Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W09.02.0503/V

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer inzake opneming van een regeling voor arbeids- en rusttijden voor havensleepdiensten.

Kenmerk
W09.02.0503/V
Datum advies
17 februari 2003
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 9 september 2003, nr 173
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer inzake opneming van een regeling voor arbeids- en rusttijden voor havensleepdiensten.

Bij Kabinetsmissive van 18 november 2002, no.02.005196, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer inzake opneming van een regeling voor arbeids- en rusttijden voor havensleepdiensten.

De arbeids- en rusttijden voor het weg- en railvervoer, voor de luchtvaart, de binnenvaart en de zeevaart zijn geregeld in het Arbeidstijdenbesluit vervoer (hierna: Atbv). Tot op heden ontbrak een specifieke regeling voor bemanningsleden van binnen- of zeeschepen die werkzaam zijn in havensleepdienst; deze vielen onder de algemene regelingen voor respectievelijk de binnen- en de zeevaart (hoofdstukken 5 en 6 Atbv). Omdat de aard van de werkzaamheden voor werknemers in havensleepdienst afwijkt van die van overige werknemers in de binnen- en de zeevaart was een eigen regeling noodzakelijk, en uit een oogpunt van eerlijke concurrentieverhoudingen moest de regeling gelden voor zowel binnen- als zeeschepen in havensleepdienst. De regeling heeft een plaats gekregen in een nieuwe paragraaf 6.6 in hoofdstuk 6 Atbv. Door schakelbepalingen is bewerkstelligd dat zij geldt voor zee- en binnenschepen die dienst doen in havensleepdienst.

De Raad van State maakt twee opmerkingen, die kunnen leiden tot wijziging van het ontwerpbesluit en de toelichting daarop.

1. Het voorgestelde artikel 6.6:5, tweede lid, aanhef en onder a, bepaalt dat de kapitein de arbeid zodanig organiseert, dat de jeugdige schepeling (de schepeling van 16 of 17 jaar) in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste negen uren arbeid verricht. Daarmee wijkt dit artikel af van artikel 8, tweede lid, van richtlijn 94/33/EG,(zie noot 1) dat de lidstaten verplicht de arbeidstijd voor adolescenten (personen tussen de 15 en 18 jaar) te beperken tot 8 uur per dag. Volgens artikel 8, vijfde lid, van richtlijn 94/33/EG is afwijking mogelijk "bij wijze van uitzondering of wanneer daarvoor objectieve redenen zijn". In de toelichting bij het ontwerpbesluit ontbreekt een motivering waarom de afwijking gerechtvaardigd wordt geacht.
De Raad adviseert ook artikel 8 van de richtlijn in acht te nemen.

2. Richtlijn 1999/63/EG(zie noot 2) verplicht de lidstaten om de bepalingen van de Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie (hierna: de "Europese overeenkomst") om te zetten in nationale regelgeving, dan wel ervoor te zorgen dat de sociale partners bij overeenkomst de desbetreffende bepalingen invoeren. Clausule 5, tweede lid, van de Europese overeenkomst bepaalt dat de rusttijd voor zeevarenden (per dag) ten hoogste in twee perioden kan worden opgedeeld. Een dergelijke bepaling ontbreekt in het voorgestelde artikel 6.6:3 Atbv.
De Raad adviseert artikel 6.6:3 aan te passen aan clausule 5 van de Europese overeenkomst.

3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 17 februari 2003, no.W09.02.0503/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

Ontwerpbesluit
Het opschrift van het ontwerpbesluit aanpassen, nu het woord "havensleepdienst", volgens de daarvan in het nieuwe artikel 6.6:1 gegeven definitie, taalkundig gezien geen meervoud heeft.
In het ontwerpbesluit ontbreekt een definitie van "havensleepboot" (van belang in verband met artikel 6.6:1). Als bedoeld is deze term dezelfde betekenis te geven als die in artikel 1 van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart kan daarnaar worden verwezen.
In het nieuwe artikel 5.3:1 ontbreekt het opschrift van het artikel.
In het tweede lid van artikel 5.3:1 "In afwijking van het eerste lid is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing" vervangen door: In afwijking van het eerste lid en met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing. De uitsluiting van de regels van het Arbeidstijdenbesluit wijkt immers niet af van het eerste lid.
Artikel 5.5:6 spreekt over "bemanningsleden" en artikel 6.6:5 over "schepelingen", zonder dat duidelijk is of hiermee verschil in betekenis is beoogd.
Volgens de gewijzigde definitie in artikel 6.1:3 is een rusttijd altijd een onafgebroken periode, wat de aanduiding "ononderbroken rusttijd" (in artikel 6.6:2) en de aanduiding "onafgebroken rusttijd" (in artikel 6.6:3) tot pleonasmen maakt. Als bedoeld is te bepalen dat een rusttijd altijd minimaal één (aaneengesloten) uur moet bedragen, kan dit beter gebeuren door een zinsnede van die strekking toe te voegen aan artikel 6.1:3.
Artikel 6.6:6, tweede lid, is in de huidige redactie onduidelijk. Dat geldt in het bijzonder voor de zinsnede "de tijdruimte die zijn pauze onderscheidenlijk rusttijd bedroeg op het ogenblik van de oproep". Uit de toelichting kan worden afgeleid dat het hier om de resterende rusttijd gaat en niet om de reeds genoten rusttijd, maar in de tekst van het artikel komt dat niet tot uitdrukking. Daarnaast laat het gebruik van het voegwoord "en" (in de vierde regel van het tweede lid) meer lezingen toe; als bedoeld is dat beide tijdruimten bij elkaar moeten worden opgeteld kan dat tot uitdrukking worden gebracht door voor "de tijdruimte waarin hij in consignatie arbeid heeft verricht" in te voegen: de som van. Ook bepaalt het artikel, anders dan de toelichting stelt, niet dat de compenserende rust aan de resterende pauze of aan de dagelijkse rust moet aansluiten.
In artikel 6.6:6, vierde lid, tweemaal "wordt" vervangen door: krijgen.

Nota van toelichting
Aangeven (eventueel met een transponeringstabel) hoe de verschillende bepalingen van de voorgestelde regeling alsmede de terminologie zich verhouden tot de relevante internationale en Europese regelingen. Daarbij kan in het bijzonder worden gedacht aan:
o Richtlijn 1999/63/EG van de Raad van 21 juni 1999 inzake de Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie (FST) (PbEG L 167) en de Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie;
o Richtlijn nr.94/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk (PbEG L 216);
o het (nog niet geratificeerde) Verdrag betreffende de werktijden van zeevarenden en de bemanning van schepen (Verdrag Nr. 180), aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar vierentachtigste zitting; Genève, 22 oktober 1996 (Trb.1997, 219).
Voorzover de voorgestelde regeling kan worden beschouwd als strekkende tot implementatie van de genoemde richtlijnen dient in het besluit of de toelichting naar deze richtlijnen te worden verwezen (artikel 3, tweede lid, richtlijn 1999/63/EG en artikel 17, tweede lid, richtlijn 94/33/EG).
Volgens de daarvan in het nieuwe artikel 6.6:1 gegeven definitie heeft het woord "havensleepdienst" taalkundig gezien geen meervoud. De redactie van de verschillende verwijzingen naar "havensleepdiensten" in de nota van toelichting daarop aanpassen.
In de paragraaf getiteld "Algemeen", in de op een na laatste alinea "In Nederland" vervangen door: Daarnaast. Voorts "buitenlandse schepen die in Nederland in havensleepdienst dienst doen" vervangen door: buitenlandse havensleepboten.
In de paragraaf getiteld "Bedrijfseffecten", in de derde zin van de derde alinea voor "regelgeving" invoegen: specifieke. De algemene regels voor zeeschepen respectievelijk binnenschepen zijn immers op dit moment ook van toepassing voor de schepen die dienst doen in havensleepdienst.
In de toelichting bij artikel 6.6:1 de eerste zin vervangen door: In dit artikel wordt voor zeeschepen die dienst doen in havensleepdienst paragraaf 6.6 van toepassing verklaard, en wordt voor deze schepen de toepasselijkheid van de overige bepalingen van hoofdstuk 6 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer (hierna: Atbv) uitgesloten. Anders dan in artikel 5.3:1 is hier immers geen sprake van "overeenkomstige" toepassing. Daarnaast maakt paragraaf 6.6, dat wel van toepassing is, deel uit van hoofdstuk 6.
De toelichting op artikel 6.6:4 wijzigen, nu richtlijn nr.93/104/EG van de Raad van de EU van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PbEG L 307/18) niet van toepassing is op zeevarenden (zie artikel 1, derde lid, richtlijn 93/104/EG zoals gewijzigd door richtlijn 2000/34/EG).
In de toelichting op artikel 6.6:6, elfde regel, "conform" vervangen door: naar analogie van. Het Atbv is immers niet van toepassing op de scheepvaartsector (artikel 5.3:1, eerste lid, en 6.3:1, eerste lid, Atbv).



Nader rapport (reactie op het advies) van 4 juli 2003

De Raad van State maakt twee inhoudelijke opmerkingen over het ontwerpbesluit en plaatst enkele redactionele kanttekeningen. Deze hebben geleid tot enkele wijzigingen in het ontwerpbesluit en in de nota van toelichting.

1. De opmerking van de Raad inzake het voorgestelde artikel 6.6:5, tweede lid, is terecht. De door de Raad geconstateerde afwijking van richtlijn nr. 94/33/EG is het gevolg van een verschrijving in de voorgestelde tekst. Het ontwerpbesluit is op dit punt gecorrigeerd.

2. Blijkens de opmerking onder 2 is de Raad van mening dat richtlijn nr.1999/63/EG van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999 inzake de overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie (FST) (PbEG L 167) van toepassing is op de onderhavige regeling en dat daarom artikel 6.6:3 dient te worden aangepast.
Volgens clausule 1 is de richtlijn van toepassing op zeevarenden op elk zeeschip, dat gewoonlijk gebruikt wordt in de handelsscheepvaart. Schepen die worden ingezet voor havenssleepdienst zijn uitsluitend geschikt voor technische bijstand aan andere schepen en dientengevolge niet geschikt voor de handelsscheepvaart.
Wel is de regeling in overeenstemming met richtlijn nr. 93/104/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, zoals laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2000/34/EG van 22 juli 2000. Door middel van artikel 6.6:4 wordt voor de gehele havensleepdienst voor wat betreft de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd het beschermingsniveau gegarandeerd dat volgens genoemde richtlijn voor de binnenvaart geldt.

3. De redactionele opmerkingen zijn overgenomen met uitzondering van de opmerking ten aanzien van artikel 6.6:6, vierde lid. De formulering van dat artikellid sluit aan bij artikel 5:11 van de Arbeidstijdenwet inzake consignatie.
Ten aanzien van het door de Raad geconstateerde verschil in terminologie in de opschriften van de artikelen 5.5:6 en 6.6:5 kan worden opgemerkt dat deze begrippen blijkens hun definities in betekenis verschillen. Voor de havensleepdienst heeft dit echter in de praktijk geen gevolgen omdat op de daarvoor gebruikte schepen deze begrippen samenvallen.

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om enkele technische errata in het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart te corrigeren.

Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Verkeer en Waterstaat



(1) Richtlijn nr.94/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk (PbEG L 216 van 20 augustus 1994, blz.12).
(2) Richtlijn 1999/63/EG van de Raad van 21 juni 1999 inzake de Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie (FST) (PbEG L 167 van 2 juli 1999, blz.33).

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon