Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mozambique inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen; Maputo, 18 december 2001 (Trb.2002, 44), met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W10.03.0365/II/K
- Datum advies
- 10 november 2003
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2003/04, 29 458 (R 1752), nr 2
- Economische Zaken en Klimaat
- Verdrag
Toon inhoud
Volledige tekst
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mozambique inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen; Maputo, 18 december 2001 (Trb.2002, 44), met toelichtende nota.
Bij Kabinetsmissive van 8 september 2003, no.03.003664, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mozambique inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen; Maputo, 18 december 2001 (Trb.2002, 44), met toelichtende nota.
Het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mozambique inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen; Maputo, 18 december 2001 (Trb.2002.44) (hierna: het Verdrag) heeft tot doel investeringen te beschermen, ter aanvulling op de bestaande wettelijke bescherming. Mede door deze extra bescherming worden investeringen bevorderd. Het Verdrag voorziet daartoe in een non-discriminatoire behandeling van de investeerders, vrije transfer van betalingen, regels omtrent de onteigening van investeringen en een geschillenregeling.
De Raad van State van het Koninkrijk ziet geen beletsel voor de goedkeuring van het Verdrag, maar plaatst daarbij de volgende kanttekening.
Artikel 12 van het Verdrag bepaalt dat het Verdrag, vanaf het moment waarop dit in werking treedt, ook van toepassing is op investeringen die voor die datum zijn gedaan. Vervolgens wordt in dat artikel bepaald dat het Verdrag niet van toepassing is op claims die vóór zijn inwerkingtreding zijn ontstaan. In vergelijkbare verdragen komt die laatste bepaling niet voor.(zie noot 1) De toelichtende nota geeft geen reden voor deze afwijkende regeling.
De Raad adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 21 januari 2004
De toelichting op artikel 12 in de toelichtende nota is naar aanleiding van de kanttekening van de Raad van State van het Koninkrijk aangevuld.
Ik moge U, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën, verzoeken de Minister van Buitenlandse Zaken te machtigen gevolg te geven aan zijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste Kamer en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan de Staten van Aruba.
De Staatssecretaris van Economische Zaken
(1) Bijvoorbeeld in artikel 10 van de investeringsverdragen met de Republiek Benin van 13 december 2001 (Trb.2002), 39), de Republiek Namibië van 26 november 2002 (Trb.2003, 21) en de Republiek Kazachstan van 27 november 2002 (Trb.2003, 18).
Het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mozambique inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen; Maputo, 18 december 2001 (Trb.2002.44) (hierna: het Verdrag) heeft tot doel investeringen te beschermen, ter aanvulling op de bestaande wettelijke bescherming. Mede door deze extra bescherming worden investeringen bevorderd. Het Verdrag voorziet daartoe in een non-discriminatoire behandeling van de investeerders, vrije transfer van betalingen, regels omtrent de onteigening van investeringen en een geschillenregeling.
De Raad van State van het Koninkrijk ziet geen beletsel voor de goedkeuring van het Verdrag, maar plaatst daarbij de volgende kanttekening.
Artikel 12 van het Verdrag bepaalt dat het Verdrag, vanaf het moment waarop dit in werking treedt, ook van toepassing is op investeringen die voor die datum zijn gedaan. Vervolgens wordt in dat artikel bepaald dat het Verdrag niet van toepassing is op claims die vóór zijn inwerkingtreding zijn ontstaan. In vergelijkbare verdragen komt die laatste bepaling niet voor.(zie noot 1) De toelichtende nota geeft geen reden voor deze afwijkende regeling.
De Raad adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 21 januari 2004
De toelichting op artikel 12 in de toelichtende nota is naar aanleiding van de kanttekening van de Raad van State van het Koninkrijk aangevuld.
Ik moge U, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën, verzoeken de Minister van Buitenlandse Zaken te machtigen gevolg te geven aan zijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste Kamer en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan de Staten van Aruba.
De Staatssecretaris van Economische Zaken
(1) Bijvoorbeeld in artikel 10 van de investeringsverdragen met de Republiek Benin van 13 december 2001 (Trb.2002), 39), de Republiek Namibië van 26 november 2002 (Trb.2003, 21) en de Republiek Kazachstan van 27 november 2002 (Trb.2003, 18).