Ontwerpbesluit tot wijziging van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en het Binnenvaartpolitiereglement in verband met enkele technische aanpassingen, de verbetering van de systematiek, de presentatie en de redactie (Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitie-reglement), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W09.04.0322/V
- Datum advies
- 9 september 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 14 december 2004, nr 241
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en het Binnenvaartpolitiereglement in verband met enkele technische aanpassingen, de verbetering van de systematiek, de presentatie en de redactie (Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitie-
reglement), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2004, no.04.002698, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en het Binnenvaartpolitiereglement in verband met enkele technische aanpassingen, de verbetering van de systematiek, de presentatie en de redactie (Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitie-
reglement), met nota van toelichting.
Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) geeft verkeersregels voor de scheepvaart op het grootste deel van de Nederlandse binnenwateren. Dit wijzigingsbesluit is vooral bedoeld om de tekst en het systeem van het BPR gemakkelijker toegankelijk, en daarmee gebruiksvriendelijker, te maken. Daarnaast zijn enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht, waarbij veelal is aangesloten bij veranderde voorschriften voor de Rijnvaart (Rijnvaartpolitiereglement).
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende opmerkingen. Hij is van mening dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Grondslag Regeling marifooninstallaties
In artikel III, onderdeel D, van het ontwerpbesluit wordt geregeld dat na de inwerkingtreding ervan de Regeling marifooninstallaties 1995 (“Rmi 1995”) zal berusten op de artikelen 4.05, derde lid en 4.06, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement. De Rmi 1995 is echter in 2001 ingetrokken en vervangen door de Regeling marifooninstallaties (“Rmi”).(zie noot 1) Deze laatste regeling is gebaseerd op het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, en geeft dan ook alleen voorschriften voor het gebruik van marifoons op dat kanaal. Verder biedt het voorgestelde artikel 4.05, derde lid, BPR, gelezen in samenhang met artikel 4 van het Vaststellingsbesluit BPR, geen basis voor het stellen van nadere voorschriften bij ministeriële regeling.
De Raad adviseert artikel III, onderdeel D, van het ontwerpbesluit aan te passen.
2. Tweede toplicht voor lange schepen
Het huidige artikel 3.08, tweede lid, BPR schrijft voor alleenvarende motorschepen langer dan 110 meter een tweede toplicht voor. Deze verplichting komt te vervallen in het voorgestelde artikel 3.08; volgens de toelichting wordt getwijfeld aan het praktische nut van een tweede toplicht voor de vaart op de binnenwateren.
Voor duwstellen die langer zijn dan 110 meter is een tweede licht ook niet voorgeschreven. Het voorgestelde artikel 3.09, derde lid, stelt echter voor schepen langer dan 110 meter die deel uitmaken van een sleep wel twee lichten (in plaats van één) verplicht, conform de bestaande regeling.
De Raad adviseert in de toelichting bij artikel 3.09 aan te geven waarom voor schepen langer dan 110 meter die deel uitmaken van een sleep een tweede licht wel nuttig wordt geacht.
3. Naderen op tegengestelde koersen op Geldersche IJssel en Maas
Artikel 6.05 bevat de regels voor schepen die elkaar naderen op tegengestelde koersen op bepaalde delen van de Geldersche IJssel en de Maas. Uit het eerste lid blijkt dat het artikel niet van toepassing is wanneer een snel schip en een ander schip elkaar naderen op tegengestelde koersen. Doordat de artikelen 6.04 en 6.04a, die de algemene regel geven voor het naderen op tegengestelde koersen, niet van toepassing zijn op de in artikel 6.05 bedoelde gedeelten van de Geldersche IJssel en de Maas, is de situatie dat een snel schip en een ander schip elkaar daar naderen daarmee niet in het besluit geregeld.
De Raad geeft in overweging in de bedoelde artikelen regels op te nemen voor de situatie dat een snel schip en een ander schip elkaar naderen op tegengestelde koersen op de Geldersche IJssel of de Maas.
4. “Buitengewone plaatselijke omstandigheden”
Het voorgestelde artikel 9.06, derde lid, staat onder voorwaarden toe dat wordt gevaren met een duwstel dat meer dan 110 meter lang is op bepaalde vaarwegen, mits er sprake is van “buitengewone plaatselijke omstandigheden”.
De Raad adviseert in artikel 9.06 of in de toelichting te verduidelijken aan welk type omstandigheden hier moet worden gedacht.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W09.04.0322/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
Consequent kiezen voor het wel of niet gebruiken van opschriften bij de artikelen I tot en met VII.
In artikel I, onderdeel B, in het voorgestelde vierde lid van artikel 4 “4.06, eerste lid” vervangen door: 4.06, tweede lid.
In artikel II, onderdeel UU (artikel 6.04a, vierde lid), “tweede lid” vervangen door: derde lid.
In artikel II, onderdeel XX (artikel 6.09, tweede lid), de tweede zin vervangen door: Het moet snelheid verminderen, indien dit nodig is om het voorbijlopen zonder gevaar en zonder hinder voor de andere scheepvaart te doen geschieden.
In artikel II, onderdeel III (artikel 6.26, derde lid, onderdeel b), “voor het teken B.5, opgenomen in bijlage 7” vervangen door: voor het teken B.5 (bijlage 7).
In hetzelfde artikel, vierde lid, onderdeel e, “overeenkomstig het teken E.1, opgenomen in bijlage 7” vervangen door: (teken E.1; bijlage 7).
In artikel II, onderdeel NNN (artikel 6.31, vierde lid), “Dit artikel is van toepassing” vervangen door: Dit artikel is mede van toepassing.
In artikel II, onderdeel XXX (artikel 8.08, tweede lid, onderdeel f), verduidelijken of met “gebieden gereserveerd voor snelvaren en waterskiën” wordt gedoeld op de gedeelten van vaarwegen bedoeld in artikel 8.06, eerste en tweede lid. Als dat zo is het woord “gereserveerd” vermijden, omdat die term suggereert dat ieder ander gebruik van het water verboden is, terwijl artikel 8.06 voor zo”n verbod geen basis biedt. Voorts in dat geval “snelvaren en waterskiën” vervangen door “snel varen of waterskiën”, omdat de op grond van het eerste en op grond van het tweede lid van artikel 8.06 aangewezen gebieden niet hoeven samen te vallen.
In artikel II, onderdeel BBBB (artikel 9.06, derde lid), in de aanhef het woord “slechts”, dat in de huidige tekst voorkomt, handhaven. Verder “hetzij” vervangen door: “indien”, en in onderdeel a “indien” schrappen. Ten slotte aan het eind van onderdeel b invoegen “of:” (aanwijzing 101, eerste lid, Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
Artikel II, onderdeel JJJJ, van het ontwerpbesluit, tweede onderdeel, vervangen door: “2. In het tweede lid wordt “een schip, dat rechtstreeks van zee komt of rechtstreeks naar zee gaat,” vervangen door: een zeegaand schip.” (Ar 233).
In artikel II, onderdeel RRRR, “een radarpatent, bedoeld in artikel 4.06” vervangen door: “een radarpatent als bedoeld in artikel 4.06”. (Ar 82).
In artikel II, onderdeel SSSS, “F: Finland” vervangen door: FI: Finland.
In artikel II, onderdeel VVVV, in de aanhef het woord “worden” schrappen.
In artikel II, onderdeel XXXX, bijlage 13, “Friesland”, gelet op de officiële naam van deze provincie, vervangen door: Fryslân.
In hetzelfde onderdeel, bijlage 15, in de aanhef van onderdeel b, “vijfde lid” vervangen door: zesde lid.
In artikel IV, onderdeel B, “artikel 6.10, achtste lid, en 8.04, vijfde lid” vervangen door: artikelen 6.10, achtste lid, en 8.04, vijfde lid.
In hetzelfde artikel, onderdeel C, tweede onderdeel, “vervagen” vervangen door: vervangen.
Nota van toelichting
In de toelichting op artikel 1.07 “vierde lid” vervangen door: “derde lid.” Verder het tweede “wordt” en het derde “een” schrappen.
In de toelichting op artikel 1.10 “het nieuwe artikel 1.07, vierde lid” vervangen door: het nieuwe artikel 1.07, derde lid.
In de toelichting op de indeling van hoofdstuk 6 “en komt te luiden” vervangen door: en komt het opschrift van deze afdeling te luiden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 november 2004
Hieronder ga ik op het advies in, waarbij de daarin aangegeven nummering wordt gevolgd.
1. Grondslag Regeling marifooninstallaties
Naar aanleiding van het advies van de Raad is artikel III, onderdeel D, van het ontwerp besluit geschrapt.
2. Tweeledige toplicht voor lange schepen
Overeenkomstig het advies van de Raad, is in de toelichting bij artikel 3.09 aangegeven waarom voor schepen langer dan 110 meter die deel uitmaken van een sleep, een tweede (top)licht wel nuttig wordt geacht.
3. Naderen op tegengestelde koersen op Geldersche IJssel en Maas
Ondanks het in overweging geven daarvan door de Raad, is het niet nodig gevonden regels op te nemen voor de situatie dat een snel schip en een ander schip elkaar naderen op tegengestelde koersen op de Geldersche IJssel of de Maas.
Het is juist dat op de in artikel 6.05, eerste lid, genoemde gedeelten van de Geldersche IJssel en de Maas de artikelen 6.04 en 6.04a niet van toepassing zijn, en dat artikel 6.05 niet van toepassing is op de ontmoeting tussen een snel schip en een ander schip. Dit heeft echter niet tot gevolg dat deze situatie ongeregeld is. In een dergelijke situatie is de in artikel 6.02 neergelegde algemene gedragsregel voor snelle schepen van toepassing: een snel schip is verplicht aan andere schepen voorrang te verlenen.
4. Buitengewone plaatselijke omstandigheden
Overeenkomstig het advies van de Raad, is in de toelichting bij artikel 9.06 aangegeven aan welke omstandigheden bij “buitengewone plaatselijke omstandigheden” moet worden gedacht.
5. Met de meeste redactionele kanttekeningen van de Raad is rekening gehouden. Alleen is in artikel II, onderdeel XX (in het huidige ontwerp YY), de zinsnede “en in zo korte tijd te doen geschieden” vanwege de extra informatie die hiermee gegeven wordt, gehandhaafd.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt in het ontwerp een aantal noodzakelijke technische wijzigingen door te voeren. De nota van toelichting is daarmee in overeenstemming gebracht. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt in het ontwerp de volgende wijzigingen aan te brengen:
1.Onder verlettering in artikel I van het ontwerp van de letters A tot en met D, tot B tot en met E, is een nieuw artikel A (artikel 1a van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitie-reglement) ingevoegd, om duidelijk te maken wanneer wijzigingen van richtlijn
nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208) voor de toepassing van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) gaan gelden. Dit artikel wordt door middel van artikel III, onderdeel A, van het Besluit van 27 augustus 2004, houdende wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208 (Stb. 2004, 437), als artikel 1.01a ingevoegd in het BPR, terwijl het wat de systematiek betreft beter past in het Vaststellingsbesluit BPR. Door deze aanpassing wordt dit gecorrigeerd.
In samenhang hiermee is in artikel II van het ontwerp, onder verlettering van de letters B tot en met WWWW, tot C tot en met XXXX, een nieuw onderdeel B (artikel 1.01a, van het BPR) ingevoegd, waarin is bepaald dat artikel 1.01a vervalt. De nota van toelichting is met deze aanpassing in overeenstemming gebracht.
2. In artikel II, is onderdeel KKKK (10.07, eerste lid, BPR) geschrapt. Dit artikelonderdeel is overgeheveld naar het besluit (Stb. 2004, 437) bedoeld in punt 1 van dit onderdeel, omdat het behoort bij de implementatie van de in punt 1 bedoelde richtlijn 2002/59/EG, die mede door genoemd besluit wordt gerealiseerd.
(N.B. de lettering van het ontwerpbesluit loopt vanaf hier weer gelijk op met de lettering van het ontwerp waarop de Raad van State heeft geadviseerd)
3. In artikel II, onderdeel TTTT, is onder vernummering van de onderdelen 17 tot en met 23, tot 18 tot en met 24 een nummer 17 ingevoegd, weergevende schets 36a, waarin de gele ruit wordt getoond die moet worden gevoerd door een varend passagiersschip waarvan de maximale lengte van de romp minder is dan 20 m. Het opnemen van een schets van een schip met een gele ruit wordt voor de duidelijkheid wenselijk geacht.
4. In artikel V is de inwerkingtredingsdatum van het ontwerp van 1 oktober 2004 gewijzigd in 1 december 2004. De inwerkingtredingsdatum van 1 oktober 2004 bleek niet haalbaar, vanwege de noodzakelijke afstemming met, in verband met de inwerkingtreding van het Negende wijzigingsbesluit BPR te wijzigen regelingen en besluiten.
5. Onder vernummering van de artikelen VI en VII tot VII en VIII is in het ontwerp een artikel VI ingevoegd, waarin de inwerkingtreding van artikel III, de onderdelen A en C, van het in punt 1 van dit onderdeel genoemde besluit (Stb. 2004, 437) wordt geregeld. Hierdoor wordt aan artikel 1.01, onderdeel D, van het BPR een onderdeel 10º toegevoegd, dat de definitie geeft van richtlijn nr. 2002/59/EG en wordt artikel 9.07 van het BPR gewijzigd. Opneming van dit inwerkingtredingsartikel is nodig om een juiste aansluiting tussen de genoemde artikelen en de tekst van het Negende wijzigingsbesluit BPR te waarborgen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1) Stcrt. 2001, 31.
reglement), met nota van toelichting.
Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) geeft verkeersregels voor de scheepvaart op het grootste deel van de Nederlandse binnenwateren. Dit wijzigingsbesluit is vooral bedoeld om de tekst en het systeem van het BPR gemakkelijker toegankelijk, en daarmee gebruiksvriendelijker, te maken. Daarnaast zijn enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht, waarbij veelal is aangesloten bij veranderde voorschriften voor de Rijnvaart (Rijnvaartpolitiereglement).
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende opmerkingen. Hij is van mening dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Grondslag Regeling marifooninstallaties
In artikel III, onderdeel D, van het ontwerpbesluit wordt geregeld dat na de inwerkingtreding ervan de Regeling marifooninstallaties 1995 (“Rmi 1995”) zal berusten op de artikelen 4.05, derde lid en 4.06, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement. De Rmi 1995 is echter in 2001 ingetrokken en vervangen door de Regeling marifooninstallaties (“Rmi”).(zie noot 1) Deze laatste regeling is gebaseerd op het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, en geeft dan ook alleen voorschriften voor het gebruik van marifoons op dat kanaal. Verder biedt het voorgestelde artikel 4.05, derde lid, BPR, gelezen in samenhang met artikel 4 van het Vaststellingsbesluit BPR, geen basis voor het stellen van nadere voorschriften bij ministeriële regeling.
De Raad adviseert artikel III, onderdeel D, van het ontwerpbesluit aan te passen.
2. Tweede toplicht voor lange schepen
Het huidige artikel 3.08, tweede lid, BPR schrijft voor alleenvarende motorschepen langer dan 110 meter een tweede toplicht voor. Deze verplichting komt te vervallen in het voorgestelde artikel 3.08; volgens de toelichting wordt getwijfeld aan het praktische nut van een tweede toplicht voor de vaart op de binnenwateren.
Voor duwstellen die langer zijn dan 110 meter is een tweede licht ook niet voorgeschreven. Het voorgestelde artikel 3.09, derde lid, stelt echter voor schepen langer dan 110 meter die deel uitmaken van een sleep wel twee lichten (in plaats van één) verplicht, conform de bestaande regeling.
De Raad adviseert in de toelichting bij artikel 3.09 aan te geven waarom voor schepen langer dan 110 meter die deel uitmaken van een sleep een tweede licht wel nuttig wordt geacht.
3. Naderen op tegengestelde koersen op Geldersche IJssel en Maas
Artikel 6.05 bevat de regels voor schepen die elkaar naderen op tegengestelde koersen op bepaalde delen van de Geldersche IJssel en de Maas. Uit het eerste lid blijkt dat het artikel niet van toepassing is wanneer een snel schip en een ander schip elkaar naderen op tegengestelde koersen. Doordat de artikelen 6.04 en 6.04a, die de algemene regel geven voor het naderen op tegengestelde koersen, niet van toepassing zijn op de in artikel 6.05 bedoelde gedeelten van de Geldersche IJssel en de Maas, is de situatie dat een snel schip en een ander schip elkaar daar naderen daarmee niet in het besluit geregeld.
De Raad geeft in overweging in de bedoelde artikelen regels op te nemen voor de situatie dat een snel schip en een ander schip elkaar naderen op tegengestelde koersen op de Geldersche IJssel of de Maas.
4. “Buitengewone plaatselijke omstandigheden”
Het voorgestelde artikel 9.06, derde lid, staat onder voorwaarden toe dat wordt gevaren met een duwstel dat meer dan 110 meter lang is op bepaalde vaarwegen, mits er sprake is van “buitengewone plaatselijke omstandigheden”.
De Raad adviseert in artikel 9.06 of in de toelichting te verduidelijken aan welk type omstandigheden hier moet worden gedacht.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W09.04.0322/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
Consequent kiezen voor het wel of niet gebruiken van opschriften bij de artikelen I tot en met VII.
In artikel I, onderdeel B, in het voorgestelde vierde lid van artikel 4 “4.06, eerste lid” vervangen door: 4.06, tweede lid.
In artikel II, onderdeel UU (artikel 6.04a, vierde lid), “tweede lid” vervangen door: derde lid.
In artikel II, onderdeel XX (artikel 6.09, tweede lid), de tweede zin vervangen door: Het moet snelheid verminderen, indien dit nodig is om het voorbijlopen zonder gevaar en zonder hinder voor de andere scheepvaart te doen geschieden.
In artikel II, onderdeel III (artikel 6.26, derde lid, onderdeel b), “voor het teken B.5, opgenomen in bijlage 7” vervangen door: voor het teken B.5 (bijlage 7).
In hetzelfde artikel, vierde lid, onderdeel e, “overeenkomstig het teken E.1, opgenomen in bijlage 7” vervangen door: (teken E.1; bijlage 7).
In artikel II, onderdeel NNN (artikel 6.31, vierde lid), “Dit artikel is van toepassing” vervangen door: Dit artikel is mede van toepassing.
In artikel II, onderdeel XXX (artikel 8.08, tweede lid, onderdeel f), verduidelijken of met “gebieden gereserveerd voor snelvaren en waterskiën” wordt gedoeld op de gedeelten van vaarwegen bedoeld in artikel 8.06, eerste en tweede lid. Als dat zo is het woord “gereserveerd” vermijden, omdat die term suggereert dat ieder ander gebruik van het water verboden is, terwijl artikel 8.06 voor zo”n verbod geen basis biedt. Voorts in dat geval “snelvaren en waterskiën” vervangen door “snel varen of waterskiën”, omdat de op grond van het eerste en op grond van het tweede lid van artikel 8.06 aangewezen gebieden niet hoeven samen te vallen.
In artikel II, onderdeel BBBB (artikel 9.06, derde lid), in de aanhef het woord “slechts”, dat in de huidige tekst voorkomt, handhaven. Verder “hetzij” vervangen door: “indien”, en in onderdeel a “indien” schrappen. Ten slotte aan het eind van onderdeel b invoegen “of:” (aanwijzing 101, eerste lid, Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
Artikel II, onderdeel JJJJ, van het ontwerpbesluit, tweede onderdeel, vervangen door: “2. In het tweede lid wordt “een schip, dat rechtstreeks van zee komt of rechtstreeks naar zee gaat,” vervangen door: een zeegaand schip.” (Ar 233).
In artikel II, onderdeel RRRR, “een radarpatent, bedoeld in artikel 4.06” vervangen door: “een radarpatent als bedoeld in artikel 4.06”. (Ar 82).
In artikel II, onderdeel SSSS, “F: Finland” vervangen door: FI: Finland.
In artikel II, onderdeel VVVV, in de aanhef het woord “worden” schrappen.
In artikel II, onderdeel XXXX, bijlage 13, “Friesland”, gelet op de officiële naam van deze provincie, vervangen door: Fryslân.
In hetzelfde onderdeel, bijlage 15, in de aanhef van onderdeel b, “vijfde lid” vervangen door: zesde lid.
In artikel IV, onderdeel B, “artikel 6.10, achtste lid, en 8.04, vijfde lid” vervangen door: artikelen 6.10, achtste lid, en 8.04, vijfde lid.
In hetzelfde artikel, onderdeel C, tweede onderdeel, “vervagen” vervangen door: vervangen.
Nota van toelichting
In de toelichting op artikel 1.07 “vierde lid” vervangen door: “derde lid.” Verder het tweede “wordt” en het derde “een” schrappen.
In de toelichting op artikel 1.10 “het nieuwe artikel 1.07, vierde lid” vervangen door: het nieuwe artikel 1.07, derde lid.
In de toelichting op de indeling van hoofdstuk 6 “en komt te luiden” vervangen door: en komt het opschrift van deze afdeling te luiden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 november 2004
Hieronder ga ik op het advies in, waarbij de daarin aangegeven nummering wordt gevolgd.
1. Grondslag Regeling marifooninstallaties
Naar aanleiding van het advies van de Raad is artikel III, onderdeel D, van het ontwerp besluit geschrapt.
2. Tweeledige toplicht voor lange schepen
Overeenkomstig het advies van de Raad, is in de toelichting bij artikel 3.09 aangegeven waarom voor schepen langer dan 110 meter die deel uitmaken van een sleep, een tweede (top)licht wel nuttig wordt geacht.
3. Naderen op tegengestelde koersen op Geldersche IJssel en Maas
Ondanks het in overweging geven daarvan door de Raad, is het niet nodig gevonden regels op te nemen voor de situatie dat een snel schip en een ander schip elkaar naderen op tegengestelde koersen op de Geldersche IJssel of de Maas.
Het is juist dat op de in artikel 6.05, eerste lid, genoemde gedeelten van de Geldersche IJssel en de Maas de artikelen 6.04 en 6.04a niet van toepassing zijn, en dat artikel 6.05 niet van toepassing is op de ontmoeting tussen een snel schip en een ander schip. Dit heeft echter niet tot gevolg dat deze situatie ongeregeld is. In een dergelijke situatie is de in artikel 6.02 neergelegde algemene gedragsregel voor snelle schepen van toepassing: een snel schip is verplicht aan andere schepen voorrang te verlenen.
4. Buitengewone plaatselijke omstandigheden
Overeenkomstig het advies van de Raad, is in de toelichting bij artikel 9.06 aangegeven aan welke omstandigheden bij “buitengewone plaatselijke omstandigheden” moet worden gedacht.
5. Met de meeste redactionele kanttekeningen van de Raad is rekening gehouden. Alleen is in artikel II, onderdeel XX (in het huidige ontwerp YY), de zinsnede “en in zo korte tijd te doen geschieden” vanwege de extra informatie die hiermee gegeven wordt, gehandhaafd.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt in het ontwerp een aantal noodzakelijke technische wijzigingen door te voeren. De nota van toelichting is daarmee in overeenstemming gebracht. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt in het ontwerp de volgende wijzigingen aan te brengen:
1.Onder verlettering in artikel I van het ontwerp van de letters A tot en met D, tot B tot en met E, is een nieuw artikel A (artikel 1a van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitie-reglement) ingevoegd, om duidelijk te maken wanneer wijzigingen van richtlijn
nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208) voor de toepassing van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) gaan gelden. Dit artikel wordt door middel van artikel III, onderdeel A, van het Besluit van 27 augustus 2004, houdende wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208 (Stb. 2004, 437), als artikel 1.01a ingevoegd in het BPR, terwijl het wat de systematiek betreft beter past in het Vaststellingsbesluit BPR. Door deze aanpassing wordt dit gecorrigeerd.
In samenhang hiermee is in artikel II van het ontwerp, onder verlettering van de letters B tot en met WWWW, tot C tot en met XXXX, een nieuw onderdeel B (artikel 1.01a, van het BPR) ingevoegd, waarin is bepaald dat artikel 1.01a vervalt. De nota van toelichting is met deze aanpassing in overeenstemming gebracht.
2. In artikel II, is onderdeel KKKK (10.07, eerste lid, BPR) geschrapt. Dit artikelonderdeel is overgeheveld naar het besluit (Stb. 2004, 437) bedoeld in punt 1 van dit onderdeel, omdat het behoort bij de implementatie van de in punt 1 bedoelde richtlijn 2002/59/EG, die mede door genoemd besluit wordt gerealiseerd.
(N.B. de lettering van het ontwerpbesluit loopt vanaf hier weer gelijk op met de lettering van het ontwerp waarop de Raad van State heeft geadviseerd)
3. In artikel II, onderdeel TTTT, is onder vernummering van de onderdelen 17 tot en met 23, tot 18 tot en met 24 een nummer 17 ingevoegd, weergevende schets 36a, waarin de gele ruit wordt getoond die moet worden gevoerd door een varend passagiersschip waarvan de maximale lengte van de romp minder is dan 20 m. Het opnemen van een schets van een schip met een gele ruit wordt voor de duidelijkheid wenselijk geacht.
4. In artikel V is de inwerkingtredingsdatum van het ontwerp van 1 oktober 2004 gewijzigd in 1 december 2004. De inwerkingtredingsdatum van 1 oktober 2004 bleek niet haalbaar, vanwege de noodzakelijke afstemming met, in verband met de inwerkingtreding van het Negende wijzigingsbesluit BPR te wijzigen regelingen en besluiten.
5. Onder vernummering van de artikelen VI en VII tot VII en VIII is in het ontwerp een artikel VI ingevoegd, waarin de inwerkingtreding van artikel III, de onderdelen A en C, van het in punt 1 van dit onderdeel genoemde besluit (Stb. 2004, 437) wordt geregeld. Hierdoor wordt aan artikel 1.01, onderdeel D, van het BPR een onderdeel 10º toegevoegd, dat de definitie geeft van richtlijn nr. 2002/59/EG en wordt artikel 9.07 van het BPR gewijzigd. Opneming van dit inwerkingtredingsartikel is nodig om een juiste aansluiting tussen de genoemde artikelen en de tekst van het Negende wijzigingsbesluit BPR te waarborgen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1) Stcrt. 2001, 31.