesting en verzorging van legkippen (Legkippenbesluit 2003).
Het ontwerpbesluit geeft uitvoering aan richtlijn nr.1999/74/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG L 203) (hierna: de richtlijn). Het ontwerpbesluit bevat in navolging van de richtlijn de minimumeisen voor de huisvesting van legkippen in kooien en in huisvestingssystemen die geen gebruik maken van kooien. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig het uitgangspunt van het Strategisch Akkoord van het (thans demissionaire) kabinet dat het Europees voorgeschreven minimumniveau voor nationale welzijnsvoorschriften wordt aangehouden. Eerder was door het vorige kabinet op 2 november 2001 een Legkippenbesluit met strengere normen dan de richtlijn vastgesteld, namelijk zonder een regeling voor het houden van legkippen in aangepaste kooien. De inwerkingtreding van dat besluit moest, nadat het was voorgehangen bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, bij wet worden geregeld. Dat wetsvoorstel(zie noot 1) is mede als gevolg van de kabinetswisseling in 2002 niet verder behandeld. Evenals in het Legkippenbesluit van 2 november 2001 worden bij dit ontwerpbesluit ook het Besluit welzijn productiedieren en het Ingrepenbesluit aangepast. De Raad van State adviseert tot enkele aanvullingen in de nota van toelichting.
1. Ingevolge artikel 15 treden de artikelen van het besluit in werking, althans wanneer de inwerkingtreding van het besluit na de voorhangprocedure bij de beide kamers der Staten-Generaal niet bij wet moet worden geregeld, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen kan verschillen. In het vorige ontwerp-Legkippenbesluit kwam eenzelfde bepaling voor. Destijds heeft de Raad hierover de opmerking gemaakt dat de mogelijkheid van inwerkingtreding op verschillende tijdstippen motivering behoefde, temeer omdat de richtlijn op uiterlijk 1 januari 2002 moest zijn geïmplementeerd (advies van 21 september 2001, no.W11.01.0368/V, bijvoegsel Stcrt. van 8 januari 2002, nr.5). Naar aanleiding van dat advies is die inwerkingtredingsbepaling aangepast. Aan het slot van zijn spoedverzoek aan de Vice-President van de Raad van State van 26 maart 2003, kenmerk TRCJZ/2003/2049, geeft de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan dat de mogelijkheid om bepalingen van het ontwerpbesluit op verschillende tijdstippen in werking te laten treden ertoe strekt om de mogelijkheid van spoedige implementatie maximaal te vergroten. Naar het oordeel van de Raad behoort deze motivering een plaats te krijgen in de nota van toelichting waarbij tevens ware aan te geven aan welke mogelijke verschillen in inwerkingtreding van artikelen van het ontwerpbesluit wordt gedacht.
2. Naar het de Raad voorkomt, heeft de vertraging van de implementatie van de richtlijn met ruim een jaar geen praktische gevolgen. Weliswaar wordt het verbod om een legbatterij in gebruik te nemen niet, zoals voorgeschreven in de richtlijn, met ingang van 1 januari 2003 van kracht doch met ingang van de inwerkingtreding van het besluit, maar het huisvesten van kippen in een legbatterij die na 1 januari 2003 in gebruik is genomen zal vanaf de inwerkingtredingsdatum verboden zijn. Ondernemers hebben na kennisneming van de nota van toelichting op het eerdere Legkippenbesluit (Stb. 2001, 545) kunnen weten dat een eventuele investering in een legbatterij in ieder geval na 1 januari 2003 niet meer rendabel zou zijn. Hiervan wordt ook uitgegaan in paragraaf 2. Inhoud besluit, van de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit.
De Raad beveelt aan in het licht van het vorenstaande de nota van toelichting aan te vullen.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 9 mei 2003, no.W11.03.0114/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
De verwijzingen in artikel 11, onderdeel 1, naar het Besluit welzijn productiedieren aanpassen in verband met de wijziging van artikel 2 van dat besluit bij de wijziging van het Varkensbesluit.
In de transponeringstabel bij artikel 8, eerste lid, van de richtlijn (inspectie op de naleving) ook verwijzen naar de artikelen 114, eerste lid, en 115, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren alsmede de in laatstgenoemd artikel vermelde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In aansluiting hierop bij artikel 9 van de richtlijn ook wijzen op de artikelen 5:13 en 5:15 Awb tot en met 5:20 Awb, in het bijzonder artikel 5:15, derde lid.
Het Besluit welzijn productiedieren, dat bij dit besluit wordt gewijzigd, behelst de implementatie van richtlijn nr.98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren (PbEG L 221) (hierna: richtlijn 98/58). Nu de verhouding van dat besluit tot het Legkippenbesluit bij het ontwerpbesluit nader wordt geregeld, geeft de transponeringstabel bij dat besluit geen juist beeld meer van de wijze waarop richtlijn 98/58/EG is geïmplementeerd. Het verdient daarom aanbeveling dat die tabel in een aanhangsel bij de transponeringstabel bij het ontwerpbesluit wordt geactualiseerd.
Anders dan de nota van toelichting (algemeen deel, voorgeschiedenis) suggereert, is het kabinet-Kok II niet gevallen maar uit eigen beweging demissionair geworden. De uitdrukking "Na de val …" ware te vervangen door: Na de ontslagaanvrage … .
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 mei 2003
De opmerkingen van de Raad van State en de wijzigingen van het ontwerpbesluit worden hieronder puntsgewijs besproken.
1. Ten aanzien van de in artikel 15 neergelegde mogelijkheid om het besluit gefaseerd in werking te laten treden wordt het volgende opgemerkt. Indien van de zijde van een van beide Kamers der Staten-Generaal in het kader van de voorhangprocedure nader politiek beraad noodzakelijk geacht wordt over een of meer bepalingen van het besluit, kunnen op grond van artikel 15 deze bepalingen op een later tijdstip in werking treden of in een uiterste geval in het geheel niet van kracht worden Daarentegen kunnen bepalingen, waarover tussen de regering en de beide Kamers overeenstemming bestaat, zo spoedig mogelijk in werking treden. Aldus kan worden voorkomen dat bezwaren tegen een of meer bepalingen de inwerkingtreding van het gehele besluit opschort. Dit acht ik gelet op het feit dat de implementatietermijn van de richtlijn nr. 1999/74/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG L 203) reeds op 1 januari 2002 is verstreken, onwenselijk. In dit licht bezien biedt artikel 15 derhalve de mogelijkheid de spoedige implementatie van deze richtlijn door het onderhavige Legkippenbesluit 2003 maximaal te vergroten.
De toelichting bij artikel 15 is in voormelde zin aangevuld.
2. In paragraaf 2 van de nota van toelichting is overeenkomstig het advies van de Raad van State nadrukkelijker geëxpliciteerd dat ondernemers na kennisgeving van de nota van toelichting op het eerdere Legkippenbesluit (Stb.2001, 545) kunnen weten dat een eventuele investering in een legbatterij in ieder geval na 1 januari 2003 niet meer rendabel is.
De door de Raad van State aanbevolen redactionele wijzigingen zijn in het aangepaste ontwerpbesluit verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en u verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
(1) Kamerstukken II 2001/02, 28 110, nrs.4-5.